LANDSBESLUIT HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN van de 6de juni 1983 ter uitvoering van de Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (P.B. 1977, no. 4) §1.Algemene Bepalingen Artikel1 Voor de toepassing van dit landsbesluit wordt verstaan onder: ,,de landsverordening”: de Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (P.B. 1977, no. 4, zoals gewijzigd); „de minister":de Minister van Financiën; „het fonds":het Waarborgfonds Motorverkeer; „verzekeringsmakelaar”: de natuurlijke of rechtspersoon, die bedrijfsmatig bemiddeling verleent bij de totstandkoming van overeenkomsten van verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid; „geboekt bruto premie- inkomen":het geboekte premie-inkomen dat betrekking heeft op de verzekering van motorrijtuigen tegen wettelijke aansprakelijkheid. Waar in dit landsbesluit melding wordt gemaakt van motorrijtuigen, verzekerden, benadeelden of verzekeraars, wordt aan deze woorden dezelfde betekenis gehecht als in de landsverordening. §2.Verzekerde som Artikel2 De som waarvoor de in de landsverordening bedoelde verzekering voor een motorrijtuig ten minste moet zijn gesloten bedraagt f 90.000,— per gebeurtenis. Artikel3 In afwijking van het in artikel 2 bepaalde moet voor een motorrijtuig dat is bestemd voor of ingericht tot het vervoer van een groter aantal personen dan zes, de bestuurder daaronder niet begrepen, de verzekerde som per gebeurtenis evenzovele malen f 15.000,— bedragen als het betreffende aantal bedraagt, met een maximum van f 300.000,— per gebeurtenis. §3.Eigen risico Artikel4 Het bedrag bedoeld in artikel 5, tweede lid en artikel 18, derde lid van de landsverordening wordt vastgesteld op f 150, —. §4.Verzekeringsbewijs Artikel5 1.Het bewijs van verzekering, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid van de landsverordening, bestaat uit de kwitantie die door een krachtens artikel 20 van de landsverordening toegelaten verzekeringsonderneming aan de verzekerde verstrekt wordt. Deze kwitantie moet tenminste bevatten het kenteken van het motorrijtuig, de naam van de verzekeraar en van de verzekeringnemer, het polisnummer, de dagtekening en het jaar van ingang van de dekking, alsmede de periode waarvoor de dekking geldt. 2.Bij landsbesluit worden nadere regelen gesteld met betrekking tot de controle op de nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit de landsverordening of uit dit landsbesluit voor degenen op wie de verplichting tot verzekering rust. §5.Inrichting en werking van het Waarborgfonds Motorverkeer Artikel6 Het bestuur van het fonds bestaat uit vier leden en drie plaatsvervangende leden. De benoeming van de bestuursleden geschiedt als volgt: 1°.een bestuurslid wordt benoemd door de minister op voordracht van de commissie van toezicht van het fonds; dit bestuurslid bekleedt het ambt van voorzitter van het bestuur; 2°. een bestuurslid en een plaatsvervangend bestuurslid worden benoemd door de Minister van Economische Zaken; 3°.een bestuurslid en een plaatsvervangend bestuurslid worden benoemd door de minister, op voordracht van de verzekeraars; 4°.een bestuurslid en een plaatsvervangend bestuurslid worden benoemd door de minster, op voordracht van de verzekeringsmakelaars. Door de commissie van toezicht wordt de voordracht opgemaakt met inachtneming van het in artikel 13, vijfde lid bepaalde. Door de verzekeraars, onderscheidenlijk de verzekeringsmakelaars wordt de voordracht opgemaakt in een vergadering waarvoor alle tot medewerking aan de totstandkoming van de betreffende voordracht bevoegde natuurlijke of rechtspersonen worden opgeroepen. Dezen kunnen zich desgewenst ter vergadering bij schriftelijke volmacht, inhoudende de wijze waarop de stem dient te worden uitgebracht, doen vertegenwoordigen. Aan de minister wordt tegelijk met de voordracht een opgave verstrekt van diegenen die noch persoonlijk, noch bij gemachtigde aan de vergadering hebben deelgenomen. De vergadering voorziet zelf in haar leiding. De voordracht wordt vastgesteld bij meerderheid van de ter vergadering uitgebrachte stemmen. Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft één stem. Indien de Minister van Financiën de voordracht van de verzekeraars of van de verzekeringsmakelaars niet binnen twee maanden na de dagtekening van zijn daartoe strekkend schriftelijk verzoek ontvangen heeft, wijst hijzelf uit de kring van verzekeraars, onderscheidenlijk verzekeringsmakelaars een bestuurslid aan. Artikel7 Iedere voordracht bevat de volledige namen, alsmede de woonplaats, dan wel de plaats van vestiging van tenminste twee natuurlijke of rechtspersonen benevens de aanduiding wie als bestuurslid en wie als plaatsvervangend bestuurslid voorgedragen wordt. Indien meer personen worden voorgedragen voor de te vervullen vakature worden zij op de voordracht geplaatst in overeenstemming met de volgorde van voorkeur, door de vergadering aan hun toegekend. Van een voordracht blijkt uit een op schrift gesteld besluit van de betreffende vergadering, ondertekend door alle ter vergadering aanwezige stemgerechtigden dan wel, waar toepasselijk, hun statutaire vertegenwoordigers, of voor wat betreft de niet aanwezige stemgerechtigden, hun vertegenwoordigers krachtens schriftelijke volmacht. Artikel8 1.Met de voorzitter van het bestuur wordt een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht aangegaan. De daaruit voortvloeiende kosten komen ten laste van het fonds. 2.De overige bestuursleden en de plaatsvervangende bestuursleden hebben zitting voor onbepaalde tijd, doch kunnen te allen tijde door degene die hen benoemd hééft ontslagen worden. Hun kan een door de minister te bepalen vergoeding ten laste van het fonds worden toegekend. Artikel9 1.Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee andere bestuursleden dit nodig achten, doch tenminste eenmaal per twee maanden. 2.Bestuursbesluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, beslist de voorzitter. 3.Bestuursleden kunnen zich ter vergadering door een plaatsvervangend bestuurslid doen vertegenwoordigen. In geval van afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter of van. twee of meer andere bestuursleden in wier vervanging niet voorzien heeft kunnen worden, kunnen geen geldige besluiten worden genomen. Alsdan kan de commissie van toezicht, indien zij zulks noodzakelijk of gewenst acht, in de waarneming van de betreffende bestuursfuncties voorzien. 4.In geval van afwezigheid of ontstentenis van alle bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden is de commissie van toezicht tijdelijk met het bestuur belast. 5.Het bestuur stelt een reglement op, inhoudende de werkwijze met betrekking tot de behandeling van verzoeken tot schadevergoeding. Deze regeling behoeft de goedkeuring van de minister. Artikel10 1.Behoudens het gestelde in de twee volgende leden van dit artikel vertegenwoordigt de voorzitter het fonds in en buiten rechte. Tot het aanspannen van rechtsgedingen en het voeren van verweer in zulke gedingen behoeft hij de machtiging van het bestuur. 2.Van de bevoegdheid van een ander bestuurslid om het fonds in of buiten rechte te vertegenwoordigen blijkt uit een op schrift gesteld bestuursbesluit dat door alle bestuursleden ondertekend is. 3.In geval van een tegenstrijdig belang tussen de voorzitter en het fonds wijst de commissie van toezicht een van haar leden aan om het fonds terzake in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Deze aanwijzing geschiedt bij een op schrift gesteld besluit dat door alle leden van de commissie ondertekend is. Artikel11 1.De voorzitter is belast met de uitvoering van de besluiten van het bestuur. Hij is bekleed met de hoedanigheid van direkteur van het fonds en heeft als zodanig de leiding van de gewone werkzaamheden met betrekking tot de behandeling van verzoeken tot schadevergoeding. 2.In gemeen overleg met de andere bestuursleden benoemt, schorst en ontslaat hij het personeel van het fonds. Voor de bepaling, vergroting en vermindering van het aantal personeelsleden behoeft hij de machtiging van de commissie van toezicht. 3.Met betrekking tot de uitvoering van zijn taak kunnen hem door de minister algemene instrukties worden gegeven. 4.Tot het doen van uitkeringen tot een bedrag van ten hoogste f 2500,— per schadegeval is de voorzitter alleen bevoegd, onder gehoudenheid de door hem gedane uitkeringen in de eerstvolgende bestuursvergadering te melden en desverlangd toe te lichten. Uitkeringen boven het bedrag van f 2500,— behoeven een besluit van het bestuur. Artikel12 1.Met de leden van het personeel van het fonds worden arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht ten name en ten laste van het fonds aangegaan. De bepalingen van de tweede tot en met de vijfde afdeling van de zevende titel A van het derde boek van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen zijn op deze overeenkomsten van toepassing. 