Referendumverordening gemeente Den Helder 2012Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: verzoeker: degene die op de dag van het indienen van het inleidende verzoek de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, ingezetene is van Den Helder en niet uitgesloten is van het kiesrecht; ondertekenaar: degene die op het moment van ondertekening van het inleidende of definitieve verzoek ingezetene van de gemeente is en de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, ingezetene is van Den Helder en niet uitgesloten is van het kiesrecht; kiesgerechtigde: degene die op de datum waarop het referendum wordt gehouden kiesgerechtigd is; raadgevend referendum: een volksstemming op initiatief van de bevolking (evt. een of meer verzoekers) van Den Helder; raadplegend referendum: een volksstemming op initiatief van de raad. Artikel1aOnderwerp van referendum Onderwerp van een raadplegend of raadgevend referendum kan, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, zijn een voorgenomen besluit van de raad. Artikel2Uitzonderingsbepalingen Een referendum wordt niet gehouden over: besluiten waarvan de raad van mening is dat er andere dringende dan onderstaande redenen zijn om geen referendum te houden. de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; gemeentelijke procedures; de inrichting van de gemeentelijke organisatie als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet; vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting en rekening; gemeentelijke belastingen en tarieven; geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden; handelingen en gedragingen van collegeleden, raadsleden of ambtenaren waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van de Algemene wet bestuursrecht of een door de raad of het college vastgestelde klachtenregeling; benoemingen of functioneren van personen; beschikkingen; verordeningen; besluiten op grond van een gehouden referendum of in het kader van deze verordening; besluiten met een spoedeisend karakter; besluiten over een ingediend burgerinitiatief. Artikel3Duidelijkheid vooraf over uitzonderingsgevallen In ieder raadsvoorstel wordt aangegeven of het voorgenomen besluit al dan niet onderwerp van een referendum kan zijn. Paragraaf2Bijzondere bepalingen over het raadgevend referendum Artikel4Inleidend verzoek 1.Een verzoeker kan schriftelijk een inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum indienen bij de voorzitter van de raad. 2.Het inleidend verzoek geeft aan om welk te nemen besluit het gaat en wordt ten minste drie werkdagen vóór de commissievergadering, waarvoor het besluit dat onderwerp is van het inleidende verzoek is geagendeerd, ingediend. 3.Het inleidend verzoek dient door ten minste honderd ondertekenaars te worden ondersteund. 4.De ondertekenaars geven, op door de gemeente verstrekte lijsten, aan hun: naam; adres; woonplaats; geboortedatum; en ondertekenen het inleidend verzoek. 5.Het inleidend verzoek wordt door de voorzitter van de raad aan de in deze verordening bepaalde vereisten getoetst en vervolgens legt de voorzitter zijn bevindingen voor aan de raad. 6.Indien het inleidend verzoek voldoet aan de in deze verordening bepaalde vereisten, besluit de raad in zijn vergadering, volgend op de in het tweede lid bedoelde vergadering de besluitvorming over het voorgenomen besluit met ten minste twee maanden te verdagen, zodat een definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend. 7.De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Artikel5Definitief verzoek 1.Binnen zes weken na de dag waarop het besluit bedoeld in artikel 4, zevende lid, is bekend gemaakt wordt door verzoekers een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum bij de voorzitter van de raad ingediend. 2.Een definitief verzoek dient ten minste door duizend ondertekenaars te worden ondersteund. De ondertekenaars die het inleidende verzoek hebben ondersteund, worden tevens geacht het definitief verzoek te ondersteunen. 3.Artikel 4, lid 4, is van overeenkomstige toepassing. 4.De daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten worden: op bij openbare bekendmaking gemaakte plaatsen neergelegd; of aan kiesgerechtigden beschikbaar gesteld. 5.Binnen vier weken na de dag van ontvangst van het definitief verzoek wordt het verzoek door de raad in zijn vergadering aan de in deze verordening bepaalde vereisten getoetst. 6.Indien het definitief verzoek voldoet aan de in deze verordening bepaalde vereisten, besluit de raad of een raadgevend referendum wordt gehouden. 7.De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van een raadgevend referendum zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Paragraaf3Bijzondere bepalingen over het raadplegend referendum Artikel6Het raadplegend referendum, initiatief van de raad 1.Eén of meer leden van de raad kunnen een voorstel doen tot het houden van een raadplegend referendum. 