werkgever een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft afgesloten; werkgever:Burgemeester en wethouders van Gorinchem; organisatiewijziging:een belangrijke inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een belangrijke wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt voor meer dan één medewerker; interne organisatiewijziging:een organisatieverandering waar geen andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke werkgevers bij betrokken zijn; privatisering:organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij; publiekrechtelijke taakoverheveling:organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan; personele gevolgen:gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken ambtenaren; salaris:het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling; salarisperspectief:de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de uitloopschaal van de ambtenaar en eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken; bezoldiging:het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen, niet zijnde onkostenvergoedingen; toelage:de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de Bezoldigingsregeling van de gemeente Gorinchem; functie:het geheel van werkzaamheden dat de ambtenaar volgens zijn functiebeschrijving verricht; ongewijzigde functie:een functie die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde; passende functie:De eerste zes maanden een functie van hetzelfde salarisniveau en na zes maanden alle passende arbeid tot twee schalen lager dan de oorspronkelijke functie; geschikte functie:een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen; Arbeidsvoorwaardenregeling:de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Gorinchem; Georganiseerd Overleg:de commissie voor Georganiseerd Overleg zoals bedoeld in artikel 12:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling; Ondernemingsraad:de Ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden; sociaal plan:nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit reglement met betrekking tot de personele gevolgen van een organisatiewijziging. Artikel 1:2 Werkingssfeer Dit reglement is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in de gemeentelijke organisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijke herindeling. Artikel 1:3 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over de wijziging van de ambtelijke organisatie, met inachtneming van het geldende mandaatstatuut. Artikel 1:4 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele ambtenaren Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling, overplaatsing en ontslag van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald, met inachtneming van het geldende mandaatstatuut. Artikel 2:1 Onderzoek naar organisatiewijziging Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid en wenselijkheid van een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de Ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren hier vooraf van in kennis gesteld. Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de Ondernemingsraad zijn advies over het onderzoek kan kenbaar maken, zodat dit nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. De ambtenaren en de Ondernemingsraad worden betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij tussentijds mondeling dan wel schriftelijk dan wel op beide manieren op de hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek. De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming toegezonden aan de Ondernemingsraad en het Georganiseerd Overleg. Wanneer in deze eindrapportage van het onderzoek geconcludeerd wordt dat een organisatiewijziging gewenst is, dan wordt bij het toezenden van de eindrapportage gelijkertijd gevraagd om advies van de Ondernemingsraad, zoals bedoeld in artikel 2:3, lid 1. Artikel 2:2 Extern advies Indien de werkgever voornemens is om over de wenselijkheid van de organisatiewijziging extern advies te vragen, wordt de Ondernemingsraad om advies gevraagd over het verstrekken en formuleren van de adviesopdracht, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden. Artikel 2:3 Advies Ondernemingsraad over organisatiewijziging Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt de Ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden, met inachtneming van het politieke primaat. De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, de beweegredenen van het besluit, de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen personele maatregelen. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Artikel 2:4 Overleg over de personele gevolgen en maatregelen Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, met inachtneming van het politieke primaat, wordt overleg gevoerd in het Georganiseerd Overleg over de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen. Als het Georganiseerd Overleg van mening is dat de organisatiewijziging zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Over dit sociaal plan moet in het Georganiseerd Overleg overeenstemming worden bereikt voordat het besluit ten uitvoer wordt gebracht. De leden van het Georganiseerd Overleg kunnen tussentijds bijeen worden geroepen dan wel schriftelijk worden geraadpleegd. Een en ander laat onverlet dat de leden altijd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 12 van de Arbeidsvoorwaardenregeling, de voorzitter kunnen verzoeken een vergadering te beleggen. Artikel 2:5 Taakverdeling tussen Ondernemingsraad en Georganiseerd Overleg Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakcentrales geldt het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van organisatiewijziging aan bod komen, primair door één orgaan worden behandeld, namelijk de Ondernemingsraad, met uitzondering van de te nemen maatregelen zoals hiervoor vermeld in artikel 2:4, lid 2. Indien deze raad het onderwerp een aangelegenheid vindt voor het Georganiseerd Overleg, dan stelt de raad het college van burgemeester en wethouders hiervan onverwijld op de hoogte, zodat het college de zaak kan voorleggen aan het Georganiseerd Overleg. Artikel 2:6 Kennisgeving en uitvoering besluit Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, wordt dit besluit binnen 14 dagen meegedeeld aan het Georganiseerd Overleg, de Ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt tevens ingegaan op de personele gevolgen van het besluit. Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de Ondernemingsraad, zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat de Ondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld, tenzij de Ondernemingsraad - conform artikel 25, zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden - aangeeft in te stemmen met het besluit c.q. aangeeft geen beroep te zullen aantekenen bij de ondernemingskamer. Artikel 3:1 Werkingssfeer hoofdstuk Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. Artikel 3:2 Werkgelegenheid bij interne organisatiewijziging De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om door middel van begeleiding van- werk- naar- werk, binnen of buiten de organisatie, gedwongen werkloosheid te voorkomen. Artikel 3:3 Voorkeursvolgorde bij herplaatsing De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde: de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen; de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie; de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie. Herplaatsingbesluiten als bedoeld in het eerste lid onder b en c worden genomen met inachtneming van de herplaatsingprocedure zoals beschreven in hoofdstuk 4. Artikel 3:4 Uitgangspunten herplaatsing Bij het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, onder c, wordt met de volgende gegevens in aflopende prioriteit rekening gehouden: de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde functies; de geschiktheid van de ambtenaar voor een functie, zoals die blijkt uit opleidings- en ervaringsgegevens, beoordelingsgesprekken en eventuele geschiktheidtesten; type dienstverband, leeftijd en diensttijd bij de gemeente Gorinchem. De ambtenaar is verplicht om mee te werken aan gesprekken en testen die nodig zijn voor het ver-zamelen van gegevens als genoemd in het eerste lid onder a. De kosten van eventuele tests zijn voor rekening van de werkgever. Artikel 3:5 Belangstellingsregistratie Voordat herplaatsingbesluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid onder b en c, worden genomen, wordt de betrokken ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor functies kenbaar te maken. Artikel 3:6 Geen passende of geschikte functie De ambtenaar wiens betrekking wordt opgeheven geniet voorrang bij vervulling van interne vacatures, onder voorbehoud dat betrokkene aan gestelde functie-eisen voldoet of kan gaan voldoen na de benodigde scholing. Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar een passende dan wel geschikte functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn: bijscholing en omscholing; tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief; een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie, die na de herplaatsingprocedure is ontstaan; tijdelijke detachering naar een externe organisatie; outplacementbegeleiding; een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie; een nonactiviteitsregeling voor een ambtenaar die twee jaar is verwijderd van de pensioendatum ter grootte van 75% van de bezoldiging tot aan de eerste dag van de maand waarop zijn pensioen ingaat; een bruto vertrekpremie voor een ambtenaar die vrijwillig ontslag neemt, gelijk aan zoveel maanden bruto bezoldiging als de ambtenaar in jaren in dienst is bij de gemeente Gorinchem, tot een maximum van 12 maanden. Onder bezoldiging wordt in dit verband verstaan de bezoldiging die de ambtenaar geniet op de dag voorafgaande aan de ontslagdatum; overige flankerende maatregelen, die erop gericht zijn financiële nadelen van een mogelijke oplossing voor betrokkene weg te nemen. De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. Indien door de werkgever na zorgvuldig onderzoek, waarbij minimaal de re-integratietermijn wordt gehanteerd als bedoeld in artikel 10d:5, lid 5, van de Arbeidsvoorwaardenregeling, geen structurele oplossing als bedoeld in het tweede lid kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:4 van de Arbeidsvoorwaardenregeling. Hoofdstuk 10d van Arbeidsvoorwaardenregeling is van toepassing voor wat betreft een uitkering. Artikel 3:7 Verplichting ambtenaar De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende functie die hem met inachtneming van de herplaatsingprocedure is toegewezen, te aanvaarden. Wanneer de ambtenaar na herhaald en zorgvuldig overleg weigerachtig is ten aanzien van aanvaarding van een passende functie of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, kan het college van burgemeester en wethouders overgaan tot ontslag. Daarbij kan het college van burgemeester en wethouders besluiten tot verval van de aanvullende en nawettelijke ontslaguitkering. Artikel 3:8 Salarisgarantie De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op het salaris en het salarisperspectief, zoals die voor hem golden in de oude functie. Artikel 3:9 Functiegebonden toelagen Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de functiegebonden toelagen. Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend indien de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Deze compensatie kent het volgende verloop: de eerste zes maanden na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; gedurende de 7e t/m de 16e maand na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; gedurende de 17e t/m de 26e maand na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; gedurende de 27e t/m de 36e maand na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 25% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen. Artikel 3:10 Persoonsgebonden toelagen De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden toelagen. Artikel 3:11 Studiefaciliteiten De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt de rechten die hem op grond van artikel 17:1:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling zijn toegekend (Persoonlijk Ontwikkelingsplan), indien hij de studie voortzet. De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie en die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de op basis van artikel 17:1:1 toegekende studiefaciliteiten. Artikel 3:12 Aanvullende scholing De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is overgeplaatst naar een functie binnen de gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van zijn nieuwe functie. Hierover vindt overleg plaats met de ambtenaar. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente. Artikel 3:13 Garantie bij vrijwillige mobiliteit binnen de gemeentelijke organisatie De artikelen 3:8 tot en met 3:12 zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die op basis van vrijwillige mobiliteit een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie aanvaardt in de twaalf maanden onmiddellijk voorafgaande aan de datum met ingang waarvan zijn functie moet vervallen c.q. de formatieve omvang van zijn functie moet worden verminderd. Artikel 3:14 Functie buiten de gemeentelijke organisatie Indien de ambtenaar, waarvoor in de herplaatsingprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, een functie accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, wordt hem eervol ontslag verleend. De ambtenaar die overeenkomstig het eerste lid ontslag wordt verleend, wordt ontheven van eventuele terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit toegekende studiefaciliteiten, de verhuiskostenregeling en de regeling betaald ouderschapsverlof. Indien de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid een functie van ten minste een gelijke betrekkingsomvang accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, vult de werkgever het brutosalaris gedurende één jaar aan tot aan het niveau van het brutosalaris dat de ambtenaar