en In dit reglement wordt verstaan onder: raadsavond: de woensdagavond die eens in de twee weken wordt aangewend voor de raads-vergadering en de politieke markt; raadsvoorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; plaatsvervangend raadsvoorzitter: het raadslid dat overeenkomstig artikel 77, eerste lid, laatste volzin van de Gemeentewet, is aangewezen als waarnemer van de raadsvoorzitter; politieke markt: verzameling van sessies tijdens de raadsavond voorafgaand aan de raads-vergadering; sessie: op beeld- en/of oordeelsvorming gerichte activiteit tijdens de politieke markt, al dan niet voorbereidend op besluitvorming door de raad; sessievoorzitter: een raadslid, door de raad benoemd tot voorzitter van een sessie op de politieke markt; sessiedeelnemer: raadslid of niet raadslid dat deelneemt aan een sessie in de politieke markt; opvolger: een niet raadslid dat door een raadsfractie aangewezen wordt als sessiedeelnemer namens betreffende fractie onder de in artikel 35 van dit reglement genoemde voorwaarden; amendement: een voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; subamendement: een voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; motie: een korte en gemotiveerde schriftelijke verklaring over een onderwerp waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; voorstel van orde: een voorstel betreffende de orde van de raadsvergadering of sessie in de politieke markt; initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; website: de website van de gemeente Deventer. Artikel 2 De voorzitters De raadsvoorzitter, plaatsvervangend raadsvoorzitter en de sessievoorzitter op de politieke markt zijn belast met: het leiden van de raadsvergadering cq de sessie op de politieke markt; het handhaven van de orde; het doen naleven van het reglement van orde; hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hen verder opdraagt. De plaatsvervangend raadsvoorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd. De sessievoorzitters worden door de raad uit zijn midden benoemd. Het voorzitterschap van de plaatsvervangend voorzitter en een sessievoorzitter eindigt: door beëindiging van het lidmaatschap van de raad; door ontslag op eigen verzoek; door ontslag door de raad, wanneer hij naar het oordeel van de raad door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen. Artikel 3 De griffier De griffier is in elke raadsvergadering aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aange-wezen ambtenaar. Hij kan, indien hij daartoe door de raadsvoorzitter of sessievoorzitter van de politieke markt wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. De griffier wijst ter ondersteuning van de sessies in de politieke markt een medewerker van de griffie aan als griffier van een sessie of is zelf griffier van een sessie. De griffier kan in iedere sessie van de politieke markt aanwezig zijn. Artikel 4 Het presidium. De raad heeft een presidium. Het presidium bestaat uit de raadsvoorzitter, de plaatsvervangend raadsvoorzitter en de sessie-voorzitters. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. Het presidium heeft naast de taken als omschreven in dit reglement tot taak: het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad, waaronder begrepen het werkgeverschap van de griffie. De vergaderingen van het presidium worden met gesloten deuren gehouden. Van de vergadering van het presidium wordt een verslag gemaakt, dat openbaar is. De raadsvoorzitter kan voorstellen het college te verzoeken de gemeentesecretaris uit te nodigen voor een vergadering van het presidium. De raadsvoorzitter, diens vervanger en de sessievoorzitters hebben elk een stem in het presidium. Bij het staken van de stemmen beslist de stem van de raadsvoorzitter. Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders Bij elke benoeming van een nieuw lid van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt indien van toepassing melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. Na een raadsverkiezing roept de raadsvoorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de raadsvoorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid. Artikel 6 Fracties De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting van de raad als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. De raadsvoorzitter wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervangers optreden. Indien: één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Met de in het vorige lid beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende raadsavond na de mededeling daarvan. Hoofdstuk 3 Vergaderingen Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen en verslaglegging Artikel 7 Vergaderfrequentie, tijdstip en duur van de vergaderingen De raadsavond vindt in de regel plaats eens in de twee weken op woensdagavond, vangt aan om 19.00 uur en eindigt om 22.30 uur. De raadsavond wordt gehouden in het stadhuis, op de door het presidium vastgestelde data. Het presidium legt deze data vast in een vergaderoverzicht. De sessies van de politieke markt op de raadsavond vinden plaats tussen 19.00 en 21.00 uur. Deze sessies kunnen parallel verlopen, met een maximum van drie gelijktijdige sessies, en kunnen in tijdsduur verschillen. De raadsvergadering vangt aan om 21.15 en eindigt om 22.30 uur. Indien op het eindstip van de raadsvergadering de agenda niet is afgewerkt, wordt het in behandeling zijnde punt zo mogelijk afgehandeld. Indien de agenda van de raadsvergadering of politieke markt niet geheel kan worden afgehandeld, worden de niet behandelde respectievelijk niet afgehandelde agendapunten doorgeschoven naar de agenda van een volgende raadsavond. De raadsvoorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. Artikel 8 Oproep De raadsvoorzitter zendt ten minste tien dagen voor een raadsavond de leden van de raad en de opvolgerseen schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verzonden. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 9, tweede lid van dit reglement, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad en hun opvolgers gezonden. Artikel 9 Agenda Voordat de schriftelijke oproep voor de raadsavond wordt verzonden, stelt het presidium de agenda van de raadsvergadering en politieke markt vast. In spoedeisende gevallen kan de raadsvoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Een met redenen omkleed, schriftelijk verzoek tot het agenderen van een onderwerp te behandelen tijdens een raadsavond kan bij het presidium worden ingediend door: raadsleden en opvolgers de leden van het college burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijven Het presidium treedt zonodig in overleg met de verzoeker. Spoedeisende gevallen daargelaten, kunnen raadsleden en de raadsvoorzitter wijzigingsvoorstellen op de agenda van de raadsvergadering en politieke markt schriftelijk via de griffie indienen bij het presidium, uiterlijk vrijdagochtend 10.00 uur voorafgaand aan de betreffende raadsavond. Het presidium beslist uiterlijk de daaropvolgende maandagochtend 10.00 uur over ingediend verzoek. Van wijzigingen op de agenda wordt zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving gedaan. Artikel 10 De leden van het college en de gemeentesecretaris Het presidium nodigt de leden van het college uit om op de raadsavond aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. De raad verzoekt het college om de gemeentesecretaris op de raadsavond aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. Artikel 11 Ter inzage leggen van stukken Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het stadhuis ter inzage gelegd en gepubliceerd op de website. De raadsvoorzitter maakt van de ter inzage legging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 12 van dit reglement. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en de opvolgers en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. Het origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het stadhuis gebracht. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en de opvolgers op verzoek inzage. Artikel 12 Openbare kennisgeving De raadsvergadering en politieke markt worden door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of in het gemeentelijk informatieblad of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op website van de gemeente ter openbare kennis gebracht. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de raadsvergadering en politieke markt; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien. Artikel 13 Verslaglegging Van de raadsvergadering en de politieke markt worden een besluitenlijst, een digitale geluids-opname en een uitgebreid schriftelijk verslag gemaakt. De besluitenlijst van de raadsvergadering en de politieke markt wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier. De besluitenlijst wordt zo snel mogelijk na de laatstgehouden vergadering ter beschikking gesteld aan raadsleden, opvolgers en het college. Daarnaast wordt van de besluitenlijst openbare kennisgeving gedaan op de website. Een digitale geluidsopname van de raadsvergadering en politieke markt wordt zo spoedig mogelijk na de laatstgehouden vergadering op de website gepubliceerd. Een uitgebreid schriftelijk verslag van de raadsvergadering en politieke markt wordt zo snel mogelijk ter beschikking gesteld aan de raadsleden, de opvolgers, het college, de overige sessiedeelnemers en daarnaast op de website gepubliceerd. De leden van de raad, de raadsvoorzitter, het college en de griffier hebben het recht binnen drie dagen na publicatie van de besluitenlijst en het schriftelijk verslag een voorstel tot wijziging ervan bij de griffier in te dienen, indien de besluitenlijst en/of het schriftelijk verslag naar hun oordeel onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Indien er binnen drie dagen na publicatie van de besluitenlijst en het schriftelijk verslag geen voorstel tot wijziging is ingediend, worden de besluitenlijst en het schriftelijk verslag geacht definitief te zijn vastgesteld. Indien er binnen drie dagen na publicatie van de besluitenlijst en het schriftelijk verslag voorstellen tot wijziging zijn ingediend, beslist het presidium over de voorgestelde wijziging(en). Daarna stelt het presidium, met inachtneming van de beslissing over de voorgestelde wijziging(en), de besluitenlijst en het schriftelijk verslag definitief vast. De besluitenlijst en het schriftelijk verslag worden direct daarna ter beschikking gesteld aan raadsleden, opvolgers en college en op de website gepubli-ceerd. De besluitenlijst houdt in: met betrekking tot de raadsvergadering: de namen van de voorzitter, de griffier, de gemeentesecretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede de namen van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; met betrekking tot de sessies in de politieke markt: de namen van de sessievoorzitter, de sessiedeelnemers en de op grond van artikel 3 vierde lid aangewezen griffier van de sessie. een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest met een korte toelichting hierop; het besluit van de raadsvergadering respectievelijk sessie; een overzicht van het verloop van elke stemming in de raadsvergadering, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aante-kening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; de tekst van de ter raadsvergadering ingediende vragen, initiatiefvoorstellen en burgerinitiatief-voorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 23 van dit reglement door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Artikel 14 Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden door de griffier op een lijst geplaatst met een voorstel tot wijze van afdoening. Deze lijst wordt één keer in de twee weken met de beschikbare digitale bestanden, aan de leden van de raad digitaal toegezonden. Per fractie wordt één schriftelijke set beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt de lijst met bijbehorende stukken ter inzage gelegd en op de website geplaatst. Binnen twee weken na toezending van de lijst van ingekomen stukken kan een raadslid via de griffier aan het presidium gemotiveerd een andere wijze van afdoening van een stuk voorstellen. Het presidium beslist over dit voorstel en maakt, indien besloten wordt tot een andere wijze van afdoening, dit kenbaar aan de raadsleden. Indien er binnen twee weken na toezending van de lijst van ingekomen stukken geen ander voorstel tot afdoening wordt ingediend, wordt geacht te zijn ingestemd met het in het eerste lid genoemde voorstel tot wijze van afdoening. Paragraaf 2 Orde van de raadsvergadering Artikel 15 Presentielijst raadsvergadering Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de raadsvoorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 16 Zitplaatsen De raadsvoorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de raads-voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de raadsvoorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. De raadsvoorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 17 Opening vergadering; quorum De raadsvoorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de raadsvoorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de geagendeerde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de raadsvoorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel 19 Aantal spreektermijnen De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Elke spreektermijn wordt door de raadsvoorzitter afgesloten. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het derde lid is niet van toepassing op het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatief-voorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend een interruptie of het spreken over een persoonlijk feit of een voorstel van orde. Het presidium kan in afwijking van het voorgaande voorstellen doen over de wijze van behandeling van een onderwerp in de raadsvergadering in de vorm van een bespreekvoorstel. Een dergelijk voorstel maakt deel uit van de in artikel 9 en 11 van dit reglement genoemde stukken. Artikel 20 Spreektijd Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aan-wezigen. Het presidium kan in een bespreekvoorstel een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Een dergelijk voorstel maakt onderdeel uit van de in artikel 9 en 11 van dit reglement genoemde stukken. Artikel 21 Handhaving orde en schorsing Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de raadsvoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert. De raadsvoorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. Indien een spreker, zich bedient van beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de raadsvoorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de raadsvoorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De raadsvoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel 22 Beraadslaging De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de raadsvoorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Degene die de schorsing heeft gevraagd, heeft als eerste het woord. Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en de raadsvoorzitter deelnemen aan de beraad-slaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de raadsvoorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel 24 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel 25 Beslissing Wanneer de raadsvoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de raadsvoorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen in de raadsvergadering Artikel 26 Algemene bepalingen over stemming De raadsvoorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de raadsvoorzitter dit niet verlangt, stelt de raadsvoorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de raadsvoorzitter daarvan mededeling. De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen. De stemming geschiedt bij handopsteking, tenzij een der leden stemming bij hoofdelijke oproeping vraagt. In geval van stemming bij hoofdelijke oproeping brengen de leden hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de raadsvoorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering. De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 27 Stemming over amendementen en moties Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamen-dement gestemd en vervolgens over het amendement. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de raadsvoorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. Nadat over alle amendementen is gestemd, vindt de eindstemming over het voorstel plaats. In het geval de amendementen zijn aangenomen, vindt de eindstemming plaats over het voorstel zoals dat luidt met inachtneming van de amendementen. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Indien over een aanhangig voorstel zowel een motie als een (sub)amendement zijn ingediend, wordt eerst over het amendement gestemd overeenkomstig de eerste vier leden van dit artikel. Vervolgens wordt over de motie gestemd. Artikel 28 Stemming over personen Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de raadsvoorzitter 2 leden tot stembureau. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de raadsvoorzitter. Onder verantwoordelijkheid van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 29 Herstemming over personen Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 30 Beslissing door het lot Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de raadsvoorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de raadsvoorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf 4 Orde van de Politieke Markt Artikel 31 Beeldvormend en oordeelsvormend karakter De sessies op de politieke markt zijn gericht op beeldvorming en oordeelsvorming en bereiden de besluitvorming van de raad voor of dragen anderszins bij aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad. Een sessie op de politieke markt is gericht op actieve deelname door een raadslid of opvolger, of op het door hen kennis kunnen nemen van hetgeen door anderen wordt gepresenteerd. Artikel 32 Vaststellen bespreekvoorstel Het presidium stelt voor de afzonderlijke sessies in de politieke markt doel en wijze van behande-ling evenals het voorgesteld resultaat vast in een bespreekvoorstel. Het bespreekvoorstel maakt onderdeel uit van de in artikel 9 en 11 genoemde, bij de agenda behorende, stukken. Spoedeisende gevallen daargelaten, dienen wijzigingsvoorstellen op het bespreekvoorstel voor een sessie in de politieke markt schriftelijk via de griffie te worden ingediend bij het presidium, uiterlijk vrijdagochtend 10.00 uur voorafgaand aan de betreffende raadsavond. Het presidium beslist uiterlijk de daaropvolgende maandagochtend 10.00 uur over ingediend verzoek. Een eventuele wijziging wordt uiterlijk 48 uur tevoren op website gepubliceerd. Indien er geen wijzigingsverzoeken zijn ingediend, wordt het bespreekvoorstel geacht definitief te zijn vastgesteld. Artikel 33 Openbaarheid De sessies in de politieke markt zijn openbaar. In bijzondere gevallen kan het presidium besluiten dat een sessie in beslotenheid plaatsvindt. Artikel 34 Sessievoorzitter De sessievoorzitter draagt zorg voor behandeling van een agendapunt conform het bespreek-voorstel. Aan het eind van de door hem voorgezeten sessie vat de sessievoorzitter de uitkomst van de sessie samen en formuleert een conclusie ten behoeve van de besluitenlijst. Artikel 35 Sessiedeelnemers en opvolgers Van een fractie kan aan een sessie slechts één raadslid of opvolger deelnemen. Een raadsfractie kan een opvolger als sessiedeelnemer namens betreffende fractie aanwijzen. Deze opvolger moet: tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst zijn op de kandidatenlijst van de fractie; alvorens zijn functie als opvolger te aanvaarden in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte afleggen dat hij getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat hij de wetten zal nakomen en dat hij al zijn plichten als opvolger naar eer en geweten zal vervullen; In bijzondere gevallen kan met instemming van de overige fracties ontheffing worden verleend van de voorwaarde genoemd onder lid 2 sub a. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een opvolger. Het presidium kan in bijzondere gevallen bepalen dat er bij een sessie meer deelnemers per fractie mogen zijn. In het bespreekvoorstel kan opgenomen worden dat naast raadsleden, opvolgers, collegeleden en gemeentesecretaris derden deelnemen aan de sessie. Artikel 36 Uitkomst van een sessie Iedere sessie leidt tot een concrete uitkomst, waarbij tevens over verdere stappen wordt gead-viseerd aan het presidium. Mogelijke uitkomsten van een sessie zijn: een voorstel is besluitrijp als hamerstuk in de raad; een voorstel is besluitrijp als debatstuk in de raad, waarbij aangegeven dient te worden over welke punten dit debat nog moet gaan; een voorstel gaat voor verdere informatie of aanpassing terug naar het college; anderszins. Artikel 37 Spreekrecht Bij openbare sessies in de politieke markt kunnen aanwezige toehoorders het woord voeren. Daarbij gelden de volgende bepalingen: De sessievoorzitter vraagt bij aanvang van de sessie wie van de toehoorders gebruik willen maken van het spreekrecht. De spreektijd van een toehoorder bedraagt maximaal 5 minuten. De sessievoorzitter is bevoegd de spreektijd in bijzondere gevallen te verlengen of in te korten. De sessievoorzitter geeft de toehoorders die zich daarvoor hebben opgegeven het eerst het woord. De sessiedeelnemers kunnen vervolgens aanvullende vragen stellen die door de betrokken toehoorders worden beantwoord. Daarna wordt de sessie conform bespreekvoorstel voortgezet. Het presidium kan in bijzondere gevallen bepalen dat er bij een sessie geen spreekrecht is en legt dit vast in het bespreekvoorstel. Artikel38 De artikelen 20 en 21 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing op de orde van de politieke markt. Hoofdstuk 4 Rechten van leden Artikel 39 Amendementen Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen in de raadsvergadering amende-menten indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de raadsvoorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvou-dige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 40 Moties Ieder lid van de raad kan in de raadsvergadering een motie indienen. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de raadsvoorzitter worden ingediend. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Intrekking door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 41 Voorstellen van orde De raadsvoorzitter en ieder lid van de raad kan tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. De sessievoorzitter en iedere sessiedeelnemer kan tijdens een sessie in de politieke markt een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering respectievelijk die van de sessie betreffen. Over een voorstel van orde beslissen de leden van de raad respectievelijk sessiedeelnemers terstond. Artikel 42 Initiatiefvoorstel Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de raadsvoorzitter worden ingediend. Het presidium stelt vast wanneer het voorstel op de agenda van de raadsavond wordt geplaatst en op welke wijze het wordt behandeld. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda toegevoegd worden. Artikel 43 Collegevoorstel Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt het presidium in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 44 Interpellatie Het verzoek tot het houden van een interpellatie in de raadsvergadering wordt, behoudens in naar het oordeel van de raadsvoorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de raadsvoorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. De raadsvoorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en de burgemeester. Na opening van de eerstvolgende raadsver-gadering wordt het verzoek in stemming gebracht. Bij toestemming van de raad wordt de interpellatie onmiddellijk na de stemming gehouden. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad en het college of burgemeester niet meer dan eenmaal, tenzij de raad anders beslist. Artikel 45 Schriftelijke vragen Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen drie weken, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De antwoorden worden door (het verantwoordelijk lid van) het college of de burgemeester via de griffier aan de leden van de raad medegedeeld. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 14 aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 46 Vragenkwartier Tijdens de raadsavond is er na de opening van de raadsvergadering om 21.15 uur een vragen-kwartier, tenzij er bij de raadsvoorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenkwartier op een ander tijdstip wordt gehouden. De raadsvoorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenkwartier eindigt. Het lid van de raad dat tijdens het vragenkwartier vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk om 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de raadsvoorzitter. De raadsvoorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragen-kwartier aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. De raadsvoorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragen-kwartier aan de orde worden gesteld. De raadsvoorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de raadsvoorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenkwartier kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel 47 Inlichtingen Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst van de griffier, schriftelijk ingediend bij het college dan wel de burgemeester. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende raadsvergadering gegeven. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Hoofdstuk 5 Begroting en rekening Artikel 48 Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt. Artikel 49 Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt. Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 50 Verslag; verantwoording Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht voor het sluiten van de vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Indien een raadslid bespreking wenst van dit verslag kan de raadsvoorzitter verwijzen naar het presidium ten behoeve van agendering in de politieke markt. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 45, zijn van overeen-komstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 47, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Hoofdstuk 7 Besloten vergadering Artikel 51 Algemeen Op een besloten raadsvergadering of sessie in de politieke markt zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering of sessie. Artikel 52 Verslag Aan het begin van een besloten raadsvergadering of besloten sessie wordt besloten of er een verslag van de vergadering respectievelijk sessie wordt gemaakt. Een verslag van een besloten raadsvergadering ligt uitsluitend voor de raadsleden en overige deelnemers aan betreffende raadsvergadering ter inzage. De deelnemers worden van ter inzage legging op de hoogte gesteld. Een verslag van een besloten sessie in de politieke markt ligt uitsluitend voor raadsleden en sessiedeelnemers aan betreffende sessie ter inzage. De deelnemers worden van ter inzage legging op de hoogte gesteld. De leden van de raad, de raadsvoorzitter, het college, de sessiedeelnemers en de griffier hebben het recht binnen drie dagen na ter inzage legging een voorstel tot wijziging bij de griffier in te dienen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Indien er binnen 3 dagen na ter inzage legging van het verslag geen voorstel tot wijziging is ingediend, wordt het verslag geacht definitief te zijn vastgesteld. Indien er binnen 3 dagen na ter inzage legging van het verslag voorstellen tot wijziging zijn ingediend, beslist het presidium over voorgestelde wijziging(en). Daarna stelt het presidium het verslag, met inachtneming van de beslissing over de voorgestelde wijziging(en), definitief vast. Na definitieve vaststelling beslist het presidium over het al dan niet openbaar maken van een verslag. Artikel 53 Geheimhouding Voor de afloop van de besloten raadsvergadering of sessie beslissen de raad respectievelijk sessie-deelnemers overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad en de sessiedeelnemers kunnen besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 54 Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers Artikel 55 Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare raadsvergaderingen en sessies van de politieke markt bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel 56 Geluid- en beeldregistraties Degenen die tijdens de raadsvergadering of tijdens sessies op de politieke markt geluid- dan wel beeld-registraties willen maken doen hiervan mededeling aan de raadsvoorzitter respectievelijk sessie-voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel 57 Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderruimtes van raadsvergadering en politieke markt, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering respectievelijk sessie het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de raads- of sessievoorzitter, niet toegestaan. Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Artikel 58 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement beslist de raad in het geval van een raadsvergadering op voorstel van de raadsvoorzitter. beslissen in geval van een sessie in de politieke markt de sessiedeelnemers op voorstel van de sessievoorzitter. Artikel 59 In werking treden Dit reglement treedt in werking op 1 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.