Bouwverordening gemeente Dalfsen 2009De raad van de gemeente Dalfsen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 juni 2009, nummer 116; Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 juni 2009, nummer 1030; Overwegende dat de Bouwverordening die op basis van artikel 8 van de Woningwet tot stand is gekomen moet worden aangepast aan nieuwe wetgeving; b e s l u i t: tot het vaststellen van de Bouwverordening gemeente Dalfsen 2009, inclusief bijlagen en toelichting, onder gelijktijdige intrekking van de Bouwverordening 2008. Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn openbare vergadering van 28 september 2009. De raad voornoemd de voorzitter, de griffier, L.V. Elfers H.C. Lankman HOOFDSTUK1INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1.1begripsbepalingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie Instituut uitgegeven norm; 2.In deze verordening wordt verder verstaan onder: bevoegd gezag: dat wat daaronder wordt verstaan in de Woningwet; omgevingsvergunning voor het bouwen: dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel1.2Termijnen (vervallen) Artikel1.3Indeling van het gebied van de gemeente 1.Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: het gebied binnen de bebouwde kom; het gebied buiten de bebouwde kom. 2.Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied zoals door de raad is besloten op grond van artikel 20a Wegenverkeerswet 1994. HOOFDSTUK2DE AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET BOUWEN Paragraaf1Gegevens en bescheiden Artikel2.1.1Aanvraag bouwvergunning (vervallen) Artikel2.1.2In de aanvraag op te nemen gegevens (vervallen) Artikel2.1.3Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (vervallen) Artikel2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen ( vervallen) Artikel2.1.5Bodemonderzoek 1.Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 1999, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1; (vervallen); indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2003. 2.De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. 3.Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5, onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen. 5.Als met het bouwen pas kan worden begonnen nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, moet het bodemonderzoek plaatsvinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning (vervallen) Artikel2.1.7Bouwregistratie (vervallen) Artikel2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen (vervallen) Paragraaf2Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning Artikel2.2.1Ontvangst van de aanvraag (vervallen) Artikel2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening (vervallen) Artikel2.2.3Bekendmaking van termijnen (vervallen) Artikel2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening (vervallen) Artikel2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek (vervallen) Artikel2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (vervallen) Paragraaf3Welstandstoetsing Artikel2.3.1Welstandscriteria (vervallen) Paragraaf4Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem Artikel2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en 1. dat de grond raakt, of 2. waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf 5 [vervallen] Paragraaf6:Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties (vervallen) Artikel2.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties (vervallen) Artikel2.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties (vervallen) Artikel2.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties (vervallen) Artikel2.6.5Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties (vervallen) Artikel2.6.6Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties (vervallen) Artikel2.6.7Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties (vervallen) Artikel2.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel2.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel2.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel2.6.11Gelijkwaardigheid (vervallen) Artikel2.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten (vervallen) Paragraaf7:Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen) Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (vervallen) Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen) Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (vervallen) Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (vervallen) Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (vervallen) Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van denutsvoorzieningen (vervallen) HOOFDSTUK3DE MELDING Artikel3.1De wijze van melden (vervallen). Artikel3.2Welstandscriteria (vervallen). HOOFDSTUK4PLICHTEN TIJDENS EN BIJ VOLTOOIING VAN DE BOUW EN BIJ INGEBRUIKNEMING VAN EEN BOUWWERK Artikel4.1(vervallen) Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Artikel4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (vervallen) Artikel4.4Het uitzetten van de bouw (vervallen) Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen (vervallen) Artikel4.7Bemalen van bouwputten (vervallen) Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein (vervallen) Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein ( vervallen) Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder (vervallen) Artikel4.11Bouwafval (vervallen) Artikel4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel4.13Melden van werken bij lage temperaturen (vervallen) Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming (vervallen) HOOFDSTUK5STAAT VAN OPEN ERVEN EN TERREINEN, AANSLUITING OP DE NUTSVOORZIENINGEN EN HET WEREN VAN SCHADELIJK EN HINDERLIJK GEDIERTE Paragraaf1Staat van open erven en terreinen Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen (vervallen) Artikel5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (vervallen) Artikel5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (vervallen) Paragraaf2Staat van brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesgebouwen of kantoorgebouwen (vervallen) Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard (vervallen) Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen (vervallen) Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in kantoorgebouwen (vervallen) Paragraaf3Aansluiting op nutsvoorzieningen Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen) Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (vervallen) Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen) Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (vervallen) Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (vervallen) Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (vervallen) Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (vervallen) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel5.4.1Preventie (vervallen) HOOFDSTUK6BRANDVEILIG GEBRUIk Paragraaf1Gebruiksvergunning Artikel6.1.1Vergunning gebruik bouwwerk (vervallen) Artikel6.1.2Aanvraag gebruiksvergunning (vervallen) Artikel6.1.3In behandeling nemen (vervallen) Artikel6.1.4Termijn van beslissing (vervallen) Artikel6.1.5Weigeren gebruiksvergunning (vervallen) Artikel6.1.6Intrekken gebruiksvergunning (vervallen) Artikel6.1.7Verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Paragraaf2Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar Artikel6.2.1Gebruikseisen voor bouwwerken (vervallen) Artikel6.2.2.Opslag brandgevaarlijke stoffen (vervallen) Artikel6.2.3Opslag en verwerking stoffen (vervallen) Paragraaf3Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand Artikel6.3.1Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen (vervallen) Artikel6.3.2Gebruik middelen en voorzieningen (vervallen) Paragraaf4Hinder in verband met brandveiligheid Artikel6.4.1Hinder in verband met de brandveiligheid (vervallen) HOOFDSTUK7OVERIGE GEBRUIKSBEPALINGEN Paragraaf1Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen (vervallen) Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens (vervallen) Paragraaf2Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid (vervallen) Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne (vervallen) . Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen (vervallen) Paragraaf3Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel7.3.1Verbod tot het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen in afwijking vande bestemming (vervallen) Artikel7.3.2Hinder (vervallen) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie (vervallen) Paragraaf5Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water (vervallen) Paragraaf6Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties (vervallen) HOOFDSTUK8SLOPEN Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning (vervallen) Artikel8.1.3In behandeling nemen (vervallen) Artikel8.1.4Termijn van beslissen (vervallen) Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen (vervallen) Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.1.7Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Paragraaf2Uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding (vervallen) Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Paragraaf3Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein (vervallen) Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Artikel8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt (vervallen) Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest (vervallen) Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen (vervallen) Paragraaf4Vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen (vervallen) HOOFDSTUK9WELSTANDS- EN MONUMENTENADVISERING Artikel9.1De advisering door de stadsbouwmeester en de monumentencommissie 1.De stadsbouwmeester adviseert over welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. De monumentencommissie adviseert over monumentenaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning. 2.De stadsbouwmeester dan wel de monumentencommissie brengt in bezwaar en beroepsprocedures desgevraagd in heroverweging advies uit. 3.De stadsbouwmeester baseert zijn welstandsadvies voor de bestaande bebouwing en inbreidingslocaties op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria en voor nieuwe bouwlocaties op het welstandsbeleid zoals vastgelegd in gemeentelijke beleidsstukken/ beeldkwaliteitsplannen. 4.De adviezen van de stadsbouwmeester en de monumentencommissie zijn schriftelijk. De adviezen van de monumentencommissie zijn met redenen omkleed en van de stadsbouwmeester zijn desgewenst met redenen omkleed. 5.Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of het bevoegd gezag gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel9.2Samenstelling van de monumentencommissie 1.De monumentencommissie bestaat ten minste uit vier leden, , waarvan ten minste drie leden deskundig zijn op het gebied van architectuur/esthetiek, stedenbouw, monumentenzorg, de inrichting van de openbare ruimte, dan wel landschapsarchitectuur. Voor de monumentenzorg zal één lokale deskundige deel uitmaken in de monumentencommissie. 2.Voor de leden worden plaatsvervangers aangewezen. 3.De monumentencommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van monumentenzorg. 4.De leden van de monumentencommissie zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur. Artikel9.3Benoeming en zittingsduur (vervallen). Artikel9.4Ambtelijk adviseurs 1.Als ambtelijk adviseurs ten behoeve van de stadsbouwmeester en de monumentencommissie worden aangewezen de allround medewerkers bouwen, de senior medewerker bouwen en de beleidsmedewerker monumentenzorg en hun plaatsvervangers. 2.De ambtelijk adviseurs verstrekken aan de stadsbouwmeester en de monumentencommissie alle informatie die in verband met een goede uitoefening van haar adviestaak noodzakelijk is, desgevraagd ook tijdens vergaderingen van de stadsbouwmeesterdan wel de monumentencommissie. Artikel9.5Jaarlijkse verantwoording 1.Zowel de stadsbouwmeester als de monumentencommissie, stellen jaarlijks een verslag op van hun werkzaamheden voor de gemeenteraad. 2.Zowel de stadsbouwmeester als de monumentencommissie kunnen in hun jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. 3.Eénmaal per jaar vindt er mede naar aanleiding van het jaarverslag als bedoeld in lid 1 overleg plaats tussen burgemeester en wethouders en desgewenst de raadscommissie en de stadsbouwmeester over het welstandstoezicht mede in relatie tot de welstandsnota. Artikel9.6Termijn van advisering 1.De stadsbouwmeester brengt binnen vijf werkdagen advies uit nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2.vervallen 3.De monumentencommissie houdt bij een aanvraag om omgevingsvergunning die ziet op een monument, de termijnen aan die in de vastgestelde erfgoedverordening van de gemeente Dalfsen staan. 4.Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de stadsbouwmeester een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Artikel9.7Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1.De behandeling van bouwplannen door de stadsbouwmeester of de monumentencommissie is openbaar. De agenda voor de vergadering van de stadsbouwmeester dan wel de monumentencommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van gemeentewege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2.Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzocht, wordt deze door of namens de stadsbouwmeester dan wel de monumentencommissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3.In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de stadsbouwmeester dan wel de monumentencommissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de stadsbouwmeester dan wel de monumentencommissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4.Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Artikel9.8Afdoening onder verantwoordelijkheid (vervallen) Artikel9.9Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken (vervallen) HOOFDSTUK10OVERIGE ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning (vervallen) Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen) Artikel10.3Overdragen vergunningen (vervallen) Artikel10.4Overdragen mededeling (vervallen) Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (vervallen) Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. HOOFDSTUK11HANDHAVING Artikel11.1Stilleggen van de bouw (vervallen) Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (vervallen) Artikel11.3Stilleggen van het slopen (vervallen) Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek (vervallen) HOOFDSTUK12STRAF, overgangs- EN SLOTBEPALINGEN Artikel12.1Strafbare feiten (vervallen) Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek (vervallen) Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen (vervallen) Artikel12.4Overgangsbepaling (aanvragen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.