Landsverordening van de 28ste juli 2006 houdende de introductie van een belasting op spaarvermogen (Landsverordening spaarvermogensheffing) HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Financiën; b. bevoegde autoriteit: de Minister of een andere bij ministeriele beschikking met algemene werking aan te wijzen instantie; c. lidstaat: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden en iedere andere Staat waarmee het Koninkrijk der Nederlanden een overeenkomst heeft gesloten ten behoeve van de Nederlandse Antillen betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling; d. bevoegde autoriteit in de lidstaat: de door een lidstaat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie; e. Richtlijn: Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling; f. belastingplichtige: de uiteindelijke gerechtigde, zijnde elke natuurlijke persoon die in een lidstaat woont en een rentebetaling ontvangt, of ten gunste van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd door een inhoudingsplichtige, tenzij deze aantoont dat de rentebetaling niet te zijner gunste is ontvangen of toegekend; g. inhoudingsplichtige: elke in de Nederlandse Antillen gevestigde uitbetalende instantie, zijnde elke marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt ten onmiddellijke gunste van de belastingplichtige, ongeacht of deze marktdeelnemer de debiteur is van het rentedragende schuldinstrument of de marktdeelnemer die door de debiteur of de belastingplichtige is belast met het uitbetalen van de rente of het bewerkstelligen van de rentebetaling; h. instelling voor collectieve belegging in effecten: 1e. een instelling waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig de algemene vereisten van Richtlijn nr. 85/611/EEG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 1985 (PbEG L 375 van 31 december 1985; 2e. een entiteit die in zijn lidstaat van vestiging gebruik heeft gemaakt van de keuzemogelijkheid, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Richtlijn; 3e. een in een land als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de Richtlijn of een, met uitzondering van de Nederlandse Antillen, afhankelijk of geassocieerd gebied als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel ii, van de Richtlijn gevestigde bij ministeriële beschikking met algemene werking aan te wijzen entiteit; 4e. een niet op het grondgebied van de lidstaten of de in landen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de Richtlijn of afhankelijk of geassocieerde gebieden als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel ii, van de Richtlijn gevestigde instelling voor collectieve belegging in effecten; i. rentebetaling: 1e. rente, uitbetaald of bijgeschreven op een rekening, die, met in achtneming van de overgangsregeling van artikel 15 van de Richtlijn, is terug te voeren op enigerlei schuldvordering, al dan niet gedekt door hypotheek of voorzien van een winstdelingsclausule, en met name de opbrengsten van overheidspapier en obligatieleningen, inclusief daaraan gehechte premies en prijzen; boete voor te late betaling wordt niet als rentebetaling aangemerkt; 2e. rente die is aangegroeid of gekapitaliseerd op het moment van verkoop, terugbetaling of aflossing van de schuldvorderingen bedoeld onder 1e; j. belastingjaar: het kalenderjaar. Artikel2 1.Een in de Nederlandse Antillen gevestigde entiteit, waaraan rente wordt uitbetaald of een rentebetaling wordt bewerkstelligd ten onmiddellijke gunste van de belastingplichtige, wordt op het tijdstip van het verrichten of bewerkstelligen van die rentebetaling eveneens als inhoudingsplichtige aangemerkt. 2.Het eerste lid is niet van toepassing indien de in de Nederlandse Antillen of in een lidstaat gevestigde marktdeelnemer op basis van de door de entiteit overlegde officiële bewijsstukken reden heeft om aan te nemen dat de entiteit: een rechtspersoon is, met uitzondering van de in artikel 4, vijfde lid, van de Richtlijn vermelde rechtspersonen, of volgens de algemene belastingregels voor ondernemingen wordt belast over de winst, of een instelling voor collectieve belegging in effecten is, als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, onder 1e. Artikel3 1.De entiteit die op grond van artikel 2, eerste lid, eveneens als inhoudingsplichtige wordt aangemerkt, heeft de mogelijkheid om voor toepassing van deze landsverordening te kiezen voor een behandeling als instelling voor collectieve belegging in effecten. 