LANDSVERORDENING van de 25ste maart 1960 houdende regeling der voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid tot uitoefening van de artsenijbereidkunde als apotheker of als apothekersassistent §1De verkrijging van de bevoegdheid als apotheker Artikel1 Tot de uitoefening van de artsenijbereidkunde in haar volle omvang als apotheker zijn bevoegd: zij, die de hoedanigheid van apotheker hebben verkregen op de wijze zoals voorgeschreven in de terzake in Nederland geldende wettelijke bepalingen; die aan een van de bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aan te wijzen buitenlandse universiteiten of hogescholen, een graad of diploma als apotheker hebben verworven en tot uitoefening van de artsenijbereidkunde in haar volle omvang in het betrokken land bevoegd zijn. Zodanige aanwijzing geschiedt niet dan nadat de in het eerste lid van artikel 3 bedoelde commissie is gehoord omtrent de vraag of de betrokken opleiding ter verkrijging van bedoelde graad of diploma gelijkwaardig mag worden geacht te zijn aan die welke in de desbetreffende paragrafen van het in Nederland geldende Academisch Statuut terzake wordt vereist. Artikel2 1.De bevoegdheid tot uitoefening van de artsenijbereidkunde in haar volle omvang als apotheker kan ook in de Nederlandse Antillen worden verkregen door het afleggen van een examen in de artsenijbereidkunde. 2.Tot het in het eerste lid bedoelde examen kunnen alleen zij worden toegelaten, die een diploma of graad als bedoeld in artikel 1 onder b hebben verworven, doch niet tot uitoefening van de artsenijbereidkunde in haar volle omvang in het betrokken land bevoegd zijn, wanneer zij kunnen aantonen, na het verkrijgen van bedoelde graad of bedoeld diploma tenminste een jaar in een apotheek in de Nederlandse Antillen onder toezicht van een apotheker praktisch werkzaam te zijn geweest, Artikel3 1.Het in artikel 2 bedoelde examen wordt afgenomen te Willemstad op Curaçao door een commissie, bestaande uit een voorzitter en vier leden. 2.De voorzitter en de leden der commissie zomede hun plaatsvervangers, worden door de Gouverneur benoemd en dienen allen de bevoegdheid van apotheker in de Nederlandse Antillen te bezitten, terwijl tenminste drie van hen de bevoegdheid van apotheker in de zin van artikel 1 onder a moeten hebben. 3.De voorzitter en de leden der commissie, zomede hun plaatsvervangers genieten een presentiegeld waarvan het bedrag bij landsbesluit wordt vastgesteld. Artikel4 Tot het in artikel 2 bedoelde examen kunnen alleen zij worden toegelaten, die in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit of gedurende tenminste vijf jaren in de Nederlandse Antillen gevestigd zijn geweest. Artikel5 1.Het examen wordt afgenomen binnen drie maanden nadat de kandidaat een daartoe strekkende schriftelijke aanvrage, onder overlegging van de bewijzen voor zijn toelating bij deze landsverordening gevorderd, bij de voorzitter van de examencommissie heeft ingediend. 2.Het examen wordt in de regel afgenomen in de Nederlandse taal, doch kan aan hen, die deze taal niet voldoende machtig zijn, ook in de Duitse, Engelse, Franse of Spaanse taal worden afgenomen. 3.Het examen bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. Het theoretische gedeelte wordt schriftelijk en mondeling afgenomen en omvat de vakken: farmacie (waaronder uitlegging en toepassing van de Nederlandse farmacopee), chemie, toxicologie, farmacognosie, farmacologie, en de wettelijke bepalingen op de uitoefening van de artsenijbereidkunde. Het praktische gedeelte omvat de vakken: receptuur, analytische chemie, toxicologie, en farmacognosie. 4.De regeling van elk examen heeft plaats in een door de voorzitter belegde vergadering der examencommissie. 5.Eventuele afwijzing van de kandidaat geschiedt voor minimaal zes maanden en maximaal een jaar. Artikel6 1.Alvorens tot het examen te worden toegelaten legt de kandidaat het bewijs, dat het verschuldigde examengeld, waarvan het bedrag bij landsbesluit zal worden vastgesteld in 's Lands kas is gestort, aan de voorzitter van de examencommissie over. 2.Bij eerste herhaling van het examen na afwijzing is geen examengeld verschuldigd. Artikel7 1.De beslissing omtrent de uitslag van het examen wordt bij meerderheid van stemmen genomen. 2.Aan degene die het examen met gunstig gevolg heeft afgelegd, wordt hiervan een getuigschrift uitgereikt volgens een bij Ministeriële beschikking vast te stellen model. Artikel8 Zij, die de bevoegdheid tot uitoefening der artsenijbereidkunde als apotheker op een der wijzen als bedoeld in deze landsverordening hebben verkregen, leggen, voordat zij als zodanig worden ingeschreven, in handen van de gezaghebber van het betrokken eilandgebied de volgende eed (belofte) af: „Ik zweer (beloof), dat ik de artsenijbereidkunde volgens de daarop wettelijk vastgestelde bepalingen naar mijn beste weten en vermogen zal uitoefenen en dat ik aan niemand zal openbaren wat in die uitoefening als geheim mij is toevertrouwd of te mijner kennis is gekomen, tenzij mijn verklaring als getuige of deskundige in rechten gevorderd, of ik anderszins tot het geven van mededeling door de wet verplicht wordt. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (dat beloof ik)". §2De verkrijging der bevoegdheid als apothekersassistent Artikel9 Tot de uitoefening van de artsenijbereidkunde als apothekersassistent zijn bevoegd zij, die met goed gevolg het examen van apothekersassistent hebben afgelegd, zoals voorgeschreven in de terzake in Nederland, Aruba of Suriname geldende wettelijke regelingen. Artikel10 1.De bevoegdheid tot uitoefening van de artsenijbereidkunde als apothekersassistent kan ook in de Nederlands Antillen worden verkregen door het afleggen van een theoretisch en praktisch examen in artsenijbereidkunde, ten overstaan van een commissie als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.