2.Het voorstel wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad en bevat een probleemstelling met daarbij een toelichting. 3.De raad toetst het voorstel aan de in artikel 2 gestelde uitzonderingen en besluit aansluitend of een raadplegend referendum kan worden gehouden. 4.De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van een raadplegend referendum zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Paragraaf4Aanvullende bepalingen over het raadgevend en raadplegend referendum Artikel7Aanhouden beslissing 1.Indien de raad heeft bepaald dat over een te nemen besluit een raadgevend of raadplegend referendum kan worden gehouden dan wordt het betreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld. 2.De stemming over het door de raad te nemen besluit zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum bekend is, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het inleidende of het definitieve verzoek wordt beslist. 3.Indien de eerstvolgende vergadering na de uitslag van het referendum niet binnen vier weken valt, wordt binnen die termijn voor de stemming een extra vergadering bijeengeroepen. Paragraaf5Verdere procedure Artikel8Datum referendum 1.De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaats vindt dan uiterlijk vier maanden na de bekendmaking bedoeld in artikel 5, zevende lid of artikel 6, vierde lid. 2.In het geval de in het eerste lid genoemde termijn van vier maanden afloopt binnen twee maanden voor een algemene verkiezing kan de termijn worden overschreden opdat de stemmingen kunnen worden gecombineerd. 3.Een referendum vindt niet plaats in de voor de regio aangewezen schoolvakanties voor het basis- en voortgezet onderwijs. 4.Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden. Artikel9Vraagstelling 1.De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast. 2.Na de vaststelling van de vraagstelling wordt elk raadslid in de gelegenheid gesteld uit te spreken welke binding de uitslag van het referendum voor het raadslid heeft. Artikel10Organisatie en uitvoering 1.De bepalingen van de Kieswet voor wat betreft de raadsverkiezingen zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij deze verordening anders bepaalt. 2.Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het gehele grondgebied van de gemeente Den Helder. 3.De voorzitter van de raad doet openbare kennisgeving van een besluit tot het houden van een referendum. 4.De stukken met betrekking tot de te nemen beslissing worden op de daartoe gebruikelijke wijze beschikbaar gesteld. Artikel11Oproep 1.Een kiesgerechtigde voor een referendum ontvangt een oproepingskaart waarop de vraagstelling staat vermeld. 2.Aan de kiesgerechtigden voor een referendum wordt in het stemlokaal een afzonderlijk stembiljet voor elk referendum uitgereikt. Artikel12Geldigheid referendum en inhoud uitslag 1.Een referendum is geldig, indien ten minste 33,3% van de kiesgerechtigden opkomt. 2.De keuzemogelijkheid welke de meeste stemmen heeft gekregen wordt als referendumuitspraak vastgesteld. 3.De raad is niet gebonden aan een referendumuitspraak. Paragraaf6De referendumcommissie Artikel13Samenstelling referendumcommissie 1.De raad stelt per referendum een onafhankelijke ad hoc referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar leden. 2.Een referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3.Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden. Bij het staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 4.Een referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie. 5.De voorzitter en de leden van een referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Artikel14Taken referendumcommissie 1.Een referendumcommissie heeft tot taak: de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een referendum; toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de organisatie van het referendum; toezicht te houden op de objectiviteit van de door de gemeente te verstrekken voorlichting; de raad te adviseren over de evaluatie van gehouden referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot een referendum hebben geleid. 2.De referendumcommissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen. 3.De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar. Paragraaf7Overige bepalingen Artikel15Budget De raad neemt een bedrag op in de begroting voor het houden van een referendum. Artikel16Evaluatie 1.De raad is belast met de uitvoering van de evaluatie van het referendum. 2.De raad kan het college opdragen de evaluatie uit te voeren. SLOTBEPALINGEN Artikel17Inwerkingtreding Deze verordening treedt een dag na publicatie in werking. Artikel18Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.