LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 21ste maart 1958, ter uitvoering van de artikelen 11,12, 44, 46 en 83 van de Zegelverordening 1908 (P.B. 1956, no. 108) ZEGELPAPIER Artikel1 Het zegelstempel voor het van Landswege uit te geven zegelpapier bestaat uit het Rijkswapen met ter zijde van het wapen de waarde van het zegel en onder het wapen de aanduiding “Ned. Antillen”, alles op een rond oranjekleurig vlak. BUITENGEWOON STEMPEL Artikel2 1.De zegeling met het buitengewoon stempel geschiedt op het kantoor van de Landsontvanger van Curaçao of van de Landsontvanger van Aruba. 2.Voor die zegeling wordt gebezigd een stempel in de vorm van een rechthoek. Rechts in het stempel is een wapenschild waarin de Nederlandse Leeuw; op dit schild is een kroon aangebracht. Ter linkerzijde van vorenomschreven schild en kroon wordt de waarde in arabische cijfers uitgedrukt, waaronder de afkorting “Ct”. 3.Aan de onderkant van het stempel komt, tussen twee lijnen, met grote letters de aanduiding “Ned. Antillen”, en in de rechterbovenhoek het arabische cijfer “1” of “2” voor. De rand van het stempel is dubbellijnig en de kleur van het stempel lichtblauw, paars of rood. Artikel3 1.Hij, die papier van buitengewoon stempel wil doen voorzien, biedt dit aan de Ontvanger op het eiland, waar hij woont of gevestigd is, aan. Deze aanbieding geschiedt vergezeld van een schriftelijke aanvrage. De verschuldigde zegelbelasting wordt bij de aanbieding tegen kwitantie voldaan. 2.Op het kantoor van de Landsontvanger wordt het papier onmiddellijk van het vereiste stempel voorzien. Artikel4 De Inspecteur der Belastingen bepaalt, al naar gelang de behoeften, welke zegelstempels voor het buitengewoon te stempelen papier aan de kantoren van de Landsontvangers op Curaçao en Aruba zullen worden verstrekt. STEMPELMACHINES Artikel5 1Degene die voor de voldoening van het zegelrecht een stempelmachine gebruikt, moet daartoe vergunning van de Inspecteur der Belastingen hebben verkregen. 2Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van de in de vergunning van de Inspecteur der Belastingen aangeduide stempelmachine. De stempelmachine wordt vóór de ingebruikstelling verzegeld door of vanwege de Inspecteur der Belastingen. 3Ter verkrijging van de vereiste vergunning doet de belanghebbende aan de Inspecteur der Belastingen de nodige gegevens toekomen omtrent het type van de stempelmachine en het onderscheidingsnummer dat aan de te leveren stempelmachine zal worden gegeven en dat aan belanghebbende door de leverancier is opgegeven. 4De vergunning kan slechts worden verleend, indien de in de aanvrage genoemde leverancier met de Inspecteur der Belastingen een overeenkomst heeft aangegaan als in de in artikel 12 bedoelde Bijlage A is omschreven, en het type van de machine door de Inspectie der Belastingen voor de voldoening van het zegelrecht is goedgekeurd. 5Indien de vergunning is verleend tot het gebruiken van een machine welke zonder waardekaart werkt, geschiedt de ingebruikstelling door de leverancier van de stempelmachine in overleg met de Inspecteur der Belastingen en in tegenwoordigheid van deze of van een door hem aangewezen ambtenaar. 6Zodra een stempelmachine als bedoeld in het voorgaande lid, bij het bereiken van haar eindcapaciteit is geblokkeerd, moet de gebruiker daarvan kennis geven aan de Inspecteur der Belastingen en aan de leverancier. De deblokkering geschiedt door de leverancier in tegenwoordigheid van de Inspecteur der Belastingen of van een door laatstgenoemde aangewezen ambtenaar. Na de deblokkering moet de verbruiksteller het bedrag aangeven waarmee zijn eindcapaciteit vóór de deblokkering eventueel werd overschreden. Artikel6 1.De gebruiker mag niemand tot het aanbrengen van veranderingen of herstellingen aan de stempelmachine toelaten dan de leverancier of een in overleg met de Inspecteur der Belastingen aangewezen persoon. Indien bij zodanige verandering of herstelling onderdelen moeten worden vervangen, moeten de oude onderdelen aan de leverancier worden afgestaan. In geval van onregelmatigheden in de werking van de machine stelt de gebruiker haar onmiddellijk buiten gebruik en geeft hij van een en ander terstond kennis aan de in artikel 8, eerste lid bedoelde Landsontvanger. 2.De gebruiker is verplicht aan de overeenkomstig het voorgaande lid aangewezen persoon en aan de met de uitvoering van de Zegelverordening 1908 belaste ambtenaren steeds toegang te verlenen tot de stempelmachines en bij het proefgewijze onderzoek van de machine zijn volle medewerking te verlenen. 3.De op de machines aangebrachte verzegeling mag slechts worden verbroken of geschonden in tegenwoordigheid en met toestemming van één van de in het vorige lid genoemde ambtenaren. 