← Nederland

Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2012 (Westerveld)

Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2012HoofdstukI ALGEMEEN Artikel1Reikwijdte van de regeling De in deze regeling opgenomen beleidsregels gelden bij de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen op grond van de onderscheiden belastingverordeningen voor zover deze regels in artikel 2 voor de betreffende gemeentelijke belasting van toepassing zijn verklaard. Artikel2Gelding voor de gemeentelijke belastingen Voor wat betreft de bepalingen opgenomen in hoofdstuk II van deze regeling is van toepassing: voor de afvalstoffenheffing: artikel 3, 4 en 5; voor de baatbelasting artikel 3 en 5; voor de forensenbelasting artikel 3 en 5; voor graf- en begraafrechten artikel 3 en 5; voor leges artikel 4 en 5; voor de marktgelden artikel 3 en 5; voor de onroerende-zaakbelastingen artikel 3 en 5; voor de reinigingsrechten artikel 3, 4 en 5; voor de rioolheffing artikel 3 en 5; voor de toeristenbelasting 3, 4 en 5. Voor wat betreft de bepalingen opgenomen in hoofdstuk III van deze regeling is van toepassing: artikel 4 en artikel 11 van de Verordening reinigingsheffingen; artikel 2 van de Verordening baatbelasting; artikel 2 van de Verordening forensenbelasting; artikel 3 van de Verordening rioolheffing artikel 1 van de Verordening onroerende-zaakbelastingen. HoofdstukII NADERE REGELS MET BETREKKING TOT DE HEFFING EN INVORDERING Artikel3Aangifte De belastingplichtige die niet binnen 6 maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden om binnen een maand na afloop van die zes maanden bij de gemeentelijke heffingsambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte of tot het ontvangen van een belastingaanslag. Artikel4 Voorlopige aanslag Na de aanvang van het belastingjaar of kalenderjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd of kan van de belastingplichtige een voorlopig bedrag worden gevorderd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag of het gevorderde bedrag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel5 Rente Het percentage van de invorderingsrente volgt het percentage dat op grond van artikel 29 van de Invorderingswet 1990 voor het betreffende kalenderkwartaal voor de rijksbelastingen is vastgesteld. Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vindt de ministeriele regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing. In afwijking van de in het tweede lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag van € 50,-- niet te boven gaat. HoofdstukIII AANWIJZING BELASTINGPLICHTIGE IN EEN KEUZESITUATIE EN TOEPASSING BEGRIPPEN Artikel6 Richtlijnen In sommige gevallen brengen wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject. In gevallen waarin dat voorkomt stelt de gemeente de aanslag ten name van één belastingplichtige. Omdat hier sprake is van een keuzesituatie gelden hiervoor richtlijnen. Deze richtlijnen zijn per belastingsoort verwoord in de navolgende paragrafen. Artikel7 Baatbelasting Als belastingplichtige wordt aangewezen: degene die in de kadastrale registratie als 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt aangemerkt. Bij overlijden van de 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt de aanslag gesteld: op naam van de erven; op verzoek op naam van de in leven zijnde echtgeno(o)t(

  1. e)in geval van onverdeeld eigendom. degene, die op een andere wijze als genothebbende naar voren komt. Artikel8 Onroerende-zaakbelastingen (gebruikersgedeelte) 1. Aanwijzing belastingplichtige Als belastingplichtige ten aanzien van niet-woningen wordt aangewezen: degene, die als zakelijk gerechtigde ook als gebruiker valt aan te merken; de huurder; degene, die bij de Kamer van Koophandel als gebruiker wordt aangemerkt/staat ingeschreven; degene, die op een andere wijze als gebruiker naar voren komt. 2. Het begrip gebruik Wat onder gebruik dient te worden verstaan is door de Hoge Raad uitgemaakt in zijn arrest van 5 september 1979: "degene die een onroerende zaak metterdaad bezigt ter bevrediging van zijn behoefte". Om een uniforme toepassing van artikel 220, lid 1 onder a, te bewerkstelligen is het wenselijk dat beleidsregels op dit punt worden vastgesteld. Een object dat niet leeg staat, wordt gebruikt in de zin van de onroerende-zaakbelastingen. Een object dat leeg staat met de bedoeling om ter beschikking van de