VERORDENING van den 21sten october 1921 tot regeling van het toezicht op krankzinnigen §I.Inrichtingen tot verpleging en tot voorloopige opneming van krankzinnigen Artikel1 1.Er bestaat in de Nederlandse Antillen ten minste één instelling die uitsluitend is ingericht als krankzinnigengesticht, bestemd voor de medische en verpleegkundige verzorging van psychiatrische patiënten. 2.Indien en zodra noch door een eilandgebied noch van particuliere zijde een op de medische en verpleegkundige verzorging van psychiatrische patiënten uit de gehele Nederlandse Antillen gerichte instelling in stand wordt gehouden, voorziet de Gouverneur ten laste van het Land in de oprichting en het beheer van een krankzinnigengesticht, dat ten minste toegankelijk is voor die categorie of categorieën van patiënten, waaraan geen bestaand krankzinnigengesticht toegang verschaft. 3.De Gouverneur regelt naast het algemene toezicht, bedoeld in artikel 6, het bijzondere toezicht op, het bestuur van, de voorwaarden voor de opneming en verpleging, waaronder de verpleeggelden, in een krankzinnigengesticht, bedoeld in het tweede lid. Artikel2 Tot oprichting van een particulier krankzinnigengesticht is de vergunning van de Gouverneur vereist. Deze kan daaraan zodanige voorwaarden, waaronder de maximaal in rekening te brengen verpleeggelden, verbinden als hij in het belang van een deugdelijke uitvoering van deze landsverordening noodzakelijk acht. 2.Als particulier krankzinnigengesticht wordt beschouwd elke inrichting, waarin iemand meer dan drie krankzinnigen, die niet tot zijn gezin behoren, verpleegt. 3.Een particulier krankzinnigengesticht is uitsluitend tot verpleging van krankzinnigen bestemd. Artikel3 1.Onder het bestuur of de bestuurder en onder de eerste geneeskundige van een particulier krankzinnigengesticht, bedoeld in artikel 2, wordt in het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde verstaan het orgaan of lid van het orgaan van het gesticht dat onderscheidenlijk de aan het gesticht verbonden geneeskundige die ingevolge de op het gesticht toepasselijke bepalingen met de betreffende bestuurlijke of geneeskundige aangelegenheid belast is of tot de behartiging daarvan het meest aangewezen is. 2.Aan een particulier krankzinnigengesticht moet tenminste één bevoegde geneeskundige zijn verbonden. Artikel4 Indien een particulier krankzinnigengesticht zonder vergunning van den Gouverneur is opgericht, wordt het op diens last gesloten. Indien zulk een krankzinnigengesticht niet voldoet aan de voorschriften van deze verordening en aan de voorwaarden, aan deze vergunning tot oprichting verbonden, zal de vergunning door den Gouverneur ingetrokken en het gesticht op diens last gesloten worden, indien niet alsnog binnen een door hem vast te stellen termijn naar behoren aan de voorschriften en de voorwaarden dezer verordening wordt voldaan. Het besluit tot sluiting van een gesticht wordt met redenen omkleed en in het blad, waarin van gouvernementswege de officieële berichten worden geplaatst, bekendgemaakt. Bij sluiting van een gesticht worden de daarin verpleegde krankzinnigen op kosten van hen, voor wier rekening zij verpleegd worden, binnen een door den Gouverneur te stellen termijn, door de zorg van den Inspectie voor de Volksgezondheid, overgebracht naar andere krankzinnigengestichten. Artikel5 De Gouverneur wijst aan de plaatsen tot voorloopige opneming van krankzinnigen en stelt voorschriften vast, waaraan in die plaatsen betreffende de krankzinnigen moeten worden voldaan. §II.Toezicht op verpleging van krankzinnigen en op krankzinnigengestichten Artikel6 1.Hij die een krankzinnige verpleegt, is gehouden daarvan binnen tweemaal vierentwintig uur na aanvang van de verpleging aangifte te doen aan de Gezaghebber. 2.De Gezaghebber geeft van een aangifte als bedoeld in het eerste lid, onverwijld kennis aan de Procureur-Generaal en aan de Inspectie voor de Volksgezondheid. 