4.De gebruiker is verplicht aan de belastingadministratie te vergoeden de kosten van een onderzoek, aan de stempelmachine verricht door een overeenkomstig het eerste lid aangewezen persoon. Buiten de gevallen van onderzoek indien de machine afwijkingen vertoont, van aanwezigheid bij het verrichten van een herstelling en van aanwezigheid bij herkeuring, wordt echter niet meer dan één onderzoek per kalenderjaar in rekening gebracht. Artikel7 1.Behoudens het in het vierde lid ten aanzien van de notarissen bepaalde mag de stempelmachine uitsluitend worden gebezigd voor de voldoening van het zegelrecht waarvoor gebruik van plakzegels is toegestaan en mits het plakzegel - indien de zegeling door middel van een plakzegel zou plaats vinden - door de ondertekening van de gebruiker van de machine zou zijn vernietigd. 2.De Inspecteur der Belastingen is bevoegd ten aanzien van een machine, bestemd voor de voldoening van zegelrecht, naast de vergunninghouder ook anderen als mede-gebruikers toe te laten, indien deze met de hoofdgebruiker in wezen één administratie hebben. 3.De Inspecteur der Belastingen is voorts bevoegd in door hem in de vergunning of bij afzonderlijke beschikking aan te wijzen gevallen toestemming te verlenen tot zegeling met de machine van stukken, waarvoor - indien ze met plakzegel gezegeld zouden worden - het plakzegel wel niet door de handtekening van de gebruiker van de machine zou worden vernietigd, doch het gebruikelijk is, dat het benodigde plakzegel wel door de gebruiker van de machine wordt verstrekt. 4.Hij die in de Nederlandse Antillen tot notaris is benoemd is, zolang hij zijn ambt uitoefent, bevoegd de stempelmachine tevens te gebruiken tot zegeling van papier dat hij in de plaats van zegelpapier voor de door hem op te maken stukken bezigt. De bepalingen van de tweede afdeling van hoofdstuk II van de Zegelverordening 1908 en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften zijn op het aldus gezegelde papier van overeenkomstige toepassing. Artikel8 1.Indien de stempelmachine met waardekaarten werkt, worden deze kaarten betrokken van de daartoe in de vergunning aangewezen Landsontvanger tegen contante betaling van het waardebedrag. De verbruikte waardekaarten moeten binnen drie dagen nadat zij uit de stempelmachine zijn genomen, aan dezelfde Landsontvanger worden toegezonden. 2.Indien een stempelmachine zonder waardekaart werkt wordt door de gebruiker binnen de eerste week van elke kalendermaand ten kantore van de daartoe in de vergunning aangewezen Landsontvanger een ondertekende verklaring ingediend, vermeldende het over de afgelopen maand aan zegelrecht te betalen bedrag. Dit bedrag wordt bij de indiening van deze verklaring aan genoemde Landsontvanger voldaan. Indien de gebruiker - na waarschuwing - in gebreke blijft een opgave als hierbedoeld in te dienen en/of het verschuldigd bedrag aan zegelrecht te betalen, wordt de stempelmachine door of vanwege de Inspecteur der Belastingen onmiddellijk buiten gebruik gesteld. 3.Ingeval de Landsontvanger bij wie de in het vorige lid bedoelde verklaring dient te worden ingeleverd, niet tevens met het toezicht op de stempelmachine is belast, behoort de gebruiker - eveneens binnen de in het vorige lid gestelde termijn - een ondertekend afschrift van die verklaring te zenden aan de Inspecteur der Belastingen. 4.Aan het einde van iedere dag waarop de stempelmachine in gebruik is geweest, geeft de gebruiker aan de Landsontvanger schriftelijk de stand van de teller op. 5.De in het vorige lid bedoelde opgaaf wordt voorzien van een met de stempelmachine te stellen afdruk zonder ingestelde waarde, indien met de stempelmachine zodanige afdruk kan worden gemaakt. Artikel9 1.Voor de stempelmachines ter voldoening van zegelrecht mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van door de leverancier van de stempelmachines geleverde inkt. 2.Bij het gebruik van de stempelmachines mag geen andere dagtekening in de stempelmachines zijn gesteld dan die van de dag van gebruik. Het staat de gebruiker van de stempelmachine vrij met de machine gestempelde formulieren op een latere dag te gebruiken dan die waarop de zegelafdrukken zijn gesteld. Artikel10 De stempelafdruk van de stempelmachine ter voldoening van het zegelrecht, beantwoordt aan de volgende beschrijving: Het zegelstempel heeft de vorm van een rechthoek, dertig millimeter hoog en vierentwintig millimeter breed, met gekartelde rand. Bovenaan, precies in het midden, is een kroon aangebracht. Ter linkerzijde en ter rechterzijde staan onderscheidenlijk de woorden “Nederlandse” en “Antillen” vertikaal gedrukt en aan de onderkant, op een band, de aanduiding “Zegelverordening 1908”. In het midden van het zegelstempel, onder de kroon, is de waardevermelding in arabische cijfers uitgedrukt boven de aanduiding “cent”. Het onderscheidingsnummer verschijnt in het midden onder het zegelstempel. Artikel11 1.Bij niet nakoming van de gestelde voorwaarden kan de in artikel 5 bedoelde vergunning door de Inspecteur der Belastingen worden ingetrokken. 