genothebbende krachtens zakelijk recht te blijven, wordt gebruikt in de zin van de onroerende-zaakbelastingen. Met inachtneming van bovenstaande wordt bepaald dat: een recreatiewoning in beginsel onder alle omstandigheden door iemand wordt gebruikt, ook indien de woning op de peildatum leeg staat. Overeenkomstig artikel 220b, 1e lid, onder b van de Gemeentewet wordt degene die een onroerende zaak ter beschikking stelt voor volgtijdige verhuur aangemerkt als gebruiker van de onroerende zaak. Wanneer de verhuur van de woning (in opdracht van de eigenaar) geschiedt door een verhuurorganisatie, is de eigenaar van de woning degene die ter beschikking stelt. Dit is slechts anders indien de financiële risico's geheel voor rekening van het verhuurorganisatie komen. In die situatie wordt de verhuurorganisatie aangemerkt als degene die de onroerende zaak ter beschikking stelt. afbreken, totstandbrengen, wijzigen en onderhouden van een onroerende zaak een vorm van gebruik is. met betrekking tot een object dat op de peildatum leegstaat met de bedoeling om ter beschikking van de genothebbende krachtens zakelijk recht te blijven, er voor de onroerende-zaakbelastingen sprake van gebruik is. De onroerende zaak wordt in een dergelijke situatie door belanghebbende metterdaad gebezigd ter bevrediging van zijn behoeften. het bewust leeghouden van een onroerende zaak voor eigen doeleinden wordt voor de onroerende-zaakbelastingen wordt aangemerkt als gebruik. Wanneer de eigenaar aannemelijk maakt dat hij serieuze pogingen onderneemt om de onroerende zaak te verhuren of te verkopen is er geen sprake van belastbaar gebruik van het de leegstaande onroerende zaak. Artikel9 Onroerende-zaakbelastingen(eigenaren-gedeelte) Als belastingplichtige wordt aangewezen: degene, die in de kadastrale registratie als 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt aangemerkt. Bij overlijden van de 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt de aanslag gesteld: op naam van de erven; op verzoek op naam van de in leven zijnde echtgeno(o)t(
  2. e)in geval van onverdeeld eigendom. degene, die op een andere wijze als genothebbende naar voren komt. Artikel10 Woz-beschikkingen (gebruikers) Als belastingplichtige wordt aangewezen: ten aanzien van woningen : degene, die gedurende de langste periode op het betreffende adres in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven. bij gelijktijdige vestiging op een adres wordt de oudste man van degenen die op het betreffende adres in de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven als belastingplichtige aangewezen, tenzij de oudste vrouw 10 jaren ouder is. Daarbij wordt de volgende prioriteitsvolgorde aangehouden: echtgenoten, alleenstaande ouders, alleenstaanden en geldt een minimum leeftijd van zestien jaar. degene, die als zakelijk gerechtigde ook als gebruiker valt aan te merken. degene, die op een andere wijze als gebruiker naar voren komt. ten aanzien van niet-woningen: degene, die als zakelijk gerechtigde ook als gebruiker valt aan te merken; de huurder; degene, die bij de Kamer van Koophandel als gebruiker wordt aangemerkt/staat ingeschreven; degene, die op andere wijze als gebruiker naar voren komt. Artikel11 Woz-beschikkingen (eigenaren) Als belastingplichtige wordt aangewezen: degene, die in de kadastrale registratie als 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt aangemerkt. Bij overlijden van de 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt de aanslag gesteld: op naam van de erven; op verzoek op naam van de in leven zijnde echtgeno(o)t(
  3. e)in geval van onverdeeld eigendom. degene, die op een andere wijze als genothebbende naar voren komt. Artikel12 Afvalstoffenheffing (particuliere huishoudens) Als belastingplichtige wordt aangewezen: de feitelijk gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een ophaalverplichting heeft als bedoeld in artikel 10.11 en 10.12 van de Wet milieubeheer. Als feitelijk gebruiker wordt aangemerkt, de oudste van degenen die op het betreffende adres in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven, waarbij een minimale leeftijd van zestien jaar geldt. Daarbij wordt de volgende prioriteitsvolgorde aangehouden: echtgenoten, alleenstaande ouders, alleenstaanden. Wanneer een perceel als hierboven omschreven volgens de gemeentelijke basisadministratie niet wordt bewoond, is er in principe geen sprake