Wegsleepverordening gemeente Vlieland 2012De raad van de gemeente Vlieland gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13-02-2012 gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet , artikel 173, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen ; overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen; besluit vast te stellen de volgende verordening: Wegsleepverordening gemeente Vlieland 2012 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; wet: de Wegenverkeerswet 1994; besluit:het Besluit wegslepen van voertuigen; voertuig:wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RVV 1990; motorrijtuig:wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de wet; het college:het college van burgemeester en wethouders. Artikel2Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Vlieland aangewezen voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het “besluit wegslepen van voertuigen” bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. Artikel3Plaats bewaring voertuigen en openingstijden 1.Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: De gemeentewerf gevestigd aan de Fortweg 1A, 8899 CC te Vlieland. 2.Voor het afhalen van voertuigen en motorrijtuigen zijn de reguliere openingstijden van de gemeentewerf van toepassing. Artikel4Kosten overbrengen en bewaren voertuigen 1.De kosten van het overbrengen van een motorrijtuig dan wel voertuig naar de bewaarplaats bedragen: a. basistarief/voorrijkosten €100; b. €100 voor het overbrengen; 2.De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: a. €10,00 voor het eerste etmaal of een gedeelte daarvan; b. €10,00 voor elk volgend etmaal of een gedeelte daarvan. Artikel5Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid , 164, zevende lid , en 174, eerste lid van de wet , zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel6Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. 2.De wegsleepverordening gemeente Vlieland 2010 vastgesteld op 18 oktober 2010 wordt ingetrokken. Artikel7Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening gemeente Vlieland 2012. Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Vlieland in zijn openbare vergadering van 27 februari 2012 De voorzitter, De griffier,Bijlage1toelichting Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd: a. Plaats op de wegeen voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of a. fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).b. Laten stilstaaneen voertuig is tot stilstand gebracht: op een kruispunt; op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook; op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan; bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers; op de rijbaan langs een busstrook; langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990; c. Parkereneen voertuig is geparkeerd: bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan; voor een inrit of een uitrit; in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990; op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren; binnen een erf, waarbij - voor zover het een motorvoertuig betreft – geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen; op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt; zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld (zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990). d. Bevel of aanwijzingeen voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon. e. Gevaarlijk of hinderlijk gedrageen voertuig is zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaarop de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. f. Hoog watereen voertuig is geparkeerd op een weg of parkeervak welke door een hoge waterstand danwel door een te verwachten hoge waterstand onder water zal kunnen komen te staan. Toelichting Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer en het uiterlijk aanzien van de gemeente. Van geval tot geval zal beoordeeld moeten worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig is. In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad. In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990. In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV 1990. In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht. In onderdeel f is er geen sprake van een overtreding van de wegenverkeerswetgeving. Indien er een dermate hoge waterstand wordt verwacht dat parkeervakken of delen van de openbare weg onder water komen te staan worden van gemeentewege waarschuwingsborden geplaatst. Aan voertuigen die desondanks blijven staan kan grote schade ontstaan door het hoge water. Daarnaast kunnen voertuigen door het hoge water gaan drijven hetgeen de veiligheid op de weg in gevaar kan brengen of de vrijheid van het verkeer op andere wegen kan beperken. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is: op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt; op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt; op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voor zover: het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd; het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd; op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage: tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig; tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig; op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; op een weg of parkeervak als bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7 van het aanwijzingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening 2011; in een gebied, nader aangeduid door bord C1 van die bijlage. Toelichting Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het vrijhouden van wegen en weggedeelten. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn voorgaand onder a tot en met h nader aangeduid.Toelichting op de verordening Het uitvoeren van de wegsleepregeling is een bevoegdheid van het gehele college. Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. In de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) wordt een aantal bepalingen uit de Awb niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open. Uitgebreide werking Op grond van de WVW 1994 mogen op de weg staande voertuigen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. Ook kunnen voertuigen worden weggesleept die fout zijn geparkeerd, zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid (artikel 2 van de wegsleepverordening). Een voertuig kan niet zonder meer worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, kan bijvoorbeeld als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo'n geval zou het opmaken van een proces-verbaal door een daartoe bevoegd ambtenaar kunnen volstaan. Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden. Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang door het college. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet vereist, maar is wel mogelijk. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaren beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document of vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging. Artikel 170 e.v. Wegenverkeerswet 1994 (WVW) In de WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over: 1. de aanwijzing van de plaats(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.