Bevoegdhedenbesluit Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen 2010Gedeputeerde Staten der provincie Groningen Overwegende dat het gewenst is om het Bevoegdhedenbesluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen 2010, in verband met invoering van bestuurlijk mandaat te wijzigen en in zijn geheel vast te stellen: a. invoering van bestuurlijk mandaat; b. wijziging van het ambtelijk mandaat met het oog op het door afdelingshoofden kunnen verlenen van subsidies van kleine omvang. Gelet op artikel 166 van de Provinciewet en de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Besluiten: Vast te stellen hetgeen volgt: Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen; volmacht: de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; machtiging: de toestemming die wordt verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen. Artikel 2 Toepasselijkheid Dit besluit is van toepassing, voorzover niet door Gedeputeerde Staten in een ander besluit anders is bepaald. Artikel 3 Onderscheid bestuurlijk en ambtelijke mandaat 1Er wordt onderscheid gemaakt tussen bestuurlijk mandaat en ambtelijk mandaat. 2 Bestuurlijk mandaat wordt verleend aan het lid van Gedeputeerde Staten dat het desbetreffende onderwerp in portefeuille heeft. 3 Ambtelijk mandaat wordt verleend aan het hoofd van de afdeling dat met het desbetreffende onderwerp is belast. 4 In incidentele gevallen wordt ambtelijk mandaat verleend aan iemand anders dan het hoofd van deafdeling. Deze gevallen zijn uitdrukkelijk aangegeven in de in artikel 4 bedoelde bevoegdhedenlijst. Artikel 4 Bevoegdhedenlijst 1 Bij dit besluit behoort een bevoegdhedenlijst, waarop de bevoegdheden, die namens 2Voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald wordt de in het eerste lid bedoelde Artikel 5 Verhouding ambtelijk mandaat bestuurlijk mandaat Bevoegdheden waarvoor ambtelijk mandaat is verleend, kunnen zonodig ook in bestuurlijk mandaat worden uitgeoefend. Artikel 6 Voorwaarden uitoefening mandaat De uitoefening van het verleende bestuurlijk of ambtelijk mandaat geschiedt met inachtneming van het volgende: Bij afwezigheid van de gemandateerde is de plaatsvervanger bevoegd. Een gemandateerde stelt Gedeputeerde Staten, dan wel het betrokken lid van Gedeputeerde Staten in kennis van zaken of van door hem genomen beslissingen, waarvan hij redelijkerwijze moet aannemen dat deze informatie bevat waarvan kennisneming door Gedeputeerde Staten dan wel het betrokken lid van Gedeputeerde Staten van belang is. Artikel 7 Algemeen beperkende voorwaarden 1 Het bestuurlijk of ambtelijk mandaat wordt niet uitgeoefend indien het om bestuurlijk gevoelige of 2 Het bestuurlijk mandaat wordt niet uitgeoefend als het om zaken gaat waar meer leden van Artikel 8 Volmacht en machtiging De artikelen 3 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op de verleende volmacht of machtiging. Artikel 9 Ondertekening 1Besluiten die in bestuurlijk mandaat zijn genomen, worden ondertekend door de voorzitter en 2Besluiten die in ambtelijk mandaat zijn genomen, worden ondertekend als volgt: Artikel 10 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Bevoegdhedenbesluit GS provincie Groningen 2010. Artikel 11 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. Groningen, Gedeputeerde Staten voornoemd, , voorzitter. , secretaris. Bijlage Bevoegdhedenlijst Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen 2010
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.