Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Houten 2012 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten; gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Houten 2007, zoals vastgesteld door de raad bij besluit van 26 september 2006; stellen vast het: BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE HOUTEN 2012 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen en persoonsgebonden budget Artikel 1.1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: Besluit: het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Houten; budgethouder: degene aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend; incidenteel gebruik: voorzieningen die minder dan drie maanden per jaar worden gebruikt; verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Houten 2007; voorziening: een voorziening op grond van de Verordening. verzamelinkomen: het inkomen gebaseerd op alle inkomsten van een persoon en van de eventueel aanwezige partner zoals deze wordt vastgesteld door de Belastingdienst Artikel 1.2 Verstrekking individuele voorziening 1.Indien een voorziening in natura wordt verstrekt is de bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst tussen de leverancier of gemeente Houten en de aanvrager van toepassing. 2.Op verzoek van de aanvrager kan een verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget plaatsvinden: Een persoonsgebonden budget is mogelijk voor de volgende individuele voorzieningen: hulp bij het huishouden (artikel 3.1 van de Verordening); woonvoorziening (artikel 4.1 van de Verordening); individuele vervoersvoorziening (artikel 5.1 van de Verordening), met name een bruikleenauto, een gesloten buitenwagen, een scootmobiel of een ander verplaatsingsmiddel (artikel 5.3 van de Verordening); rolstoelvoorziening voor dagelijks gebruik (artikel 6.1, lid 2 onder a van de Verordening); rolstoelvoorziening voor sportbeoefening (artikel 6.1, lid 2, onder c en artikel 6.4, lid 2 van de Verordening). Artikel 1.3 Uitgesloten van verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget Een aantal voorzieningen wordt uitsluitend in natura en in bruikleen verstrekt. Dit zijn rolstoelvoorzieningen, zoals genoemd in artikel 1.2 onder d en e van het Besluit. Deze voorzieningen zijn bestemd voor incidenteel gebruik. Artikel 1.4 Combinatie zorg in natura en persoonsgebonden budget Een combinatie van zorg in natura en persoonsgebonden budget is mogelijk. Deze combinatie is niet mogelijk voor dezelfde voorziening. Wijzigen van zorg in natura naar een persoonsgebonden budget (en omgekeerd) voor Hulp bij het huishouden is eenmaal per kalenderjaar mogelijk. Vanaf 1 januari kan men veranderen van financieringsvorm. Op basis van de hardheidsclausule kan hiervan afgeweken worden. Artikel 1.5 Voorwaarden persoonsgebonden budget De aanvrager moet aan de volgende voorwaarden voldoen om een persoonsgebonden budget aan te vragen: in Houten woonachtig zijn; achttien jaar of ouder zijn; niet in een instelling als bedoeld in de AWBZ verblijven. Artikel 1.6 Overwegende bezwaren bij een persoonsgebonden budget De budgethouder komt niet voor een persoonsgebonden budget in aanmerking indien: de budgethouder in gebreke is gebleven bij de verantwoording van een vorig persoonsgebonden budget; de budgethouder niet meer in staat is tot zelfstandig handelen; Gedacht wordt aan cliënten met manische buien, verslavingsproblematiek, dementie en verstandelijke beperkingen. Deze weigeringsgrond is niet van toepassing, indien de aanvrager kan aantonen over een bewindvoerder of goed eigen netwerk van mensen te beschikken, die het beheer en het regelwerk namens de aanvrager doen. de budgethouder het budget niet inzet voor het inkopen van een voorziening op het niveau waarvoor de budgethouder geïndiceerd is. Het budget kan dan teruggevorderd worden; de verstrekking van een persoonsgebonden budget niet bijdraagt aan het leveren van een adequate voorziening; het budget is bedoeld voor een tijdelijke situatie; Er kan geen persoonsgebonden budget worden aangevraagd voor Hulp bij het huishouden voor een periode korter dan zeven weken. verwacht wordt dat de budgethouder niet met het beschikbare geld om kan gaan. Dit is het geval als de budgethouder: is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP); deelneemt aan een (gemeentelijk) schuldhulpverleningstraject; een budgetbeheersrekening heeft bij Plangroep; onder andere vormen van budgettering valt. De gemeente zal in deze gevallen gebruik maken van artikel 6 van de Wmo dat stelt dat de gemeente een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget