Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2009De raad van de gemeente Wageningen;gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 oktober 2009;gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; b. lengte: de lengte over alles; c. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; d. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; e. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; f. seizoen: het tijdvak van 16 april tot en met 16 oktober; g. kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2Belastbaar feit Terzake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven, wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene terzake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven terzake van het verblijf: door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano's, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; van een asielzoeker, zijnde een vreemdeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, van degene die een asielverzoek heeft ingediend waarop negatief is beslist en van een verblijfsgerechtigde, die op basis van artikel 9, 10 of 15 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, voorzover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, in het kader van de centrale opvang onder verantwoordelijkheid van het ZBO Centrale Opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Terzake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid is aangewezen: het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op: twee, bij een vaartuig met een lengte van ten hoogste 8 meter; drie, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 8, doch ten hoogste 12 meter; vier, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter; het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.