← Nederland

(verbreed) gemeentelijk rioleringsplan Schiedam 2009-2013 (Schiedam)

(verbreed) gemeentelijk rioleringsplan Schiedam 2009-2013Gemeentelijke rioolplan Schiedam 2009-2013 De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2008; betreffende het vaststellen van het Gemeentelijke rioolplan Schiedam 2009-2013; gelet op de Wet Milieubeheer; besluit het: Gemeentelijke rioolplan Schiedam 2009 - 2013 vast te stellen 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Een goed rioolstelsel is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Voor het verwijderen van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater uit de woonomgeving zijn er voorzieningen nodig. Aanleg en beheer van deze voorzieningen is een gemeentelijke taak die zijn wettelijke basis vindt in de Wet milieubeheer (Wm art. 10.33) en de Wet op de waterhuishouding (Whh art. 9a en 9b). De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) op te stellen (Wet milieubeheer art. 4.22). In dit artikel is aangegeven dat de gemeenteraad, voor een nader vast te stellen periode, een GRP vaststelt. Met het verstrijken van de planperiode 2003-2007 van het D-GRP Schiedam is het noodzakelijk het bestaande GRP te actualiseren tot een nieuw en verbreed GRP. In dit GRP van de gemeente Schiedam is weergegeven hoe de gemeente haar watertaken de komende planperiode vorm wil geven. Deze watertaken hebben betrekking op stedelijk afvalwater, hemelwater en is verbreed met de gemeentelijke grondwatertaak. Het verbreed GRP maakt het mogelijk om integrale beleidsafwegingen te maken in samenhang met de volgende aandachtsgebieden: beheer openbare ruimte, bescherming van bodem en waterkwaliteit, de zorg voor het totale watersysteem. Het financiële beleid, de inzet van middelen en toenemende lastendruk zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden. Artikel 4.22, Wet milieubeheer De gemeenteraad stelt telkensvooreendaarbijvasttestellenperiodeeengemeentelijkrioleringsplanvast. Het plan bevat ten minste: een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 9a van de Wet op de waterhuishouding, en maatregelen teneinde structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 9b van de laatstgenoemde wet,en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b, worden of zullen worden beheerd; de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in artikel 9a en 9b van de Wet op de waterhuishouding. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden opgesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking. 1.2 Procedures Dit GRP is in overleg tussen de gemeente, het Hoogheemraadschap Delfland, provincie Zuid Holland en Rijkswaterstaat Zuid-Holland tot stand gekomen. Grontmij heeft de gemeente, bij kaderstelling, de vervangingsplanningen en de kostendekkingsvoorstellen ondersteund. De Wet milieubeheer schrijft overleg voor met: Gedeputeerde Staten van Zuid Holland (deze hebben een aanwijzingsbevoegdheid); Hoogheemraadschap van Delfland, als beheerder van de zuiveringstechnische werken waarnaar het afvalwater wordt afgevoerd en als beheerder van oppervlaktewater waarop wordt geloosd; Rijkswaterstaat Zuid-Holland als beheerder van oppervlaktewater waarop wordt geloosd. Na de formele vaststelling door de gemeenteraad is het plan toegezonden aan de bovenvermelde instanties. Het raadsbesluit is opgenomen in bijlage

  1. Op basis van art. 4.23 Wm moet B&W de vaststelling van het GRP bekendmaken in tenminste één dag- of nieuwsblad. Dit verbreed GRP is opgesteld conform de Leidraad Riolering. De Leidraad Riolering wordt in opdracht van het ministerie van VROM door de stichting RIONED opgesteld. 1.3 Termen en definities Dit verbreed GRP is een gemeentelijk plan, waar de gemeenteraad zich over moet uitspreken. Het is bedoeld als beleidsdocument voor het college van B&W, als toetsdocument voor de Raad en vervolgens als document voor overleg met het Hoogheemraadschap Delfland, de provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat Zuid-Holland. Ten behoeve van verduidelijking van de in het GRP gebruikte vaktermen is een uitgebreide verklarende woordenlijst opgenomen. 1.4 Leeswijzer Dit GRP is conform de aanbevelingen in de Leidraad Riolering (ref.2) opgezet en bestaat uit de volgende onderdelen: Hoofdstuk 1 is de inleiding, met de aanleiding, de geldigheidsduur, gevolgde procedure en een leeswijzer. In hoofdstuk 2 komt de evaluatie van het gevoerde rioleringsbeleid tot 2009 aan de orde. De uitkomsten vormen de beginsituatie voor het GRP2009t/m
  2. In hoofdstuk 3 'Gewenste situatie’ worden voor de komende planperiode (en de periode daarna) doelen beschreven en uitgewerkt. Hiermee wordt een toetsingskader gegeven waarmee ondermeer de gevolgen voor het milieu (Wm artikel 4.22 lid 2d) kunnen worden aangegeven. In hoofdstuk 4 'Toetsing huidige situatie' wordt getoetst in hoeverre de doelen nu al zijn gerealiseerd. Hoofdstuk 4 geeft het in de wet gevraagde overzicht van de aanwezige voorzieningen (Wm, artikel 4.22 lid 2a). In hoofdstuk 5 'De opgave' worden in hoofdlijnen de maatregelen weergegeven die nodig zijn om de gestelde doelen te kunnen realiseren. Daarmee wordt invulling gegeven aan lid 2b en 2c van artikel 4.22 van de Wetmilieubeheer. In hoofdstuk 6 'Organisatie en financiën' wordt de in hoofdstuk 5 weergegeven strategie vertaald naar benodigde personele en financiële middelen en een wijze van kostendekking (Wm, artikel 4.22 lid e). Tabellen met een letter (bijvoorbeeld tabel A) zijn in de rapporttekst opgenomen, tabellen met een cijfer in bijlage
  3. Evaluatie Duurzaamheid Ontwikkelingen Toetsingskader. Wat willen we? Wet- en regelgeving Toetsing huidige situatie Wat hebben we? De opgave Wat moeten we doen? Organisatie en financiën Wat kost dat? 2 Evaluatie rioleringsbeleid 2003-2007 2.1 Inleiding Voorafgaand aan het opstellen van het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan, is het goed terug te kijken naar de uitgevoerde activiteiten in de achterliggende periode. De resultaten bepalen mede de vertrekpositie voor het nieuwe GRP. De evaluatie van het GRP heeft betrekking op de volgende onderwerpen: Ervaringen met het oude GRP Aanbevelingen voor het nieuwe GRP Aanleg van nieuwe riolering in bestaand/nieuw stedelijk gebied. Onderhoud Onderzoek. Maatregelen. In de afgelopen periode is naast het (oude) GRP ook een meerjaren (beheer)plan riolering 2005-2008 opgesteld, met jaarprogramma’s voor onderzoek en maatregelen. Deze worden in de evaluatie betrokken. In de afgelopen periode is het rioleringsbeheer uitgevoerd door de ONS groep, die in de planperiode ook eigenaar van de riolering was. Per 1-1-2008 is de gemeente weer eigenaar van de riolering. De overgang van de rioleringszorg van de gemeente naar de ONS (in 2002) en vice versa (per 1 januari 2008) heeft invloed gehad op de beleving van het GRP, een en ander afhankelijk van de positie van het organisatiedeel ten opzichte van het rioleringsbeheer. 2.2 Evaluatie Verschillende medewerkers bij de voormalige ONS en de gemeente zijn geïnterviewd over het oude GRP. Dit geschiedde op basis van een vragenformulier dat van tevoren was opgestuurd. De informatie die hieruit naar voren kwam wordt hier weergegeven door middel van een paragraaf “Ervaringen” en op basis daarvan een paragraaf “Aanbevelingen”. Vervolgens wordt het beheer beschouwd vanuit de aangegeven beheertaken in paragrafen daarna. 2.2.1 Ervaringen Het GRP is met name bij de voormalige ONS gebruikt als kader voor de jaarplannen. Van het Dynamische GRP dat als zodanig is gepresenteerd is weinig gebleken omdat elk jaar opnieuw jaarplannen zijn opgesteld waardoor noodzakelijke wendingen in beleid en operationele zaken konden worden aangebracht. Het GRP als beleidsdocument is door slechts weinigen bij gemeente toegepast. Bij de gemeente niet omdat de medewerkers van afdeling BOR en financiën te ver van het beheer van de riolering af stonden en omdat het GRP is opgesteld door de ONS. Het GRP was eigenlijk geen beleidsdocument op basis waarvan een strategie herkenbaar was. Het was een opsomming van allerlei operationele activiteiten. Hierdoor was het ook een basisdocument voor de latere jaarplannen Naast het GRP is een financieel meerjarenplan riolering opgesteld omdat het financieel deel van het opgestelde GRP onvoldoende was. Het GRP is wettelijk gezien nooit van kracht geweest omdat de zienswijzen van het Hoogheemraadschap Delfland, de Provincie en Rijkswaterstaat Zuid-Holland en de daarbij horende brieven van goedkeuring ontbraken. 2.2.2 Aanbevelingen voor het nieuwe GRP Het nieuwe GRP moet uitgaande van de huidige situatie onderzoeksopgaven bevatten waarbij centraal staan: de verbreding van watertaken; de benodigde verordeningen ten behoeve van het operationele beheer (grens buiten/binnen, bedrijfsaansluitingen, kabels en leidingen, grondwater, hemelwater); het afkoppelen, het beperken van rioolvreemd water; de verbeteringsopties van de kwaliteit van de riolering (incl. gemalen); Verder is geopperd om meer aandacht te besteden aan; een betere financiële onderbouwing van het GRP; de communicatie met de burgers; de vormgeving van het rapport; meer huisstijl Schiedam; de digitale beschikbaarheid van het GRP; 2.2.3 Aanleg van riolering bij bestaande bebouwing In tabel A zijn weergegeven welke bebouwing in de planperioden zijn aangesloten op de riolering van de gemeente via drukriolering dan wel via een IBA het afvalwater lozen op oppervlaktewater. Binnen de bebouwde kom 10 Riolering Groeneweg 18 13 IBA klasse I en 5 IBA klasse II of III Harreweg 5 drukriolering Woudweg 9 8 drukriolering en 1 IBA klasse I Alleen de 10 (historische) woonboten gelegen in de Lange en Korte Haven zijn nog niet aangesloten op de riolering. Het is de bedoeling om deze aansluiting in de planperiode 2009-2013 tot stand te brengen. Het onderzoek is opgestart. 2.2.4 Aanleg van riolering bij nieuwbouw Aanleg van riolering bij nieuwbouw in nieuw stedelijk gebied heeft zich met name geconcentreerd in Schiedam-Noord, Sveaparken en Beneluxpark. Hierbij is het rioleringsareaal uitgebreid met ca 3 km HWA-riool en ca 3 km DWA-riool. Aanleg van riolering bij nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied heeft plaatsgevonden in diverse delen van Schiedam. Hierbij is het rioleringsareaal uitgebreid met ca 3,5 km HWA-riool en 2,5 km DWA-riool. 2.2.5 Onderhoud Het onderhoud is uitgevoerd met in hoofdzaak eigen personeel (IRADO/ONS). Het onderhoud bestond uit regulier onderhoud, direct onderhoud, klein onderhoud en groot onderhoud. Het regulier onderhoud omvatte o.a. reinigen straatgoten,kolken zuigen, reinigen en inspecteren riolen, servicebeurten gemalen, reinigen en onderhouden van meetapparatuur, etc. Het direct onderhoud omvatte o.a. het verhelpen van storingen (aan riolen, huisaansluitingen, gemalen) van allerlei aard en die direct moeten worden verholpen. Het klein onderhoud omvatte het verhelpen van allerlei kleine storingen (aan riolen, huisaansluitingen, gemalen). Het groot onderhoud omvatte feitelijk vervangingsinvesteringen. De term groot onderhoud is hierbij onterecht omdat het gaat om te activeren kapitaalsgoederen die over een langere termijn worden afgeschreven. Geconstateerd is dat onderhoud aan de gemalen is toegenomen. Dit is te verklaren vanuit de ouderdom van de gemalen. Daarnaast is ten opzichte van voorgaande GRP-periodes het onderhoud aan de riolen afgenomen. Het aantal km te reinigen/inspecteren riolen is verminderd alsook de frequentie van het reinigen van de straatkolken. 2.2.6 Onderzoek Inventarisatie De voorgenomen jaarlijkse werkzaamheden om het rioleringsgegevens bestand actueel te houden zijn zo veel als mogelijk uitgevoerd. Bij het begin van het opstellen van de GRP 2009-2013 is het werk nog gaande. De rioleringsgegevens worden geïnventariseerd, geactualiseerd en opgenomen in een rioleringsbeheersysteem van de gemeente. Inspectie Structurele inspectie van de riolering is nodig om de toestand van de riolen te kunnen bewaken. Jaarlijks zijn de geplande rioolinspecties uitgevoerd. Echter de lengte riolen is in de afgelopen periode afgenomen ten opzichte van de periode daarvoor. Gegeven de staat en omvang van het rioolstelsel van Schiedam is het belangrijk en nodig om de te inspecteren lengte riolen te laten stijgen. Analyses van de inspectiebeelden zijn voornamelijk uitgevoerd vanuit het belang van de uitvoering van het jaarplan wegen. Jaarlijks is ca 17 km geïnspecteerd en vervolgens slechts een klein deel nader geanalyseerd en beoordeeld. Een structurele beoordeling van de inspecties heeft in de planperiode niet plaatsgevonden. Berekeningen Er zijn geen herberekeningen voorzien en uitgevoerd. De laatste herberekening is van
  4. In 2006 is door de ONS een berekeningsprogramma Infoworks aangeschaft voor het uitvoeren van hydraulische berekeningen voor Schiedam en eventuele andere rioleringsbeheerders. Vanuit gemeentelijk oogpunt zal in de komende worden onderzocht of dit programma in de toekomst nog nodig is. Voor het oplossen van wateroverlastknelpunten kan het programma van dienst zijn. Meten aan de riolering Jaarlijks zijn hoogtemetingen (putdeksels) uitgevoerd van ongeveer de helft van het aantal putten. Dit betrof ca. 3.500 putten per jaar. Sinds 2005 wordt gemeten aan de riolering. Er is een meetplan voor monitoren van overstorten en overstortbemaling opgesteld. Daarnaast vinden op een paar plaatsen in het rioolstelsel waterdiepte- en snelheidsmetingen plaats. Meetgegevens worden verzameld en geanalyseerd. De meetgegevens van de overstorten en de overstortbemaling worden periodiek verstuurd naar het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat Zuid-Holland. 2.2.7 Maatregelen Verbetering In 2007 is de optimalisatiestudie in samenwerking met de omliggende gemeentes en de waterkwaliteitsbeheerders (OAS ‘De Groote Lucht’ afgerond. Daarbij is ingezoomd op onder andere de nut/noodzaak van de voorgenomen investering in Schiedam in de vorm van bergbezinkvoorzieningen voor de overstortbemaling (ter waarde van circa 2.000.000). Deze investeringen waren in het GRP 2003-2007 voorzien om aan de wettelijke basisinspanning te voldoen om de vuiluitworp uit het rioolstelsel van Schiedam te beperken. De uitkomst hiervan was dat deze investeringen zijn komen te vervallen omdat: Op korte termijn op de zuivering een zandfilter tijdelijk is bijgeschakeld om het zuiveringsproces efficiënter te maken. De bekostiging hiervan moet van de diverse aangesloten gemeentes (Vlaardingen, Schiedam, Maassluis en Midden-Delfland) komen. Op de langere termijn in het Schiedamse stelsel de hoeveelheid rioolvreemd water wordt teruggedrongen. Hiervoor is een eerste aanzet opgesteld. Hierbij is in beeld gebracht hoeveel rioolvreemd water er per bemalingsgebied aanwezig is. Berekend is dat deze maatregelen een dusdanig effect hebben dat de bouw van de bergbezinkvoorzieningen kunnen vervallen, en dat de kosten van de hierboven genoemde maatregelen aanzienlijk lager zijn. De verrekening van kosten heeft nog niet plaats gevonden tussen de gemeente Schiedam, het Hoogheemraadschap en de overige gemeenten in de OAS. Het bijbehorende afvalwaterakkoord is in 2008 gesloten tussen het Hoogheemraadschap Delfland, Rijkswaterstaat Zuid-Holland, Schiedam en de overige gemeenten. In de gemalen Marconi- en Loeffstraat zijn de DWA-pompen gereviseerd. Afkoppelen Er is een aanzet gemaakt voor het afkoppelen van de riolering in Nieuwland. Ca 6 km riolering is afgekoppeld. Ook in Schiedam-Noord zijn er afkoppelingsprojecten uitgevoerd. Het gaat hierbij om ca 5 km. De afkoppelingsnoodzaak in Nieuwland en het gescheiden rioleren in Schiedam-Noord blijft bestaan. Vervanging Het vervangingsprogramma van het GRP 2003-2007 zijn niet conform uitgevoerd omdat de noodzaak tot vervanging is beschouwd vanuit de samenhang met de noodzaak van herbestrating en ruimtelijke herinrichting. De vervanging op basis van renovatieadviezen en analyses van inspectieresultaten heeft niet of nauwelijks plaatsgevonden. Daarom zijn vervangingsinvesteringen gebaseerd op de rioleringskwaliteit nagenoeg achterwege gebleven. De gevolgen hiervan zullen in de komende periode nader worden onderzocht. Vervangingsinvesteringen op basis van de wijkgerichte ophoogprojecten hebben wel plaatsgevonden. 