De raad van de gemeente Oostflakkee; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, d.d.;29 november 2011 gelet op het bepaalde in artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(
- en)voor de gemeente Oostflakkee 2012 Artikel1 1Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1In deze verordening wordt verstaan onder: abegraafplaats(en): de begraafplaats(
- en)te Den Bommel, Ooltgensplaat en Oude-Tonge; bgraf: een zandgraf of keldergraf; cgrafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; dasbus: een bus ter berging van as van een overledene; eurn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; fparticulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as. galgemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; hparticulier urnengraf/tuin: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as. iparticuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon de gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen, de urnenmuur is echter in beheer bij de gemeente; jparticuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken; kverstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; lgrafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats; mbeheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(
- en)of degene die hem vervangt; nrechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; ogebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden. Artikel2Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf 1Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis en particuliere gedenkplaats. 2Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen urnengraf. Artikel1 1Hoofdstuk 2 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats Artikel3Openstelling begraafplaats(
- en)1De begraafplaats(
- en)is (zijn) voor eenieder dagelijks toegankelijk van één uur na zonsopgang tot één uur voor zonsopgang; 2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(
- en)kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. 3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(
- en)niet voor het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. Artikel4Ordemaatregelen 1Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(
- en)hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 2De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. 3Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(
- en)te rijden: a. elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaanvoor begrafenissen of voor het vervoer van materialen; b. sneller dan 10 km per uur. 4Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid. 5Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van het college, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. Artikel5Plechtigheden 1Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste vijf werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Artikel6Opgravingen en ruimen Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. Artikel2 1Hoofdstuk 3 Voorschriften voor lijkbezorging Artikel7Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder en de afdeling Burgerzaken van de gemeente Oostflakkee. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. Artikel8Gebouwen en muziekinstallatie (vervallen) Artikel9Over te leggen stukken 1Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn, met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende voor een termijn die ligt tussen de 5 en 20 jaar. 4De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn. Artikel10Tijden van begraven en asbezorging 1De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 8.30 tot 16.00 uur; op zaterdag van 8.30 tot 15.00 uur; 2Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken. Artikel1 1Hoofdstuk 4 Indeling en uitgifte van de graven Artikel11Indeling graven en asbezorging 1Op de begraafplaats(
- en)kunnen worden uitgegeven: a. particuliere graven en particuliere urnengraven/tuinen; b. particuliere urnennissen in urnenmuur; c. particuliere gedenkplaatsen. 2Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven, alsmede van de algemene graven. De uitgifteduur van de particuliere graven kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging. Artikel12Aantal overledenen in algemene graven In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal personen worden begraven. Artikel13Volgorde van uitgifte De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. Artikel14Categorieën Het college verdeelt de algemene en particuliere graven onder in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. Artikel15Termijnen particuliere graven 1Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(
- en)dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 2Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn die ligt tussen de 5 en 20 jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht van particuliere graven, uitgegeven voor de inwerkingtreding van de verordening d.d. 9 februari 1970, wordt op aanvraag van de rechthebbende, om niet, verlengd met telkens een termijn van 10 jaren. 4Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 7, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Artikel15aTermijnen algemene graven 1Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(
- en)dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op het gebruik van een algemeen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het algemeen graf is uitgegeven. 2Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde gebruik wordt op aanvraag van de gebruiker, tegen betaling van een door het college nader te bepalen bedrag, verlengd met een termijn van 10 jaren, zolang dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is. 3Het gebruik als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één gebruiker worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 7, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Artikel15bTermijnen particuliere en algemene kindergraven 1Een particulier en algemeen kindergraf kunnen slechts worden uitgegeven voor het doen begraven van kinderen die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt. 2Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(
- en)dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig jaar recht op een particulier kindergraf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 3Het in het tweede lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn die ligt tussen de 5 en 20 jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 4Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(
- en)dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op het gebruik van een algemeen kindergraf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het algemeen graf is uitgegeven. 5Het in het vierde lid van dit artikel bedoelde gebruik wordt op aanvraag van de gebruiker, tegen betaling van een door het college nader te bepalen bedrag, verlengd met een termijn van 10 jaren, zolang dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is. 6Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 7, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Artikel16Grafkelder Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. Artikel17Overschrijving van verleende rechten 1Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. 2Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. 3Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van één jaar, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. 4Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van één jaar kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd. Artikel18Afstand doen van graven 1De grafrechten vervallen: a. door het verlopen van de termijn; b. indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het recht; c. indien een van de begraafplaatsen wordt opgeheven. 2Het college kan de grafrechten vervallen verklaren: a. indien de betaling van de onderhoudskosten van het graf of een verlenging van het grafrecht – ondanks een aanmaning – niet binnen 3 maanden na aanvang van die termijn is geschied; b. indien de rechthebbende of gebruiker – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; c. indien de rechthebbende of gebruiker van een graf is overleden en het recht niet binnen één jaar is overgeschreven. 3In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudskosten of eventuele andere kosten. 4Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken of beplanting kan gedurende één maand voor het vervallen van het grafrecht door de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden. 5Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. Artikel1 1Hoofdstuk 5 Grafbedekkingen Artikel19Vergunning grafbedekking 1Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2De rechthebbende van een particulier graf en de gebruiker van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. 3Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 4Het college kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 5Op algemene graven kan slechts een grafbedekking worden aangebracht indien het graf vol is, dit met uitzondering van algemene kindergraven. 6In afwijking van het vijfde lid in dit artikel kan tegen een vergoeding, met toestemming van het college, de grafbedekking eerder worden aangebracht. Artikel20Onderhoud door de gemeente 1Het college voorziet in het schoonmaken en het na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken en in de zorg voor de winterharde beplantingen op graven waar (door een rechthebbende of gebruiker dan wel enig ander persoon) gedurende een jaar geen éénjarige beplanting is aangebracht. 2Indien een rechthebbende of gebruiker om zwaarwegende redenen geen beplanting op een graf wenst, dient dit bij de aanvraag van de vergunning kenbaar gemaakt te worden. Artikel21Onderhoud door rechthebbende of gebruiker 1Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van het gedenkteken geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. 2De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 3Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 4De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 5Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden. Artikel22Niet-blijvende grafbeplanting Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder. Artikel23Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn 1De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd. 2Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. 3Indien de grafbedekking niet binnen twaalf weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Artikel1 1Hoofdstuk 6 Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen Artikel24Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 3De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en). 4Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. 5De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. Artikel1 1Hoofdstuk 7 Gedeelte voor kerkgenootschap Artikel25Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven (vervallen) Artikel2 1Hoofdstuk 8 In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking Artikel26Lijst 1Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. 2Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. 3De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. Artikel1 1Hoofdstuk 9 Inrichting register Artikel27Voorschriften 1Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken. 2Het register wordt bijgehouden door de beheerder. Artikel1 1Hoofdstuk 10 Slotbepalingen Artikel28Intrekking oude regeling De verordening beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Oostflakkee 2004 vastgesteld op 9 juli 2004 wordt ingetrokken. Artikel29Overgangsbepaling 1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de vorige verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de vorige verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel30Strafbepaling Hij die handelt in strijd met artikel 3, lid 3 en artikel 4, lid 2 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. Artikel31Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012. Artikel32Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Oostflakkee 2012. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oostflakkee, gehouden op 15 december 2011. de voorzitter. de griffier.