van feitelijk gebruik en wordt het betreffende perceel niet betrokken in de afvalstoffenheffing. Indien uit de omstandigheden blijkt dat het perceel wel feitelijk wordt gebruikt, dan wordt degene die, op welke wijze dan ook, als gebruiker naar voren komt aangewezen als belastingplichtige. Voor een woning welke blijkens de omstandigheden wordt gebruikt, en voor welke woning containers zijn verstrekt, maar waar volgens het GBA (nog) geen bewoners staan ingeschreven, wordt in eerste instantie een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd met het tarief voor een éénpersoonshuishouden.. Artikel13Rioolheffing Als belastingplichtige wordt aangewezen: degene, die in de kadastrale registratie als 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt aangemerkt. Bij overlijden van de 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt de aanslag gesteld: op naam van de erven; op verzoek op naam van de in leven zijnde echtgeno(o)t(
  4. e)in geval van onverdeeld eigendom. degene, die op een andere wijze als genothebbende naar voren komt. Artikel14Forensenbelasting 1. Aanwijzing belastingplichtige Als belastingplichtige wordt aangewezen: degene, die in de kadastrale registratie als 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt aangemerkt. Bij overlijden van de 'voornaamst zakelijk gerechtigde' wordt de aanslag gesteld op naam van de erfgenaam, in geval van onverdeeld eigendom. degene, die een aangiftebiljet heeft ingevuld en ondertekend waaruit de belastingplicht blijkt. degene, die op een andere wijze naar voren komt als degene die de beschikking heeft over de gemeubileerde woning. In de situatie dat een belastingobject, in verband met de verkoop daarvan, in één belastingjaar meerdere malen in de forensenbelasting kan worden betrokken, wordt slechts één belastingplichtige voor dat belastingjaar aangewezen. In een dergelijke situatie wordt degene die de langste periode over het belastingjaar de beschikking heeft gehad over de gemeubileerde woning als belastingplichtige aangewezen. In de situatie dat een belastingobject, in verband met verkoop daarvan, in één belastingjaar zowel in de forensenbelasting als in de toeristenbelasting kan worden betrokken, wordt het object slechts in één van deze belastingen voor dat belastingjaar betrokken. In een dergelijke situatie wordt voor dat belastingjaar het object in de belastingsoort betrokken, waarin het object voor de langste periode over dat jaar betrokken kan worden. HoofdstukIV Ingetrokken (met de inwerkingtreding van de beleidsregels toeristenbelasting 2012 op 16 mei 2012). HoofdstukV KWIJTSCHELDING Artikel22Behandeling kwijtscheldingsverzoeken Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing kan kwijtschelding worden aangevraagd. Een verzoek om kwijtschelding kan tot zes weken na dagtekening van het betreffende aanslagbiljet worden gedaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd door invulling van het aanvraagformulier dat bij de receptie van het gemeentehuis en bij de plaatselijke bibliotheken kan worden opgehaald. Het aanvraagformulier voor kwijtschelding kan ook via de website van de gemeente worden uitgeprint. Na ontvangst van een verzoek om kwijtschelding wordt de invordering stopgezet. Wanneer na behandeling van het verzoek blijkt dat geen kwijtschelding wordt verleend moet het nog openstaand bedrag binnen de daarvoor gestelde termijnen worden voldaan. HoofdstukVI AUTOMATISCHE INCASSO Artikel23Algemeen De aanslagen onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing, reinigingsheffingen kunnen op één aanslagbiljet worden verenigd. De Verordeningen onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing, reinigingsheffingen bieden de mogelijkheid om in afwijking van de hoofdregel (betaling in drie termijnen), het totaalbedrag van de op dit (gecombineerde) aanslagbiljet vermelde aanslagen in 8 gelijke termijnen middels automatische incasso te betalen. De verordeningen forensenbelasting en toeristenbelasting bieden tevens de mogelijkheid om het aanslagbedrag middels automatische incasso te betalen. De automatische incasso voor deze belastingen gebeurt echter niet in acht, maar in drie termijnen. Om voor het voorgaande in aanmerking te komen dient echter wel door belastingschuldige een machtiging tot automatische incasso te zijn verleend. Deze beleidsregels zijn opgesteld met de gedachte om een uniforme uitleg en toepassing op het gebied van automatische incasso te geven. Artikel24Deelname automatische incasso 1.Deelname aan automatische incasso is mogelijk indien de belastingschuldige uiterlijk binnen twee weken na dagtekening van het aanslagbiljet de gemeente schriftelijk heeft gemachtigd, door inlevering of toezending van het formulier “machtiging betaling gemeentelijke belastingen per automatische incasso”, om via automatische incasso de op één aanslagbiljet verenigde opgelegde aanslagen fiscale heffingen te innen. 