2.De voorzitter kan in gemeen overleg met de andere bestuursleden door een of meer personen, in dienst van een verzekeraar en door deze daartoe ter beschikking gesteld, bepaalde werkzaamheden ten dienste van het fonds laten verrichten, indien en zolang voor deze werkzaamheden geen terzake kundig personeelslid van het fonds is aangesteld. 3.De kosten, voortvloeiende uit de overeenkomsten bedoeld in de beide voorgaande leden, evenals alle andere kosten die met de uitvoering van de werkzaamheden van het fonds samenhangen, komen ten laste van het fonds. 4.In de personeelsbehoefte van het fonds kan zo nodig voorts worden voorzien door terbeschikkingstelling van ambtenaren. Deze terbeschikkingstelling geschiedt bij landsbesluit, waarin tevens de financiële gevolgen daarvan worden geregeld. Artikel13 De leden van de commissie van toezicht worden benoemd door de minister. Zij mogen niet behoren tot het personeel van het fonds. Een lid is een ambtenaar van het Departement van Financiën, welke lid fungeert als voorzitter van de commissie van toezicht; een lid is een jurist; en een lid is een verkeersdeskundige. De leden van de commissie van toezicht hebben zitting voor onbepaalde tijd. Zij kunnen te allen tijde worden ontslagen door de minister. De commissie van toezicht is belast met het toezicht op het bestuur. Zij wordt door de minister gehoord omtrent alle zaken, het fonds betreffende, die aan diens beslissing onderworpen zijn, en zij kan ook eigener beweging aan de minister rapport of advies omtrent aangelegenheden van het fonds uitbrengen. De commissie van toezicht vergadert zo dikwijls de voorzitter of de twee overige commissieleden dit nodig achten. Besluiten van de commissie worden genomen in voltallige vergadering bij meerderheid van stemmen. Commissieleden kunnen zich krachtens schriftelijke volmacht ter commissievergadering doen vertegenwoordigen, echter uitsluitend door hun mede-commissieleden. De leden van de commissie van toezicht hebben te allen tijde toegang tot de kantoren van het fonds en zijn te allen tijde gerechtigd tot inzage in de boeken en bescheiden van het fonds. Het bestuur licht de commissie van toezicht desgevraagd in omtrent alle zaken, het fonds en het bestuur van het fonds betreffende. De commissie kan verlangen dat de voorzitter van het bestuur haar vergadering bijwoont. Aan de commissieleden kan een door de minister te bepalen vergoeding ten laste van het fonds worden toegekend. Artikel14 1.Het recht op schadevergoeding dat een benadeelde ingevolge artikel 17 van de landsverordening tegen het fonds kan doen gelden, wordt ingesteld door of namens de benadeelde. 2.Het verzoek aan het fonds om tot uitkering van een schadevergoeding over te gaan dient met voldoende redenen te zijn omkleed; in het in artikel 9, vijfde lid bedoelde reglement kunnen hieromtrent nadere eisen worden gesteld. De voorzitter van het bestuur is bevoegd om alle nadere inlichtingen aan de indiener van het verzoek te vragen, welke hij meent nodig te hebben ter voorbereiding van de beslissing terzake. 3.Indien blijkt dat de benadeelde, door of namens wie een verzoek tot schadevergoeding bij het fonds ingediend is, op het tijdstip waarop de betreffende schade ontstond zelf in strijd met de bepalingen van de landsverordening niet of niet voldoende verzekerd was, kan hem door het bestuur ongeacht de te nemen beslissing terzake een passende vergoeding voor de behandelkosten in rekening gebracht worden. Het bestuur van het fonds neemt in verband hiermede dienstige richtlijnen en voorschriften op in het reglement, bedoeld in artikel 9, vijfde lid. Artikel15 Alle beslissingen van het bestuur of van de voorzitter op verzoeken tot een schadevergoeding worden schriftelijk ter kennis van de belanghebbenden gebracht. Degene wiens verzoek afgewezen is, kan binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving bij de commissie van toezicht door middel van een bezwaarschrift in beroep komen. De commissie stelt voor de indiening en behandeling van bezwaarschriften richtlijnen op. Zij neemt binnen dertig dagen na de dagtekening van het bezwaarschrift een beslissing. Artikel16 Het boekjaar van het fonds is gelijk aan het kalenderjaar. Het eerste boekjaar loopt echter vanaf het tijdstip van oprichting van het fonds tot en met 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.