2.2.8 Samenvatting, evaluatie en aandachtspunten nieuwe GRP Samenvatting Samengevat valt op dat in vervangingsprojecten niet gerealiseerd is wat voorgenomen was. De verbeteringswerken zijn nader bezien in de OAS De Groote Lucht, daarom zijn de voorgenomen maatregelen niet uitgevoerd. Er wordt veel aandacht gegeven aan het onderhoud. Het voorgenomen onderzoek is in grote lijnen uitgevoerd. In onderstaande figuur is de evaluatie grafisch weergegeven. Aanbevelingen De evaluatie leidt tot de volgende aanbevelingen voor de opgaven van het nieuwe GRP:Deze zijn op basis van: GRP-ervaringen aandacht besteden aan: de verbreding van watertaken; de benodigde verordeningen ten behoeve van het operationele beheer (grens buiten/binnen, bedrijfsaansluitingen, kabels en leidingen, grondwater, hemelwater); het afkoppelen, het beperken van rioolvreemd water; de verbeteringsopties van de kwaliteit van de riolering (incl. gemalen); een betere financiële onderbouwing van het GRP; de communicatie met de burgers; de vormgeving van het rapport, meer huisstijl Schiedam; de digitale beschikbaarheid van het GRP; aanleg van nieuwe riolen doorgaan met de afkoppeling c.q. de scheiding van stedelijk afvalwater en hemelwater. onderhoud aandacht besteden aan: de verhoging van de reinigingsfrequentie van de kolken/riolen d.w.z. jaarlijks meer reinigen en inspecteren; het op peil houden van de onderhoudsinspanning van de gemalen. onderzoek en maatregelen aandacht besteden aan: het completeren, betrouwbaarder maken van het rioleringsgegevensbestand (vaste en variabele gegevens); een verhoging van de jaarlijkse inspectie-inspanning; het uitvoeren van hydraulische berekeningen met het rekenmodel van de gemeente; een masterplan voor het afkoppelen van stedelijk afvalwater in Nieuwland; een onderzoek naar de doelmatigheid van het scheiden van stedelijk afvalwater en hemelwater in de ophooggebieden; een beoordeling van alle uitgevoerde inspecties dat leidt tot het formuleren en uitvoeren van maatregelen. 3 Gewenste situatie 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de doelen van de gemeentelijke waterzorg (voorheen rioleringszorg) benoemd en worden daar eisen en maatstaven aan gekoppeld. De doelen geven de gewenste situatie weer voor het beheer van de bestaande stedelijke watervoorzieningen (incl. riolering) en voor de aanleg van nieuwe voorzieningen. Om de uitgangssituatie vast te leggen wordt de relatie met andere overheidstaken en ontwikkelingen aangegeven, omdat die van invloed zijn op de doelen, eisen en maatstaven. Het beleid van derden vormt een belangrijke invulling van de aanwezige aandachtspunten. Een groot aantal maatstaven wordt door andere overheden opgelegd door wettelijke regels of vergunningvoorschriften. Ontwikkelingen geven aan waar de aandacht de komende jaren op gericht zal zijn. 3.2 Relaties met andere plannen en regelgeving 3.2.1 Inleiding Riolering staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van de waterketen (drinkwatervoorziening -riolering -afvalwaterzuivering) en heeft relaties met het watersysteem, zie figuur A. Binnen de waterketen is de zorg voor de riolering neergelegd bij de gemeente. Als voornaamste taak van de rioleringszorg wordt beschouwd het afvoeren van afval- en (overtollig) regenwater. Ten behoeve van de financiering van de rioleringszorg mag een gemeente rioolheffing in stellen. Op 16 augustus 2007 is in het Staatsblad

(276)de wet “Verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken” gepubliceerd. Deze wet creëert een aantal wettelijke voorzieningen ten aanzien van de gemeentelijke watertaken door wijziging van de Gemeentewet, de Wet op de waterhuishouding en de Wet milieubeheer. De wet is op januari 2008 in werking getreden. Met de wetswijzigingen heeft de gemeenten de zorgplicht gekregen voor: het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; het inzamelen en verwerken van het afvloeiende hemelwater; het grondwater. Vooral de zorgplicht voor grondwater is nieuw. Dit betekent vooralsnog dat de gemeente in het openbaar gemeentelijke gebied maatregelen dient te treffen die structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk voorkomt of beperkt. Dit zover het doelmatige maatregelen betreft die niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Het in beeld brengen van eventuele structurele problemen met betrekking tot het grondwater vormt een belangrijke doelstelling voor dit GRP. Voor de bekostiging van de drie geformuleerde gemeentelijke watertaken is een aparte heffingsbevoegdheid gecreëerd in de Gemeentewet. Deze houdt een verbreding van de bestaande rioolheffing in. Op zich kan het bestaande heffingensysteem voor het rioolrecht daarbij intact blijven. De enige wettelijke begrenzing is dat het gaat om het verhalen van kosten specifiek voor de drie genoemde watertaken. Dit kunnen ook twee afzonderlijke (bestemming)heffingen worden ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, evenals zuivering van huishoudelijk afvalwater; het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater alsmede het treffen van maatregelen teneinde structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Vooruitlopend op de invoering van deze verbrede rioolheffing wordt in de gemeente Schiedam onder riolering verstaan het geheel aan voorzieningen voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater. Concreet omvat de riolering dus objecten als perceel- en kolkaansluitingen, putten, riolen, gemalen, drukriolering, overstorten, persleidingen, maar ook drainage en infiltratievoorzieningen en grondwatergemalen. De kosten voor de drie afzonderlijke watertaken zullen waar mogelijk gescheiden worden weergegeven in dit GRP. 3.2.2 Algemeen Ontwikkelingen, wet- en regelgeving zijn belangrijk voor het beleid in de afvalwaterketen. Ze vormen het uitgangspunt voor het kijken naar de toekomst en hebben directe invloed op de te ontwikkelen visie. Tevens hebben wet- en regelgeving directe invloed op het toetsingskader voor dit GRP als zodanig. Dit GRP heeft dan ook relaties met andere (beleid)plannen, zowel van de gemeente als van andere overheden. Ze hebben directe invloed op de te nemen maatregelen en actuele uitvoeringstermijn van de maatregelen die in dit GRP aan de orde komen. In overzicht, tabel A, is aangegeven welke ontwikkelingen, plannen en wet- en regelgeving op welk(
  1. e)aspect(
  2. en)van de afvalwaterketen ingrijpen. In de bovenste helft zijn de (belangrijkste) ontwikkelingen weergegeven, in de onderste helft de (belangrijkste) wet- en regelgeving. Een aantal relaties wordt in bijlage 2 tekstueel kort toegelicht. Voor uitgebreide informatie wordt verwezen naar de betreffende (beleid)stukken. 3.2.3 Ontwikkelingen Voorstel Waterwet Acht bestaande wetten (o.a. Wet op de Waterhuishouding en Grondwaterwet) voor het waterbeheer in Nederland worden vervangen door één Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet zal gericht zijn op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden)met een heldere verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan met name een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Door de Waterwet zullen waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. In maart 2008 is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen. Gestreefd wordt naar inwerkingtreding in 2009. Volksgezondheid en Water in de stad Riolering is een belangrijke voorziening in het kader van de volksgezondheid. Bij het opstellen van maatregelen en het ontwikkelen en toepassen van nieuwe systemen moet dit aspect niet uit het oog worden verloren. De hoeveelheid en plaats van overstorten is daarbij belangrijk; bij afkoppelen moet goed worden gekeken welke oppervlakken kunnen worden afgekoppeld en of die al dan niet verontreinigd zijn. Bij afkoppelen verdwijnt het water veelal uiteindelijk “uit het zicht” in de bodem of het verdwijnt zichtbaar in het oppervlaktewater. innen lopende projecten is een onderzoek naar mogelijk risico’s voor de volksgezondheid op zijn plaats om problemen op langere termijn uit te sluiten. Dit onderzoek zal zijn plaats moeten krijgen binnen bestaande onderzoeken zoals het onderzoek naar water-op-straat. Kwaliteit leefomgeving Kwaliteit van de leefomgeving en integraal beheer van de openbare ruimte hebben een sterke relatie. Ook in de openbare ruimte staat riolering niet op zichzelf. Maatregelen aan de riolering moeten worden afgestemd op andere maatregelen aan de openbare ruimte om overlast voor burgers en bedrijven te minimaliseren en een efficiënte besteding van middelen te garanderen. Ook het voorkomen van wateroverlast en het zorgen voor schoon oppervlaktewater verhogen de kwaliteit van de leefomgeving. De communicatie tussen de burgers en de gemeente (afdeling BOR) moet verbeteren. Het doel is om de oorzaken van (water)overlast in welke vorm dan ook in beeld te krijgen, vervolgens via gerichte maatregelen deze weg te nemen en daarbij te streven naar duurzame (robuuste) oplossingen. Rijksvisie op de waterketen en de omgang met regenwater en grondwater De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het waterbeleid de nodige aandacht vraagt. Riolering speelt in het waterbeleid, zeker op lokaal niveau, een belangrijke rol. De aandacht voor hoe met de regenwatercomponent moet worden omgegaan zal de komende jaren de nodige inspanning vergen. Afkoppelen van schone oppervlakken zodat relatief schoon regenwater niet meer naar de RWZI wordt getransporteerd is een aanpak die past in deze ontwikkelingen. Het ministerie van VROM heeft in 2004 een beleidsbrief regenwater en riolering uitgebracht die aangeeft hoe de regenwaterproblematiek bij gemeenten het best kan worden aangepakt. Er worden vier pijlers van het regenwaterbeleid benoemd: aanpak bij de bron: het voorkomen van verontreiniging van regenwater; regenwater vasthouden en bergen; regenwater gescheiden van afvalwater afvoeren; integrale afweging op lokaal niveau. De gemeente wordt als regisseur gezien om dit regenwaterbeleid op lokaal niveau vorm te geven. De trits vasthouden-bergen-afvoeren is daarbij leidraad. Hierbij is de watertoets een belangrijk instrument om bij ruimtelijke plannen vroegtijdig samen te werken met Rijkswaterstaat Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap Delfland die nieuwbouwplannen hierop beoordeelt. 3.2.4 Wet- en regelgeving, akkoorden/plannen en samenwerkende overheden Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) (Wet) De Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen aan te pakken, op Europees niveau. Verder is het de bedoeling het duurzaam gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. Naast een verbetering van de waterkwaliteit is het streven ook de Europese waterwetgeving te harmoniseren, in 2015 en uiterlijk in 2027. De KRW stelt voor alle wateren een hoge ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Met name voor wateren met verhoogde natuurdoelstellingen kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. Schiedam heeft het KRW-Delfland akkoord gesloten samen met het Hoogheemraadschap Delfland en de andere inliggende gemeenten. Door ondertekening van dit akkoord onderschrijft Schiedam de doelstellingen en strategie van KRW-Delfland, streeft Schiedam verder een blijvende vermindering na van de vuilemissies vanuit het stedelijk gebied op het oppervlaktewater en tracht Schiedam daar waar mogelijk bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van oppervlaktewater de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater gunstig te beïnvloeden door middel van natuurvriendelijke oevers. Wet Milieubeheer (Wet) Met de inwerkingtreding van de Wet Milieubeheer zijn voorschriften gesteld aan het lozen van afvalwater. Lozingen op de riolering worden op basis van de Wet milieubeheer geregeld. Enerzijds mag het materiaal van de riolering niet worden aangetast, anderzijds mag ook de goede werking van de RWZI niet worden belemmerd. Tot slot is de kwaliteit van belang in verband met de overstortingen op oppervlaktewater. Een en ander is vastgelegd in de Instructieregeling lozingsvoorschriften milieubeheer. Bij Wet milieubeheercontroles bij bedrijven moet ook de rioleringscomponent worden meegenomen. Wet op de Waterhuishouding (Wet) De Wet op de Waterhuishouding geeft regels op het gebied van de waterhuishouding. De wet heeft een tweeledige doelstelling. Aan de ene kant verschaft de wet instrumenten om een samenhangend en doelmatig beleid en beheer op het gebied van de waterhuishouding in haar geheel te verzekeren en aan de andere kant geeft zij regels voor het kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater. In de Wet op de Waterhuishouding zijn voor de gemeente twee zorgplichten opgenomen, een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. Deze wet zal komen te vervallen wanneer de Waterwet in werking treedt in 2009. Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) (Wet) Bij graafwerkzaamheden ontstaat in de praktijk regelmatig schade aan kabels en leidingen omdat de grondroerder (aannemer) onvoldoende informatie heeft over de ligging van kabels of leidingen. De wet voorziet in de mogelijkheid om een goede registratie van kabels en leidingen af te dwingen. De kabelbeheerder wordt verplicht zelf zorg te dragen voor een goede registratie van haar kabels en leidingen en worden er eisen gesteld aan de beschikbaarheid van deze informatie. De WION is in 2008 van kracht geworden. De netbeheerders moeten hun leiding/kabel belangen via polygonen hebben doorgegeven aan het Kadaster. Op deze wijze voldoen ze aan de eerste vereisten van de Wet. Veelal geschiedt dat middels het aangeven van de grenzen van de gemeente. Het Kadaster gaat voortaan de KLIC melding afhandelen. De informatie dient digitaal beschikbaar te zijn en goed op orde in verband met aansprakelijkheid. Er wordt verwacht dat in 2009 de digitale KLIC-meldingen via het Kadaster mogelijk zijn. Vierde Nota Waterhuishouding (richtlijn) In deze nota is veel aandacht voor het kernbegrip “duurzaam”. Voor nieuwbouw betekent dit afkoppelen van verhard oppervlak waar dit kan, het vermijden van toepassingen van uitloogbare materialen (zoals zink, koper, lood, etc.), de toepassing van alternatieve inzamelingssystemen (zoals infiltratie-transport-systemen) en dergelijke. Dit zijn maatregelen om enerzijds te voorkomen dat verontreinigingen in het afvalwater terechtkomen en anderzijds om te voorkomen dat “schoon” water naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt getransporteerd. Nationaal bestuursakkoord water In februari 2001 sloten Rijk, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Vereniging van Nederlandse Gemeenten de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw. Daarmee werd de eerste stap gezet in het tot stand brengen van de noodzakelijke gemeenschappelijke aanpak. Twee jaar later op 2 juli 2003 zijn de resultaten van die samenwerking en van voortschrijdende kennis en inzicht neergelegd in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Twee belangrijke elementen uit de NBW betreffen: De noodzaak dat gemeenten in samenwerking met het waterschap een waterplan opstellen, mits sprake is van knelpunten in het watersysteem. De stedelijke wateropgave dient uiterlijk in 2009 te worden ingevuld door de gemeente samen met het waterschap, zodat voor de burgers ook in extreme situaties het houden van droge voeten wordt nagestreefd. Schiedam heeft samen met het Hoogheemraadschap het Waterplan Schiedam 2006-2015 opgesteld. Dit betreft het beleidsdeel dat momenteel beleidskader is voor de gemeente. Momenteel wordt een plan van aanpak opgesteld voor het uitvoeringsprogramma van het Waterplan. Onderdeel van het Waterplan zal zijn het Waterstructuurplan waarin de uit te voeren maatregelen zijn geformuleerd voor het waterbeleid in kwantitatief opzicht. Deze maatregelen zullen samen met het Hoogheemraadschap worden uitgevoerd. Bestuursakkoord Waterketen 2007 Op 5 juli 2007 heeft de VNG samen met andere betrokken partijen een bestuursakkoord waterketen afgesloten. Dit akkoord bevat afspraken die leiden tot versterking en verdere stimulering van het bottem-up samenwerkingsproces tussen gemeenten, drinkwaterbedrijven en waterschappen. Resultaat van deze afspraken moet zijn dat de doelmatigheid en transparantie van de uitvoering van de taken wordt vergroot. Het akkoord gaat ervan uit dat een doelmatigheid van 10 a 20 % over 10 jaar haalbaar is. Aandachtspunten voor de gemeenten uit het bestuursakkoord waterketen zijn met name benchmarking rioleringszorg, intergemeentelijke samenwerking en permanente samenwerking met het waterschap. Een belangrijk speerpunt is het doen van vergelijkend onderzoek ter verbetering van de uitvoering van taken (benchmarking). Benchmarking biedt objectieve informatie om de uitvoering van taken te vergelijken en Gewenste situatie op basis daarvan verder verbeteringen door te voeren. In het bestuursakkoord wordt opgeroepen om voor 2011 een benchmark uit te voeren. Het bestuursakkoord stelt tot doel dat gemeenten en waterschappen een permanente samenwerking in het afvalwaterbeheer realiseren en bestuurlijke overeenkomsten afsluiten om investeringen tegen de laagst maatschappelijke kosten te realiseren. Voor alle rioolwaterzuiveringsinstallaties en de aangesloten riolering dient in 2009 een optimalisatiestudie te zijn uitgevoerd, tenzij uit een snelle inventarisatie blijkt dat er geen optimalisatiekansen zijn. Het waterschap neemt hiertoe het initiatief. Het Rijk monitort de ontwikkeling van de doelmatigheid en transparantie ten opzichte van het referentiejaar 1998. In 2007 is de eerste monitor uitgevoerd. In 2009 en 2011 worden de tweede en de derde(de laatste) monitor uitgevoerd. Beleidsplan Groen, Water en Milieu 2006-2010 (Provincie Zuid-Holland) De provincie gaat uit van een brongerichte aanpak. Waar niet wordt voldaan aan de waterkwaliteitsdoelstellingen worden, aanvullend op brongerichte maatregelen, zo veel mogelijk ‘end-of-pipemaatregelen’ genomen. Hierbij staat voorop dat de emissies uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en overstorten verder worden teruggedrongen, en dat ongerioleerde huishoudens en glastuinbouwbedrijven op de riolering worden aangesloten, of dat een gelijkwaardig alternatief wordt gerealiseerd. Als uiterste datum voor het ontheffingenbeleid geldt 1 januari 2008. Schiedam heeft alle ongerioleerde huishoudens (exclusief historische woonschepen Korte en Lange haven) aangesloten op de riolering ia drukriolering dan wel op een IBA. Als regenwater wordt afgekoppeld van de riolering kan dit een belangrijke bijdrage leveren om de emissies vanuit de riolering en rioolwaterzuiveringsinstallaties terug te dringen. Tegelijkertijd kan dit afkoppelen ook een bijdrage leveren om grondwatervoorraden aan te vullen en wateroverlast tegen te gaan. De gemeenten hebben de regie bij de uitvoering van het afkoppelbeleid. Zij stellen in overleg met de waterschappen afkoppelplannen op als onderdeel van het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) of het stedelijk waterplan. Een ander uitgangspunt van de provincie is dat onkruid zo veel mogelijk niet-chemisch bestreden wordt. Bij nieuwe verstedelijking en herstructurering worden, waar dit vanuit waterkwaliteitsdoelstellingen vereist is, zo veel mogelijk innovaties en duurzame bouwmaterialen toegepast. De Provincie verkent de wettelijke mogelijkheden om dit af te dwingen. Doelen 2006 – 2010 Alle gemeenten hebben per 1 januari 2007 een actueel GRP. Alle ongerioleerde lozingen in het buitengebied zijn uiterlijk per 1 januari 2008 gesaneerd. Provincie, gemeenten en waterschappen passen uiterlijk in 2009 bij voorkeur niet-chemische bestrijdingsmiddelen en ten minste de DOB-methode toe bij onkruidbestrijding. Alle gemeenten hebben per 1 januari 2010 een gemeentelijk afkoppelplan opgesteld. Alle gemeenten hebben binnen de planperiode het waterkwaliteitsspoor gereed. Schiedam heeft voldaan aan alle gestelde doelen met uitzondering van het afkoppelplan. Voor Nieuwland zal een Masterplan afkoppelen worden opgesteld. Daarnaast zal een studie worden uitgevoerd naar de doelmatigheid van afkoppelen in zettinggevoelige gebieden zoals Schiedam-Noord. Grondwaterplan Zuid-Holland 2007-2013 (Provincie Zuid-Holland) In het grondwaterplan Zuid-Holland is het provinciale grondwaterbeleid voor de periode 2007-2013 opgenomen. Het plan bevat een uitwerking van de hoofdlijnen van het provinciale grondwaterbeheer die in het Beleidsplan Groen, Water en Milieu 2006-2010 zijn beschreven. De basis voor het provinciale grondwaterbeleid is dat er op een duurzame manier met het grondwater wordt omgegaan, zonder dat het evenwicht van het grondwatersysteem wordt verstoord. De hoeveelheid en kwaliteit van het grondwater moet geschikt zijn voor de grondgebruikfuncties die er van afhankelijk zijn. De provincie wil de doelstellingen uit het plan samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties bereiken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Waterplan Schiedam 2006-2015 Het Waterplan Schiedam beschrijft de gezamenlijke visie van de gemeente Schiedam en het Hoogheemraadschap van Delfland op het water in de bebouwde kom van Schiedam,de stadsranden en de wijze waarop het gerealiseerd kan worden. Doel van het waterplan is het bereiken van een duurzaam, schoon, heel en veilig watersysteem door samenwerking met alle belanghebbenden bij het watersysteem in en rondom Schiedam. Het moet bijdragen aan goede afstemming tussen diverse partijen bij de inrichting, het beheer en onderhoud van het stedelijk water. Het beleidsdeel van het Waterplan vormt het beleidskader voor de gemeente. Het plan van aanpak voor het uitvoeringsprogramma wordt momenteel opgesteld in samenwerking met het Hoogheemraadschap Delfland. Het moet in 2009 leiden tot een uitvoeringsprogramma waarin de uit te voeren maatregelen zijn weergegeven op waterkwantitatief gebied (Waterstructuurplan) en waterkwalitatief gebied(het GRP 2009-2013, het op te stellen Ecologisch Inrichtingsplan en het vigerende Baggerplan). Milieubeleidsplan Schiedam 2002-2006 Het milieubeleidsplan heeft als beschouwde periode 2002-2006, de looptijd is verlengd tot en met 2008. Belangrijk onderdeel is de visie op integraal waterbeheer: “ Schiedam: stad aan het water”. Het Waterplan Schiedam met inbegrip van het GRP, het Ecologisch Inrichtingsplan en het Baggerplan zijn de instrumenten om hier mede vorm aan te geven. Hoogheemraadschap Delfland Het Hoogheemraadschap heeft ondermeer als taak het waken over de waterkwaliteit en de waterkwantiteit in haar beheersgebied. De gemeenten hebben als gevolg van nieuwe wetgeving die per januari 2008 van kracht is geworden, drie zogeheten zorgplichten. Dit betreft de zorgplichten voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater, voor grondwater en voor hemelwater. Vrijwel elke keuze die de gemeente in het kader van deze zorgplichten maakt, raakt aan de taken van het Hoogheemraadschap. Een nauwe samenwerking bij het maken van deze keuzes is dan ook noodzakelijk. De Waterwet die in 2009 in werking zal treden heeft als belangrijke pijler in de uitvoering de samenwerking tussen het Hoogheemraadschap en gemeente. De samenwerking zal zich ook gaan toespitsen op het gebied van grondwaterbeheer. Samenwerking vindt plaats in het kader van het Waterplan Schiedam 2006-2015, het akkoord KRW-Delfland en het afvalwaterakkoord “OAS De Groote Lucht”. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat Zuid-Holland heeft ondermeer als taak het waken over de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van het rijkswater. In het kader van de gemeentelijke zorgplichten en de beoogde Waterwet is zij als zodanig betrokken bij het GRP en zal het binnen dit kader beoordelen. Periodiek krijgt Rijkswaterstaat Zuid-Holland de resultaten van de gemeten hoeveelheden rioolwater die via de overstortbemaling naar de Nieuwe Waterweg worden verpompt. 3.3 Doelen en functionele eisen Met de rioleringszorg worden doelen nagestreefd. Door aan de doelen functionele eisen en maatstaven te koppelen wordt de rioleringszorg toetsbaar gemaakt. Een functionele eis is een specificatie van het doel. Het geeft aan hoe een voorziening moet functioneren om het gestelde doel te bereiken. Deze worden uitgedrukt in een kwalitatieve maat zoals voldoende acceptabel of adequaat. Om te kunnen bepalen of aan de eis kan worden voldaan, zijn maatstaven en meetmethoden geformuleerd. In Figuur C. zijn de relaties tussen de doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden aangegeven. Wat is nu het doel van de zorg voor de riolering? In het verleden werd, en ook nu wordt riolering aangelegd om: de volksgezondheid te beschermen: de aanleg en het beheer van riolering zorgt ervoor dat verontreinigd afvalwater uit de directe leefomgeving wordt verwijderd; de kwaliteit van de leefomgeving op peil te houden: de riolering zorgt voor de ontwatering van de bebouwde omgeving door naast het afvalwater van huishoudens en bedrijven ook het overtollige regenwater van daken, pleinen, wegen e.d. in te zamelen en af te voeren; de bodem, het grond- en oppervlaktewater te beschermen: door de aanleg van riolering of individuele afvalwaterbehandelingsystemen wordt de directe ongezuiverde lozing van afvalwater op bodem- of oppervlaktewater voorkomen. Vanuit deze algemene doelen zijn doelen voor de rioleringszorg afgeleid waarmee is aangegeven hoe aan de rioleringszorg (aanleg en beheer) invulling wordt gegeven. Figuur C Toetsingskader rioleringszorg: Doelen, functionele eisen en maatstaven (Bron module A1050 Leidraad Riolering) 3.3.1 Doelen rioleringszorg De doelen voor de rioleringszorg zijn aangepast aan de nieuwe rol ten aanzien van het hemelwater en grondwater en sluiten goed aan bij het gedachtegoed van de invoering van de verbrede watertaken (paragraaf 3.2.1). De rioleringszorg in Schiedam dient de volgende doelen (zie ook Leidraad Riolering, module "Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden": Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier). Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Hierbij is van belang dat de definitie van stedelijk afvalwater ten opzichte van voorheen beter is omschreven, zodat tegenwoordig duidelijk onderscheid wordt gemaakt in stedelijk afvalwater en hemelwater. Stedelijk afvalwater omvat huishoudelijk water of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Hemelwater wordt, zolang het niet in aanraking komt met ander afvalwater of verontreinigingen, niet meer beschouwd als stedelijk afvalwater. Grondwater is het water dat vrij onder het oppervlak voorkomt met de daarin aanwezige stoffen. De doelen “inzameling en transport van stedelijk afvalwater” (1 en 2) en “inzameling en verwerking van hemelwater“ (3 en 4) hebben betrekking op de splitsing van de algemene zorgplicht van de gemeente in een afzonderlijke zorgplicht voor stedelijk afvalwater en hemelwater. De wettelijke verplichting om stedelijk afvalwater in te zamelen bestond voorheen ook al. Om het stedelijke afvalwater te kunnen inzamelen en transporteren, moeten de buizen, putten, etc. in goede staat zijn. Tijdige vervanging is daarbij noodzaak. De wet biedt ook mogelijkheden om alternatieve systemen toe te passen. Voor het transport van stedelijk afvalwater aar een rioolwaterzuiveringsinstallaties moeten de riolen groot genoeg zijn en moet het water door de riolen onder vrijverval naar het gemaal of ander lozingspunt binnen een bepaalde tijd kunnen afstromen. De voorzieningen mogen ook niet vervuild zijn met zand of andere ongerechtigheden. De gemalen moeten voldoende capaciteit hebben om het afvalwater te kunnen verpompen en bedrijfszeker zijn. De zorgplicht voor hemelwater houdt in dat de gemeente dient zorg te dragen voor een doelmatige inzameling van het afvloeiende hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiende hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Naast de zorg voor het afvloeiende hemelwater van particuliere terreinen heeft dit natuurlijk ook betrekking op het hemelwater dat van openbaar terrein afstroomt. Ten aanzien van de verwerking van het ingezamelde hemelwater is de keuze aan de gemeente. Onder het verwerken van het hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater. Bij het verwerken van hemelwater worden onder andere door het Hoogheemraadschap eisen gesteld. Het betreft de eisen aan de vuiluitworp uit de riolering naar oppervlaktewater en lekkage naar bodem en grondwater. Doel 2 heeft ook betrekking op wateroverlast tijdens regen. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, moet de riolering als totaal voldoende afvoercapaciteit hebben. Wateroverlast kan ontstaan als bij hevige regen niet al het water direct kan worden afgevoerd: het met huishoudelijk afvalwater vermengde regenwater komt uit de riolering op straat of het regenwater kan bijvoorbeeld door verstopte kolken niet in de riolen komen. Het is niet mogelijk om riolering en regenwatervoorzieningen aan te leggen die alle mogelijke extreme regenbuien kunnen verwerken. Een landelijk geaccepteerde maatstaf is dat een bui die maximaal eenmaal in de twee jaar voorkomt, verwerkt moet kunnen worden (gemiddeld maximaal één keer per twee jaar ‘water op straat’) door het rioolstelsel. De regenwatervoorzieningen worden gedimensioneerd conform de eisen van het Hoogheemraadschap. Tijdens hydraulische doorrekening van het stelsel zal ook gecontroleerd worden hoe het stelsel reageert op zwaardere buien gezien de klimaatsverandering. In het kader van de uitgevoerde Watersysteem studie van het watersysteem in en rondom Schiedam is vanwege de grote verwevenheid tussen riolering en het watersysteem een rioleringsberekening uitgevoerd uitgaande van regengebeurtenissen inclusief klimaat- en kustcorrecties. Uit de resultaten is gebleken dat het grootste deel van de riolering van Schiedam de hydraulische belasting goed kon verwerken. Een nadere toetsing moet nog plaatsvinden uitgaande van nieuwe stedelijk gegevens. “Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert”