kan weigeren als daartegen overwegende bezwaren zijn. Artikel 1.7 Beschikking voor persoonsgebonden budget De beschikking van de gemeente aan de budgethouder bevat ten minste de volgende gegevens: de budgetperiode; de motivering waarom het budget is toegekend; het persoonsgebonden budget; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt verstrekt; of, wanneer en op welke wijze de besteding van het budget verantwoord moet worden; informatie over organisaties die geraadpleegd kunnen worden voor ondersteuning; de rechten en de plichten van de gemeente Houten en de budgethouder worden vermeld in de uitvoeringsovereenkomst. Artikel 1.9 Beschikking intrekken of wijzigen persoonsgebonden budget De beschikking wordt ingetrokken of gewijzigd: met ingang van de dag gelegen na de dag waarop de budgethouder niet langer gebruik kan maken van de voorziening; met ingang van de dag waarop de budgethouder langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de AWBZ; met ingang van de dag vanaf welke de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget; met ingang van de dag waarop de gemeente constateert dat meer dan 1,5% van een verleend voorschot is gebruikt voor andere doeleinden dan vermeld is in de beschikking; met ingang van de dag waarop de budgethouder de bij of krachtens artikel 1.10 van het Besluit opgelegde verplichtingen niet nakomt; met ingang van de dag dat de budgethouder vertrekt uit de gemeente Houten; als er overwegende bezwaren zijn, wanneer een budgethouder tijdens de budgetperiode in de schuldsanering terecht komt. Artikel 1.10 Verantwoording persoonsgebonden budget De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt als volgt plaats: de budgethouder gebruikt het budget uitsluitend voor de geïndiceerde voorziening; de budgethouder overlegt de factuur en het betalingsbewijs van de aanschafwaarde van de voorziening aan de gemeente indien het om een voorziening gaat zoals genoemd in artikel 1.2 onder b, c, d en e van het Besluit; de budgethouder ontvangt een beschikking voor een persoonsgebonden budget voor Hulp bij het huishouden; Binnen een week moet de budgethouder de uitvoeringsovereenkomst en het zorgcontract (zie d) ingevuld en getekend retour zenden. Nadat de gemeente deze twee formulieren heeft ontvangen, gaat zij over tot uitbetaling van het voorschot. de budgethouder sluit een overeenkomst met de zorgverlener indien het om Hulp bij het huishouden gaat en vermeld daarin ten minste de gemaakte afspraken over de levering van zorg, de kwaliteit van de zorg, een overzicht van de dagen of dagdelen waarop wordt gewerkt, het uurtarief, de naam, het adres, woonplaats en BSN-nummer van de zorgverlener en de wijze van betaling. De budgethouder verstrekt deze gegevens via het zorgcontract, dat wordt meegestuurd met de beschikking; de budgethouder is, ook op grond van belastingswetgeving, verplicht een administratie bij te houden van de bestedingen uit het persoonsgebonden budget. Deze administratie dient de budgethouder zeven jaar te bewaren’; de budgethouder mag maximaal 1,5% van het budget met een maximum van € 1.250 vrij besteden. Hiervoor behoeft geen verantwoording te worden afgelegd en dat deel wordt niet gecontroleerd door de gemeente. Wijkt de budgetperiode af van een kalenderjaar (korter of langer) dan worden de percentages en bedragen in evenredigheid aangepast. de budgethouder brengt gedurende de budgetperiode voor de vormen van voorziening, waarvoor het budget is verleend niet tevens een aanspraak op AWBZ tot gelding; de budgethouder deelt de gemeente op haar verzoek of onverwijld uit eigener beweging alle feiten en omstandigheden mee, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op de verstrekking van het persoonsgebonden budget. het college kan de budgethouder vragen de besteding van het budget voor Hulp bij het Huishouden te verantwoorden middels het verantwoordingsformulier PGB HH. Daarop dienen zowel budgethouder als zorgverlener te verklaren hoeveel uur zorg verleend werd tegen welk tarief; Het college kan de budgethouder als bedoeld onder i, indien daartoe aanleiding bestaat, bijvoorbeeld op basis van het ingevulde verantwoordingsformulier - vragen inzage te geven in de onder b bedoelde administratie, Artikel 1.11 Budgetperiode De periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verleend, is de budgetperiode. Deze periode start op de dag met ingang waarvan de budgethouder volgens zijn indicatiebesluit op de voorziening is aangewezen en waarvoor het budget wordt verleend, en loopt tot de dag, waarop de geldigheidsduur