← Nederland

Kadernota budgetsubsidiëringsbeleid (Nunspeet)

Kadernota budgetsubsidiëringsbeleidHoofdstuk1Nieuw Hoofdstuk Hoofdstuk2Inleiding De gemeente Nunspeet subsidieert een groot aantal sociaal-culturele en maatschappelijke organisaties. Deze organisaties worden gesubsidieerd om uitvoering te geven aan bepaalde beleidsdoelen. De basis van subsidiëring is beschreven in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierin staat de volgende definitie van subsidie: “De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.” (artikel 4:21 van de Awb). Het subsidiebeleid is in de gemeente Nunspeet verder vormgegeven in de Algemene Subsidieverordening Nunspeet 2005, de Nota budgetsubsidiëring en de Beleidsregels investeringssubsidies. In de Algemene Subsidieverordening staat het juridisch ‘geraamte’ van subsidiëring in Nunspeet. Hieraan is verder invulling gegeven door de Beleidsregels investeringssubsidies en de Nota budgetsubsidiëring. Deze nota geeft aan hoe de budgetafspraken tot stand moeten komen en welke regels er gelden voor budgetsubsidies. Budgetsubsidie is een specifieke vorm van subsidie. Het kan worden omschreven als: ‘een vorm van subsidiëring waarbij vooraf door de subsidiegever (de gemeente) aan de subsidieontvanger (de instelling) voor een bepaalde periode een maximumbedrag aan financiële middelen wordt verstrekt voor het uitvoeren van bepaalde vooraf omschreven activiteiten en/of het behalen van bepaalde vooraf omschreven resultaten’. Budgetsubidiëring komt grofweg in de volgende varianten voor: Lumpsumsubsidie: Een bedrag om de kosten van de exploitatie te dekken. Er is vanuit de gemeente geen sturing op activiteiten. Inputsubsidie: Een bedrag om de loon-, huisvesting- en organisatiekosten te dekken. Er is vanuit de gemeente geen sturing op activiteiten. Throughputsubsidie: Een bedrag voor de aangeboden activiteiten. Er is vanuit de gemeente sturing op activiteitenniveau. Outputsubsidie: Een bedrag voor de resultaten die het gevolg zijn van de activiteiten. Er is vanuit de gemeente sturing op resultaatniveau. Outcomesubsidie: Een bedrag voor de maatschappelijke effecten die het gevolg zijn van de activiteiten. Er is vanuit de gemeente sturing op effectniveau. Hoofdstuk3Situatie Nunspeet In de gemeente Nunspeet is er sprake van een mengvorm: we subsidiëren in de vorm van ‘resultaatgerichte budgetsubsidiëring met sturing op output’. De financiering gebeurt volgens de methode van inputsubsidiëring; de sturing gebeurt volgens de methode van outputsubsidiëring. In de subsidierelatie tussen de gemeente Nunspeet en met name de instellingen die zich bezighouden met het welzijnsbeleid voor ouderen, zijn de afgelopen jaren een paar belangrijke verbeteringen aangebracht: - Eind 2004 heeft de raad de nota ‘Budgetsubsidiëring gemeente Nunspeet 2005’ vastgesteld. In deze nota wordt ingegaan op de systematiek van budgetsubsidiëring, de subsidiebeschikking et cetera. - In 2005 is de kaderstellende notitie met betrekking tot subsidieverlening gecoördineerd ouderenwerk 2006-2009 vastgesteld. Naar aanleiding van deze notitie dienen Stichting Welsijn Ouderen Nunspeet (SWON) en Het Venster hun activiteitenplannen in conform het dienstenmodel van het (voormalige) Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). - Per product zijn kengetallen en prestatiegegevens benoemd. Door de bestudering van de verschillende subsidiebeleidsdocumenten wordt echter ook geconstateerd dat er nog een flinke slag moet worden gemaakt: - De gemeente Nunspeet moet haar beleid concreet benoemen en ‘vertalen’ in een duidelijke vraag aan de instelling. - De instelling moet op basis van de gemeentelijke vraag concrete prestaties benoemen waarvoor zij subsidie wenst te ontvangen. - De te verlenen subsidie moet worden gekoppeld aan concrete prestaties (output) in plaats van de huidige inputvariabele (ureninzet): professionalisering relatie gemeente – instelling (cultuurverandering). - Gemeente en instelling moeten het eens zijn met elkaar over welke resultaten worden nagestreefd door middel van de gesubsidieerde prestaties. - De voortgang van de prestaties moet worden gemonitord en over de resultaten moet met elkaar worden overlegd. - De gemeentelijke beleidscyclus (meerjarenbeleid, programmabegroting en evaluatie) én de subsidiecyclus (verlening, afrekening, tussentijdse evaluatie) moeten beter op elkaar worden afgestemd. Hoofdstuk4Rapport Lokale Rekenkamer Door de Lokale Rekenkamer is onderzoek gedaan naar het budgetsubsidiebeleid van onder andere de gemeente Nunspeet. Er is gekeken naar de kaderstellende en controlerende rol van de raad, de kwaliteit van de verordening/regelgeving, de kwaliteit van de uitvoering van het subsidiebeleid (inclusief de relatie met de gesubsidieerde instellingen), en de effectiviteit van subsidiëring. Het onderzoek heeft geresulteerd in een rapport, waaruit de volgende aanbevelingen zijn te destilleren: Kaderstellende en controlerende rol raad - Leg de doelstellingen voor de langere