(5). Dit is een nieuw doel dat specifiek gericht is op het grondwater. Dit doel vormt de invulling van de zorgplicht voor het grondwater. Grondwater speelt ten slotte een belangrijke rol binnen de stedelijke openbare ruimte. De ruime omschrijving van dit doel is noodzakelijk omdat de oorzaken en oplossingen van grondwaterproblemen liggen op het grensvlak van stedelijk waterbeheer en ruimtelijke ordening. Op eigen terrein heeft de burger nadrukkelijk zelf een verantwoordelijkheid om het grondwaterprobleem op te lossen en te voorkomen. De gemeente stelt zich tot doel de burger het mogelijk te maken deze verantwoordelijkheid te nemen. 3.3.2 Functionele eisen Om te kunnen toetsen of de doelen worden gehaald, zijn functionele eisen en bijbehorende maatstaven opgesteld, deze zijn opgenomen in tabel B. In hoofdstuk 4 vindt de toetsing aan deze maatstaven plaats. De toetsing aan de maatstaven vindt plaats via de meetmethoden. Tabel B Doelen, functionele eisen en maatstaven Doel 1 Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden 1a Alle percelen op het gemeentelijk gebied waar afvalwater vrijkomt moeten van een rioleringsaansluiting zijn voorzien, uitgezonderd bij specifieke situaties waar lokale behandeling een elfde graad van milieubescherming biedt. Alle percelen binnen of buiten bebouwde kom moeten aangesloten zijn op riolering of op een lokale behandeling van het afvalwater (IBA) als dit eenzelfde graad van milieubescherming biedt, tenzij dit niet doelmatig is met het oog op kosten en milieu. Registratie van lozingssituatie van de percelen binnen en buiten de bebouwde kom. 1b Er dienen geen ongewenste lozingen op de riolering plaats te vinden. Geen overtredingen van de Lozingsvoorwaarden bij of krachtens de Wet milieubeheer en geen foutieve aansluitingen. Controle, handhaving en registratie. 1c Het scheiden van (afval) waterstromen in huishoudens, bedrijven en industrie dient te worden bevorderd. Toepassen gescheiden systemen in huishoudens, bedrijven en industrie. Controle, handhaving en registratie in het kader van bouwvergunningen. 1d De huisaansluitleidingen moeten in goede staat zijn. Geen klachten over functioneren aansluitleidingen. Meldingen- en klachtenregistratie. 1e Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodanig dat de hoeveelheid uittredend rioolwater beperkt blijft. Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit (conform NEN 3398) mogen niet voorkomen. Visuele inspectie met classificatie volgens NEN
  1. Doel 2 Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden 2a De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om bij droog weer het aanbod van stedelijk afvalwater binnen zekeren grenzen te verwerken. Optimaal stelselontwerp, volgens landelijke normen. Ontwerp volgens Leidraad Riolering. 2b De afstroming dient gewaarborgd te zijn. Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet voorkomen. Visuele inspectie met classificatie volgens NEN
  2. 2c Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de rwzi te bereiken. Verblijftijd van het afvalwater in het stelsel niet langer dan 24 uur. Hydraulische berekeningen. 2d De afvoercapaciteit van de gemengde riolering voor afvalwater moet toereikend zijn om het aanbod bij hevige neerslag te kunnen verwerken, uitgezonderd bij bepaalde buitengewone omstandigheden. Gemiddeld maximaal éénmaal per twee jaar water op straat (theoretisch). Hydraulische berekeningen conform Leidraad Riolering C2100 bij een gebeurtenis met een herhalingstijd van T=2 jaar (bui08). 2e De objecten moeten in goede staat zijn. Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit mogen niet voorkomen. Visuele inspectie met classificatie volgens NEN
  3. 2f De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn. Ingrijpmaatstaven voor afstroming (conform NEN 3398) mogen niet voorkomen. Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399 en hydraulische berekening. 2g De vuiluitworp uit rioolstelsels dient beperkt te zijn. De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet kleiner of gelijk zijn aan de vuiluitworp van het referentiestelsel volgens de eenduidige basisinspanning van de CIW. Aanvullen emissiebeperking volgend uit waterkwaliteit. Tienjarige regenreeksberekeningen volgens de Leidraad Riolering Vermenigvuldiging van de overstortvolumes met de vuilconcentratie. Berekening waterkwaliteitsspoor. Doel 3 Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier) Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden 3a Alle percelen binnen het gemeentelijk gebied waar hemelwater vrijkomt waarvan men zich wenst te ontdoen, moeten van een rioleringsaansluiting zijn voorzien. Alle percelen zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, tenzij men zich niet van het hemelwater wil ontdoen doch het voor lokale waterhuishouding of andere doeleinden wil gebruiken of wanneer indirecte lozing geoorloofd is. Registratie van lozingssituatie van de percelen binnen en buiten de bebouwde kom. 3b Voor zover rendabel, afkoppelen van schoon hemelwater zonder wateroverlast en ongewenste milieuverontreiniging te veroorzaken. Afkoppelen indien technisch uitvoerbaar, toelaatbaar voor het milieu en kosteneffectief. Afkoppelen indien technisch uitvoerbaar, toelaatbaar voor het milieu en kosteneffectief. 3c De vuiluitworp door regenwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn. Resterende vuiluitworp mag geen belemmering vormen voor de waterkwaliteit. Toetsing oppervlaktewaterkwaliteit. 3d Adequate inzameling van hemelwater, voor zover de particulier niet redelijkerwijs in de verwerking kan voorzien. Indien bij nieuwbouw het perceel grenst aan het oppervlaktewater dan voorziet de particulier, in overleg met de waterbeheerder, in de afvoer van het hemelwater van daken rechtstreeks op het oppervlaktewater. Visuele waarnemingen en meldingenregistratie. 3e De instroming in riolen via de kolken dient ongehinderd plaats te vinden. Plasvorming bij kolken dient beperkt te zijn. Visuele waarnemingen en meldingenregistratie. 3f Beperkte hoeveelheid intredend grondwater. Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid (conform NEN 3398) mogen niet voorkomen. Visuele inspectie met classificatie volgens NEN
  4. 3g Geen afvoer van drainagewater via gemengde en/of dwa-riolen. Drains zijn niet op gemengde en/of dwa-riolen aangesloten. Waarneming en metingen. Doel 4 Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden 4a De afvoercapaciteit van de riolering moet toereikend zijn om het aanbod bij hevige neerslag te kunnen verwerken, uitgezonderd bij bepaalde buitengewone omstandigheden. Gemiddeld maximaal éénmaal per twee jaar water op straat (theoretisch). Hydraulische berekeningen conform Leidraad Riolering C2100 bij een gebeurtenis met een herhalingstijd van T=2 jaar (bui08). 4b De vuiluitworp door overstortingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn. Vuiluitworp gelijkwaardig aan die bij het 'referentiestelsel', (voldoen aan basisinspanning en waterkwaliteitsspoor). Berekenen en meten van vuiluitworp conform richtlijnen waterkwaliteitsbeheerder. Leidraad afkoppelen WrW. Doel 5 Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden 5a Adequate handhaving van het grondwaterregime (bestemming-inrichtingsfase). De ontwateringsdiepte is minimaal 70 cm beneden maaiveld, die maximaal 2 weken per jaar mag worden overschreden (bestemmings- en inrichtingsfase). Voor zover het oppervlaktewaterpeil dit toelaat). Onderzoek grondwaterstanden eventueel in combinatie met grondwatermodellering. 5b Adequate afvoer van overtollig grondwater (bij te hoge grondwaterstanden) (beheerfase). -GHG<50 cm-mv: bij groot onderhoud aan de weg of riolering treffen van grondwatermaatregelen (beheerfase). -GHG 50-70 cm-mv: bij groot onderhoud aan weg of riolering (afhankelijk van situationele grondwatergegevens) onderzoek uitvoeren (beheerfase). -GHG>70 cm-mv: geen maatregelen (beheerfase). Peilbuizen registratie, onderzoek grondwaterstanden. Peilbuizen registratie, onderzoek grondwaterstanden. Peilbuizen registratie, onderzoek grondwaterstanden. 3.3.3 Voorwaarden voor effectief beheer De rioleringsbeheerder moet een aantal voorwaarden scheppen voor een doelmatige zorg voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Wanneer de voorwaarden niet aanwezig zijn kan de doelmatigheid van de rioleringszorg niet worden gewaarborgd. Hier ligt ook de relatie met de eis uit de Wet Milieubeheer (art. 4.22) dat bekend moet zijn wat er aan rioleringsvoorzieningen aanwezig is en in welke staat zij verkeren. tabel C Voorwaarden voor effectief beheer Voorwaarden Maatstaven 1 Het rioleringsbeheer dient zo goed mogelijk te worden afgestemd op andere gemeentelijke taken. 1a In operationele programma's samenhang aangeven. 2 De gebruikers van de riolering dienen bekend te zijn en ongewenste lozingen dienen te worden voorkomen. 2a Naleving en actueel houden vergunningen (Wvo- en aansluitvergunningen) 2b Eenmaal per jaar rioleringsbestand controleren. 2c Geen illegale of foutieve aansluitingen. 2d Actueel overzicht van de aansluitingen op de riolering. 3 Inzicht in kosten op langere termijn. 3a Alle kosten van de rioleringszorg minimaal één keer in beeld. 4 Er dient inzicht te bestaan in de toestand en het functioneren van de riolering (onderscheiden in gemengde en gescheiden riolering). 4a Direct toegankelijkheid en beschikbaarheid riolerings gegevens. 4b Jaarlijkse inspecties. 4c Verwerking revisiegegevens binnen 6 maanden. 4d Periodieke hydraulische controle, eenmaal per 10 jaar. Indien dit zinvol is bijvoorbeeld bij wijzigingen van verhard oppervlak of grootschalige nieuwbouw. 4e Verwerken van meetgegevens riolering. 5 Er wordt indien mogelijk en zinvol gebruik gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke materialen. 5a Toepassing van o.a. nationaal pakket Duurzaam Bouwen wordt aanbevolen. 6 Er dient een klantvriendelijke benadering te worden nagestreefd. 6a Meldingen dienen snel en effectief afgehandeld te worden. 6b Voldoende voorlichting en informatie naar belanghebbenden. 7 De samenwerking tussen de gemeente en het waterschap dient effectief ingericht te worden. 7a Periodiek overleg tussen gemeente en waterschap. 8 De bedrijfszekerheid van gemalen en andere objecten moet gewaarborgd zijn. 8a Storingen moeten binnen 24 uur verholpen zijn. Grote gemalen bij renovatie/vervanging voorzien van een automatische storingsmelding. 8b Mogelijke incidenten en de gevolgen daarvan dienen in kaart gebracht te zijn. Te nemen acties moeten bekend zijn (incidentplan). 9 De riolering dient zodanig te worden ont- en belucht te zijn dat overlast door stank wordt voorkomen. 9a Geen klachten over overlast door stank vanuit de riolering. 10 Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. 10a Goede afstemming van rioolwerken op werkzaamheden andere diensten en nutsbedrijven, bereikbaarheid percelen zoveel mogelijk handhaven. 10b Geen verkeersomleiding door woongebieden en bereikbaarheid zoveel mogelijk handhaven. 3.4 Ambities van Schiedam Gelet op het gestelde in de vorige paragraaf en het doel volgens het Waterplan Schiedam ten aanzien van een duurzaam, schoon, heel en veilig watersysteem kunnen we samengevat de doelen van de zorg voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en het treffen van grondwatermaatregelen als volgt verwoorden: zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater (inclusief bedrijfsafvalwater); zorgen voor transport van stedelijk afvalwater; zorgen voor inzameling van regenwater (voor zover niet door particulier); zorgen voor verwerking van ingezameld regenwater; zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Bij deze doelen worden eisen en maatstaven geformuleerd om een toetsingskader voor de brede rioleringszorg te creëren. We kunnen dan bepalen waarom bepaalde maatregelen nodig zijn en of dat wat we doen ook bijdraagt aan de doelen. In het kader van deze doelen heeft Schiedam de volgende ambities als het gaat om water en riolering: Het doorvoeren van de beleidskeuzes vanuit het waterplan en het KRW-Delfland akkoord in het verbrede GRP 2009-2013; Het samenwerken met het Hoogheemraadschap Delfland met betrekking tot het uitvoeren van de maatregelen in het kader van de OAS De Groote Lucht; het aangaan van de discussie om de besparing van kosten voor het Hoogheemraadschap door maatregelen in de gemeente, ook terug te geven aan de burgers in de vorm van een lagere zuiveringsheffing; het vormgeven van grondwaterbeleid; Het verkrijgen van een beter inzicht in de werking en toestand van de riolering; Het verder doorvoeren van de al ingezette “ontvlechting” van hemelwater en stedelijk afvalwater (afkoppelen) waarbij het hemelwater lokaal in het milieu wordt teruggebracht, waar nodig met een voorziening; als randvoorwaarde geldt de doelmatigheid van afkoppelen in de zettinggevoelige gebieden; Het opstellen van een hemel- en grondwaterverordening om regels te stellen aan de wijze van afvoer van hemel- en grondwater door particulieren; 3.5 Overleg met andere overheden Het ontwerp GRP versie D1 is verstuurd naar het Hoogheemraadschap Delfland, provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat Zuid-Holland teneinde hun zienswijze hierop te vernemen. De reactie van Rijkswaterstaat Zuid-Holland is toegelicht in de bespreking van 22 januari
  5. In het overleg op 05-02-2009 tussen de gemeente en het Hoogheemraadschap is de reactie op het ontwerp GRP toegelicht. De reactie van de provincie is telefonisch besproken, de vraagpunten zijn toegelicht. Wij zijn van mening dat het grondwaterbeleid ook in dit GRP naar behoren beschreven is. Het raadsbesluit (bijlage 6) vult het GRP op financieel gebied. Het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat willen al inspelen op de wetontwikkeling in 2009 op het gebied van vergunningen voor overstorten en de beoogde rol voor het GRP hierin. Dit GRP gaat echter uit van de huidige wettelijke regelingen, nieuwe ontwikkelingen worden daarmee niet uitgesloten. Ook wordt door het Hoogheemraadschap een gemeentelijk afkoppelplan aanbevolen. Vanuit de gemeente gezien is het afkoppelbeleid: waar mogelijk, wijkgewijs, afkoppelen met de volgende kanttekeningen: Schiedam Zuid, in verstedelijkt gebied niet; Schiedam Noord, de haalbaarheid van afkoppelen wordt in een nog uit te voeren studie afgewogen; Nieuwland, afkoppelen is het beleid. De overige relevante opmerkingen zijn in dit GRP verwerkt. De officiële reacties van het Hoogheemraadschap, Rijkswaterstaat en de Provincie zijn in bijlage 4 bijgevoegd.
