WELSTANDSNOTADe raad der gemeente Putten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 augustus 2010, nr. 193975; gelet op het bepaalde in artikel 2.1.c en 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 12 en 12a van de Woningwet en artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht besluit; de Welstandsnota als volgt te wijzigen (1e wijziging) DeelAAlgemeen Hoofdstuk1Welstandsbeleid Artikel1.1Inleiding De welstandsnota zoals die voor u ligt, is opgesteld in het kader van de Woningwet. De nota beschrijft het welstandsbeleid van de gemeente Putten en dient als toetsingskader voor het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van bestaande bouwwerken. De gemeente Putten heeft bij het opstellen van de nota samengewerkt met zeven andere gemeenten in de Gelderse Vallei. Dit zijn de gemeenten Bunschoten, Nijkerk, Barneveld, Leusden, Woudenberg, Scherpenzeel en Renswoude. Zo is voor het ruimtelijk samenhangende buitengebied één welstandsbeleid ontwikkeld. Ook is gestreefd naar zorgvuldige afstemming van criteria voor objecten die in meerdere gemeenten voorkomen. Artikel1.2.Doel en opbouw van de welstandsnota Een welstandsnota is, kort gezegd, het beleidsdocument dat moet voorzien in de criteria die ht bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een bouwplan op welstandsvereisten. Het bevoegd gezag is doorgaans het college van burgemeester en wethouders. Artikel 12 van de Woningwet stelt:"Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, mogen niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a." Dat Artikel 12a eerste lid onder a vervolgt:"De gemeenteraad stelt een welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij haar beoordeling (…)". Een gemeente is niet verplicht om een welstandsnota vast te stellen. Als een gemeente echter een bouwplan wil toetsen aan redelijke eisen van welstand, kan dat alleen als er een welstandsnota is vastgesteld. Een welstandsoordeel moet goed zijn onderbouwd en de criteria moeten democratisch zijn vastgesteld. De welstandsnota moet daaraan invulling geven op een wijze die de gevraagde duidelijkheid verschaft. Daarbij biedt het, als beleidsdocument, ruimte voor nieuwe accenten. Het opstellen van de welstandsnota is uiteraard ook een goede gelegenheid om het ruimtelijk kwaliteitsbeleid als geheel tegen het licht te houden en de plaats van welstand daarbij duidelijk te maken. De achtergronden daarvoor worden in dit eerste hoofdstuk van deel A (Algemeen) geschetst. Hoofdstuk 2 van deel A geeft een overzicht van de uitvoering van het beleid en de daarin opgetreden of optredende veranderingen. Een overzicht van het beschikbare instrumentarium voor de welstandsnota is te vinden in hoofdstuk
(2001)aangehouden. Het gebied Krachtighuizen, met een veelheid aan recreatiebebouwing en het gebied strand Nulde, eveneens met recreatiebebouwing, zijn apart vermeld. Zie kaart deelgebieden buitengebied Putten. plaatje: Uitsnede Putten Ontwikkeling en beleid In de kaart ontwikkelingsvisie (Voorontwerp Bestemmingsplan Westelijk Buitengebied 2002) zijn, met uitzondering van het oostelijke bosgebied (Bestemmingsplan Oostelijk Buitengebied 1998), 9 zones aangewezen aan het buitengebied. De 10e zone heeft betrekking tot het Nuldernauw. De zonering heeft onder andere betrekking op landbouw, recreatie en wonen en wordt omschreven voor de verschillende landschapstypen. De welstandscriteria hebben betrekking op de 'overige bebouwing', bebouwing die niet reeds via de objectcriteria is geregeld. Tevens kan een nuancering van de loket- en objectcriteria plaatshebben. Artikel8.2Polderlandschap Dit gebied wordt begrensd aan de westzijde door het Nuldernauw. In het oosten ligt de grens met het heideontginningslandschap en het kampenlandschap aan de Waterweg/Schuiterbeek tot aan de Nijkerkerstraat en loopt door langs de Diemerseweg, omvat Diermen en sluit weer aan op de Nijkerkerstraat. In het zuidelijke gedeelte loopt de Rijksweg A28 dwars door het gebied. In het gebied tussen het Nuldernauw en de Rijksweg A28 is er vrijwel niet gebouwd. Oostelijk van de Rijksweg A28 komt wel bebouwing voor. De bebouwing bevindt zich, in kleine dichtheid, langs de Waterweg of de kleine wegen haaks daarop zoals de Knardersteeg. De verkaveling heeft een rechthoekig, trapeziumvormig patroon.In dit