2.Indien een vergunning wordt ingetrokken, wordt aan de gebruiker teruggegeven het bedrag, dat van de laatste waardekaart nog ongebruikt in de stempelmachine aanwezig is, of wordt van hem ingevorderd het bedrag waarmede de laatste waardekaart overschreden is. Van de gebruiker van een stempelmachine welke zonder waardekaart werkt, wordt in dit geval het nog niet betaalde zegelrecht ingevorderd. 3.Indien een vergunning wordt ingetrokken of een stempelmachine buiten gebruik wordt gesteld, staat de gebruiker het onderscheidingsstempel van de stempelmachine onmiddellijk af aan de leverancier. Artikel12 Voor de akten van de tussen de Inspecteur der Belastingen en de leverancier van stempelmachines te sluiten overeenkomsten wordt vastgesteld het model hetwelk als bijlage A, aan dit besluit is gehecht. Plakzegel Artikel13 1.Het plakzegel is van rechthoekige vorm. Het heeft een hoogte van 34 millimeter bij een breedte van 23 millimeter 2.De kleur is voor de zegels in alle waarden groen. 3.De zegels dragen aan het hoofd de aanduiding “Ned. Antillen” op een donkere achtergrond in een vlak, dat aan de onderzijde begrensd wordt door een boog. Onder dit vlak, tussen twee bogen, waarvan de bovenste die van het eerste vlak raakt, is afgebeeld de havenmond van het eiland Curaçao. Een derde boog raakt de boog, die de bovenbedoelde afbeelding aan de anderzijde begrenst. De ruimte tussen de elkaar rakende bogen is gevuld met verticale lijnen, besloten in een witte rand. Het benedengedeelte onder de derde boog draagt in het middenvak op 14 regels 21 maal de woorden “Plakzegel Ned. Antillen”; aan beide zijden van het middenvak komt een rand voor, versierd met bladmotieven. Beneden het middenvak is de waarde uitgedrukt op donkere achtergrond. In de hoeken onderaan zijn in een vierkant rechts een anker en in een vierkant links een mercuriusstaf, gekruist door een weegschaal, afgebeeld. VISUM Artikel14 Het visum voor de zegelbelasting luidt als volgt: “No………………………………………… Ontvangen voor zegelbelasting…………….. …………………………………………….. (bedrag in schrijfletters)………………………. …………………………………………….. Te……………………………………………….. De Landsontvanger, (Handtekening)”. HERLEIDING VAN VREEMDE MUNT Artikel15 1.Waar voor de toepassing van de Zegelverordening 1908 herleiding van vreemde munt tot Nederlands-Antilliaanse munt nodig is, geschiedt zulks tegen de officiële verkoopkoers van de Bank van de Nederlandse Antillen. 2.Van vreemde muntsoorten, waarvoor geen geldende koersnoteringen zijn, zal de herleiding plaats vinden naar de laats bekende gegevens. ARTIKELEN 44 - 46 VAN DE ZEGELVERORDENING 1908 Artikel16 Wanneer vernietiging van een zegeling nodig is, geschiedt zulks door de Landsontvanger door middel van een overschrift in rode inkt, luidende: “Van onwaarde. Art……………………(verwijzing naar het toegepaste voorschrift)……” Artikel17 De zegeling van de stukken, bedoeld in artikel 44 laatste lid van de Zegelverordening 1908, zomede van de in artikel 46, lid 1 onder b dier landsverordening bedoelde stukken, geschiedt door de Landsontvanger door middel van een plakzegel, waarop, naarmate van het geval, een overschrift wordt gesteld luidende: “Art. 44 Zegelverordening” of “Art. 46 Zegelverordening”, waaronder volgen kwaliteit en handtekening. Zo geen plakzegel voorhanden is, wordt op het stuk een visum gesteld, waarin naar het betrokken artikel van de Zegelverordening 1908 wordt verwezen. Artikel18 1.De in artikel 45 tweede lid van de Zegelverordening 1908 bedoelde nieuwe stukken mogen door de Ontvangers niet kosteloos worden gezegeld, voordat de zegeling op de oude stukken is vernietigd. 2.Worden de nieuwe stukken niet gelijktijdig met de oude aangeboden, dan wordt van de vernietiging een bewijs afgegeven, waarin tevens een termijn wordt gesteld voor de aanbieding ter zegeling van de nieuwe stukken op hetzelfde kantoor; bij die zegeling wordt het bewijs ingetrokken. Artikel19 1.De effecten, waarvoor de in artikel 46, lid 1 onder b van de Zegelverordening 1908 bedoelde bewijzen worden afgegeven, moeten ten kantore van de Landsontvanger worden vertoond. Wanneer de effecten overeenkomstig de Zegelverordening 1908 gezegeld zijn, wordt er door de Ontvanger een ondertekende verklaring opgesteld, luidende: “Vertoond. Art. 46 Zegelverordening”, waaronder volgen kwaliteit en handtekening. Daarna worden de bewijzen gezegeld overeenkomstig artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.