2.De machtiging tot automatische incasso wordt zonder tegenbericht ieder jaar stilzwijgend verlengd. Artikel25Beëindiging automatische incasso 1.Indien twee van de acht termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd, vervalt de mogelijkheid van gespreide betaling door middel van automatische incasso. 2.Indien op grond van het eerste lid de machtiging wordt beëindigd, wordt dit zo spoedig mogelijk aan de belastingschuldige schriftelijk medegedeeld. Artikel 26 Nieuwe betaaltermijn In de op grond van artikel 25, tweede lid van deze beleidsregels aan de belastingschuldige te sturen schriftelijke kennisgeving – waaraan tevens een acceptgiro is bevestigd - wordt teruggevallen op de reguliere betaaltermijnen. Indien deze reguliere termijnen reeds zijn vervallen, dient het nog openstaande bedrag van het op het aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen, binnen veertien dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving te zijn voldaan. Artikel 27 Intrekken machtiging automatische incasso Indien de belastingschuldige de schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 24 van deze beleidsregels wil intrekken, dient dit schriftelijk te gebeuren, door toezending van het formulier “intrekking automatische incasso gemeentelijke belastingen”. Indien de op grond van het eerste lid genoemde intrekking ertoe leidt dat nog niet alle 8 verschuldigde termijnen zijn geïnd, dient de belastingschuldige er zelf voor zorg te dragen dat het nog openstaande bedrag binnen veertien dagen – na de datum waarop de laatste termijn via automatische incasso is geïnd - volledig is voldaan. Artikel 28 Uitzondering Op praktische gronden kan ten gunste van de belastingschuldige van hetgeen in de artikelen 24 en 25 van deze beleidsregels is gesteld, worden afgeweken. Artikel 29 Weigering deelname aan de automatische incasso De gemeente kan de deelname van belastingplichtigen aan de automatische incasso weigeren indien er omstandigheden worden geconstateerd of vermoed die het regelmatig verloop van de termijnbetalingen belemmeren of zouden kunnen belemmeren. Artikel 30 Tijdstip van afschrijving De gemeente zal het termijnbedrag zoveel mogelijk op of omstreeks de 25e dag van iedere maand afschrijven. Artikel 31 Vermindering van het totaalbedrag Indien het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen om welke reden dan ook wordt verminderd, vindt deze vermindering - indien het ten onrechte te hoge totaalbedrag nog niet volledig is voldaan – plaats door saldodeling. Het voorgaande houdt in dat bij een machtiging automatische incasso de vermindering leidt tot evenredige verlaging van de nog resterende betalingstermijnen. Hoofdstuk VII TOEPASSING ARTIKEL 65 VAN DE ALGEMENE WET INZAKE RIJKSBELASTINGEN (Ambtshalve vermindering) Artikel 32 Algemeen In artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 231 Gemeentewet is de heffingsambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, de bevoegdheid gegeven ambtshalve vermindering van belastingaanslagen te verlenen. Tevens is in deze artikelen bepaald dat een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf door de heffingsambtenaar ambtshalve kan worden verleend. Om een uniforme toepassing van artikel 65 Algemene wet inzake rijksbelastingen te bewerkstelligen is het wenselijk dat beleidsregels op dit punt worden vastgesteld. Artikel 33 Reikwijdte en definities Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: de belanghebbende: de belastingplichtige; de drie-jaarstermijn: de termijn waarin de heffingsambtenaar, op grond van artikel 11 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de bevoegdheid heeft tot het vaststellen van een belastingaanslag; een gering bedrag: € 2,50; het bedrag van de vermindering of teruggaaf: de vermindering van het geheven belastingbedrag of de teruggaaf van het betaalde bedrag, vermeerderd