3.Verpleging vangt aan, zodra een geneeskundige, die bevoegd is om in de Nederlandse Antillen de geneeskunst uit te oefenen, het verzorgend personeel kennis geeft van de aard van de ziekte van de verpleegde. 4.De geneeskundige, bedoeld in het derde lid, stelt de Gezaghebber onverwijld van zijn diagnose in kennis. Artikel7 1.Onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde belast de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundigen en ambtenaren van de Gezondheidsdienst van het betrokken eilandgebied, alsmede de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren. Een zondanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in De Curaçaosche Courant. 2.De krachtens de eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: vrijelijk alle inlichtingen te vragen; inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en deze daartoe tijdelijk mee te nemen; alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen; woningen, waar krankzinnigen worden verpleegd of een zodanige verpleging wordt vermoed, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner binnen te treden. 3.Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm. 4.Op het binnentreden in woningen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, is titel X van het Derde boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de Gezaghebber. 5.In de krankzinnigengestichten wordt te allen tijde vrije toegang verleend aan de Procureur-Generaal, de desbetreffende Inspecteur voor de Volksgezondheid en de Gezaghebber van het betrokken eilandgebied. 6.Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen. 7.Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd. 8.Zij, die krankzinnigen verplegen of die een krankzinnigengesticht besturen, alsmede de daaraan verbonden geneeskundigen, geven aan de Procureur-Generaal, de Inspectie voor de Volksgezondheid en aan de Gezaghebber van het betrokken eilandgebied de verlangde inlichtingen. Artikel8 [vervallen] Artikel9 [vervallen] Artikel10 1.Van elke toepassing van een dwangmiddel op een verpleegde in een krankzinnigengesticht wordt dagelijks aanteekening gehouden in een register, ingericht naar een door den Gouverneur vast te stellen model. 2.Dit register wordt, behalve aan de Inspecteur voor de Volksgezondheid, op verlangen voorgelegd aan de Procureur-Generaal en de Gezaghebber van het betrokken eilandgebied. Artikel11 De Inspectie voor de Volksgezondheid of een Gezaghebber bevindende, dat een krankzinnige buiten een krankzinnigengesticht wordt verwaarloosd, of in een niet voor de verpleging van krankzinnigen doelmatige woning wordt verpleegd, geeft hiervan onmiddellijk kennis aan den Procureur-generaal. Artikel12 Bij hunne op onbepaalde tijden, doch althans eenmaal in de drie maanden, aan de krankzinnigengestichten te brengen bezoeken verzekeren de Procureur-generaal, de Inspectie voor de Volksgezondheid of de betrokken Gezaghebber zich dat niemand wederrechtelijk daarin geplaatst of teruggehouden wordt en dat de verpleegden behoorlijk worden behandeld. Het bestuur van het gesticht zendt aan de Procureur-generaal binnen tweemaal vier en twintig uren eene schriftelijke kennisgeving van elke opneming, verplaatsing, verlof, ontslag of overlijden van een verpleegde, met vermelding van de redenen van de verplaatsing, het verlof of het ontslag en met opgave van den persoon, die de aanvraag mocht hebben gedaan. §III.Plaatsing en verblijf in een krankzinnigengesticht Artikel13 Ieder meerderjarig bloedverwant of aangehuwde in de rechte linie onbepaald en in de zijlinie tot den derden graad ingesloten, alsmede de echtgenoot, voogd of curator van een krankzinnige, zijn bevoegd om aan den Gezaghebber van het eiland waar de krankzinnige woont, machtiging te verzoeken om den krankzinnige