← Nederland

Verordening Wmo gemeente Appingedam 2012 (Appingedam)

Verordening Wmo gemeente Appingedam 2012 Raadsbesluit De raad der gemeente Appingedam; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 14 februari 2012; gelet op artikel 4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het noodzakelijk is om beperkingen die een persoon ondervindt in zijn zelfredzaamheid en participatie bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning te compenseren; dat een nieuwe Wmo Kadernota 2012-2016 is vastgesteld, waarin de raad een nieuwe visie heeft geformuleerd; dat een nieuw Wmo Uitvoeringsplan 2012-2013 is vastgesteld; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende Verordening Wmo: Hoofdstuk

  1. Begripsomschrijvingen Artikel
  2. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Lid
  3. Wet Wet maatschappelijke ondersteuning. College van burgemeester en wethouders. Lid
  4. Compensatieplicht Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is. Tenzij belanghebbende zelf in staat is om dit op te lossen. Lid
  5. Aanmelding Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek. Lid
  6. Gesprek Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen. Lid
  7. Aanvraag Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening. Lid
  8. Belanghebbende Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen. Lid
  9. Psychosociaal probleem Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. Lid
  10. Algemene voorziening Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure. Lid
  11. Algemeen gebruikelijke voorziening Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. Lid
  12. Collectieve voorziening Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, in casu het collectief vraagafhankelijk vervoer. Lid
  13. Voorliggende voorziening Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Lid
  14. Wettelijk voorliggende voorziening Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden. Lid
  15. Individuele voorziening Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt. Lid
  16. Gebruikelijke zorg Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Lid
  17. Voorziening in natura Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening. Lid
  18. Persoonsgebonden budget Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura. Lid
  19. Financiële tegemoetkoming Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat. Lid
  20. Mantelzorger Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt. Lid
  21. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid: het lichamelijke, verstandelijke, geestelijke of financiële vermogen om voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken. Lid
  22. Eigen bijdrage en eigen aandeel Eigen bijdrage en eigen aandeel: Een door het college vast te stellen bijdrage die bij een verstrekking betaald moet worden en waarop de regels van het besluit maatschappelijke ondersteuning van de gemeente van toepassing zijn. De eigen bijdrage is van toepassing bij het verlenen van voorzieningen in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Het eigen aandeel wordt toegepast bij een financiële tegemoetkoming (bijvoorbeeld voor een woningaanpassing). Inning van de eigen bijdrage vindt plaats via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Lid
  23. Huisgenoot Huisgenoot: een huisgenoot is iemand met wie de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert. Lid
  24. Gezamenlijke huishouding Gezamenlijke huishouding: hier van is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en op enigerlei wijze blijk geven zorg te dragen voor elkaar. Lid
  25. Meerkosten Meerkosten: kosten van een verstrekking voor zover deze de kosten van een voor deze persoon algemeen gebruikelijke voorziening te boven gaan. Lid
  26. Sociale netwerk Sociale netwerk: het stelsel van personen die nauw in contact staan met de belanghebbende Lid
  27. Hoofdverblijf Hoofdverblijf: de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt en ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Hoofdstuk
  28. Resultaatgerichte compensatie Artikel
  29. De te bereiken resultaten De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen te bereiken resultaten zijn: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in en om de woning; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Hoofdstuk
  30. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten Artikel
  31. Scheiding aanmelding en aanvraag Lid
  32. Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een gesprek vooraf indien: De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan; De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten; Belanghebbende of het college daarom verzoekt. Lid
  33. Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen vervalt het gestelde in het eerste lid. Artikel
  34. Aanmelding voor een gesprek Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch worden gedaan bij de publieksbalie van de gemeente door of namens een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren. Artikel
  35. Het gesprek Lid
