Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand Breda 2012De Raad van de gemeente Breda, Gezien het advies van de Commissie Economie Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Breda d.d. 14 februari 2012, met bestuursnummer 39307, Gelet op de artikelen 7, 8 en 10 tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers ,de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet. besluit vast te stellen de volgende verordening: Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand Breda 2012 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; jongeren die: personen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar die aanspraak hebben op ondersteuning Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het UWV WERKbedrijf; werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de Wet werk en bijstand; nuggers: personen < 65 jaar die als werkzoekenden zijn geregistreerd bij het UWV WERKbedrijf en die geen uitkeringsgerechtigden zijn zoals bedoeld in artikel 6 onder a van de Wet werk en bijstand; doelgroep UWV: personen die een werkloosheids- en/ of arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen van het UWV en ingeschreven werkzoekenden, waaronder werkenden met werkloosheid bedreigd; WWB: de Wet werk en bijstand; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Awb: de Algemene wet bestuursrecht; SFB: Structureel functionele beperkingen die door middel van een onderzoek door een arts of arbeidsdeskundige zijn vastgesteld; algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid die een cliënt naar vermogen kan verrichten en die niet in strijd is met de wet of met iemands persoonlijke integriteit, inclusief de uitoefening van een zelfstandig beroep; re-integratievoorziening: een voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de WWB, en hoofdstuk 3 van deze verordening; re-integratietraject: één of meerdere voorzieningen, gebaseerd op de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met het doel het laten aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid door de onder a tot en met f genoemde personen; opstapbaan: een arbeidsplaats van maximaal 12 maanden als een naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling en waarvoor op grond van artikel 13 van deze verordening aan de werkgever een loonkostensubsidie kan worden toegekend; vangnetbaan: een arbeidsplaats van maximaal 36 maanden als een naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling en waarvoor op grond van artikel 13 van deze verordening aan de werkgever een loonkostensubsidie kan worden toegekend; ouderen: uitkeringsgerechtigden vanaf 55 jaar; arbeidsgehandicapten: uitkeringsgerechtigden met structureel functionele beperkingen (SFB); het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda; de raad: de gemeenteraad van de gemeente Breda; UWV WERKbedrijf: divisie van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen UWV; gericht op de re-integratie van werklozen en werkzoekenden naar de arbeidsmarkt; leerwerktraject: een voorziening gericht op arbeidsinschakeling; uitvoeringsbesluit: een besluit van het college, waarin nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van een bepaalde voorziening of regeling; PRB: persoonsgebonden re-integratiebudget ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van activiteiten gericht op arbeidsinschakeling; participatieplaats: een additionele werkplaats met behoud van uitkering gedurende maximaal 2 jaar, eventueel onder voorwaarde te verlengen met 2 keer een jaar, gericht op de inschakeling op de arbeidsmarkt voor mensen die op grond van persoonlijke werkbelemmeringen niet direct bemiddelbaar zijn; startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voorgezet onderwijs; ondersteuning: het geheel van activiteiten, al dan niet onderdeel uitmakend van een volledig traject of plan van aanpak en opgenomen in een door de gemeente opgesteld trajectplan of plan van aanpak, dat bijdraagt aan de bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt dan aan het leveren van een tegenprestatie voor de uitkering, met activiteiten wordt in dit verband hetzelfde als instrumenten bedoeld; tegenprestatie: onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, welke worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt; plan van aanpak; de met een jongere tot 27 jaar of een alleenstaande ouder met een kind jonger dat 5 jaar gemaakte en vastgelegde afspraken over de planmatige inzet van een of meer voorzieningen. Hoofdstuk2Beleid en Financiën Artikel2Opdracht college 1.Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden tot 65 jaar, aan personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering, aan niet-uitkeringsgerechtigden alsmede aan personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de WWB, algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling aan. Artikel 40, eerste lid van de WWB is van overeenkomstige toepassing. 2.Het college kan aan personen uit de doelgroep UWV ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aanbieden. Een voorziening aan personen uit de doelgroep UWV wordt alleen ingezet op aanvraag van de persoon en na beoordeling door het college op basis van individuele omstandigheden en indien dit leidt tot een sluitende aanpak in het participatiebeleid. