Subsidieregeling amateurkunst ZaanstadHet college van burgemeester en wethouders van Zaanstad, Overwegende: dat de raad in november 2004 de Cultuurnota 2005 – 2008 en in november 2008 de notitie Cultuur in Uitvoering, maatregelenpakket 2009 – 2012 heeft vastgesteld; dat het gemeentelijke programma Cultuurparticipatie in december 2008 geaccordeerd is door het fonds Cultuurparticipatie; dat de gemeente het belang onderkent dat activiteiten, die bijdragen aan de in deze beleidskaders geformuleerde doelstellingen voor een subsidie in aanmerking kunnen komen; dat de Bijzondere subsidieverordening lokaal sociaal beleid per 1 januari 2010 wordt ingetrokken en wordt vervangen door subsidieregelingen; dat het wenselijk is om in dat kader nadere regels voor subsidiëring vast te stellen voor amateurkunst; gelet op: de Algemene subsidieverordening Zaanstad en de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen de Subsidieregeling amateurkunst Zaanstad Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad. verordening: de Algemene subsidieverordening Zaanstad. amateurkunst: kunstuiting uit passie, liefhebberij of engagement, zonder dat daarmee beoogd wordt in het levensonderhoud te voorzien of primair wordt voorzien. organisatie: stichting of rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging met statutair doel gericht op de beoefening van amateurkunst meer in het bijzonder: een toneelvereniging, theater- of dansgroep, schilderskring, foto-, video- of muzikantenclub; een zang-, muziek-, oratorium- of majorettevereniging; een tamboerkorps, drumfanfare of blazersensemble; een fanfaregezelschap , brassband, opera- of operettevereniging; een harmoniegezelschap; een symfonieorkest; subsidie: geldelijke bijdrage ter stimulering en gedeeltelijke bekostiging van incidentele uitoefening van amateurkunst in Zaanstad, die bijdraagt aan verwezenlijking van de doelstellingen als bedoeld in de Cultuurnota 2005 – 2008, de notitie Cultuur in Uitvoering, maatregelenpakket 2009 – 2012; subsidiabele periode: kalenderjaar. jaarsubsidie: subsidie voor structurele amateurkunstbeoefening gedurende de subsidiabele periode (waarbij de bijdrage is opgebouwd uit een vast bedrag en een bedrag per lid). incidentele subsidie: subsidie voor een incidentele amateurkunstbeoefening gedurende de subsidiabele periode. Artikel2Reikwijdte Deze regeling is, mede gelet op artikel 1 van de Verordening, van toepassing op geldelijke bijdragen voor de uitoefening van amateurkunst door organisaties. Artikel3Incidentele subsidies 1.Het college kan een incidentele subsidie toekennen met inachtneming van de in deze regeling vermelde definities, voorwaarden en beperkingen. 2.Het college kan aan een subsidietoekenning voorwaarden verbinden. Artikel4Subsidiabele periode, subsidieplafond en wijze van verdeling 1.Een subsidiabele periode begint op 1 januari en eindigt 31 december. 2.Het college stelt voorafgaand aan een subsidiabele periode het subsidieplafond voor incidentele subsidies vast. 3.De ingevolge deze regeling beschikbare subsidie wordt verdeeld in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen met dien verstande dat, indien de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht gelegenheid tot aanvulling van de aanvraag heeft gekregen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen als datum van ontvangst van de aanvraag geldt. Artikel5Aanvraag 1.Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt tenminste 17 weken voorafgaand aan de te subsidiëren incidentele amateurkunstbeoefening ingediend. 2.Een aanvraag kan uitsluitend worden gedaan door middel van een volledig ingevuld en ondertekend, door het college vastgesteld formulier. 3.Het college kan van de aanvrager nadere gegevens verlangen, voor zover dat voor de beoordeling van de aanvraag nodig is. Artikel6Weigeringsgronden Een incidentele subsidie op grond van deze regeling, behalve op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht of de Verordening, wordt geweigerd indien: door verstrekking het subsidieplafond zou worden overschreden; de subsidiabele culturele activiteit niet in Zaanstad plaatsvindt; de aanvrager een winstoogmerk heeft; eenzelfde (soort) activiteit, als waarvoor subsidie wordt aangevraagd, al verricht wordt door een andere (al dan niet gesubsidieerde) organisatie; de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van een naar aanleiding van de aanvraag toe te kennen subsidie, onvoldoende worden geacht om de te subsidiëren activiteit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.