genoot direct voorafgaand aan het ontslag. De ambtenaar die een functie accepteert met een kleinere betrekkingsomvang ontvangt gedurende één jaar een aanvulling van zijn brutosalaris naar rato. Artikel 4:1 Herplaatsingprocedure Het college van burgemeester en wethouders roept, indien er besluiten noodzakelijk zijn op grond van artikel 3:3, lid 2, een herplaatsingcommissie in het leven, die als taak heeft om de benodigde gegevens te verzamelen en om het college van burgemeesters en wethouders te adviseren over de te nemen herplaatsingbesluiten. Deze commissie wordt als volgt samengesteld: de gemeentesecretaris; één lid namens de Ondernemingsraad; één lid namens de commissie voor Georganiseerd Overleg; Het hoofd van het stafteam Personeel & organisatie of een door deze aan te wijzen vervanger fungeert als secretaris, maar heeft geen stemrecht. Artikel 4:2 Procedure rond herplaatsing De herplaatsingcommissie verzamelt alle volgens haar benodigde gegevens en adviseert op basis van deze gegevens binnen zes weken vanaf het moment dat alle gegevens beschikbaar zijn, het college van burgemeester en wethouders over de herplaatsing van de betrokken ambtena(a)r(en). adviseert vervolgens binnen zes weken nadat zij de benodigde stukken heeft ontvangen het college van burgemeester en wethouders; De ambtenaar kan mondeling dan wel schriftelijk verzoeken door de commissie te worden gehoord voordat de commissie advies uitbrengt. Wanneer der commissie dit met het oog op het uitbrengen van zijn advies noodzakelijk acht, kan hij ambtenaren uitnodigen voor een gesprek. Desgewenst kan de ambtenaar zich laten bijstaan door een raadsman/vrouw. Het college van burgemeester en wethouders neemt, rekening houdend met het advies van de herplaatsingscommissie, vervolgens binnen twee weken een besluit ten aanzien van de herplaatsing en informeert binnen een week na het nemen van het besluit de betrokken ambtena(a)r(en). Dit kan betekenen dat de ambtenaar wordt herplaatst dan wel dat hem vooralsnog geen passende of geschikte functie kan worden aangeboden. Artikel 4:3 Bedenkingen tegen voorstel De ambtenaar die bedenkingen heeft tegen het besluit als bedoeld in artikel 4:2, lid 6, kan binnen twee weken nadat het besluit aan hem kenbaar is gemaakt, schriftelijk zijn bedenkingen indienen bij het college van burgemeester en wethouders. De ambtenaar kan daarbij verzoeken om mondeling te worden gehoord door (een vertegenwoordiging van) het college van burgemeester en wethouders. De ambtenaar die hiertoe een verzoek indient, zal binnen twee weken worden gehoord. Desgewenst kan de ambtenaar zich laten bijstaan door een raadsman/vrouw. Van de hoorzitting wordt schriftelijk verslag opgemaakt. Artikel 4:4 Definitieve herplaatsingbesluiten Indien er geen bedenkingen worden ingediend worden de besluiten als bedoeld in artikel 4:2, lid 6, binnen een week na afloop van de bedenkingentermijn definitief door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Indien er wel bedenkingen zijn ingediend neemt het college van burgemeester en wethouders, eventueel nadat de ambtenaar is gehoord, binnen vier weken een definitief besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op de bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend. De ambtenaar kan bezwaar beroep aantekenen tegen de besluiten zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, conform de Algemene wet bestuursrecht, bij het college van burgemeester en wethouders, die het bezwaar vervolgens in handen stellen van de tripartite samengestelde bezwarencommissie inzake personeelsaangelegenheden. Daarna is eventueel beroep mogelijk bij de Bestuursrechter. Artikel 4:5 Vangnet Indien binnen een termijn van zes maanden na herplaatsing zowel de ambtenaar als de werkgever constateren dat de nieuwe functie toch niet past bij de ambtenaar, dan zal overeenkomstig de bepalingen van dit reglement getracht worden de ambtenaar in een andere functie te plaatsen. Indien dit niet lukt, treedt artikel 3:6, lid 4, in werking. Artikel 5:1 Werkingssfeer hoofdstuk Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. Artikel 5:2 Werkgelegenheid De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om ervoor te zorgen dat de werkgelegenheid van de bij de privatisering of overheveling van taken betrokken ambtenaren behouden blijft. De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel. Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Voordat de werkgever een besluit neemt over de overgang van een ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie, biedt hij de betrokkene de gelegenheid om zijn belangstelling kenbaar te maken voor functies die op dat moment vacant zijn of op korte termijn vacant worden in de gemeentelijke organisatie. De ambtenaar zal als interne kandidaat in de selectieprocedure worden betrokken. Artikel 5:3 Geen passende of geschikte functie Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar onder te brengen bij de nieuwe werkgever dan wel een passende functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn: bijscholing en omscholing; tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief; een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie; een na de plaatsingsprocedure vrijgekomen passende functie binnen de gemeentelijke organisatie; tijdelijke detachering naar een externe organisatie; outplacementbegeleiding; een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie; een nonactiviteitsregeling voor een ambtenaar die twee jaar is verwijderd van de pensioendatum ter grootte van 75% van de bezoldiging tot aan de eerste dag van de maand waarop zijn pensioen ingaat; een bruto vertrekpremie voor een ambtenaar die vrijwillig ontslag neemt, gelijk aan zoveel maanden bruto bezoldiging als de ambtenaar in jaren in dienst is bij de gemeente Gorinchem, tot een maximum van 12 maanden. Onder bezoldiging wordt in dit verband verstaan de bezoldiging die de ambtenaar geniet op de dag voorafgaande aan de ontslagdatum; overige flankerende maatregelen, die erop gericht zijn financiële nadelen voor betrokkene van een mogelijke oplossing weg te nemen. De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. Indien door de werkgever na zorgvuldig onderzoek, waarbij minimaal de re-integratietermijn wordt gehanteerd als bedoeld in artikel 10d:5, lid 5, van de Arbeidsvoorwaardenregeling, geen structurele oplossing als bedoeld in het tweede lid kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling. Hoofdstuk 10d van Arbeidsvoorwaardenregeling is van toepassing voor wat betreft een uitkering. Artikel 5:4 Sociaal plan Als het Georganiseerd Overleg van mening is dat de privatisering of taakoverheveling zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Dit plan regelt de overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en aanstellingsprocedure van het over te plaatsen personeel) en bevat rechtspositionele bepalingen. Over dit sociaal plan moet overeenstemming worden bereikt in het Georganiseerd Overleg. Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van ambtenaren voordat er overeenstemming is over het sociaal plan. Artikel 5:5 Rechtspositievergelijking Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een privaatrechtelijke of een andere publiekrechtelijke werkgever waarvoor een afwijkende rechtspositieregeling of CAO geldt, maakt de werkgever een vergelijking tussen de arbeidsvoorwaardenpakketten die van toepassing zijn op de gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever. Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden (bestaande uit in ieder geval salaris, uitkeringen en toelagen, (pre)pensioen, vakantie, ziektekostenregeling en werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe werkgever minder is dan het totaalpakket bij de gemeentelijke werkgever, worden in het sociaal plan nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van aanspraken. Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende garanties: netto-nettogarantie van het salaris en het salarisperspectief; ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij de nieuwe werkgever een vaste aanstelling dan wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder proeftijd. Artikel 6:1 Hardheidsclausule In gevallen waarin toepassing van dit reglement zou leiden tot een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het college van burgemeester en wethouders van het reglement afwijken in een voor de ambtenaar gunstige zin. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders na overleg met de Ondernemingsraad. Indien deze raad het onderwerp een aangelegenheid vindt voor het Georganiseerd Overleg, dan stelt de raad het college van burgemeester en wethouders hiervan onverwijld op de hoogte, zodat het college de zaak kan voorleggen aan het Georganiseerd Overleg. Artikel 6:2 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als “Reglement bij organisatieveranderingen gemeente Gorinchem”. Artikel 6:3 Inwerktreding Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2012. De “leidraad bij organisatieveranderingen” vervalt met ingang van 1 januari 2012 Algemene Toelichting Deze algemene toelichting gaat in op de personele aspecten van een organisatieveranderingstraject en is bedoeld als achtergrondinformatie bij het reglement bij organisatieveranderingen. Landelijk wordt vaak voor de term sociaal statuut