2.De entiteit, bedoeld in het eerste lid, die voor een behandeling als bedoeld in genoemd lid in aanmerking wil komen, kan een verzoek bij de bevoegde autoriteit indienen voor afgifte van een daartoe strekkende verklaring. 3.De bevoegde autoriteit doet binnen een termijn als bedoeld in artikel 30 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (P.B. 2001, no. 89) na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, uitspraak bij een voor bezwaar vatbare beschikking. 4.De beschikking, bedoeld in het derde lid, wordt door de entiteit aan de marktdeelnemer overhandigd. Artikel4 1.Voor de toepassing van deze landsverordening wordt onder rentebetaling mede verstaan: inkomsten uit rentebetalingen, hetzij rechtstreeks, hetzij via een entiteit als bedoeld in artikel 2, uitgekeerd door instellingen voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, en artikel 3 die meer dan vijftien percent van hun vermogen in schuldvorderingen beleggen; inkomsten die zijn gerealiseerd bij de verkoop van, terugbetaling of aflossing van aandelen of bewijzen van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, en artikel 3, indien deze rechtstreeks of middellijk via een andere instelling voor collectieve belegging in effecten meer dan veertig percent van hun vermogen in schuldvorderingen beleggen. De inkomsten, bedoeld in de vorige volzin, worden slechts als rentebetaling aangemerkt voorzover deze inkomsten rechtstreeks of middellijk afkomstig zijn van rentebetalingen in de zin van artikel 1, onderdeel i. 2.Indien een inhoudingsplichtige voor de toepassing van het eerste lid, geen informatie heeft over het deel van de inkomsten dat voortkomt uit rentebetalingen, wordt het volledige bedrag aan inkomsten als rentebetaling aangemerkt. 3.De in het eerste lid genoemde percentages worden bepaald aan de hand van de beleggingspolitiek zoals die in het fondsenreglement of de statuten van de betrokken instellingen voor collectieve belegging in effecten is neergelegd of bij ontstentenis daarvan op basis van de feitelijke samenstelling van de beleggingsportefeuille van de instellingen voor collectieve belegging in effecten. Bij ministeriële beschikking met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld ter bepaling van de in de eerste volzin bedoelde percentages. 4.Niettegenstaande het derde lid wordt het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a respectievelijk onderdeel b, geacht meer dan vijftien percent respectievelijk veertig percent te bedragen, indien de inhoudingsplichtige de in het eerste lid genoemde percentages niet kan of wil bepalen. Artikel5 1.Indien rente als omschreven in artikel 1, onderdeel i, en in artikel 4, eerste lid, wordt uitbetaald aan, of bijgeschreven op een rekening op naam van een in de Nederlandse Antillen gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 2, die geen gebruik heeft gemaakt van de keuzemogelijkheid in artikel 3, en daarnaast meer dan vijftien percent van het vermogen in schuldvorderingen heeft belegd, wordt, voorzover een belastingplichtige hiertoe is gerechtigd, de uitbetaalde of bijgeschreven rente op het moment van ontvangst aangemerkt als een door deze entiteit verrichte rentebetaling. De eerste volzin is niet van toepassing indien de daar bedoelde entiteit niet formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, door de in een lidstaat gevestigde marktdeelnemer worden medegedeeld aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat. 2.Indien een in de Nederlandse Antillen gevestigde marktdeelnemer rente als omschreven in artikel 1, onderdeel i, en in artikel 4, eerste lid, uitbetaalt aan, of bijschrijft op een rekening die op naam staat van een in een lidstaat gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Richtlijn, die geen gebruik heeft gemaakt van de in die lidstaat geldende keuzemogelijkheid als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Richtlijn, wordt de uitbetaalde of bijgeschreven rente aangemerkt als een door de marktdeelnemer verrichte rentebetaling aan een belastingplichtige. HoofdstukIIBelasting op spaarvermogen, middels een heffing aan de bron Artikel6 Onder de naam ‘spaarvermogensheffing’ wordt een belasting over rentebetalingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, en artikel 4, eerste lid, geheven van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 1, onderdeel f. Artikel7 1.De spaarvermogensheffing bedraagt twintig percent van de rentebetaling, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, artikel 4, eerste lid of artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.