voorloopig in een gesticht te doen plaatsen in het belang der openbare orde of in dat van den lijder. Weigert de Gezaghebber dan kunnen de verzoekers zich wenden tot het Hof van Justitie. Artikel14 De Gezaghebber, of krachtens opdracht van de Gezaghebber, de Commissaris van Politie of degene, die tot diens plaatsvervanger is aangewezen, kan bij ontstentenis van de in artikel 13 vermelde personen de voorlopige plaatsing in een gesticht ambtshalve bij bevelschrift gelasten. Hij is, indien de in Artikel 13 vermelde personen van hunne bevoegdheid geen gebruik maken, daartoe verplicht, wanneer hij de plaatsing van den krankzinnige onder verzekerd toezicht, in het belang der openbare orde of ter voorkoming van ongelukken, noodzakelijk acht, of wanneer het hem gebleken is, dat een krankzinnige verwaarloosd wordt. Artikel15 In spoedeischende gevallen kunnen de Gezaghebbers krankzinnigen, die zich binnen hun ressort bevinden, in bewaring doen stellen. De Gezaghebbers geven hiervan zoo spoedig mogelijk kennis aan den Procureur-generaal, met bijvoeging van de bescheiden, waaruit de krankzinnigheid blijkt. Deze bewaring vindt plaats in eene door den Gouverneur krachtens Artikel 5 aangewezen plaats tot voorloopige opneming. De duur van het in bewaring stellen mag nooit langer zijn dan strikt noodzakelijk. Zoo spoedig mogelijk worden de noodige maatregelen genomen voor de voorloopige plaatsing in een gesticht. Artikel16 Een meerderjarige die het op grond van zijn toestand wenselijk acht zich te doen verplegen in een krankzinnigengesticht, kan schriftelijk verzoeken daarin opgenomen te worden. Degene die op eigen verzoek in een krankzinnigengesticht is opgenomen, zal uiterlijk vierentwintig uren na een daartoe strekkend verzoek zijnerzijds uit de inrichting worden ontslagen. De artikelen 13, 14 en 15 zijn niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde personen. Artikel17 Bij het in artikel 13 bedoelde verzoek moet worden overgelegd eene uiterlijk drie dagen vóór het verzoek opgemaakte, onderteekende en met redenen omkleede verklaring van een geneeskundige, als bedoeld in artikel 6, waaruit blijkt, dat de persoon voor wien plaatsing in een gesticht verlangd wordt, in een toestand van krankzinnigheid verkeert. Bij de verzoeken kunnen bovendien omstandigheden vermeld en bescheiden overgelegd worden, waaruit de staat van krankzinnigheid nader blijkt. De Gezaghebbers geven in den regel ambtshalve geen bevel tot voorlopige plaatsing in een gesticht af, dan na ontvangst van eene verklaring van een geneeskundige als in het eerste lid van dit artikel bedoeld. Artikel18 De betrokken Gezaghebber is bevoegd, alvorens op het verzoek bedoeld in Artikel 13 te beschikken, den persoon, wiens plaatsing verzocht is, zijne bloedverwanten of aangehuwden, zijn echtgenoot, voogd of curator daarover te hooren, wat eerstgenoemde betreft zoo noodig in tegenwoordigheid van een geneeskundige door den Gezaghebber zelven aan te wijzen. Wanneer de te hooren persoon niet ter plaatse aanwezig is, kan de betrokken Gezaghebber het verhoor aan den Gezaghebber van het eiland, waar de woon- of verblijfplaats van den persoon gelegen is, opdragen. Het bevel van den Gezaghebber kan, na een daarin te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden, niet meer ten uitvoer gelegd worden. Artikel19 De opneming van een krankzinnige in een gesticht geschiedt tegen overlegging van een gewaarmerkt afschrift van het in artikel 14 bedoeld bevelschrift. Ingeval de rechter oordelende in strafzaken, met toepassing van het tweede lid van artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht, heeft bevolen, dat iemand in een krankzinnigengesticht zal worden geplaatst, geschiedt de opneming van zoodanigen persoon tegen overlegging van een uittreksel uit de onherroepelijk geworden uitspraak, die de plaatsing beveelt. Dit