  36. Het gesprek wordt gevoerd bij de belanghebbende thuis. Lid
  37. Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader worden gehanteerd. Lid
  38. Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg. Artikel
  39. Het verslag Lid
  40. Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Opmerkingen van belanghebbende over dit verslag kunnen als bijlage aan het verslag worden toegevoegd. Uitsluitend een door belanghebbende ondertekend verslag kan als aanvraagformulier dienen als bedoeld in artikel 7 lid
  41. Lid
  42. Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend van het ondertekende verslag van het gesprek, dat in die situatie als aanvraagformulier dient, een aanvraag indienen voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet. Hoofdstuk
  43. De aanvraag van een individuele voorziening Artikel
  44. De aanvraag Lid
  45. Indien op basis van artikel 3 lid 1 geen gesprek plaats vind of indien er geen ondertekend gespreksverslag is, kan een aanvraag voor een voorziening ingediend worden. De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of elektronisch plaatsvinden via het daarvoor door het college van B&W beschikbaar gestelde meldingsformulier. Lid
  46. Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere manier) plaatsvindt wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze bevestiging wordt een meldingsformulier meegezonden. Lid
  47. Bij de aanvraag wordt, als er een ondertekend verslag van het gesprek aanwezig is, dit ondertekende verslag als aanvraagformulier beschouwd. Hoofdstuk
  48. Beoordeling van de te bereiken resultaten Paragraaf
  49. Algemene regels Artikel
  50. Het maken van een afweging Lid
  51. Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat. Lid
  52. Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke, collectieve voorzieningen en het sociale netwerk zoals die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld. Lid
  53. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Paragraaf
  54. De te bereiken resultaten Artikel
  55. Een schoon en leefbaar huis Lid
  56. Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Lid
  57. Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk. Lid
  58. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Artikel
  59. Wonen in een geschikt huis Lid
  60. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. Lid
  61. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Lid
  62. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten (verhuisvergoeding) kan dan wel verstrekt worden. De hoogte van deze vergoeding is opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning van de gemeente. Artikel
  63. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Lid
  64. Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen. Lid
  65. Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het bereiden en aanreiken van maaltijden. Lid
  66. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het protocol “gebruikelijke zorg”. Artikel
  67. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding Lid
  68. Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en zo nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat. Lid
  69. Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was. Lid
  70. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Artikel
  71. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Lid
  72. Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het huishouden aanwezige kinderen. Lid
  73. Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt. Lid
  74. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Artikel
  75. Zich verplaatsen in en om de woning Lid
  76. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is. Lid
  77. Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik. Lid
  78. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Artikel
  79. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Lid
  80. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Lid
  81. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en leefomgeving. De te verstrekken vervoersvoorziening is erop gericht maatschappelijke participatie door middel van lokale plaatsingen tot een maximum van 2500 kilometer per jaar mogelijk te maken. Lid
  82. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootmobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  83. Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk inkomen van een gezamenlijke huishouding meer bedraagt dan 1,5 maal het geldende minimumloon, wordt het bezit van een personenauto als algemeen gebruikelijk gezien. De gebruikskosten van een auto, of een met een auto vergelijkbare voorziening en daarmee samenhangende onderhoudskosten, komen derhalve niet in aanmerking voor verstrekking of vergoeding. Artikel
  84. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Lid
  85. Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten. Lid
  86. Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen. Lid
  87. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie van belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Hoofdstuk
