Marktverordening 1995 Rucphen – Schijf – Sprundel – St.Willebrord – Zegge RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Rucphen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 augustus 1995; gelet op de artikelen 149, 151, 154 en 166 van de Gemeentewet; gelezen het raadsbesluit van 12 december 1963 tot instelling van de weekmarkt; B E S L U I T : in te trekken de op 25-02-1964 door de gemeenteraad van Rucphen vastgestelde “Verordening regelende het marktwezen in de gemeente Rucphen”, alsmede de eerste en tweede wijziging daarvan, vastgesteld respectievelijk 26-09-1972 en 25-06-1974; in te trekken de op 31-05-1988 door de gemeenteraad van Rucphen vastgestelde “Marktverordening voor de gemeente Rucphen”; onder verwijzing naar het besluit als bedoeld onder I., (wederom) in werking te laten treden het raadsbesluit van 12 december 1963 tot instelling van de weekmarkt; vast te stellen de navolgende verordening: “Marktverordening 1995”. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de wekelijkse warenmarkt, welke gehouden wordt op zaterdag van 8.30 tot 12.00 uur op een nader door de raad aangewezen of aan te wijzen plaats; marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek toegankelijke grond, welke bij besluit van de raad voor het uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen; standplaats: de op en voor de duur van een markt door burgemeester en wethouders toegewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; vaste plaats: een standplaats, welke voor onbepaalde tijd wordt toegewezen; dagplaats: een standplaats op een vrijgekomen vaste plaats, welke per marktdag wordt toegewezen; standwerkersplaats: een dagplaats, bestemd voor het uitoefenen van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is; standwerkersplaats: ieder aan wie door burgemeester en wethouders is toegestaan om gedurende een markt een standplaats te bezetten; marktmeester: een door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen ambtenaar; commissie: een vaste commissie van advies, die burgemeester en wethouders adviseert in hun besluitvorming m.b.t. marktaangelegenheden. Artikel2 1.Onverminderd het bepaalde in de Winkelsluitingswet 1976 wordt op door burgemeester en wethouders op grond van bijzondere gelegenheden daartoe aangewezen dagen geen markt gehouden. 2.Bij het samenvallen van een marktdag met een der in het vorige lid bedoelde dagen, kunnen burgemeester en wethouders voor het houden van de markt een andere dag aanwijzen. Artikel3 Burgemeester en wethouders kunnen, indien dringende redenen hiertoe noodzaken, tijdelijk een andere plaats aanwijzen voor het houden van de markt. Artikel4 1.Burgemeester en wethouders bepalen ten aanzien van de markt: het aantal standplaatsen; de afmetingen van de standplaatsen; de opstelling en indeling van de markt; welke plaatsen op het marktterrein uitsluitend bestemd zijn voor standwerken; welke plaatsen op het marktterrein bestemd zijn voor kramen en welke voor verkoopwagens. 2.Burgemeester en wethouders kunnen het aantal standplaatsen per artikelengroep vaststellen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen, indien zij dit nodig achten, zich door de commissie laten adviseren inzake aangelegenheden betrekking hebbend op de markt. Artikel5 1.De toewijzing van standplaatsen geschiedt bij door burgemeester en wethouders af te geven vergunning. 2.Vergunninghouders van vaste plaatsen worden met vermelding van en in volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste plaats is toegewezen, op een doorlopend te nummeren lijst ingeschreven. Bij deze inschrijving worden tevens de artikelen of de groep van artikelen vermeld. Artikel6 1.Burgemeester en wethouders verbieden: een andere standplaats in te nemen dan door hen is toegewezen; meer ruimte en/of kramen of verkoopwagens in beslag te nemen dan door hen is toegestaan; andere waren en goederen te verkopen, ten verkoop aan te bieden of aanwezig te hebben, dan voor welke de standplaats is toegewezen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen, indien hen dit in het belang van de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt, de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden. Artikel7 1.Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op het marktterrein kramen, tafels en dergelijke te plaatsen of op te slaan of gebruik te maken van verkoopwagens. 2.Burgemeester en wethouders kunnen aan deze vergunning voorschriften verbinden. 3.Burgemeester en wethouders kunnen een maximum aantal toe te laten kramen en verkoopwagens vaststellen. Artikel8 Om voor een vaste plaats in aanmerking te komen is vereist, dat de aanvrager, die een natuurlijk persoon dient te zijn, aantoont: handelingsbekwaam te zijn; dat hij/zij voldaan heeft aan alle voorgeschreven publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie; dat hij genoegzaam verzekerd is tegen eisen tot het betalen van schadeloosstellingen, waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting op een markt krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derde toegebracht lichamelijk letsel en wegens beschadiging van eigendommen van derden. dat hij/zij ingeschreven staat op de wachtlijst als bedoeld in artikel 14 van deze verordening; dat hij/zij van het uitoefenen van de handel zijn hoofdberoep maakt. TOEWIJZING EN BEZETTING VAN STANDPLAATSEN Artikel9 1.De standplaatsen op de markt worden als regel als vaste plaatsen toegewezen. 