van het indicatiebesluit eindigt. Artikel 1.12 Ondersteuning budgethouder De budgethouder heeft de mogelijkheid om ondersteuning voor de administratie te ontvangen vanuit de Sociale Verzekeringsbank, servicecentrum persoonsgebonden budget. Hiervoor wordt een overeenkomst gesloten tussen de Sociale Verzekeringsbank en de gemeente. Er zal eerst een evaluatie plaatsvinden alvorens er een nieuwe overeenkomst wordt gesloten. Artikel 1.13 Tweedehandse voorziening De gemeente biedt de mogelijkheid om een voorziening zoals genoemd in artikel 1.2 onder b, c, d en e van het Besluit tweedehands in te kopen uit het gemeentelijke depot. Daarvoor hoeft de budgethouder slechts beperkte verantwoording af te leggen aan de gemeente. Hoofdstuk 2 Eigen bijdragen Artikel 2.1 Eigen bijdragen Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet: die de Hulp bij het huishouden betreffen zoals genoemd in artikel 3.1 onder b en c van de Verordening, is de budgethouder een eigen bijdrage verschuldigd die de woonvoorzieningen betreffen, zoals genoemd in artikel 4.3 onder b, c en d van de Verordening, met uitzondering van de elektrische deuropener, is de budgethouder een eigen bijdrage verschuldigd. die de vervoermiddelen betreffen zoals genoemd in artikel 5.3 lid 1 van de Verordening, is de budgethouder een eigen bijdrage verschuldigd. die verplaatsingen in en om de woning (zoals rolstoelen) betreffen zoals genoemd in artikel 6.1 lid 2 van de Verordening, is de budgethouder geen eigen bijdrage verschuldigd. Artikel 2.2 Maximale eigen bijdrage 1.De maximale eigen bijdrage wordt berekend aan de hand van het bepaalde in het landelijke Besluit Maatschappelijke ondersteuning (Stb 450.2006) 2.De eigen bijdrage wordt berekend, per beschikking opgelegd en per periode van 4 weken geïnd door het Centrale Administratie Kantoor (CAK). Artikel 2.3 Periode 1.Voor Hulp bij het huishouden wordt de eigen bijdrage per 4 weken geïnd over de periode dat de hulp bij het huishouden aangeboden wordt; 2.Voor hulpmiddelen die in bruikleen worden verstrekt wordt de eigen bijdrage per 4 weken geïnd over de periode dat de voorziening gebruikt wordt; 3.Voor hulpmiddelen die in eigendom worden verstrekt wordt de eigen bijdrage per 4 weken geïnd gedurende een periode van 3 jaar; 4.Bij een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden geldt dat de eigen bijdrage per 4 weken geïnd wordt gedurende de indicatieperiode; 5.Bij een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen wordt de eigen bijdrage per 4 weken geïnd gedurende de afschrijvingstermijn van de voorziening. De afschrijvingstermijn voor hulpmiddelen is 7 jaar. Artikel 2.4 Prijs 1.De eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden wordt berekend op basis van het uurtarief van de door de klant gekozen leverancier 2.De eigen bijdrage voor hulpmiddelen die in bruikleen worden verstrekt wordt berekend op de prijs inclusief de kosten voor onderhoud en verzekering conform bijlage I van dit besluit. 3.De eigen bijdrage voor hulpmiddelen die in eigendom worden verstrekt wordt berekend op basis van de prijs die de gemeente aan de leverancier betaald. 4.Bij een persoonsgebonden wordt de eigen bijdrage berekend over het bedrag dat de klant van de gemeente ontvangt. Hoofdstuk 3 Hulp bij het Huishouden Artikel 3.1 Keuzevrijheid Hulp bij het huishouden kan verstrekt worden in natura en als persoonsgebonden budget. Het college stelt vast in welke situaties de bij wet verplichte keuze tussen een voorziening in natura en een persoonsgebonden budget niet wordt geboden aan de hand van de in het artikel 1.6 van het Besluit neergelegde criteria. In natura Artikel 3.2 Hulp bij het huishouden in natura Vanuit het oogpunt van keuzevrijheid, zoals geformuleerd in artikel 2.1 van de Verordening, hebben aanvragers een keuze uit verschillende zorgaanbieders. Persoonsgebonden budget Artikel 3.3 Hulp bij het huishouden als persoonsgebonden budget 1.De vaststelling van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden vindt plaats op basis van het geïndiceerde aantal uren vermenigvuldigd met de laagste uurprijs voor hulp bij het huishouden van de zorgaanbieders . 2.Het persoonsgebonden wordt vooraf voor de duur van de indicatie vastgesteld, maar wordt in gelijke bedragen in 4-wekelijkse termijnen betaalbaar gesteld. Artikel 3.4 Vorm en wijze betaling persoonsgebonden budget Hulp bij het huishouden 1.