  6. Huidige situatie Wat hebben we nu aan voorzieningen en hoe voldoen we aan de gestelde eisen? In dit hoofdstuk vindt de toetsing van de huidige situatie plaats. Deze toetsing is het uitgangspunt voor het bepalen van de opgave (hoofdstuk 5). Naarmate de gewenste en de huidige situatie meer van elkaar afwijken, zullen meer ingrijpende en omvangrijke maatregelen noodzakelijk zijn. Het vaststellen van de huidige situatie heeft plaatsgevonden op basis van: Evaluatie van het gemeentelijk rioleringplan Schiedam 2003-2007; Meerjaren (beheer)plan riolering 2005-2008; Jaarplannen riolering; Objectgegevens in het gemeentelijke rioleringsbeheersysteem; Andere door de gemeente geleverde gegevens van de riolering. Per paragraaf zal het bijbehorende doel en/of functionele eisen worden genoemd. In dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt in de drie zorgplichten: stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. 4.1Totaal overzicht voorzieningen In tabel D is een overzicht weergegeven van de aanwezige voorzieningen in de gemeente. Tabel D Totaal overzicht voorzieningen gemeente Schiedam per 1-8-2008 OMSCHRIJVING OBJECT STAND PER 01-08-08 Vrijvervalriolering 257,70 km onderverdeeld in: * gemengde riolering 167,84 km * regenwaterafvoerriool 52,52 km * droogweerafvoerriool 33,99 km * overstortleiding 1,13 km * IT-riool - km * buiten gebruik 2,23 km Drukriolering * pompunits 73 st * drukriolering 10,32 km Lamellenfilters 10 st Rioolgemalen 104 st Tunnelgemalen 3 st Persleidingen 13,17 km IBA's 19 st Bergingskelders - st Grondwatergemalen 9 st Figuur D geeft inzicht in leeftijd en stelseltype van de riolering. figuur D Riolering naar type en leeftijd Van de riolering is 9% ouder dan 40 jaar. De gegevens van de riolering zijn opgeslagen in een geautomatiseerd rioleringsbeheersysteem In het kaartje van figuur E is die riolering grafisch gepresenteerd met de te onderscheiden stroomgebieden van de riolering. figuur E Schema riolering Schiedam In de paragrafen 4.3, 4.4 en 4.5 wordt meer ingegaan op de aanwezige voorzieningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in voorzieningen voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Van de bijbehorende stelsels wordt een overzicht gegeven en wordt de toestand en het functioneren ervan beschreven. 4.2 Stedelijk afvalwater 4.2.1 Nog niet aangesloten bestaande bebouwing. Bijbehorend doel: Inzameling van stedelijk afvalwater (doel 1) Per 1 januari 2008 zijn er in de gemeente Schiedam 35.448 woningen. Alle woningen zijn op de riolering aangesloten of zijn voorzien van een IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater). Het aansluitpercentage van percelen op (druk)riolering in de gemeente bedraagt circa 99%.Binnen de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op de riolering. Nog niet aangesloten zijn 10 (historische) woonboten gelegen in de Korte en Lange Haven en volgens opgave Rijkswaterstaat Zuid-Holland de 2 panden Maasboulevard 7 en 11 (Wvo vergunningplichtige bedrijven). De gemeente beschikt over een ontheffing van de zorgplicht van de Provincie voor het aansluiten van 19 percelen in het buitengebied. Deze percelen zijn voorzien van een IBA, deze zijn eigendom van de bewoners. Het beheer wordt uitgevoerd door het Hoogheemraadschap Delfland. Conclusie: de huidige situatie in de gemeente Schiedam voldoet nagenoeg aan de maatstaf dat alle percelen binnen de gemeente op de (druk)riolering of op een IBA zijn aangesloten (maatstaf 1a) tenzij dit niet doelmatig is met het oog op de kosten en het milieu. 4.2.2 Afvoer en behandeling van stedelijk afvalwater De inzameling van stedelijk afvalwater binnen de bebouwde kom vindt hoofdzakelijk plaats door middel van vrijvervalriolen. Buiten de bebouwde kom wordt het afvalwater hoofdzakelijk ingezameld door middel van drukriolering. Het ingezamelde stedelijk afvalwater van Schiedam komt uiteindelijk terecht in rioolgemaal Bijdorp van het Hoogheemraadschap Delfland, dat het afvalwater verpompt naar de RWZI de Groote Lucht. 4.2.3 Overzicht aanwezige voorzieningen Voorwaarden voor effectief beheer: overzicht van de in beheer zijnde voorzieningen. De gegevens van de riolering zijn opgenomen in het rioleringsbeheersysteem bij de gemeente. Het rioolstelsel voor de inzameling en transport van het stedelijk afvalwater heeft de volgende kenmerken: In totaal is er circa 203 km vrijvervalriolering voor stedelijk afvalwater aangelegd waarvan: gemengd 167,9 km dwa-riolen 34,0 km overstortriolen 1,1 km Bij de gemeente zijn 74 rioolgemalen in beheer, bij derden 26 gemalen. De lengte van bijbehorende persleidingen bedraagt circa 10,97 km, zie ook tabel 4.1 GEM en 4.2 GEM in bijlage
  7. Er is drukriolering aanwezig met 73 pompunits, circa 7,75 km drukleiding, zie ook tabel 4.3 DWA in bijlage
  8. Bij 19 percelen wordt het huishoudelijk afvalwater gezuiverd met behulp van een IBA (Individuele Behandeling Afvalwater). In figuur F is de hoeveelheid aangelegde riolering en leeftijdsopbouw per type (gemengd en dwa) riool weergegeven. Er wordt nog veel aandacht besteedt aan het controleren van ingevoerde rioleringsgegevens. Het verhard oppervlak (inventarisatie) en puthoogten (metingen) zijn onderwerp van deze controles. De opname van verhard oppervlak is uitgevoerd in de periode 2006-
  9. figuur F Aanlegjaar vrijverval riolering voor inzameling stedelijk afvalwater Conclusie: de gemeente beschikt over een geautomatiseerd rioleringsbeheersysteem met bijbehorende gegevensbestanden. Aan de maatstaf voor beschikbaarheid en toegankelijkheid van gegevens wordt voldaan. 4.2.4 Toestand van de objecten Bijbehorende doelen: inzameling en transport van stedelijk afvalwater, (doelen 1 en 2). Vrijvervalriolering Inzicht in de toestand van de riolering is één van de noodzakelijke voorwaarden voor een effectief rioleringsbeheer. Het doel van inspectie van riolen en gemalen is het inzicht verkrijgen en houden in de kwaliteit van de riolen en de gemalen. Jaarlijks wordt 17 km (=6% van de totale lengte gemengde en dwa riolering) riolering geïnspecteerd met behulp van videocamera. Inmiddels is 60 % van de riolering geïnspecteerd. Voor het stedelijk afvalwater is dit 50%. In 2004 is een inspectie uitgevoerd van de belangrijkste gemalen. De waarnemingen zijn geclassificeerd volgens de Nederlandse Norm NEN 3399:2004 (ref. 3). Dit houdt in dat gekeken wordt naar achttien verschillende toestandsaspecten (bijvoorbeeld lekkage, zand- en vuilophoping, aantasting van het beton van de buis) die in hoofdgroepen “waterdichtheid”, “stabiliteit” en “afstroming” zijn ondergebracht. De waarnemingen worden in vijf klassen verdeeld, waarbij een klasse 1 betekent dat er niets aan de hand is en een klasse 5 dat het toestandsaspect in ernstige mate is waargenomen (bijvoorbeeld grondwater dat door een lekke voeg naar binnen spuit, een buis die voor een groot deel is gevuld met zand, aantasting van de buis zodat het grind uit het beton valt). In figuur G is de verdeling van ingrijp en waarschuwingsmaatstaven weergegeven. figuur G Verdeling maatstaven inspecties riolen stedelijk afvalwater Van de geïnspecteerde riolen heeft 85% een waarschuwingsmaatstaf gekregen. Een waarschuwingsmaatstaf betekent dat de toestand van deze riolen in de toekomst moet worden gevolgd. Een groot deel heeft betrekking op de waterdichtheid en afstromingstoestand ten gevolge van zakkende riolen. Een ingrijpmaatstaf komt voor in 13% van de riolen. Bij slechts 2% van de geïnspecteerde riolering zijn er geen gebreken geconstateerd. De ingrijpmaatstaven hebben voor een groot deel betrekking op waterdichtheidsaspecten 58% en stabiliteit 26%. De ingrijpmaatstaven stabiliteit vragen op korte termijn aandacht (nadere beoordeling). In figuur H is de onderverdeling grafisch weergegeven. figuur H Verdeling ingrijpmaatstaven riolen stedelijk afvalwater Als gevolg van de vlakke ligging van het rioolstelsel en de zetting van de ondergrond is het gevoelig voor vervuiling. Hierdoor raakt het stelsel sneller vervuild dan normaal waardoor, een frequentere reiniging/inspectie van de riolering nodig is dan normaal. In de afgelopen GRP-periode is er op beperkte schaal gereinigd/geïnspecteerd. Bovendien zijn de ter beschikking gekomen inspectiegegevens voor een groot deel niet gebruikt voor verdere beoordeling, het formuleren van maatregelen en vervolgens het uitvoeren van maatregelen. Daardoor is de achterstand in de kennis van de toestand van de riolering groter geworden. Een inhaalslag is nodig. De belangrijkste gemalen zijn in 2004 geïnspecteerd. De resultaten zijn beoordeeld en een eerste raming van de vervangingskosten is gemaakt. Conclusie: er wordt aan de functionele eis dat er inzicht moet zijn in de toestand van de (vuil water) riolen en gemalen niet geheel voldaan. Hier wordt in hoofdstuk 5 op terug gekomen. 4.2.5 Functioneren van de voorzieningen Bijbehorende doelen: inzameling en transport van stedelijk afvalwater, (doelen 1 en 2) en inzameling en verwerking van hemelwater (doelen 3 en 4). De riolering van Schiedam bestaat uit een robuust rioolstelsel met goed functionerende rioolgemalen. Het stedelijk afvalwater wordt over het algemeen goed ingezameld en afgevoerd naar de RWZI De Groote Lucht. Het huidige stelsel is qua afvoercapaciteit in staat om de voor Nederland gebruikelijke ontwerpbuien goed af te voeren. Gebleken is ook tijdens de laatste jaren dat hevige buien goed door het rioolstelsel kunnen worden verwerkt. Zelfs de regengebeurtenissen van augustus 2008 konden op een paar knelpunten na goed worden verwerkt door de riolering. Hierbij spelen de (overstort)gemalen die het afvalwater verpompen naar de Nieuwe Waterweg een belangrijke rol. Dit is een gunstig vooruitzicht met betrekking tot de toenemende bui-intensiteiten en hoeveelheden regenval die met het oog op de toekomst als gevolg van de klimaatveranderingen kunnen worden verwacht. De knelpunten doen zich voor in de laag gelegen delen van Marconi (Oosterstraat, Oostsingel en Villastraat), de laag gelegen delen van Bijdorp (Schiedamseweg) en een paar plekken in West-Frankenland. Er wordt door de afdeling BOR momenteel gewerkt aan structurele oplossingen om toekomstige wateroverlastgevolgen te verminderen. Er worden metingen aan de riolering uitgevoerd die gebruikt worden om de systeemberekeningen te kunnen verfijnen, met als doel inzicht te krijgen in de werking van de riolering en vervolgens oplossingen te formuleren teneinde de vuiluitworp uit de riolering terug te dringen. Er is dit jaar een afvalwaterakkoord OAS-De Groote Lucht gesloten. De twee belangrijkste aspecten hierbij betroffen met name het niet doorgaan van de aanleg van 3 bergbezinkbassins en de aanzet tot een onderzoek naar rioolvreemd water. Ter (gedeeltelijke) compensatie van het niet doorgaan van de aanleg van 3 berbezinkbassins is tijdelijk een zandfilter geplaatst op de RWZI De Groote Lucht. Hierdoor wordt de oppervlaktewaterkwaliteit in gelijke mate gunstig beïnvloed. Het rioolvreemd water in de riolering van Schiedam bedraagt ongeveer 30-50% van de DWA-hoeveelheid. Kortom teveel rioolwater wordt verpompt naar de RWZI De Groote Lucht. Deze situatie is niet acceptabel en in de periode 2009-2013 moeten verbeteringsmaatregelen worden geformuleerd en vervolgens uitgevoerd op basis van uitgevoerd onderzoek in
  10. De coördinaten van de overlaten en lozingspunten op de Nieuwe Waterweg vanuit het rioolstelsel zijn weergegeven in bijlage
  11. Ondanks een paar faalaspecten kan geconcludeerd worden dat de vuiluitworp uit het gemengde stelsel voldoet aan de basisinspanning en aan de eisen van het Hoogheemraadschap Delfland en Rijkswaterstaat Zuid-Holland. Conclusie: er wordt voldaan aan de functionele eis dat het stelsel voldoende hydraulische capaciteit heeft (functionele eis 2d). Er wordt nagenoeg voldaan aan de functionele eis dat vuiluitworp door overstortingen op oppervlaktewater beperkt dient te zijn
(4b). 4.3 Hemelwater 4.3.1 Verwerking van hemelwater De inzameling van hemelwater, bij (verbeterd) gescheiden stelsels, binnen de bebouwde kom vindt plaats middels vrijvervalriolering. Het hemelwater wordt via rioolgemalen en persleidingen deels afgevoerd naar de RWZI. Deels is hemelwater van de gemengde riolering afgehaald en naar het oppervlaktewater afstromend. Er zijn hiervoor in de gemeente 10 lamellenfilters aangelegd voor de verwerking van hemelwater. 4.3.2 Overzicht van aanwezige voorzieningen De gegevens van de hemelwaterriolering zijn opgenomen in het rioleringsbeheersysteem. Het is bijgewerkt tot september
  1. De hemelwaterriolering in de gemeente Schiedam omvat de volgende onderdelen: Er is circa 55,3 km HWA-riolering aangelegd voor het inzamelen en transporteren van hemelwater. Er zijn vijf regenwater gemalen. De lengte van bijbehorende persleiding voor gemaal Loeffstraat bedraagt circa 1,7 km, zie ook tabel 4.1 HWA+GW en 4.2 HWA+GW in bijlage
