Verordening wet inburgeringHOOFDSTUK1BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN INFORMATIEVERSTREKKING VERORDENING WET INBURGERING Vastgesteld bij besluit van de raad van 11 juni 2009 nr. 164377 Artikel1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten; de wet: de Wet inburgering; het besluit: het Besluit tot uitvoering van de wet inburgering (Besluit inburgering); inburgeringsvoorziening: voorziening gericht op het behalen van het inburgeringsexamen; e. taalkennisvoorziening: voorziening gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 19 eerste lid, tweede volzin van de wet. Wwb: Wet werk en bijstand. De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt. Artikel2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende middelen: Mondelinge informatie bij het intakegesprek. Algemene informatie via de website van de gemeente Putten. Persoonlijke informatie via brieven en beschikkingen. Het college beoordeelt tenminste eens in de 2 jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad. Nadere invulling van de informatievoorziening kan in door het college vast te stellen beleidsregels worden vastgelegd. HOOFDSTUK2DOELGROEPEN EN SAMENSTELLING VAN DE INBURGERINGSVOORZIENING Artikel3 Aanwijzen van de doelgroepen Aan de inburgeringsplichtigen als bedoeld in artikel 19, eerste lid van de wet, biedt het college een inburgeringsvoorziening aan. Het college kan in afwijking van de eerste volzin aan een inburgeringsplichtige, niet zijnde een geestelijke bedienaar, die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt of zal volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. Een inburgeringsplichtige die in een eerdere gemeente reeds een aanbod tot een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening heeft geaccepteerd, zal in geval van verhuizing naar de gemeente Putten, eenzelfde of gelijkwaardig inburgeringsinitiatief worden geboden. In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen ten aanzien van de in het tweede lid van dit artikel genoemde doelgroep, nadere regels worden uitgewerkt inzake de aan deze doelgroep aan te bieden inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Artikel4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. Het college bepaalt hoe een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening voor een inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, wordt ingevuld. Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd. Een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan, naast hetgeen in de wet is geregeld, een of meer bijkomende onderdelen bevatten die specifiek gericht zijn op de behoefte van de betreffende inburgeringsplichtige. Een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval de volgende onderdelen: Nederlandse taalles. Kennis van de Nederlandse samenleving. c.Voorbereiding op en eenmaal kosteloze deelname aan het inburgeringsexamen. d.Versterken leervaardigheden. 6.Een inburgeringsvoorziening kan, bovenop het genoemde onder lid 5, de volgende onderdelen bevatten: a.activiteiten gericht op arbeid of de verwerving daarvan, zoals stages, regulier of gesubsidieerd betaald werk, vrijwilligerswerk, bemiddeling naar arbeid, beroepsvaardigheden; b.activiteiten gericht op een vervolgopleiding en of voorbereiding daarop, zoals beroepsoriëntatie, taalstage en leerwerktrajecten; c.activiteiten gericht op participatie en gezin, zoals vrijwilligerswerk, sociale vaardigheden, opvoedingsondersteuning, thuisstudie met behulp van de computer, tv en radio; d.begeleiding en coaching. 7.Een taalkennisvoorziening kan één of meer onderdelen bevatten van het genoemde onder lid 5 of
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.