met (het daaraan toe te rekenen bedrag van) de verhoging, indien een verhoging is toegepast. Het bedrag van de vermindering of teruggaaf wordt berekend per belastingaanslag. Artikel 34 Termijn De termijn waarbinnen de belastingplichtige aanspraak kan maken op het ambtshalve verlenen van vermindering afgestemd op de termijn waarbinnen, op de voet van artikel 11, 3e lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de bevoegdheid van de heffingsambtenaar tot het vaststellen van een belastingaanslag ligt. De termijn waarbinnen ambtshalve vermindering of teruggaaf wordt verleend wordt voor gevallen, waarin er sprake is van een redelijkerwijs kenbare vergissing, verlengd met drie jaren. Artikel 35 Afwijking van regeling In deze beleidsregels is een in beginsel uitputtende regeling gegeven van de gevallen, waarin ambtshalve vermindering of teruggaaf van belasting wordt verleend. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin de heffingsambtenaar moet afwijken van de in deze beleidsregels opgenomen regeling. Het gaat daarbij om situaties waarin: één of meer algemene beginsel(
  5. en)van behoorlijk bestuur de heffingsambtenaar noopt/nopen in een concreet geval een vermindering of teruggaaf ambtshalve te verlenen, hoewel de regeling in deze beleidsregels daarin voor dat geval niet voorziet; met betrekking tot bepaalde verzoeken om vermindering of teruggaaf van belasting bijzondere regelingen zijn getroffen. Artikel 36 Gevallen waarin ambtshalve vermindering of teruggaaf wordt verleend 1.Indien wegens het te laat indienen van een bezwaarschrift of een in de wet voorzien verzoekschrift dan wel om andere reden van formele aard de reclamant of de verzoeker niet ontvankelijk is in zijn bezwaar of verzoek, verleent de heffingsambtenaar bij de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken, ambtshalve de vermindering of teruggaaf waarvoor de reclamant of de verzoeker redelijkerwijs in aanmerking komt. 2.In andere gevallen dan die, welke zijn genoemd in lid1, verleent de heffingsambtenaar ambtshalve de vermindering of teruggaaf waarvoor de belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt indien: de belanghebbende een verzoekschrift strekkende tot vermindering of teruggaaf van belasting indient, of enig feit de conclusie rechtvaardigt dat een belastingaanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Artikel 37 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 36 vindt geen toepassing indien: het bedrag van de vermindering of teruggaaf, waarvoor de belanghebbende in aanmerking komt, niet meer dan een gering bedrag is, of ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschrift of het verzoekschrift dan wel op het tijdstip, waarop het in artikel 36, lid 2 onder b., bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de driejaarstermijn is verstreken, dan wel, indien in het laatste jaar van de driejaarstermijn een navorderingsaanslag aan de belanghebbende is opgelegd, een jaar is verstreken sinds de dagtekening van die navorderingsaanslag; aannemelijk is dat de belanghebbende door opzet of grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift ongebruikt heeft laten verstrijken. Artikel 38 Erfgenamen Wanneer de belanghebbende is overleden treden zijn/haar erfgenamen voor de toepassing van deze beleidsregels in zijn/haar plaats. Verminderingen en teruggaven van belasting, waartoe door de erfgenamen een of meer verzoeken zijn gedaan en waarvan het gezamenlijke bedrag meer dan € 450,-- is, worden slechts ambtshalve verleend indien de erfgenamen zich schriftelijk jegens deBelastingdienst/Registratie en successie hebben verbonden het successierecht te voldoen alsof ophet tijdstip van overlijden van de erflater de verminderingen en teruggaven reeds waren verleend. Artikel 39 Mededeling van afwijzing Indien geen termen aanwezig zijn om ambtshalve een vermindering of teruggaaf te verlenen wordt daarvan gemotiveerd mededeling gedaan: indien een bezwaarschrift of een in de wet voorzien verzoekschrift, bedoeld in artikel 36, lid 1, is ingediend: in de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken; indien een verzoekschrift, bedoeld in artikel 36, lid 2, onder a., is ingediend: in een schriftelijke beslissing op het verzoekschrift. Artikel 40 Termijnverlenging a.Indien ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschriftof het verzoekschrift dan wel op het tijdstip