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college na overleg met de cliënt een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van de cliënt, zoals bedoeld in deze verordening in artikel 1, onder a tot en met f het meest doelmatig is met het oog op duurzame inschakeling in de arbeid. 3.Het college kan, in afwijking van lid 1 en 2, besluiten een tegenprestatie te vragen voor de verstrekte uitkering zonder dat hier de aansluiting bij de arbeidsmarkt betrokken is. Het college werkt de criteria voor het vragen van een tegenprestatie uit in nadere regels. 4.Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. 5.Het college kan jaarlijks voor 1 augustus de omvang van het in het vierde lid bedoelde aanbod vaststellen op basis van het beschikbare budget en de samenstelling van het cliëntenbestand. Hierbij wordt rekening gehouden met het gestelde in artikel 7 van deze verordening. In verband met de Europese aanbestedingsregels vindt deze vaststelling uiterlijk 1 augustus van elk jaar plaats. 6.De dienstverlening genoemd in het eerste en tweede lid wordt in principe ingezet voor ingezetenen van de gemeente Breda. Artikel3Aanspraak/ recht op ondersteuning 1.Uitkeringsgerechtigden, ANW-ers, Nuggers alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de WWB , hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening. Artikel4Verplichtingen van de cliënt 1.Personen als bedoeld in artikel 1 onder a en b aan wie door het college een voorziening wordt aangeboden zijn verplicht hiervan gebruik te maken. 2.De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3.Naast de verplichting als genoemd in het eerste lid kan het college verplichtingen opleggen die strekken tot instroom in algemeen geaccepteerde arbeid. 4.Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen inzake de verplichting als genoemd in artikel 9, eerste lid van de WWB. 5.De persoon die gebruik maakt van een door het college aangeboden re-integratievoorziening is verplicht datgene na te laten dat de realisatie van het doel van de re-integratievoorziening belemmert. 6.Indien de in het eerste lid bedoelde persoon niet voldoet aan het gestelde in het eerste tot en met vijfde lid, kan het college de uitkering verlagen overeenkomstig hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelen- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand. 7.Het niet of onjuist verstrekken van relevante informatie van personen die gebruik maken van een re-integratievoorziening, leidt tot het weigeren, intrekken of beëindigen van deze i voorziening. 8.Indien de persoon, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het eerste tot en met achtste lid, als gevolg waarvan de voorziening wordt beëindigd wordt ingetrokken kan het college de kosten van de voorziening dan wel een eventueel verstrekte subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen van deze persoon. 9.Het college kan bij uitvoeringsbesluit met betrekking tot de bevoegdheid als bedoeld in lid 9 nadere regels stellen. Artikel5Ontheffing plicht tot arbeidsinschakeling 1.Het college kan in individuele gevallen (gedeeltelijke) tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot arbeidsinschakeling; aan een alleenstaande ouder met een ten laste komend kind jonger dan 5 jaar wordt, op diens verzoek, een vrijstelling tot arbeidsinschakeling verleend voor de duur van maximaal vijf jaar conform artikel 9a WWB. indien is komen vast te staan, dat de persoon zorgtaken niet (volledig) kan combineren met arbeid. Aard en omvang van zorgtaken worden vastgelegd in het uitvoeringsbesluit. aan personen die op grond van psychische of medische omstandigheden geheel arbeidsongeschikt zijn. 2.Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling betekent geen ontheffing van de participatieplicht. Iedereen heeft een participatieplicht; iedereen heeft een plicht tot een tegenprestatie conform artikel 9 lid 1 sub c van de WWB. 3.Het college kan ten aanzien van het eerste en tweede lid bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen. Artikel6Budget- en subsidieplafonds 1.Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen; 2.Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening; 3.Indien een door het college ingesteld plafond bereikt is, wordt de aanspraak door een persoon als genoemd in artikel 1 onder a, c en f op een specifieke voorziening geweigerd. Hoofdstuk3Voorzieningen Artikel7Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 2.Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikel 17 van de WWB niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de WWB; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. 3.Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 8A tot en met 18 van deze verordening nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of – vaststelling; de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies; de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. Artikel8Re-integratietraject 1.Een re-integratietrajecten is primair gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid. 2.Voor personen die nieuw instromen in de uitkering en jongeren die aanspraak hebben op ondersteuning is een leer-werktraject een primaire voorziening. 