uittreksel en de expeditie van de in de artt. 23, 24, 29 en 30 bedoelde rechterlijke beschikkingen moeten aan het bestuur van het gesticht worden overgelegd; zij worden vermeld in en bewaard bij een register, ingericht naar een door den Gouverneur vast te stellen model. Artikel20 Bij elke plaatsing van een krankzinnige in een gesticht geeft de betrokken Gezaghebber daarvan onverwijld kennis aan de personen in Artikel 13 vermeld en voor zoover deze personen in de kolonie gevestigd en bekend zijn. de Gezaghebber zendt een afschrift van zijn bevel en de geneeskundige verklaring op grond waarvan het bevel is gegeven, ten spoedigste aan de Procureur-Generaal. Artikel21 Gedurende de eerste vier weken na iemands opneming houdt de geneeskundige van het gesticht, die den opgenomene behandelt, in een daartoe bestemd register, waarvan het model door den Gouverneur wordt vastgesteld, dagelijks aanteekening van zijne bevinding. Na den afloop der eerste vier weken geschiedt gelijke aanteekening gedurende een half jaar, ten minste wekelijks en daarna ten minste maandelijks. Artikel22 Binnen vijf weken na iemands opneming wordt door den Procureur-generaal een afschrift van de in artikel 21, alinea 1, bedoelde aantekeningen met een requisitoir om den opgenomene gedurende een bepaalden tijd, dien van één jaar niet te boven gaande, in een krankzinnigengesticht te doen verblijven, ingediend aan het Hof van Justitie. Het requisitoir gaat vergezeld van eene met redenen omkleede verklaring van den geneesheer van het gesticht, of, indien er meer zijn, van den eersten geneeskundige omtrent het noodzakelijke of wenschelijke eener verdere verpleging in een krankzinnigengesticht. Artikel23 Over het requisitoir kan door het Hof van Justitie worden beschikt op de in Artikel 22 vermelde bescheiden. Het Hof van Justitie kan echter nader bewijs door getuigen of andere middelen gelasten en zelfs het verhoor van den verpleegde bevelen. Wordt het verhoor van den verpleegde bevolen, dan geschiedt dit in het gesticht al of niet in tegenwoordigheid van een der daaraan verbonden geneeskundigen. Het Hof kan verhoor opdragen aan een daartoe te benoemen Rechter Commissaris of aan den rechter in eersten aanleg binnen wiens ressort het gesticht gelegen is. Dit verhoor geschiedt zooveel mogelijk in het bijzijn van den Procureur-generaal. Bij gelegenheid van het verhoor van den verpleegde kunnen tevens de geneeskundigen en andere personen, die zich in het gesticht bevinden, als getuigen worden gehoord, zonder voorafgaande oproeping. Hangende het onderzoek blijft de verpleegde in het gesticht. Bij afwijzende beschikking op het requisitoir van den Procureur-generaal gelast het Hof van Justitie tevens, dat de persoon, wiens verdere verblijf in een krankzinnigengesticht is verzocht, onmiddellijk uit het gesticht worde ontslagen. De beschikking van het Hof van Justitie wordt gesteld op het requisitoir. Artikel24 Ten hoogste één maand en ten minste veertien dagen vóór het verstrijken van den tijd, waarvoor het Hof van Justitie iemands verblijf in een krankzinnigengesticht heeft vergund, wordt door den geneeskundige van het gesticht of, indien er meer zijn door den eerste geneeskundige aan den Procureur-generaal aan afschrift gezonden van de in artikel 21 bedoelde aanteekeningen, vergezeld van zijne met redenen omkleede verklaring omtrent de noodzakelijke of wenschelijke eener verdere verpleging in een krankzinnigengesticht. De Procureur-generaal dient hierop, zoo daartoe termen zijn, uiterlijk acht dagen na de ontvangst van de in het eerste lid genoemde bescheiden en onder overlegging daarvan aan het Hof van Justitie een requisitoir in tot het verleenen eener nieuwe machtiging voor ten hoogste één jaar. Op dit requisitoir wordt beschikt overeenkomstig de voorschriften van Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.