  88. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen aandeel Paragraaf
  89. Verstrekking van voorzieningen Artikel
  90. Mogelijke verstrekkingwijzen De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Paragraaf
  91. Verstrekking in natura Artikel
  92. Inhoud beschikking Lid
  93. Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd: welke de te treffen voorziening is; wat de duur is van de verstrekking is; hoe de voorziening in natura verstrekt wordt en of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld. Lid
  94. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen. Paragraaf
  95. Verstrekking als persoonsgebonden budget Artikel
  96. Overwegende bezwaren Het college legt in de beleidsregels vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt. Artikel
  97. Inhoud beschikking Lid
  98. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden. Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen. Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is en d.welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget. Lid
  99. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen. Paragraaf
  100. Verstrekking als financiële tegemoetkoming Artikel
  101. Inhoud beschikking Lid
  102. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd: voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd is; wat de duur van de verstrekking is; of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld en wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is. Lid
  103. Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de beschikking opgenomen. Paragraaf
  104. Eigen bijdrage en eigen aandeel Artikel
  105. Eigen bijdragen en eigen aandeel Lid
  106. Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen rolstoel betreft; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Lid
  107. Het college van burgemeester en wethouders legt alle bedragen voor te verstrekken voorzieningen vast in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hoofdstuk
  108. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming, intrekking en terugvordering Artikel
  109. Beslistermijn De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt, in navolging van de Algemene wet bestuursrecht, maximaal 8 weken. Mocht dit door omstandigheden niet haalbaar zijn dan wordt de belanghebbende hiervan op de hoogte gebracht. Artikel
  110. Beperkingen Lid
  111. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat. De te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is. De te verstrekken voorziening in overwegende mate op het individu gericht is. Lid
  112. Geen voorziening wordt toegekend: Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is. Indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Appingedam. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als goedkoopst-compenserend aan te merken valt. Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of tenzij belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. Voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortkomen uit de aard van de gebruikte bouwmaterialen. Voor zover de gevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger uitrustingsniveau dan voor sociale woningbouw. Voor zover de aanvrager zijn hoofdverblijf niet heeft in de aan te passen woonruimte met uitzondering van het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager hoofdverblijf heeft in een AWBZ instelling. Onder het bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan het middels een woonvoorziening mogelijk maken dat de aanvrager de woonruimte, de woonkamer en het toilet kan bereiken. De aanvraag voor het bezoekbaar maken moet ingediend worden in de gemeente waar de woning staat. De noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woningen ten gevolge van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere zwaarwegende reden was. De aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor van tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college. De aanvraag betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten. De aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen. De aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden. De woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk is en er geen sprake is van een onverwachts optredende noodzakelijkheid. Artikel
  113. Advisering Lid
  114. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten: Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. lid 2 Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies indien: Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 is gevoerd. Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 3 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden. Het college dat overigens gewenst vindt. Artikel
  115. Wijziging situatie Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Artikel
  116. Intrekking Lid 1 Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: Niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. Beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. Lid 2 Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel
  117. Terugvordering Lid
  118. Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Lid
  119. In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens. Lid
  120. In geval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens. Hoofdstuk
  121. Slotbepalingen Artikel
  122. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel
  123. Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk besluit maatschappelijke ondersteuning van de gemeente geldende bedragen verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie, zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450). Artikel
  124. Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt jaarlijks in het Wmo Uitvoeringsplan geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt het beleid vervolgens aangepast. Het college zendt dit plan jaarlijks aan de gemeenteraad. Artikel
  125. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2012 . Artikel
  126. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wmo Appingedam 2012”. Artikel
  127. Overgangsrecht Voor zover deze nieuwe verordening en de hieruit volgende beleidsregels met het besluit maatschappelijke ondersteuning leiden tot wijziging van het bestaande recht van een belanghebbende geldt een overgangsregeling voor de duur van maximaal 1 jaar, of tot het moment van herindicatie, waarbij het oude recht in stand blijft. Artikel
  128. Intrekken oude regeling De Verordening Wmo gemeente Appingedam, vastgesteld door de raad d.d. 17 december 2009, wordt tegelijkertijd ingetrokken. Aldus besloten in de openbare vergadering d.d. 14 maart
  129. De raad voornoemd, , voorzitter. , griffier. (H.K. Pot) (E.P. Faber-van Brug) Verordening Wmo gemeente Appingedam 2012 Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad gemeente Appingedam op 14 maart 2012 WMO VERORDENING APPINGEDAM 2012 1 Hoofdstuk
  130. Begripsomschrijvingen 4 Artikel
  131. Begripsomschrijvingen 4 Lid
  132. Wet 4 Lid
  133. College 4 Lid
  134. Compensatieplicht 4 Lid
  135. Aanmelding 4 Lid
  136. Gesprek 4 Lid
  137. Aanvraag 5 Lid
  138. Belanghebbende 5 Lid
  139. Psychosociaal probleem 5 Lid
  140. Algemene voorziening 5 Lid
  141. Algemeen gebruikelijke voorziening 5 Lid
  142. Collectieve voorziening 5 Lid
  143. Voorliggende voorziening 5 Lid
  144. Wettelijk voorliggende voorziening 5 Lid
  145. Individuele voorziening 5 Lid
  146. Gebruikelijke zorg 5 Lid
  147. Voorziening in natura 5 Lid
  148. Persoonsgebonden budget 5 Lid
  149. Financiële tegemoetkoming 5 Lid
  150. Mantelzorger 6 Lid
  151. Zelfredzaamheid 6 Lid
  152. Eigen bijdrage en eigen aandeel 6 Lid
  153. Huisgenoot 6 Lid
  154. Gezamenlijke huishouding 6 Lid
  155. Meerkosten 6 Lid
  156. Sociale netwerk 6 Lid
  157. Hoofdverblijf 6 Hoofdstuk
  158. Resultaatgerichte compensatie 7 Artikel
  159. De te bereiken resultaten 7 Hoofdstuk
  160. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten 8 Artikel
  161. Scheiding aanmelding en aanvraag 8 Artikel
  162. Aanmelding voor een gesprek 8 Artikel
  163. Het gesprek 8 Artikel
  164. Het verslag 8 Hoofdstuk
  165. De aanvraag van een individuele voorziening 9 Artikel
  166. De aanvraag 9 Hoofdstuk
  167. Beoordeling van de te bereiken resultaten 10 Paragraaf
  168. Algemene regels 10 Artikel
  169. Het maken van een afweging 10 Paragraaf
  170. De te bereiken resultaten 10 Artikel
  171. Een schoon en leefbaar huis 10 Artikel
  172. Wonen in een geschikt huis 10 Artikel
  173. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften 11 Artikel
  174. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding 11 Artikel
  175. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren 11 Artikel
  176. Zich verplaatsen in en om de woning 11 Artikel
  177. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel 12 Artikel
  178. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten 12 Hoofdstuk
  179. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen aandeel 13 Paragraaf
  180. Verstrekking van voorzieningen 13 Artikel
  181. Mogelijke verstrekkingwijzen 13 Paragraaf
  182. Verstrekking in natura 13 Artikel
  183. Inhoud beschikking 13 Paragraaf
  184. Verstrekking als persoonsgebonden budget 13 Artikel
  185. Overwegende bezwaren 13 Artikel
  186. Inhoud beschikking 13 Paragraaf
  187. Verstrekking als financiële tegemoetkoming 13 Artikel
  188. Inhoud beschikking 13 Paragraaf
  189. Eigen bijdrage en eigen aandeel 14 Artikel
  190. Eigen bijdragen en eigen aandeel 14 Hoofdstuk
  191. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming, intrekking en terugvordering 15 Artikel
  192. Beslistermijn 15 Artikel
  193. Beperkingen 15 Artikel
  194. Advisering 15 Artikel
  195. Wijziging situatie 16 Artikel
  196. Intrekking 16 Artikel
  197. Terugvordering 16 Hoofdstuk
  198. Slotbepalingen 17 Artikel
  199. Hardheidsclausule 17 Artikel
  200. Indexering 17 Artikel
  201. Evaluatie 17 Artikel
  202. Inwerkingtreding 17 Artikel
  203. Citeertitel 17 Artikel
  204. Overgangsrecht 17 Artikel
  205. Intrekken oude regeling 17

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.