3.Bij de inzet van re-integratietrajecten wordt een zorgvuldige afweging gemaakt van de combinatie met zorgtaken. Artikel8APersoonsgebonden re-integratiebudget Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met f, een subsidie aanbieden in de vorm van een persoonsgebonden re-integratiebudget ter voldoening van noodzakelijke te maken kosten van werkzaamheden gericht op arbeidsinschakeling. Artikel9Leerwerktraject 1.Elke nieuw ingestroomde uitkeringsgerechtigde krijgt binnen 1 maand na het ontstaan van recht op ondersteuning een aanbod voor een Leerwerktraject als bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op personen ten aanzien van wie het college heeft bepaald dat een zij ontheven kunnen worden van hun arbeidsverplichting. Conform artikel 5 van deze verordening. 3.Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het eerste lid. Artikel9AVoorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, voorbereidingstrajecten aanbieden voor zelfstandige arbeid. Artikel9B Arbeidsactivering en – toeleiding Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, arbeidsactivering en - toeleiding aanbieden, als onderdeel van een re-integratietraject, gericht op arbeidsinschakeling. Artikel10Werkstages Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, een werkstage aanbieden, als onderdeel van een re-integratietraject, gericht op arbeidsinschakeling. Artikel10AParticipatieplaats 1.Het college kan aan uitkeringsgerechtigden op grond van de WWB een participatieplaats aanbieden, als onderdeel van een re-integratietraject, gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het college verstrekt aan personen, bedoeld in artikel 1 onder a, die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de WWB een premie van € 2,- per gewerkt uur uitgekeerd tot het maximum op grond van artikel 31 lid 1 sub j WWB mag worden verstrekt. 3.Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld. 4.De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. 5.Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college beoordeeld in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 6.Het college betrekt bij deze beoordeling: het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert; de scholingswens van de belanghebbende. Artikel10BGesubsidieerd werk 1.Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met e, als onderdeel van een re-integratietraject, gericht op arbeidsinschakeling werk aanbieden in de vorm van opstap- en vangnetbanen. Artikel10CNazorg bij arbeidsinschakeling Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, nazorg bij arbeidsinschakeling aanbieden, als onderdeel van een re-integratietraject, gericht op arbeidsinschakeling. Artikel11Sociale activering 1.Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, als onderdeel van een re-integratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. Artikel11A Ondersteuning bij maatschappelijke participatie 1.Onder maatschappelijke participatie wordt verstaan het verrichten van activiteiten ter verbetering van de zelfredzaamheid en ter voorkoming van sociaal isolement. 2.Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, ondersteuning bij maatschappelijke participatie aanbieden. Artikel11BOndersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of medische zorg 1.Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a en b, ondersteuning aanbieden bij een beroep op maatschappelijke opvang of medische zorg. Artikel12Scholing 1.Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximale kosten. Artikel12A Ondersteunende instrumenten Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, ondersteunende instrumenten aanbieden, waaronder kinderopvang, schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen en taalgerichte scholing. Artikel12BDiagnose-instrumenten Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met g, diagnose instrumenten aanbieden. Artikel13Loonkostensubsidies voor werkgevers gericht op re-integratie 1.Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een persoon bedoeld in artikel 1, onder a tot en met e, een arbeidsovereenkomst sluiten ten behoeve van de in artikel 1, onder r en s genoemde opstap- of vangnetbaan. 2.Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de duur van de subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden. Voor wat betreft de hoogte wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten werkgevers. 3.Het niet meewerken door de werkgever aan het behalen van de in het trajectplan opgenomen doelstellingen en de uitvoering van de daaraan gekoppelde activiteiten, kan leiden tot het weigeren, intrekken of beëindigen van beschikbaar gestelde loonkostensubsidie. 4.Bij het beschikbaar stellen van gesubsidieerde arbeid zal door spreiding van gesubsidieerde werknemers over diverse bedrijven of organisaties worden voorkomen dat oneerlijke concurrentie ontstaat. Artikel14Premie voor werkgevers bij doorstroom naar regulier werk 1.Het college kent aan een werkgever een premie toe als een werknemer reguliere arbeid heeft aanvaard bij dezelfde werkgever. 