← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2012 (Oud-Beijerland)

Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2012De raad van de gemeente Oud-Beijerland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van .. november 2011, nr. Z-11.05897; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2012 Artikel1Belastbaar feit 1Onder de naam “brandweerrechten” worden geheven: rechten voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van de gemeentelijke brandweer of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeentelijke brandweer in beheer of in onderhoud zijn; rechten voor het genot van door de gemeentelijke brandweer verstrekte diensten. 2Geen rechten als bedoeld in het eerste lid worden geheven ter zake van: het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; het beperken van brandgevaar; het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand; al hetgeen met de onderdelen a, b en c verband houdt; het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. Artikel2Belastingplicht Belastingplichtig is: degene die gebruik maakt van de bezittingen, werken of inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,onderdeel a; degene die een dienst aanvraagt dan wel degene te wiens behoeve een dienst is verleend, als bedoeld inartikel 1, eerste lid, onderdeel b. Artikel3Maatstaf van heffing en tarief 1De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening horende tarieventabel; 2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van de in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel4Belastingjaar Voor zover in de bij deze verordening behorende tarieventabel tarieven zijn opgenomen die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel5Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De rechten waarop artikel 4 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in afwijking van artikel 3, tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfden gedeelten van de voor dat jaar nog verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor de dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,

  1. 4Belastingbedragen minder dan € 9,00 worden niet geheven. Artikel6Wijze van heffing 1De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijk kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. 2Indien zich ten aanzien eenzelfde belastingplichtige meerdere belastbare feiten voordoen, kunnen de rechten ter zake daarvan worden geheven bij wege van één gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Artikel7Termijn van betalingen 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald op het moment van uitreiking van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving, dan wel ingeval van toe- zending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van brandweerrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van rechten. Artikel10Inwerkingtreding en citeerartikel 1De "Verordening brandweerrechten 2011" van 30 november 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  2. 4Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening brandweerrechten 2012". Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 december
  3. De griffier de voorzitter, E.G. Bunt K.Tigelaar Tarieventabel behorende bij de1 Toelichting1Toelichting op de ‘Verordening brandweerrechten 2012’ Omwille van de duidelijkheid en ter voorkoming van misverstanden kiezen we ervoor, evenals vorig jaar, om ook voor 2012 een volledig nieuwe verordening brandweerrechten vast te stellen. Inhoudelijk is de verordening, met uitzondering van de tarieventabel, niet gewijzigd. Overeenkomstig het vastgestelde beleid zijn de tarieven ten opzichte van 2011 verhoogd met 2 % (inflatie). Verder is de regionaal gemaakte afspraak gevolgd om bij onderlinge dienstverlening in regionaal verband het tarief toe te passen, wat is bepaad en jaarlijks wordt geactualiseerd (6.1.8). Het college van burgemeester en wethouders

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.