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt bij toekenning van de aanvraag vastgesteld indien en voor zover: de budgethouder ouder is dan 75 jaar, of de budgethouder de zorg inkoopt bij een professionele zorgaanbieder, of de indicatieperiode minder dan 12 maanden bedraagt, of de budgethouder de salarisadministratie laat verzorgen door de Sociale Verzekeringsbank; 2.in alle overige gevallen wordt het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden jaarlijks achteraf vastgesteld en vindt betaalbaarstelling op basis van bevoorschotting plaats. Hoofdstuk 4 Woonvoorzieningen Artikel 4.1 Het recht op een woonvoorziening Indien de als subsidiabel aangemerkte kosten van een woonvoorziening zoals genoemd in artikel 4.2 lid 3 van de Verordening € 45.378 of meer bedragen, wordt deze woonvoorziening niet verstrekt onder toepassing van artikel 4.3 onder b van de Verordening. Financiële tegemoetkoming Artikel 4.2 Financiële tegemoetkoming woningsanering en rolstoelvast tapijt Bij het vaststellen van de hoogte van de financiële tegemoetkoming wordt rekening gehouden met de ouderdom van de artikelen die voor sanering in aanmerking komen. nieuwer dan twee jaar: 100% vergoeding; tussen twee en vier jaar: 75% vergoeding; tussen vier en zes jaar: 50% vergoeding; tussen zes en acht jaar: 25% vergoeding; ouder dan acht jaar: geen vergoeding. De afschrijvingstermijnen gelden eveneens voor de vergoeding van de meerkosten voor vervanging van rolstoelvast tapijt. Artikel 4.3 Financiële tegemoetkoming uitraasruimte In artikel 4.3, lid d in de Verordening is de uitraasruimte opgenomen als woonvoorziening. Het aanleggen van een uitraasruimte is mogelijk. Artikel 4.4 Financiële tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten De financiële tegemoetkoming die verstrekt wordt voor verhuis- en inrichtingskosten binnen de gemeente Houten zoals genoemd in artikel 4.1 onder a van de Verordening bedraagt € 2.268. Artikel 4.5 Financiële tegemoetkoming tijdelijke huisvesting Het college kan een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen zoals genoemd in artikel 4.12 van de Verordening. Deze tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 4.12 onder a, wordt alleen verstrekt als de persoon met beperkingen redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat er dubbele woonlasten zouden ontstaan. De hoogte van het bedrag bedraagt de werkelijke huurprijzen tot een maximum van de huursubsidiegrens en wordt maximaal zes maanden verstrekt. Artikel 4.6 Financiële tegemoetkoming extra te verwerven grond De financiële tegemoetkoming, die slechts eenmaal wordt verstrekt, bij de extra te verwerven grond voor woningaanpassing zoals genoemd in artikel 4.8 van de Verordening wordt vastgesteld op basis van een taxatierapport van een beëdigd makelaar. Artikel 4.7 Financiële tegemoetkoming eigenaar van de woning Het college kan een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten als genoemd in artikel 4.11 van de Verordening voor de duur van maximaal vijf maanden. Deze vergoeding geldt bij huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor meer dan € 2.250 is aangepast. De financiële tegemoetkoming bedraagt maximaal de werkelijke huurprijs voor de betreffende woning. Artikel 4.8 Financiële tegemoetkoming aanpassingskosten De hoogte van de te verstrekken financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen of woonschip als genoemd in artikel 4.7 lid 3 van de Verordening, bedraagt maximaal € 910,00 Persoonsgebonden budget Artikel 4.9 Persoonsgebonden budget voor woonvoorziening 1.Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen, zoals genoemd in artikel 4.1 onder b, c en d van de Verordening, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte van de geselecteerde leverancier. Het vastgestelde bedrag is, indien van toepassing, inclusief onderhoud en reparatie. 2.Het persoonsgebonden budget voor een tillift, een douchestoel standaard/verrijdbaar en een vast douchezitje wordt vastgesteld conform de bedragen zoals genoemd in bijlage II. Artikel 4.10 Bevoorschotting persoonsgebonden budget voor woonvoorziening De gemeente bevoorschot de budgethouder het persoonsgebonden budget op de volgende wijze: conform de opgenomen betaaltermijnen voor de realisatie van de woonvoorziening zoals genoemd in de offerte; indien van toepassing een tweejaarlijkse periodiek voor onderhoud, reparatie en/of verzekering. Artikel 4.11 Afschrijvingsschema 1.De eigenaar-bewoner, die krachtens de Verordening een financiële tegemoetkoming in de kosten van het treffen van een voorziening heeft ontvangen waarbij sprake is van het verwerven van extra grond of van het vergroten van de woning en die binnen een periode van tien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.