2.De premie wordt alleen verstrekt indien de werkgever voor de loonkosten van de werknemer een subsidie ontvangt of heeft ontvangen op grond van deze verordening; de in het eerste lid bedoelde werkaanvaarding heeft plaatsgevonden binnen de duur waarvoor de loonkostensubsidie geldt; de werknemer bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst bijstand ontving; de werknemer aansluitend op het gesubsidieerde dienstverband voor zijn nieuwe baan met de werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft gesloten; de werknemer na zes maanden na de datum met ingang waarvan het gesubsidieerde arbeidsverband is beëindigd, nog arbeid in loondienst verricht bij dezelfde werkgever. 3.Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels over de doelgroepen en de hoogte van de premies. 4.Het niet meewerken door de werkgever aan het behalen van de in het trajectplan opgenomen doelstellingen en de uitvoering van de daaraan gekoppelde activiteiten, kan leiden tot het weigeren, intrekken of beëindigen van beschikbaar gestelde premie. Artikel15Inkomstenvrijlating De uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, krijgt vrijlating van inkomsten uit arbeid gedurende maximaal zes aaneengesloten maanden en indien dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. Voor de hoogte van de bedragen wordt verwezen naar de geactualiseerde bedragen opgenomen in de WWB(artikel 31), het inkomensbesluit IOAW (artikel 2) en IOAZ(artikel 4). Artikel16Premies aan werknemers/ uitkeringsgerechtigden 1.Het college kent een premie toe aan personen die vanuit een vangnetbaan algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden, waardoor aanspraak op de uitkering of op de subsidie genoemd in artikel 13 van deze verordening komt te vervallen. Jongeren worden hiervan uitgesloten. 2.Het college kent een premie toe aan ouderen en arbeidsgehandicapten voor het blijven verrichten van arbeid, waarbij de inkomsten lager zijn dan de bijstandsnorm en waarbij geen recht bestaat op vrijlating op grond van artikel 15; 3.Het college kent een premie toe aan uitkeringsgerechtigden die werkzaam zijn op een participatieplaats 4.Voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling kan aan de uitkeringsgerechtigde een premie worden verstrekt van maximaal het bedrag als bedoeld in artikel 31, tweede lid sub j WWB. 5.Het college stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels over de hoogte van de premies. Artikel17Overige vergoedingen 1.Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling en wel voor: reiskosten; kosten voor kinderopvang; kosten voor een vervangende voorziening van mantelzorg, voor zover deze kosten niet door voorliggende voorzieningen kunnen worden bekostigd; sollicitatiekosten. 2.Het college stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels ten aanzien van doelgroep, de noodzaak en de hoogte van de vergoedingen Artikel18Overige voorzieningen 1.Het college kan aanvullend op de in deze verordening genoemde voorzieningen, in experimentele zin een nieuwe, door de re-integratiemarkt ontwikkelde voorziening aanbieden, mits dat deze gericht is op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid. 2.Op grond van bijzondere of onvoorziene omstandigheden kan het College voorzieningen toestaan die niet in deze verordening zijn opgenomen. Hoofdstuk5Overgangsbepalingen Artikel28Subsidieduur voor bestaande dienstverbanden op grond van artikel 4 en 5 van de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) 1.De subsidie voor personen die op 31 december 2003 een dienstbetrekking hadden voor onbepaalde tijd op grond van artikel 4 Wiw, blijft gehandhaafd tot aan het einde van het dienstverband, zolang de persoon woonachtig is in de gemeente Breda. Verhuizing buiten de gemeente Breda betekent dat de subsidie beëindigd wordt. 2.De subsidie kan op een eerder moment worden beëindigd als niet langer aan de voorwaarden zoals die golden op 31 december 2003 wordt voldaan. Artikel29Subsidieduur voor bestaande dienstverbanden op grond van de Regeling In- en Doorstroombanen (I/D regeling) Voor werkgevers die op 31 december 2003 personen in dienst hadden op grond van de I/D regeling is ten aanzien van de loonkostensubsidie met ingang van 1 januari 2007 artikel 13, juncto artikel 1, sub o van toepassing. Artikel30Premies Personen die vóór inwerkingtreding van deze verordening recht hadden op premies op grond van de „ Verordening premiebeleid en onkostenvergoedingen gemeente Breda 2001‟ behouden het recht op deze premies die hen op grond van die premieverordening is toegekend. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel31Verantwoording Het college zal jaarlijks voor 1 juni aan het college verantwoording afleggen over de inzet van de voorzieningen in het voorafgaande kalenderjaar. Artikel32Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening daartoe aanleiding geeft. Artikel33Intrekking verordening De “Re-integratieverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren Breda 2009” wordt ingetrokken. Artikel34Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Re-integratieverordening WWB Breda 2012”. Artikel35Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie op www.breda.nl en werkt terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.