  2. Er zijn drie tunnelgemalen (in beheer) In figuur I is de hoeveelheid aangelegde riolering en leeftijdsopbouw weergegeven. figuur I Aanlegjaar vrijverval riolering voor inzameling hemelwater 4.3.3 Toestand van de objecten De bestaande riolering is relatief jong van leeftijd. Hemelwaterriolering vervuild minder snel, waardoor inspecties in mindere mate nodig zijn. Toch is 20% van de hemelwaterriolen geïnspecteerd. In figuur G is de verdeling van ingrijp en waarschuwingsmaatstaven weergegeven. figuur J Verdeling maatstaven inspecties riolen hemelwater Van de geïnspecteerde riolen heeft 72% een waarschuwingsmaatstaf gekregen. Een groot deel heeft betrekking op de waterdichtheid en afstromingtoestand ten gevolge van zettingen en daardoor zakkende riolen. Een ingrijpmaatstaf komt voor in 15% van de riolen. Bij 13% van de geïnspecteerde riolering zijn er geen gebreken geconstateerd. In figuur K is de onderverdeling van de ingrijpmaatstaven over de drie toestandsaspecten grafisch weergegeven. figuur K Verdeling ingrijpmaatstaven riolen hemelwater De ingrijpmaatstaven hebben voor een groot deel betrekking op waterdichtheidaspecten 74% en afstroming 20%. De ingrijpmaatstaven stabiliteit vragen op korte termijn aandacht (nadere beoordeling). Conclusie: er wordt aan de functionele eis dat er inzicht moet zijn in de toestand van de (hemel water) riolen wordt nog niet geheel voldaan. 4.3.4 Functioneren van de voorzieningen De praktijk leert dat de hemelwaterriolering het hemelwater over het algemeen goed kan verwerken. Er geen klachten bekend bij de gemeente. Conclusie: er wordt voldaan aan de functionele eis dat het stelsel voldoende hydraulische capaciteit heeft (functionele eis 2d). 4.4 Grondwater Bijbehorend doel: zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert (doel 5) In de wet en regelgeving is de rioleringszorgplicht aangepast en uitgebreid. Naast een zorgplicht voor het stedelijk afvalwater en hemelwater is er een zorgplicht voor het grondwater bijgekomen. Enkele punten in deze nieuwe grondwaterzorgplicht zijn: de aanpak van grondwateroverlast is een samenspel van de grondeigenaar, gemeente, Waterschap en Provincie; de wet wijst uitdrukkelijk niet één van de overheden aan die de zorgplicht heeft voor een grondwaterstand; eigen verantwoordelijkheid van de grondeigenaar is het uitgangspunt; de gemeente treft in ieder geval maatregelen als grondeigenaar voor haar eigen grondgebied; maatregelen moeten problemen oplossen en doelmatig zijn; bouwkundige maatregelen hebben de voorkeur boven waterhuishoudkundige maatregelen; de zorgplicht eist van gemeente een goede analyse van oorzaken en mogelijke maatregelen; bij grondwaterproblemen moet de gemeente zich in grondwater verdiepen en keuzen maken. De wet verplicht de gemeente om in ieder geval de huidige situatie op grondwatergebied in kaart te brengen op basis van volledige, betrouwbare en actuele gegevens. 4.4.1 Inzicht in grondwaterregime In het stedelijk gebied van Schiedam is, afhankelijk van de locatie, sprake van hoge grondwaterstanden. Dit hangt sterk samen met de zettinggevoeligheid van de bodem. Globaal kan worden gesteld dat ten aanzien van de grondwaterbeleving Schiedam kan worden verdeeld in twee delen t.w.: Het deel ten noorden van de A20, Schiedam-Noord, het relatief nieuwe stedelijke gebied; Het deel ten zuiden van de A20, Schiedam-West, -Zuid, -Oost en Centrum, het relatief oude stedelijke gebied. Ad 1.: Het gebied van Schiedam-Noord kenmerkt zich door een relatief snel zakkende bodem (grote zettingen) waarbij de op palen (hout/beton) gefundeerde huizen niet meezakken maar het omringende gebied en de bodem onder de huizen wel. Aangezien het oppervlaktewater op een constant peil wordt gehouden en het grondwaterpeil sterk samenhangt met het oppervlaktewaterpeil staat het grondwater vaak hoog. In dit gebied wordt het openbaar gebied frequent opgehoogd inclusief de daarin voorkomende ondergrondse infrastructuur. Dit heeft invloed op de gemiddelde levensduur van de riolering (gaat omlaag) en de daarmee verbandhoudende kosten (gaan omhoog). Ad 2.: Het gebied ten zuiden van de A20 kenmerkt zich door minder zettingen met huizen gefundeerd deels op palen (hout/beton) en deels op staal. De grondwaterstand is mede door inhomogene opbouw van de ondergrond afwisselend hoog en laag. De relatie met het oppervlaktewaterpeil is minder sterk dan in Schiedam-Noord. Teneinde beleidskeuzes mogelijk te maken is het noodzakelijk om eerst de huidige situatie voor het aandachtsveld grondwater vast te stellen. Hiervoor zijn een aantal processtappen nodig. Wanneer de huidige situatie in kaart is gebracht is het vervolgens mogelijk om met betrekking tot de (gewenste) toekomstige grondwatersituatie (=streefbeeld toekomst) beleidskeuzes te maken. Het proces om te komen tot zicht op de toekomstige situatie en daaropvolgend bestaat uit de volgende stappen: Formulering van het streefbeeld: zicht krijgen op de huidige situatie Formulering van de maatregelen: completering en verdere inrichting van het bestaande grondwaterpeilbuizennet Uitvoering van controle en onderzoek: monitoren en beoordeling van de gemeten grondwaterstanden Vastleggen van de huidige situatie: zicht op de toekomstige situatie Formulering van het streefbeeld: zicht krijgen op de toekomstige situatie Iedere processtap wordt nader beschouwd en resulteert in uit te voeren onderzoeks- en uitvoeringswerkzaamheden. 4.4.2 Overzicht aanwezige voorzieningen De voorzieningen die aanwezig zijn met betrekking tot het grondwatersysteem omvatten de volgende elementen: Ca 40 grondwaterpeilbuizen. De grondwaterstanden worden periodiek gemeten door de gemeente (groep Geoinformatie). De peilbuislokaties worden bepaald door de gemeente. Het team Bouw- en Woningtoezicht, groep Geoinformatie en team Regie Openbare Ruimte (ROR) zijn daarbij betrokken. Drainageleidingen. Onbekend is het aantal m’ leiding en de locaties. Het streven is erop gericht om in de toekomst inzicht te krijgen in de grondwatersituatie. Daarbij is het nodig om de ligging en het aantal m’ drainageleiding te weten te komen. Er zijn 9 grondwatergemalen. In deze GRP-periode is het nodig om de gegevens van de hierboven aangegeven voorzieningen te completeren, te actualiseren en betrouwbaar te maken. 4.4.3 Klachten, overlast en communicatie Klachten of overlast veroorzaakt door de (te hoge/lage) grondwaterstanden komen voor in de gemeente Schiedam. Momenteel worden deze op verschillende plaatsen in de gemeentelijke organisatie ontvangen n.l. bij IRADO, het team ROR van de afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR) team Bouw en Woningtoezicht. De klachten worden behandeld in een grondwaterwerkgroep en vervolgens door enkele leden van de groep afgehandeld. De status van de groep moet nog officieel worden vastgesteld. Een grondwaterloket moet in de komende periode gestalte krijgen. De communicatie met de burgers over de grondwateraspecten is van groot belang om de burgers te tonen dat de gemeente Schiedam daadwerkelijk bezig is om binnen de bestaande wettelijke kaders daar waar mogelijk de eventuele grondwaterproblemen op te lossen. Het grondwaterloket. Conclusie: Op dit moment is er nog onvoldoende inzicht in het grondwaterregime om maatstaven te kunnen vaststellen. De activiteiten zijn erop gericht om inzicht te krijgen in de bestaande grondwatersituatie en vervolgens maatstaven te formuleren om een bepaalde grondwatersituatie te creëren dan wel in stand te houden. 4.5 Verordeningen en vergunningen Bijbehorende functionele eis: geen ongewenste lozingen op de riolering, doel
  3. Veel bedrijven vallen onder de wet Milieubeheer waardoor zij aan specifieke milieuregels moeten voldoen. Deze regels zijn vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of in een milieuvergunning. Ieder bedrijf dat opgericht wordt of waarvan de bestaande (en vergunde) situatie wijzigt krijgt veelal te maken met deze regels. Bedrijven die niet vallen onder een AMvB hebben een milieuvergunning nodig. De controle van de vergunningen en naleving van de regelgeving betreffende de Wet milieubeheer is door de gemeente Schiedam gedelegeerd aan de DCMR. Er worden integrale controles uitgevoerd waarbij ook het aspect lozing van afvalwater wordt meegenomen. De controles (en vergunningverlening en handhaving) vinden periodiek plaats, afhankelijk van type lozing en type bedrijf (milieucategorie). Daarnaast vindt ook controle plaats naar aanleiding van klachten. Het handhavingsbeleid (de controles) is een gemeentelijke verantwoordelijkheid; de DCMR is door de gemeente gemandateerd om deze controles bij de bedrijven en instellingen uit te voeren. Conclusie: de lozingen op de riolering vallen onder de Wet milieubeheer. De DCMR is de controlerende instantie. Hiermee wordt voldaan aan de maatstaven met betrekking tot het terugdringen van ongewenste lozingen op de riolering (maatstaf 1b). 5 De opgave 5.1Inleiding De opgave is het geheel van activiteiten om te komen van de huidige situatie tot de gewenste situatie. Gekoppeld aan middelen en tijd levert dit een strategie op die in dit hoofdstuk aan de orde komt. Een strategie geeft de hoofdlijnen weer van een aanpak die leidt tot het bereiken van gestelde doelen. Het is een samenstel van onderzoek (inspectie, studie), maatregelen (onderhoud, verbetering en vervanging), benodigde middelen (personeel, financieel) en tijd (NPR 3220). In de volgende paragrafen komt achtereenvolgens aan de orde: Aanleg van voorzieningen bij bestaande bebouwing en bij nieuwbouw voor: de inzameling en transport van stedelijk afvalwater; de inzameling en verwerking van hemelwater; het grondwater. Het beheer van de bestaande voorzieningen voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater (onderzoek en maatregelen). Het is de opgave voor de komende planperiode om de gestelde doelen te kunnen halen. Bedragen die worden genoemd zijn op prijspeil 2009 en exclusief BTW. 5.2 Stedelijk afvalwater 5.2.1 Aanleg van nieuwe voorzieningen bij bestaande bebouwing Alle bestaande woningen in Schiedam zijn aangesloten op de riolering. Alleen de (historische) woonschepen in de Korte- en Lange Haven zijn nog niet aangesloten. Het gaat hierom 10 historische (woon)schepen die in de GRP-periode zullen worden aangesloten. Resultaat: Met het aansluiten van deze woonschepen voldoet de gemeente Schiedam aan de maatstaf dat er geen ongezuiverde lozingen van afvalwater plaatsvinden op oppervlaktewater of in de bodem (maatstaf 1a). 5.2.2 Aanleg van nieuwe voorzieningen bij nieuwbouw In de komende planperiode (2009 t/m 2013) zijn diverse nieuwbouwprojecten gepland in de gemeente Schiedam. De komende GRP periode worden gemiddeld 200 nieuwe woningen per jaar bijgebouwd. De uitbreiding geschiedt vooral via de verdere ontwikkeling van de bouwfases in Sveaparken en de inbreidingen. De woningen worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Zowel in geval van uitbreiding als inbreiding wordt gestreefd naar een duurzame oplossing voor de afvoer van het hemelwater (vasthouden-bergen-afvoeren), e.e.a. conform functionele eisen 1c, 2a en 2b. De kosten voor het aansluiten van nieuwe percelen binnen en buiten de bebouwde kom worden betaald door de aanvrager. In geval van (kleinschalige) nieuwbouw, bij bestemmingsplan wijziging, dienen de woningen verplicht op de riolering aangesloten te worden. Daarbij wordt uitgegaan van een verbeterd gescheiden stelsel of een gelijkwaardig alternatief. Ook hier zal bij het ontwerp en de aanleg rekening worden gehouden met een duurzame oplossing voor de afvoer van het hemelwater (e.e.a. conform functionele eis 2a & 2b). De aanleg van riolering bij nieuwbouwlocaties wordt in principe bekostigd uit de grondexploitatie. Deze kosten worden daarom in het GRP buiten beschouwing gelaten. Beheer van deze voorzieningen wordt wel meegenomen. In nieuwbouwlocaties wordt (na uitvoeren van de watertoets) de riolering ontworpen en toegepast volgens de richtlijnen uit de Leidraad Riolering en het Hoogheemraadschap (waaronder beslisboom afkoppelen WrW). Het uitgangspunt is dat bij nieuwbouw het schone hemelwater rechtstreeks wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater (gescheiden stelsel). Bij “kleine” inbreidingen worden de woningen veelal aangesloten op de bestaande vrijvervalriolering. De toename van het aantal woningen zal ook tot gevolg hebben dat de hoeveel af te voeren afvalwater zal toenemen. Door de toename van het aantal woningen zal tevens de lengte te beheren riolering toenemen. De gegevens van nieuw aan te leggen riolering zullen in het rioleringsbeheersysteem van de gemeente worden opgenomen. 