termijn voor de belangrijke beleidsterreinen vast in een kaderstellende nota. - Zorg voor een samenhangend subsidieproces waarin de rolverdeling tussen raad, college en instellingen consistent is doorvertaald. Kwaliteit van de verordening/regelgeving - Draag er zorg voor dat aan de gesubsidieerde instellingen vooral de beleidsinhoudelijke eisen worden gesteld die relevant zijn voor de sturing op prestaties (output) en effecten (outcome). Kwaliteit van de uitvoering van het subsidiebeleid - Zorg ervoor dat de gesubsidieerde activiteiten aansluiten op de doelstellingen in de beleidsdocumenten (beleidsnota’s en programmabegroting). - Zorg ervoor dat voor de instellingen waarvoor budgetsubsidiëring van toepassing is deze methodiek ook volledig wordt toegepast. Effectiviteit - Zorg in goed overleg met de gesubsidieerde instellingen voor een (zo beperkt mogelijke) set van periodiek te leveren gegevens over activiteiten, deelnemers, bedrijfsvoering et cetera. die de gemeente nodig heeft om de effectiviteit van het beleid inzichtelijk te maken. Vermijd ook hier een ‘verantwoordingsbureaucratie’. - Evalueer periodiek het aanbod van de instellingen op hun effectiviteit. Hoofdstuk5Subsidieconferentie Teneinde een gezamenlijke oriëntatie op de bestaande problematiek en een gezamenlijke visievorming te bewerkstelligen, hebben de raadscommissies Maatschappij & Middelen en Algemeen Bestuur ingestemd met het organiseren van een werkconferentie over het subsidiebeleid. De conferentie vond plaats op 9 april 2008 en werd bijgewoond door raadsleden, collegeleden en ambtenaren. Tijdens deze subsidieconferentie werden de volgende drie stellingen behandeld: 1. De gemeente is verantwoordelijk voor de ‘wat-vraag’; de instelling voor de ‘hoe-vraag’. 2. De instellingen moeten gedetailleerde verantwoordingen indienen over behaalde prestaties en effecten. 3. De rolverdeling van raad en college rondom het subsidieproces is absoluut niet helder. De belangrijkste conclusies en afspraken van de subsidieconferentie waren de volgende: - We moeten af van de ‘hoe-vraag’: dit bij de instellingen laten; de gemeente moet zich bezighouden met de ‘wat-vraag’. - We moeten afstappen van de huidige manier van subsidiëren (resultaatgerichte budgetsubsidiëring met sturing op output); er is nog teveel nadruk op de input vooraf. - We moeten niet te gedetailleerde verantwoordingen van de subsidieontvangers willen hebben. - De rolverdeling tussen de raad en het college inzake het subsidieproces moet helderder; dit wordt echter al actief opgepakt. - De conclusies en aanbevelingen van het Rekenkamerrapport worden onderschreven. - Er wordt een Kadernotitie budgetsubsidiebeleid opgesteld. Hoofdstuk6Speerpunten Op basis van onderzoek van de relevante subsidiebeleidsdocumenten, de aanbevelingen van de Lokale Rekenkamer en de conclusies van de subsidieconferentie, komen wij tot een aantal speerpunten en daarmee samenhangende actiepunten voor het budgetsubsidiebeleid van de gemeente Nunspeet: Speerpunt 1 - Relatie gemeente - instelling − De gemeente Nunspeet moet haar beleid concreet benoemen en ‘vertalen’ in een duidelijke vraag aan de instelling; de gemeente is dus verantwoordelijk voor de ‘wat-vraag’. − De instelling moet op basis van de gemeentelijke vraag concrete prestaties benoemen waarvoor zij subsidie wenst te ontvangen; de instelling is dus verantwoordelijk voor de ‘hoevraag’. − Gemeente en instelling moeten het eens zijn met elkaar over welke resultaten worden nagestreefd door middel van de gesubsidieerde prestaties. − Ervoor zorgen dat voor de instellingen waarvoor budgetsubsidiëring van toepassing is deze methodiek ook volledig wordt toegepast. Speerpunt 2 - Relatie raad - college − De rolverdeling tussen de raad en het college inzake het subsidieproces moet helderder; dit actiepunt wordt echter al actief opgepakt. Speerpunt 3 - Relatie gemeentelijk beleid - subsidiebeleid − Ervoor zorgen dat de gesubsidieerde activiteiten aansluiten op de doelstellingen in de beleidsdocumenten (beleidsnota’s, programmabegroting en de nog op te stellen kaderstellende nota voor doelstellingen op de langere termijn) en dat de gemeentelijke beleidscyclus beter aansluit op de subsidiecyclus. − De te verlenen subsidie moet worden gekoppeld aan concrete prestaties (output) in plaats van de huidige inputvariabele (ureninzet): dus stoppen met de huidige manier van subsidiëren (resultaatgerichte budgetsubsidiëring met sturing op output). Speerpunt 4 - Relatie met effectiviteit − In goed overleg met de gesubsidieerde instellingen zorgen voor een (zo beperkt mogelijke) set van periodiek te leveren gegevens over activiteiten, deelnemers, bedrijfsvoering et cetera. die relevant zijn voor de sturing op prestaties en die de gemeente nodig heeft om de effectiviteit van het beleid inzichtelijk te maken. − De voortgang van de prestaties moet worden gemonitord en over de resultaten moet met elkaar worden overlegd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.