gekozen, maar omdat in dit reglement ook sprake is van een sociaal plan, is om begripsverwarring te voorkomen is op verzoek van de commissie voor Georganiseerd Overleg gekozen voor de naam reglement bij organisatieveranderingen. In deze paragraaf zal eerst worden ingegaan op het verschijnsel organisatieverandering, waarna het doel en de betekenis van een reglement bij organisatieverandering en een sociaal plan zullen worden beschreven. In de volgende paragrafen zal achtereenvolgens worden ingegaan op de diverse typen organisatieveranderingen, het proces van organisatieverandering, de medezeggenschaps- en inspraakmogelijkheden en de rechtspositionele aspecten van organisatieverandering.Organisatieverandering was in het verleden doorgaans een vrij statisch proces. De organisatiestructuur van een gemeente bleef jarenlang onaangeroerd, tot het moment dat men tegen onoverkomelijke problemen aanliep. Dan werd een nieuwe organisatie-indeling bedacht die een definitieve oplossing moest zijn voor de geconstateerde problemen. Deze nieuwe indeling ging vervolgens een aantal jaren mee, waarna men opnieuw tegen problemen aanliep en de organisatiestructuur opnieuw gewijzigd werd. Reorganisaties waren vaak organisatiebrede, ingrijpende projecten. Heden ten dage begint een andere visie op organisatieverandering de overhand te krijgen. Deze visie op organisatieontwikkeling heeft als kerngedachte dat moderne organisaties continu in beweging zijn. Organisatieverandering vindt niet meer met horten en stoten plaats, maar is een continu en vloeiend proces. Soms vinden er ingrijpende organisatiewijzigingen plaats (bijvoorbeeld een herindelingoperatie of een ‘kanteling’ van de organisatie) maar veel vaker zijn de wijzigingen minder ingrijpend, afgemeten aan het aantal be-trokken personen of organisatieonderdelen. Bij een nieuwe visie op organisatieverandering hoort een nieuwe visie op het sociaal beleid bij organi-satieverandering. Immers, continue organisatieontwikkeling vereist een andere aanpak dan de horten-en-stotenaanpak. Had het sociaal beleid bij organisatieverandering in het verleden vaak uitsluitend het karakter van ‘oplossen van problemen’ bij omvangrijke reorganisaties (overtolligheid, zoeken naar passende/geschikte functies binnen de gemeente, nonactiviteitsregelingen), tegenwoordig wordt daarnaast de nadruk gelegd op ‘voorkomen van problemen’ door het creëren van mobiliteit. In een organisatie die continu in beweging is, zullen ambtenaren mee moeten bewegen. De organisatie schept door mobiliteits- en employability-bevorderend beleid een klimaat waarin beweging als ‘nor-maal’ wordt ervaren. Hierdoor zal organisatieontwikkeling aanzienlijk soepeler verlopen. Het sociaal beleid bij organisatieverandering is verankerd in dit reglement. Dit bevat de ‘spelregels’, waar de werkgever en de werknemers (en hun vertegenwoordigers) zich aan moeten houden wanneer zich een organisatiewijziging voordoet. Het is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, nadat overeenstemming is bereikt in de commissie voor Georganiseerd Overleg. Het reglement bestaat onder andere uit procedurele bepalingen, de rechten en plichten van werkgever en werknemers bij reorganisatie, mobiliteitsbevorderende bepalingen en eventuele afbouw, garantie of compensatie van arbeidsvoorwaarden.Het reglement kent drie doelstellingen: het garanderen van een zorgvuldige procedure met voldoende inspraakmogelijkheden voor betrokkenen; het vooraf scheppen van duidelijkheid voor het bestuur, het management en adviseurs over de spelregels die zij bij organisatieverandering moeten hanteren; het vooraf scheppen van duidelijkheid voor ambtenaren over de eventuele gevolgen van toekomstige organisatieveranderingen voor hun rechtspositie. Een helder reglement neemt onduidelijkheid en weerstand ten aanzien van organisatieverandering voor een deel weg, zodat alle betrokkenen zich kunnen concentreren op het verbeteren van de organisatie.Elke organisatieverandering is uniek. Daarom is een algemeen geldend reglement niet in alle gevallen voldoende. Ingrijpende organisatieveranderingen kunnen immers specifieke sociale gevolgen met zich meebrengen, die een regeling op maat verdienen. Het zal daarom soms nodig zijn om op basis van het algemeen geldend reglement bij organisatieveranderingen een aanvullend sociaal plan voor een specifieke organisatiewijziging op te stellen. In de gemeente kunnen zich zeer uiteenlopende organisatieveranderingen voordoen. Ten eerste kan de omvang van de organisatieverandering (te meten aan het aantal medewerkers en afdelingen dat bij de organisatieverandering betrokken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.