5.2.3 Onderzoek Inventarisatie Gegevens zijn voor het rioleringsbeheer van groot belang, evenals de directe toegankelijkheid ervan. Om op adequate wijze de aan de riolering te verrichten maatregelen qua aard en omvang te kunnen bepalen, is een overzicht nodig van de in beheer zijnde voorzieningen. Dit overzicht is grotendeels in het rioleringsbeheersysteem aanwezig. De reguliere terugkerende werkzaamheden hierbij zijn: Periodiek bijwerken van de revisiegegevens (vervangingen en renovaties van de riolering). Toevoegen van nieuw aangelegde riolering (nieuwbouw). Invoeren van inspectie- en reinigingsgegevens in het dg DIALOG. Momenteel is het gegevensbestand nog niet op orde en daarnaast moet het toewijzen van het verhard oppervlak aan de riolering nog plaatsvinden. Verwacht wordt dat in de loop van deze periode het gegevensbestand nagenoeg op orde zal en blijven. Het uitvoeren van deze jaarlijkse werkzaamheden geschiedt door de groep gegevensverwerking van de afdeling BOR. Ca 0,6 fte is hier jaarlijks mee gemoeid. Vanwege de zettinggevoeligheid van de bodem moeten twee jaarlijks de putdekselhoogtes worden gemeten. De meting van ca 3.500 putten dient jaarlijks te geschieden vanwege de continue zettingen; de keuze welk deel van Schiedam moet worden gemeten zal op operationeel niveau geschieden. De putten worden gemeten en de metingen worden verwerkt door de groep Geoinformatie van de afdeling BOR. Globaal gaat jaarlijks het om ca 600 uur. Inspectie, reiniging, beoordeling en controle vrijvervalriolering Om de kwaliteit van de vrijvervalriolering in beeld te brengen worden rioolinspecties uitgevoerd. Tijdens deze rioolinspecties die een globaal (putfotoinspectie) of gedetailleerd (tv/videocamera) karakter kunnen hebben, wordt het riool geclassificeerd op de toestandsaspecten zoals vastgesteld in de NEN-EN-13508-2 (sinds begin 2004). De basisstrategie is dat alle rioolstelsels periodiek gedetailleerd geïnspecteerd worden met behulp van videocamera inspectie. In afgelopen planperiode is een achterstand opgelopen met het inspecteren van de vrijvervalriolering. Ca 40% van het rioolstelsel is niet geïnspecteerd. Daarom wordt een inhaalslag uitgevoerd in de komende planperiode. In de periode 2009 t/m 2013 willen we een frequentie 1 x per 7 jaar gaan nastreven. Dit heeft met name te maken met de gevoeligheid voor vervuiling van de riolering. Dat betekent per jaar ca. 30 km te inspecteren riolen. Voorafgaand aan de inspectie moet het riool gereinigd worden. De verwachting is dat we jaarlijks het volgende budget nodig hebben voor inspecteren en reinigen. Uitgaande van marktconforme prijzen komen we uit op een jaarlijks budgetbedrag van € 240.000,-. Op operationeel niveau zal worden besloten welk deel van de riolering zal worden geïnspecteerd en gereinigd. Hiertoe zal een inspectie- en reinigingsplan voor de GRP-periode moeten worden opgesteld. Op basis hiervan kan product/projectmatig worden gewerkt en de aannemer kan voor een aantal jaren worden vastgelegd. Uitgaande van ervaringscijfers is er voor de gehele GRP-periode een budget bedrag geraamd van € 20.000,-. Teneinde de reinigingskosten te beperken wordt een onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek betreft het vergaren van informatie omtrent de vervuiling van de riolering in Schiedam. Er wordt een bemalinggebied geselecteerd dat nog niet onlangs gereinigd is. Een budgetbedrag is geraamd op € 10.000,-. In lijn met het projectmatig werken worden na de inspecties de beoordeling/renovatieadviezen opgesteld op basis van de ingrijp- en waarschuwingsmaatstaflocaties en vervolgens de bestekken voor de uit te voeren maatregelen samengesteld. Deze maatregelen kunnen vervolgens als basis dienen voor een toekomstig GRP dan wel voor een aanpassing van de maatregelen in het GRP 2009-
  4. De renovatieadviezen en beoordelingsresultaten monden uit in geformuleerde maatregelen met prijsindicatie en herstelmethode. Naast de beoordeling van de jaarlijkse inspectieresultaten moet er nog een inhaalslag worden uitgevoerd met de reeds uitgevoerde inspecties. Uitgaande de bestaande inspecties en de jaarlijks te verwerken inspecties zijn de volgende budgetbedragen geraamd voor het geven van beoordeling/renovatieadviezen: Van de bestaande inspecties van ca 120 km wordt verwacht dat ca 30 km moet worden beoordeeld hetgeen overeenkomt met een benodigd budget van € 90.000,- voor de gehele GRP periode; Van de jaarlijkse inspecties van ca 30 km wordt verwacht dat ca 12 km moet worden beoordeeld wat overeenkomt met een budget van ca € 35.000,-. In het verlengde van de beoordelingsadviezen moeten renovatiebestekken worden opgesteld. Vanwege de complexiteit van de op te stellen bestekken is uitgegaan van ondersteuning hierbij. De ondersteuning bij het opstellen van renovatiebestekken is geraamd op € 10.000,-. De kosten zijn ook opgenomen in de tabellen 5.1 en 5.2 in bijlage
  5. Inspectie en controle overige objecten In de vorige GRP-periode is er een onderzoek uitgevoerd naar de toestand van de belangrijkste gemalen van Schiedam. Daarom wordt er in deze periode geen onderzoek naar de toestand van de gemalen uitgevoerd. Berekeningen Het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van de vrijvervalriolering zal periodiek (1 x per 10 jaar) moeten worden gecontroleerd, onder andere naar aanleiding van wijzigingen in bebouwing, optredende problemen (wateroverlast) of wijziging in regelgeving. De jaarlijkse berekeningen betreffen meestal kleine uit-/inbreidingen terwijl de periodieke berekeningen nodig zijn om het totale stelsel door te rekenen en het model te kalibreren en verifiëren. De budgetbedragen zijn geraamd op jaarlijks € 10.000,- respectievelijk en eenmalig tijdens de GRP-periode € 30.000,-. Het kan nodig zijn om de veelal kleine stelseluitbreidingen door te rekenen. Vanwege beperkte capaciteit worden de jaarlijkse berekeningen deels extern uitgevoerd. De periodieke berekening is complex van aard waardoor externe specialistische inzet nodig is. Het gaat erom dat uitgaande van het rioleringsmodel het rekenmodel wordt opgesteld, gekalibreerd en geverifieerd. De kosten zijn ook opgenomen in tabel 5.1 in bijlage
  6. Onderzoeken in het kader van de OAS De onderzoeken die nadrukkelijk zullen worden uitgevoerd hebben betrekking op het nader uitwerken van de oplossingen voor het rioolvreemdwater en de samenwerking inzake gegevensverwerking met betrekking tot de lozingen op het oppervlaktewater en de gemaalgegevens. Dit onderzoek is een vervolg op het vooronderzoek dat door Schiedam is uitgevoerd. De deelname aan het afvalwaterakkoord verplicht Schiedam om een bedrag van € 277.000,- ter beschikking te stellen. Voorlopig wordt dit bedrag besteed in de loop van de GRP periode (in de rioolrechtberekening verdeeld over 2010-2012). Actualisatie GRP In 2013 zal dit GRP geactualiseerd moeten worden. Hiervoor is een bedrag opgenomen van € 40.000,-. Het GRP zal vervolgens om de vijf jaar geactualiseerd worden. De werkzaamheden moeten uiterlijk in het eerste kwartaal van 2013 worden gestart teneinde voorafgaande aan de begrotingsbehandeling in 2013 het tarief voor de rioolheffing tijdig vast te kunnen stellen. Meten aan de riolering Het meten aan de riolering (overstortmetingen, functioneren van het stelsel en verpompte hoeveelheden afvalwater) zal een jaarlijks onderzoeksactiviteit worden. Jaarlijks zal een rapportage met de meetgegevens verstuurd moeten naar het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat Zuid-Holland. Voor het onderhoud, inspectie aan de meetapparatuur en het opstellen van een meetrapportage is een jaarlijks bedrag opgenomen van 68.000,- (opgenomen in exploitatiekosten). Ad-hoc studies Onder deze studies vallen onderzoeken aan gemalen, en nog niet te voorziene en nader vast te stellen studies. Hiervoor is jaarlijks een bedrag van € 20.000,- nodig. In 2009 is het bedrag € 40.000,-. Handhaving verordening en vergunningen Het verlenen en handhaven van vergunningen op basis van de Wet Milieubeheer en de Wet bodembescherming wordt in opdracht van de gemeente Schiedam uitgevoerd door de DCMR. Vergunningverlening voor directe lozingen op oppervlaktewateren en de handhaving hiervan behoren tot het takenpakket van het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat Zuid-Holland. Door de invoering van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) komen lozingen van bedrijven op de riolering (zogenaamde indirecte lozingen) onder het gezag van de gemeente te vallen. DCMR gaat dan ook deze indirecte lozingen onder haar hoede nemen. Samenvatting onderzoeksinspanningen planperiode In tabel E is de strategie voor het uitvoeren van onderzoek voor de komende planperiode weergegeven met daarbij een schatting van de bijbehorende kosten (incl. toeslagen). Met de resultaten van het onderzoek zal in 2013 het GRP worden bijgesteld. Tabel E Samenvatting onderzoeksinspanningen planperiode (EURO) Onderzoeksactiviteit 2009 2010 2011 2012 2013 Planperiode Inspectie/reinigingsplan 20.000 Jaarlijks Inspectie vanuit de leiding incl. reinigen 240.000 240.000 240.000 240.000 240.000 Planperiode Reinigingsonderzoek 10.000 Jaarlijks Beoordelen van nieuwe inspectieresultaten 35.000 35.000 35.000 35.000 35.000 Planperiode Beoordelen van inspectieresultaten 90.000 Jaarlijks Advisering renovatiebestekken 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 Jaarlijks Diverse ad-hoc studies 40.000 20.000 20.000 20.000 20.000 Planperiode Rekenmodel riolering Schiedam 30.000 Jaarlijks Berekeningen 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 2013 Actualisatie GRP (elke 5 jaar) 40.000 Jaarlijks Inspectie+onderhoud meetapparatuur 68.000 68.000 68.000 68.000 68.000 Resultaat van de strategie: er ontstaat structureel een goed inzicht in de toestand en het functioneren van de riolen (voorwaarden voor effectief beheer); ongeoorloofd gebruik van de riolering kan worden beperkt. 5.2.4 Maatregelen Onder maatregelen wordt verstaan: onderhoud, reparatie, renovatie, vervanging en verbetering. Een samenvatting van de (beheer)maatregelen in de planperiode met de (jaarlijkse) kosten is gegeven in tabel F. De objecten voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater bestaan uit riolen, gemalen en persleidingen en drukriolering. Overige objecten zijn de IBA’s. Dit zijn de Individuele Behandeling Installaties (IBA) die bij verafgelegen woningen in het buitengebied zijn geïnstalleerd. Onderhoud rioleringsobjecten Bijbehorend doel: Inzameling en transport van het stedelijk afvalwater, inzameling en verwerking van hemelwater, doelen 1, 2, 3, en
  7. De onderhoudskosten zijn opgenomen in het totaalbedrag van de exploitatiekosten van tabel 5.2 van bijlage
  8. Vrijvervalriolering De reinigingsfrequentie van DWA en gemengde riolen was eens per 13 jaar maar wordt in dit GRP voorgesteld tot één maal in de 7 jaar. Het reinigen van de riolen wordt uitbesteed. De kosten voor het schoonmaken van riolen en de verwerking van vrijkomend rioolslib zijn opgenomen in de rioleringsbegroting. De meerkosten zijn naast de bestaande exploitatiekosten opgenomen in de rioolrechtberekening. De kosten zijn opgenomen in tabel G als onderdeel van het bedrag voor inspectie, reinigen, etc. Het direct onderhoud aan de riolering, plotseling noodzakelijke ingrepen, is jaarlijks geraamd op € 100.000,-. Het onderhoud wordt uitgevoerd door IRADO. Het klein onderhoud riolering en het regulier onderhoud riolering is geraamd bij elkaar op jaarlijks € 150.000,-. Ook dit onderhoud geschiedt door IRADO. Huisaansluitingen Het (direct en regulier) onderhoud aan de huisaansluitingen is geraamd op jaarlijks € 200.000,-. Het onderhoud wordt uitgevoerd door IRADO. Straat- en trottoirkolken Het reinigen van de kolken is belangrijk om plasvorming op straat bij regenval te voorkomen en is een preventieve maatregel ter voorkoming van verontreiniging van het oppervlaktewater. Verontreinigingen hechten zich aan stof- en zanddeeltjes op straat, wanneer deze regelmatig worden verwijderd door straatvegen en/of reiniging van kolken dan worden deze deeltjes niet meegevoerd door het afstromend regenwater. De reinigingsfrequentie van de kolken is 2 x per jaar. Het reinigen van de kolken wordt uitbesteed. De jaarlijkse kosten zijn geraamd op jaarlijks 320.000,-. De reiniging wordt uitgevoerd door IRADO. Het direct onderhoud aan de kolken, plotseling noodzakelijke ingrepen, is jaarlijks geraamd op € 40.000,-. Het onderhoud wordt uitgevoerd door IRADO. Het reinigen van straatgoten door IRADO kost 280.000,-. Gemalen Direct onderhoud; In de afgelopen jaren zijn er geen vervangingsinvesteringen uitgevoerd op gemalengebied ofschoon dat overeenkomstig de leeftijd van de gemalen wel wenselijk was geweest. Dat geldt op zowel bouwkundig, mechanisch als elektrotechnisch gebied. Vandaar dat het budget voor storingsonderhoud verhoogd is. Het budget is geraamd op jaarlijks € 50.000,-. Regulier onderhoud; Het regulier onderhoud is om dezelfde reden als hierboven aangegeven verhoogd. Het inclusief onderhoud van de geïnstalleerde lamellenfilters. Het budget is geraamd op jaarlijks € 225.000,-. Groot onderhoud gemalen; Het betreft hier met name de vervanging van pompen en elektrische kasten (gemaal West-Frankenland), de omzetting van signaalkabels en de reparaties aan de bouwkundige constructies van de gemalen. Het budget is geraamd op jaarlijks € 100.000,-. Klein onderhoud gemalen; Het gaat hier met name om de kleine reparaties die bij ieder gemaal nodig zijn. Dat geldt op bouwkundig, mechanisch en elektrotechnisch gebied. Het budget is geraamd op jaarlijks € 100.000,-. Reinigen pompenkelders en goten; Een en ander conform afgelopen periode. Het budget is geraamd op jaarlijks € 30.000,-. Activiteiten monstername overstortbemaling; Een en ander conform afgelopen periode. Het betreffen met name het (laten) uitvoeren van de monsternames en analyses van het verpompte overstortwater naar de Maas. Het budget is geraamd op jaarlijks € 17.000,-. Het onderhoud wordt uitgevoerd door IRADO, de uitvoeringsorganisatie van Schiedam. Gemaal Bijdorp Het gemaal Bijdorp voert in principe het afvalwater af naar de RWZI De Groote Lucht. De overtollige hoeveelheid afvalwater verlaat de riolering via de overlaten of de overstortbemaling en mondt dan uit in het oppervlaktewater. Het gemaal Bijdorp is eigendom van het Hoogheemraadschap Delfland. Op basis van overeenkomsten in het verleden wordt er een nieuwe overeenkomst opgesteld waarin wordt geregeld dat Schiedam nog tot en met 2015 zal meebetalen aan het beheer van het gemaal. Deze overeenkomst zal in principe moeten ingaan per 1 januari
  9. De jaarlijkse betalingsverplichting die daaruit voortvloeit bedraagt € 100.768,-. De kosten zijn opgenomen in tabel 5.
