Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2012Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; maand: kalendermaand; kwartaal: kalenderkwartaal; jaar: een periode van 4 aaneengesloten kwartalen. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam parkeerbelastingen wordt een belasting geheven ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel3Belastingplicht De belasting bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel5Ontstaan van de belastingplicht 1.De belasting als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar ontstaat, wordt een evenredig deel van de belasting geheven, waarbij een gedeelte van een kwartaal wordt gerekend voor een vol kwartaal. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de resterende volle kwartalen van het jaar waarvoor de vergunning is afgegeven. Artikel6Wijze van heffing en termijnen van betaling De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel7Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel8Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van parkeerbelastingen. Artikel9Inwerkingtreding en citeertitel De 'Verordening parkeerbelastingen 2011” van 16 december 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen 2012”. TARIEVENTABEL VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2012 A. Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2 bedraagt: 1. Voor een vergunning op de parkeerplaatsen als bedoeld in artikel 2 lid b, d en f van het vigerende Reglement ter uitvoering van de vigerende Verordening parkeerbelastingen en Parkeerverordening: a. per kwartaal € 10,45 b. per jaar € 34,35 2. Voor een vergunning op de parkeerplaatsen als bedoeld in artikel 2 lid c van het vigerende Reglement ter uitvoering van de vigerende Verordening parkeerbelastingen en Parkeerverordening: a. per kwartaal € 37,50 b. per jaar € 121,90 3. Voor een vergunning op de parkeerplaatsen als bedoeld in artikel 2 lid e van het vigerende Reglement ter uitvoering van de vigerende Verordening parkeerbelastingen en Parkeerverordening: a. per kwartaal € 25,00 b. per jaar € 89,45 Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 december 2011, de griffier, A.P.M.A.F. Bergmans de voorzitter, C.J.M. de Bruin
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.