← Nederland

Beleidsregel voor kampeerbedrijven gemeente Nunspeet als gevolg van de afschaffing van de Wet op de openluchtrecreatie (Nunspeet)

Beleidsregel voor kampeerbedrijven gemeente Nunspeet als gevolg van de afschaffing van de Wet op de openluchtrecreatieHoofdstuk1Beleidsregel voor kampeerbedrijven gemeente Nunspeet als gevolg van de afschaffing van de Wet op de openluchtrecreatie Burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet maken – gelet op het bepaalde in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht – bekend dat zij in hun vergadering van 5 februari 2008 het volgende besluit hebben genomen: Burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet; overwegende dat met ingang van 1 januari 2008 de Wet op de openluchtrecreatie niet meer geldt; − dat het daardoor vervallen van artikel 40, tweede lid, van de Woningwet met zich meebrengt dat de bouwvergunningplicht voor het plaatsen van stacaravans, voor zover deze zijn aan te merken als een bouwwerk, integraal herleeft, wat volgens de wetgever onbedoeld is; − dat het integraal herleven van de bouwvergunningplicht in de gemeente Nunspeet inhoudt dat ook stacaravans met een vloeroppervlakte kleiner dan 45 m2 nu formeel bouwvergunningplichtig zijn; − dat in afwachting van reparatiewetgeving van de Woningwet en de vaststelling van nieuw kampeerbeleid voor de gemeente Nunspeet het gewenst is wat betreft de bestemmingsplantoets aan te sluiten bij de bestendige gedragslijn in die zin dat kampeermiddelen (caravans) met een vloeroppervlak tot 45 m2 en een maximale hoogte – gerekend vanaf de wielbasis – van 3,3 meter uitgezonderd blijven van de bouwvergunningplicht, mits deze als bouwwerk kunnen worden aangemerkt en het bouwen gebeurt in overeenstemming met het bestemmingsplan; − dat het wenselijk is deze bestendige gedragslijn ook voort te zetten voor kampeerterreinen die voor de intrekking van de Wet op de openluchtrecreatie beschikte over een ontheffing overgangsbepaling; − dat uit oogpunt van landschappelijke inpassing het van belang is dat kampeerterreinen voorzien zijn en blijven van een randbeplanting; − dat het eveneens wenselijk is de bestaande parkeernorm, zoals die voorheen als voorwaarde in de kampeerexploitatievergunning stond opgenomen, na 1 januari 2008 voort te zetten; gelet op de artikelen 10 en 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; Hoofdstuk2Besluiten voor de in de gemeente Nunspeet geldende bestemmingsplannen met een recreatieve bestemming vast te stellen de BELEIDSREGEL KAMPEERTERREINEN GEMEENTE NUNSPEET

  1. Paragraaf1Inleiding Met ingang van 1 januari 2008 geldt de Wet op de openluchtrecreatie (WOR) niet meer. Een belangrijke reden daarvan is deregulering. De intrekking van de WOR betekent dat er vanaf dat moment geen landelijke kampeerregelgeving meer bestaat en de basis voor de door de gemeente verleende kampeerexploitatievergunningen is vervallen. Alle gemeenten in Nederland moeten hun beleid ten aanzien van kamperen zelf vorm geven en – voor zover nodig – vastleggen in andere regelgeving (bijvoorbeeld bestemmingsplannen, Algemene plaatselijke verordening). Deze beleidsregel ziet op de hiaten die mogelijk per 1 januari 2008 ontstaan zijn. In de loop van 2008 wordt het totale kampeerbeleid voor de gemeente Nunspeet geformuleerd. Zodra het nieuwe kampeerbeleid is vastgesteld, Paragraaf2Doel van de beleidsregel Met deze beleidsregel willen burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet aangeven dat zij de bestaande gedragslijn met betrekking tot het bouwen van kampeermiddelen op de reguliere kampeerbedrijven (uitzondering bouwvergunningplicht), de verplichte aanwezigheid van randbeplanting en de parkeernorm voor kampeerbedrijven per 1 januari 2008 wil handhaven. Paragraaf3Inhoud Plaatsen van kampeermiddelen (maximale afmetingen, bouwvergunningplicht) Voor het bouwen van een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan voor recreatief nachtverblijf is geen bouwvergunning vereist, als het bouwen gebeurt in overeenstemming met de voorschriften van een bestemmingsplan dan wel dat het bouwen gebeurt op een kampeerterrein die voor de intrekking van de WOR beschikte over een ontheffing overgangsbepaling, mits de tent, tentwagen, kampeerauto of caravan geen grotere vloeroppervlak van 45 m2 en een grotere hoogte – gerekend vanaf de wielbasis – dan 3,3 meter heeft. Berging Bij een (sta-)caravan mag aanwezig zijn een losstaande berging met een maximale oppervlakte van 6 m² (dit betreft een regulier vergunningplichtig bouwwerk) en een afdak ter lengte van maximaal 1,5 meter langs de (sta-)caravan gemeten en ter breedte van 1,1 meter met een hoogte van maximaal 2,4 meter. Landschappelijke inpassing Een kampeerterrein moet voorzien zijn en blijven van een randbeplanting ter breedte van minimaal 5 meter. De randbeplanting moet om een goede landschappelijke inpassing te verkrijgen, bestaan uit (boom)soorten die in het landschap, waarin het kampeerterrein is gesitueerd, van oorsprong thuishoren. Dit betekent bijvoorbeeld dat op de drogere zandgronden andere soorten moeten worden aangeplant dan op rijkere en natte gronden. De beplanting moet door zijn hoogte en samenstelling het gezicht op de kampeermiddelen, bouwwerken en gebouwen, gezien vanaf de buitenzijde van het terrein, maskeren. Parkeernorm Op het kampeerterrein moet zowel voor de gasten als voor bezoekers het minimaal aantal parkeerplaatsen 1,1 maal het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen bedragen. Paragraaf4Inwerkingtreding/overgangsbepaling Deze beleidsregel treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari
  2. Paragraaf5Citeerartikel Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel kampeerterreinen gemeente Nunspeet 2008’. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet van 5 februari
  3. Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, J.J. Kerkhof ir. D.H.A. van Hemmen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.