  10. Drukriolering Drukriolering (pompen) wordt periodiek onderhouden, dit wordt uitgevoerd door IRADO en is verdisconteerd in de onderhoudskosten die hierboven zijn aangegeven. Hieronder valt ook het direct onderhoud in geval van storingen. Individuele behandeling van afvalwater (IBA’s) Het jaarlijkse beheer en onderhoud van de IBA’s wordt verzorgd door het Hoogheemraadschap Delfland. De onderhoudskosten worden door het Hoogheemraadschap betaald. Persleidingen De toestand van de persleidingen in Schiedam, een paar uitgezonderd, wordt vastgelegd door middel van videobeelden. Daarnaast vindt periodiek onderhoud plaats. De kwaliteit is over het algemeen goed De oudste leidingen van gietijzer zijn moeilijk of niet toegankelijk. De toestand hiervan is globaal bekend op basis van beperkte videobeelden. De kwaliteit is acceptabel. Het betreffen de noodleidingen tussen gemaal Nieuwland en gemaal Marconi en tussen gemaal Marconi en de Nieuwe Waterweg. Resultaat van de onderhoudsstrategie: door het uitvoeren van de hierboven genoemde maatregelen kan neerslag via de kolken in de riolering komen en wordt de afstroming van de vrijvervalriolen verbeterd waardoor de kans op verstoppingen wordt beperkt (maatstaf 2c, 3c, 4a). Daarnaast reduceert het schoonmaken van de kolken de vuilemissie uit de riolering op het oppervlaktewater
(4b). Door onderhoud aan hoofdgemalen en drukriolering wordt de bedrijfszekerheid gewaarborgd. Vervanging, renovatie en reparatie van drukriolering Bijbehorende doelen: Inzameling en transport van stedelijk afvalwater, doelen 1 en
  1. Voor vervanging van de drukriolering is uitgegaan van standaard afschrijvingstermijnen, gebaseerd op ervaringscijfers van de gemeente en landelijke trends. Zo functioneren de mechanische en elektrische componenten van een pompunit gemiddeld 20 jaar en de bouwkundige delen circa 40 tot 60 jaar. Dit betekent dat in de planperiode alle mechanisch/elektrische installaties voor vervanging zijn opgenomen, € 541.000,-. Vervanging, renovatie en reparatie van gemalen Bijbehorende doelen: Inzameling en transport van stedelijk afvalwater, doelen 1 en
  2. Voor vervanging van de rioolgemalen is uitgegaan van standaard afschrijvingstermijnen, gebaseerd op ervaringscijfers van de gemeente en landelijke trends. Zo functioneren de mechanische en elektrische componenten van een rioolgemaal gemiddeld 20 jaar en de bouwkundige delen circa 60 jaar. In de planperiode is de vervanging voorzien van gemaal Stadhouderslaan en de mechanische en elektrische componenten van de gemalen, Willemskade II en Christiaan Huijgensstraat. Ook de vervanging van de installaties van de inpandige gemalen van Burg. Van Haarenlaan, Dr. Wibautplein, van der Leeuwlaan en Jan van Avennestraat zijn gepland. In de planperiode is dit € 877.000,-. Vervanging, renovatie en reparatie van persleidingen Bijbehorende doelen: Inzameling en transport van stedelijk afvalwater, doelen 1 en
  3. Voor vervanging van de persleidingen is uitgegaan van een standaard afschrijvingstermijn van 60 jaar. Er is in deze planperiode is vervanging voorzien van delen van persleiding Marconiweg, kosten € 915.000,-. Vervanging en reparatie van riolen (gemengd + dwa) Bijbehorende doelen: Inzameling en transport van stedelijk afvalwater en inzameling en verwerking van hemelwater (doelen 1, 2, 3 en 4). Om de stabiliteit en waterdichtheid te waarborgen, is het nodig de riolering op tijd te repareren, te renoveren of te vervangen. Op basis van de rioleringsgegevens uit het rioleringsbeheersysteem van de gemeente is een vervangingsplanning op hoofdlijnen opgezet. Riolen krijgen een restlevensduur die is gebaseerd op inspectie. Indien geen inspectiegegevens beschikbaar zijn wordt uitgegaan van een standaardlevensduur (zie tabel 5.3 in bijlage 1). Voor het gebied Schiedam-Noord, dat zettinggevoelig is, wordt de vervanging voor een groot deel bepaald door de zettingen van wijkdelen in Schiedam-Noord (ophoogprojecten). Voor de bepaling van de aanpak op hoofdlijnen (strategische planning) is dit een goede en bruikbare systematiek. In figuur L is de strategische vervangingsplanning van de gemengde- en DWA riolering voor de lange termijn in een grafiek weergegeven. De totale vervangingskosten in de planperiode bedragen gemiddeld € 3,7 miljoen per jaar, zie tabel 5.4 GEM van bijlage
  4. Omdat niet al deze riolen zijn geïnspecteerd en beoordeeld kan er nog niet met zekerheid gesteld worden of deze riolen daadwerkelijk in de planperiode vervangen dienen te worden of dat reparaties de levensduur kunnen verlengen. Deze riolen dienen eerst geïnspecteerd te worden. Vervolgens kan na beoordeling van de inspectieresultaten dan de juiste maatregel bepaald worden. figuur L Strategische vervangingsplanning gemengde en DWA riolen De levensduur van de vrijvervalriolen kan sterk uiteenlopen. Het tijdstip waarop de vrijvervalriolen moeten worden gerenoveerd of vervangen wordt niet alleen door de technische levensduur bepaald. Vervanging van andere infrastructuur (wegen, leidingen)verbeteringsmaatregelen en ophoogprojecten in Schiedam-Noord kunnen aanleiding zijn het riool voortijdig te vervangen. Bij het maken van planningen wordt daar rekening mee gehouden. Het gaat in de planperiode om 19,8 km riolering in Acteursbuurt, Vlinderbuurt, De Kastelenbuurt, Botenbuurt, Landschapsbuurt en ‘Gravenpolder IV. In de berekening van de vervangingskosten voor de vrijvervalriolering is rekening gehouden met de kosten voor het opbreken en aanbrengen van de wegverharding ter plaatse van de sleuf, met verkeersmaatregelen, met kosten voor het toegankelijk houden van de bebouwing en met kosten voor kolk- en huisaansluitingen (tot de erfgrens). Kosten voor de totale wegreconstructie zijn niet meegenomen. Samenvatting beheermaatregelen planperiode In tabel F is de strategie voor het uitvoeren van maatregelen met betrekking tot het stedelijk afvalwater voor de komende planperiode weergegeven met daarbij een schatting van de bijbehorende kosten. Tabel F Samenvatting beheermaatregelen planperiode (gemengd+DWA) Jaar Maatregel Kosten 2009/2010 Aansluiten 10 woonschepen € 200.000,- Planperiode Aanleg riolering ten behoeve van nieuwbouw PM Jaarlijks Onderhoud vrijvervalriolering + voorzieningen € 1.352.000,- Planperiode Vervanging mech/elec. installaties drukriolering € 531.000,- Planperiode Vervangingskosten gemalen € 877.000,- Planperiode Vervanging persleidingen € 915.000,- Jaarlijks Vervanging vrijvervalriolen (gemengd+dwa) € 3.700.000,- Planperiode Diverse beheerkosten €
  5. 000,- Resultaat van de strategie: de stabiliteit en de waterdichtheid van de riolen kunnen worden gewaarborgd waardoor hieraan gerelateerde overlast voor burgers wordt voorkomen (1c,4a, 5b); verontreiniging van bodem en oppervlaktewater vanuit de riolering wordt tegengegaan
(1e); de afvoercapaciteit blijft op peil (2c, 4a); de gemalen gaan beter functioneren. 5.3 Hemelwater De objecten voor de inzameling en verwerking van hemelwater bestaan uit riolen en zuiverende voorzieningen (zoals lamellenfilters). De vrijvervalriolen lozen het hemelwater direct op oppervlaktewater of maken onderdeel uit van een verbeterd gescheiden rioolstelsel. 5.3.1 Aanleg van nieuwe voorzieningen Bij nieuwbouw of inbreidingen zullen voorzieningen, zoals hemelwaterriolering, worden aangelegd voor de inzameling en verwerking van hemelwater. In de komende planperiode zal de uitbreiding van het aantal woningen gemiddeld 200 per jaar zijn en daarmee ook de aanleg van nieuwe voorzieningen voor hemelwater, zie ook de informatie in paragraaf 5.2.
  1. 5.3.2 Onderzoek In overeenstemming met de riolering voor het stedelijk afvalwater zijn ook voor het hemelwater de onderzoeksactiviteiten van toepassing. Het gaat om de volgende activiteiten: inventarisatie, inspectie, berekeningen, meten en handhaving. De kosten voor onderzoek zijn opgenomen in de onderzoekskosten van stedelijk afvalwater, tenzij anders vermeld is. Inventariseren Inventarisatiewerkzaamheden hebben dezelfde belang als beschreven bij het stedelijk afvalwater. In dat kader wordt gewerkt aan het verbeteren van het rioleringsgegevensbestand. Inspectie De inspecties, inspectieplan en beoordelingen zijn nog gekoppeld aan de werkzaamheden die beschreven zijn bij stedelijk afvalwater. Berekeningen Er is geen aanleiding om berekeningen voor de hemelwaterriolering uit te voeren. Voor Nieuwland zal een masterplan afkoppelen worden opgesteld teneinde het ingezette afkoppelingsbeleid gestalte te geven. Dit plan zal de basis zijn voor de te ontwerpen riolering. De afkoppeling zal gefaseerd plaatsvinden. De kosten zijn geraamd op € 20.000,-. Teneinde na te gaan of het doelmatig is om bij ophoogprojecten in Schiedam-Noord over te stappen van het gemengde systeem naar een gescheiden/verbeterd gescheiden systeem is een studie gepland. De kosten zijn geraamd op € 20.000,-. Meten en handhaving De werkzaamheden zijn vooralsnog opgenomen in de meet- en handhavingwerkzaamheden voor het stedelijk afvalwater. Hemelwaterverordening Teneinde aan de inwoners duidelijk te maken op welke wijze zij met overtollig hemelwater moeten omgaan, zal de gemeente via een hemelwaterverordening regels daarvoor opstellen. Samenvatting beheermaatregelen planperiode In tabel G is de strategie voor het uitvoeren van maatregelen met betrekking tot het hemelwater voor de komende planperiode weergegeven met daarbij een schatting van de bijbehorende kosten. Tabel G Samenvatting onderzoeksinspanningen planperiode (HWA) Onderzoeksactiviteit 2009 2010 2011 2012 2013 Planperiode Masterplan Nieuwland 20.000 Planperiode Haalbaarheid afkoppelen 20.000 5.3.3Maatregelen Onderhoud rioleringsobjecten Bijbehorend doel: Inzameling en verwerking van hemelwater, doelen 3 en
  2. De kosten voor het schoonmaken van de HWA riolen zijn vooralsnog opgenomen in het geraamde budget voor de reiniging van de riolering voor stedelijk afvalwater. Vrijverval riolering (HWA) De reinigingsfrequentie van HWA riolen is één maal in de 10 jaar. Straat- en trottoirkolken De kolken worden 2 x jaar gereinigd. Het reinigen van de kolken wordt uitbesteed. De reiniging wordt uitgevoerd door IRADO. Vervanging van riolen (HWA) Bijbehorende doelen: inzameling en verwerking van hemelwater (doelen 3 en 4). In de planperiode 2009 t/m 2013 worden op basis van de standaard levensduur en inspecties circa 3 km HWA riolen vervangen. Nader onderzoek moet uitwijzen of daadwerkelijk tot vervanging moet worden overgegaan. De levensduur van de vrijvervalriolen kan sterk uiteenlopen. Het tijdstip waarop de vrijvervalriolen moeten worden gerenoveerd of vervangen wordt niet alleen door de technische levensduur bepaald. Vervanging van andere infrastructuur (wegen, leidingen) of verbeteringsmaatregelen kunnen soms aanleiding zijn het riool voortijdig te vervangen. figuur M Strategische vervangingsplanning HWA-riolen De vervangingspiek van de HWA riolen zal pas na 2040 optreden. Verbetering hydraulisch en milieutechnisch functioneren (basisinspanning) Bijbehorend doel: zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater, doel
  3. Er zijn geen verbetermaatregelen nodig voor de hemelwaterafvoer. De geplande bergbezinkvoorzieningen hoeven niet aangelegd worden. De uitkomst van de OAS De Groote Lucht heeft er toe geleid dat een deel van de gelden die niet aan de bergbezinkvoorzieningen Schiedam worden besteed, op andere wijze binnen het gebied De Groote Lucht wordt ingezet. Dit is in een afvalwaterakkoord vastgelegd. Conclusie: Met het uitvoeren van het afvalwaterakkoord voldoet de gemeente aan functionele eis 3d en 4b. Afkoppelen van afvoerend verhard oppervlak Bijbehorende doelen: inzameling en verwerking van hemelwater (doelen 3 en 4). Het huidige beleid met betrekking tot het omgaan met hemelwater en het afkoppelen van afvoerend verhard oppervlak is: Bij herinrichting van het stedelijk gebied ten noorden van de A20 (Schiedam Noord) wordt waar mogelijk verhard oppervlak afgekoppeld. Verder zal worden nagegaan of het in gebieden met frequent voorkomende ophogingprojecten doelmatig is om de bestaande riolering te vervangen door geschieden/verbeterd gescheiden riolering. In het oude stedelijk gebied ten zuiden van de A20 zal in principe niet worden afgekoppeld tenzij er sprake is van een omvangrijke herinrichting van een deel van het stedelijke gebied Bij bestaande bebouwing wordt passief afgekoppeld en bij nieuwbouw wordt actief afgekoppeld. Bij het afkoppelen van straatoppervlak wordt kritisch gekeken naar het type straat. Bij de afweging voor het wel of niet afkoppelen wordt gebruik gemaakt van de afkoppelbeslisboom van de Werkgroep Riolering West-Nederland. Zoals bij “Onderzoek” is aangegeven zal de bestaande riolering in Nieuwland worden vervangen door gescheiden/verbeterd gescheiden riolering. Hiervoor zal een masterplan afkoppelen worden opgesteld. Bij een uitgevoerde watersysteemberekening in 2008 in het kader van het Waterplan Schiedam 2006-2015 is hier rekening mee gehouden. Tabel H Afkoppel maatregelen Jaar Afkoppel maatregel Investering Planperiode Uitvoering Masterplan afkoppelen Nieuwland waterkwaliteitsspoor PM Conclusie: Met het uitvoeren van het maatregelenpakket wordt in belangrijke mate bijgedragen aan het voldoen aan functionele eis 3d en 4b. Samenvatting beheermaatregelen planperiode In tabel I is de strategie voor het uitvoeren van maatregelen met betrekking tot het hemelwater voor de komende planperiode weergegeven. De bijbehorende kosten zijn opgenomen in tabel samenvatting beheermaatregelen planperiode (gemengd+DWA) Tabel I Samenvatting beheermaatregelen planperiode (hemelwater) Jaar Maatregel Kosten Jaarlijks Onderhoud hemelwaterriolering Bij stedelijk afvalwater Jaarlijks Reinigen straat en trottoir kolken Bij stedelijk afvalwater Planperiode Uitvoering Masterplan afkoppelen Nieuwland PM 5.4Grondwater 5.4.1 Aanleg nieuwe voorzieningen Aanleg van nieuwe voorzieningen zal bestaan uit peilbuizen en drainage leidingen. De peilbuizen zullen voornamelijk worden aangelegd in het kader van “Onderzoek” teneinde de huidige situatie beter in beeld te krijgen om het op te stellen grondwaterbeleid in Schiedam vorm te geven. Verder zal in het kader van nieuwbouw en vervanging van riolering drainageleidingen worden aangelegd indien de noodzaak daarvan in het project wordt aangetoond. De kosten van de voorzieningen worden gedekt via de betreffende projecten. 5.4.2 Onderzoek De nieuwe grondwatertaak omvat in eerste instantie die activiteiten die erop gericht zijn om de huidige situatie in kaart te brengen. Dit is eigenlijk het huidige beleid. Pas wanneer de huidige situatie in kaart is gebracht kan de gemeente het toekomstig beleid gaan bepalen. De nieuwe grondwaterzorgplicht betekent vooralsnog dat de gemeente in het openbaar gemeentelijke gebied maatregelen dient te treffen die structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk voorkomt of beperkt. Dit zover het doelmatige maatregelen betreft die niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Om te kunnen bepalen of er structurele problemen zijn in de gemeente met de aan de grond gegeven bestemming door de grondwaterstand moet er inzicht zijn in de gemeentelijke grondwaterstanden en de hieraan gerelateerde problemen. Dit structurele inzicht is nu niet aanwezig in de gemeente, zie ook hoofdstuk
  4. Het verder in beeld brengen van de grondwater situatie en eventuele knelpunten is een belangrijke doelstelling voor dit GRP. De planperiode van dit GRP wordt gebruikt om op basis van het uitvoeren van de hieronder genoemde onderzoeksactiviteiten dit inzicht te vergrote

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.