2.Een vrijgekomen vaste plaats wordt als dagplaats beschouwd en blijft als zodanig aangemerkt, zolang zij niet als vaste plaats is toegewezen. 3.Bij het vrijkomen van vaste plaatsen komen daarvoor allereerst in aanmerking de vergunninghouders van vaste plaatsen die aan burgemeester en wethouders schriftelijk de wens te kennen hebben gegeven van standplaats te willen veranderen, zulks in volgorde waarin zij op de in artikel 5, lid 2, bedoelde lijst zijn ingeschreven. 4.Daarna komen in aanmerking degenen die zich op de in artikel 14 bedoelde lijst hebben laten inschrijven, zulks in volgorde van hun inschrijving op deze lijst. 5.Indien voor de markt een indeling naar artikelengroep geldt, wordt hiermede rekening gehouden bij toepassing van het bepaalde in het voorgaande lid, zulks overeenkomstig door burgemeester en wethouders tevoren vast te stellen regels. 6.In afwijking van het bepaalde in lid 4 van dit artikel en onverminderd het bepaalde in artikel 8, wordt een vaste plaats toegewezen aan één wettig kind van de vaste standplaatshouder, die ingevolge artikel 14, lid 3, is ingeschreven op de in laatstgenoemd artikel bedoelde lijst én zijn ouder gedurende tenminste de afgelopen drie jaar op de markt heeft bijgestaan; van dit recht kan eerst gebruik worden gemaakt wanneer het recht van zijn of haar ouder is beëindigd. Artikel10 Een ieder, die een standplaats op een markt inneemt of wenst in te nemen, dient zich tegenover burgemeester en wethouders te kunnen legitimeren door middel van een door een officiële instantie afgegeven, van een goedgelijkende foto voorzien, identiteitsbewijs. Hij moet dit identiteitsbewijs op eerste aanvrage aan de daartoe aangewezen ambtenaar tonen. Artikel11 Het recht op een standplaats vervalt: a. door opzegging van de plaats door de standplaatshouder; bij overlijden van de standplaatshouder; indien burgemeester en wethouders ingevolge artikel 12 een vergunning hebben ingetrokken; ingeval burgemeester en wethouders het recht op een vaste plaats onvoorwaardelijk vervallen verklaren. Onverminderd het bepaalde in artikel 8, wordt bij het overlijden van de standplaatshouder het recht op een vaste plaats overgeschreven op de overblijvende echtgenoot of daarmee gelijkgestelde, indien een daartoe strekkende aanvraag binnen 4 weken na het overlijden wordt ingediend. De aanvrager bedoeld in de eerste zin van dit lid, die rechthebbende is op een andere vaste plaats op de markt,verliest het recht op die plaats. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in bijzondere omstandigheden, bij gemotiveerd besluit, af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel12 Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning voor een vaste standplaats intrekken, ingeval: de standplaatshouder op drie achtereenvolgende marktdagen, of op 5 marktdagen binnen een tijdvak van 12 weken, de hem toegewezen plaats niet heeft bezet, tenzij zulks zijn oorzaak vindt in omstandigheden, welke naar het oordeel van burgemeester en wethouders de betrokkene niet toe te rekenen zijn; de standplaatshouder het marktgeld niet tijdig voldoet; de standplaatshouder zonder voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders andere waren of goederen op de vaste standplaats verkoopt, ten verkoop aanbiedt, of aanwezig heeft, dan voor welke hem deze plaats is toegewezen; de standplaatshouder zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders; de standplaatshouder de in deze verordening opgenomen bepalingen overtreedt. Het besluit tot intrekken wordt eerst genomen nadat de standplaatshouder in de gelegenheid is gesteld zijn/haar zienswijze kenbaar te maken. Artikel13 1.Degene, aan wie een vaste plaats is toegewezen, dient deze plaats uiterlijk om 8.30 uur bezet te hebben, bij gebreke waarvan de betreffende plaats voor die dag als dagplaats wordt aangemerkt. 2.Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing, indien de standplaatshouder de marktmeester voor dit tijdstip onder opgave van een geldige reden, welke hem belet tijdig aanwezig te zijn, heeft verzocht de plaats vrij te houden. Artikel14 1.Aanvragers voor een vaste plaats worden in de volgorde van de datum waarop zij voor de eerste maal blijkens schriftelijke aanmelding bij de gemeente hebben getracht een plaats op de markt te verkrijgen, ingeschreven op een doorlopend te nummeren lijst, welke naar artikelengroepen kan worden gesplitst. Bij inschrijving op deze lijst worden behalve de datum van inschrijving vermeld de artikelen of de groepen artikelen, welke door de aanvrager mogen worden verkocht. 2.Om voor inschrijving op de in het eerste lid bedoelde lijst in aanmerking te komen, dient de aanvrager te voldoen aan de in artikel 8 lid b en c vermelde vereisten. 3.In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, kan één wettig kind van een vaste standplaatshouder, dat bij voortduring zijn ouder op diens vaste plaats bijstaat, op de in het eerste lid bedoelde lijst worden ingeschreven indien het persoonlijk voldoet aan de bij de toepasselijke vestigingsregeling gestelde eisen ter verkrijging van een vestigingsvergunning als bedoeld in de Vestigingswet bedrijven of de Vestigingswet detailhandel. 4.De inschrijving op grond van het voorgaande lid wordt doorgehaald zodra toewijzing van een vaste plaats als bedoeld in artikel 9, lid 4 of 6 kan plaatsvinden. 5.Een inschrijving op grond van het bepaalde in lid 3 kan worden gewijzigd in een inschrijving op grond van het bepaalde in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.