Verordening Wet kinderopvang(versie geldend sedert 1 januari 2005)De raad van de gemeente Beemster; gelezen het voorstel van burgmeester en wethouders; gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang en artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen; besluit vast te stellen de Verordening Wet kinderopvang Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college:het college van burgemeester en wethouders; de wet: de Wet kinderopvang. Paragraaf2Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie Artikel2Te verstrekken gegevens 1.Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval de volgende gegevens: naam en adres van de ouder; indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 2.De aanvraag geschiedt met behulp van een aanvraagformulier. 3.Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. Artikel3Beslistermijn 1.Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2.Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. Artikel4Inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval: de geldigheidsduur van de indicatie; de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht. Artikel5Weigeringsgrond Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangen of kan ontvangen. Paragraaf3Aanvraag van de tegemoetkoming Artikel6Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 1.Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: naam, adres en sofi-nummer van de ouder; indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 2.De aanvraag geschiedt met behulp van een aanvraagformulier. 3.Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. Paragraaf4Verlening van de tegemoetkoming Artikel7Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming 1.Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2.Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. Artikel8Weigeringsgrond Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet. Artikel9Ingangsdatum van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen. 2.Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Artikel10De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend 1.De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een tegemoetkomingsjaar. 2.In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. Artikel11Omvang van de kinderopvang
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.