waarop het in artikel 36, lid 2, onder b., bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de driejaarstermijn is verstreken en de belanghebbende aantoont dat ten gevolge van een door hem gemaakte vergissing, die de heffingsambtenaar ten tijde van de vaststelling van de belastingaanslag of, indien de belanghebbende tegen de aanslag tijdig in bezwaar is gekomen, ten tijde van het doenvan uitspraak op het bezwaarschrift, bekend was of redelijkerwijs bekend had moeten zijn, te veel belasting is geheven, wordt voor de toepassing van artikel 37, onder b., de driejaarstermijn verlengd met drie jaren. b.Indien de belanghebbende aantoont dat te veel belasting is geheven ten gevolge van een aan de heffingsambtenaar toe te rekenen vergissing, die de belanghebbende redelijkerwijs niet heeft kunnen opmerken voor het einde van de in artikel 37, onder b., bedoelde periode, wordt de driejaarstermijn eveneens met drie jaren verlengd. Toelichting bij artikel 40 Een vergissing in de zin van dit artikel omvat niet een onjuistheid, waarvan de belanghebbende zich bewust was of had kunnen zijn, en evenmin een keuze, die de belanghebbende achteraf wenst te wijzigen. Dit artikel ziet met name op de volgende vergissingen: een door de belanghebbende gemaakte vergissing, die de heffingsambtenaar bekend was of had moeten zijn, bijvoorbeeld een kenbare telfout in een aangiftebiljet; een door de heffingsambtenaar gemaakte vergissing, die de belanghebbende niet binnen de driejaarstermijn heeft opgemerkt of kunnen opmerken, bijvoorbeeld een fout in de berekening van de heffingsgrondslag of het belastingbedrag. Artikel 41 Andere feiten 1. Indien de heffingsambtenaar kennis neemt van feiten, andere dan die, naar aanleiding waarvan hij voornemens is ambtshalve vermindering of teruggaaf van belasting te verlenen, en die andere feiten grond opleveren voor het vermoeden dat de belasting onjuist is berekend, houdt hij daarmee bij de bepaling van de vermindering of teruggaaf rekening. 2.Voorts verleent de heffingsambtenaar in gevallen waarin ter zake van enig feit ten onrechte belasting is geheven en waarin als gevolg van die heffing een andere belasting ter zake van datzelfde feit niet is geheven en door het verstrijken van een termijn ook niet meer kan worden geheven, slechts ambtshalve vermindering of teruggaaf van de eerstgenoemde belasting voor zover het bedrag daarvan het bedrag van de laatstgenoemde belasting te boven gaat. Artikel 42 Jurisprudentie en resoluties Een arrest van de Hoge Raad dan wel een ministeriële regeling, waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering of teruggaaf van belasting indien de belastingaanslag onherroepelijk is komen vast te staan vóór de dag, waarop het arrest door de Hoge Raad is gewezen, onderscheidenlijk vóór de dagtekening van de ministeriële regeling, tenzij er op dit punt een afwijkende regeling is getroffen. Een uitspraak van het Gerechtshof is geen aanleiding voor het ambtshalve verlenen van vermindering of teruggaaf van belasting, tenzij er op dit punt een afwijkende regeling is getroffen. Hetgeen in lid 1 is bepaald met betrekking tot een arrest van de Hoge Raad is in daartoe leidende gevallen van overeenkomstige toepassing op beslissingen van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke uitspraken van andere supranationale colleges. Hoofdstuk VIII INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL Artikel 43 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. Per datum van inwerkingtreding van deze regeling worden de navolgende regelingen ingetrokken: Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004, vastgesteld door burgemeester en wethouders op 16 december 2003 Wijziging van de beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004, vastgesteld door burgemeester en wethouders op 17 januari 2006 Wijziging van de beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004, vastgesteld door de heffingsambtenaar op 18 februari 2009 Beleidsregels voor de heffing van forensenbelasting, vastgesteld door de heffingsambtenaar op 8 januari 2008. Artikel 44 Citeertitel Deze beleidsregels kunnen worden aangemerkt als: "Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2012". Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 28 februari 2012. N.L.J.J. Dusink, H. Jager secretaris, burgemeester

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.