gebied is camping "Arlerstrand" gevestigd. Bebouwing De bebouwing, grotendeels agrarisch, bestaat uit een hoofdgebouw, meestal een hallenhuis in oorspronkelijke staat of gerenoveerd en annexen, zoals aanbouwen, bijgebouwen, schuren en stallen. De complexen hebben een groen karakter met bosachtige beplanting waardoor vaak een deel van de gebouwen aan het zicht wordt onttrokken. De bebouwing is meestal naar de weg gericht of terugliggend met nokrichting haaks op de weg met annexen achter de voorgevellijn. Het hoofdgebouw kan ook geflankeerd zijn door bijgebouwen in hallenhuisstijl, naoorlogse uitbreiding op het erf (vooral jaren’50/’60) en schuren. Recentere gebouwen, vaak uit twee lagen met kap zoals de jaren ‘50/’60 woningen, kunnen uit grijsgele of okergele bakstenen bestaan. Een enkel hallenhuis, bij Beldersgat, is T-vormig doordat er in een latere fase een frontgebouw is toegevoegd. Het kleurgebruik voor het schilderwerk is ook traditioneel met wit en donkergroen voor het houtwerk. Nieuwe schuren zijn voor het merendeel eenvoudige lange rechthoekige gemetselde constructies met een zadeldak gedekt met donkergrijze golfplaten. Sommige schuren zijn uit donkerkleurig hout opgetrokken op een gemetselde basis en hebben een oorspronkelijk karakter. De schuren zijn of vrijstaand of aaneengeschakeld in rijen, afhankelijk van de omvang van het agrarisch bedrijf. Door het open landschap zijn de ruimtelijke structuren van het gebied en van de vrij goed instandgehouden traditionele agrarische bedrijven duidelijk afleesbaar. Dit vrijwel ongeschonden gebied straalt rust uit. Ontwikkeling en beleid Het landbouwbeleid is gericht op versterking van de melkveehouderijsector. Inplaatsing van intensieve veehouderij is niet mogelijk vanwege milieuproblemen op lange termijn. Bestaande intensieve veehouderij is toegestaan alsmede de verplaatsing van bedrijven ten behoeve van betere productieomstandigheden.Op het gebied van recreatie is omschakeling van een agrarisch bedrijf naar recreatieactiviteiten ongewenst. Nieuwbouw is alleen mogelijk in het kader van de ruimte-voor-ruimte-regeling (Voorontwerp Bestemmingsplan Westelijk Buitengebied 2002). Welstandscriteria Algemeen - de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting. Artikel8.3Kampenlandschap Dit gebied strekt zich globaal uit van Diermen en het polderlandschap in het westen tot aan Veenhuizerveld en het bosgebied in het oosten, alsmede rondom de "enclave" van de Huinerbroek. Noordelijk is het gebied begrensd door de 't Oeverstraat/Zuiderzeestraatweg en de gemeente Ermelo. In de zuidelijk richting is het heidegebied de grens. In dit gebied staan de landgoederen Vanenburg en Bijstein. Bebouwing De bebouwing concentreert zich voor een merendeel rondom kruispunten in het kleine wegennet zoals Diermen, Hell/Veldhuizen, Hoonhorst/Hoge Steeg, Klein Boeyen en Klein Weelderen/Lange Meeën in het oostelijke en zuidelijke gedeelten. In het westelijke en oostelijke gedeelte zijn groepen met grootschalige agrarische bedrijven (Rozendaal, Huinen, Veenhuizeveld, Halvinkhuizen) of met kleinere bebouwing (De Paardebloem, Hondskont en Huinerwal) te vinden. Het gebied oogt relatief goed behouden, de nederzettingen hebben nog een traditionele uitstraling ondanks sommige recente grootschalige bouwwerken (bijvoorbeeld een manege bij Hell). De agrarische bedrijvencomplexen staan met veel aangeplant groen (hoge bomen) in een vrij open landschap of tegen de randen van de bosstroken boven de heiden. De verkaveling zelf is onregelmatig en gevarieerd. In het halfopen landschap (Diermen, Hell/Veldhuizen en Hoonhorst/Hoge Steeg) zijn de hoofdwoningen nog vaak kleine hallenhuizen met een afgewolfd zadeldak, soms met bijgebouwen uit de jaren '50/'70, met nok gericht naar de weg. De schuren geven een andere ruimere schaal aan de complexen. Deze staan achter de gevellijn in zicht vanaf de openbare weg en zijn vaak fors van afmetingen. Dit geldt vooral voor de recente constructies. Het merendeel is gemetseld en gedekt met golfplaten, maar de nieuwe schuren hebben een stalen constructie en zijn deels voorzien van groene geprofileerde stalen platen. Ze zijn hoger en grote dakvlakken zijn opvallend. Toch is het beeld dat van een vrij oorspronkelijk gebleven agrarisch gebied. Rood en bruingrijs metselwerk, soms wit gepleisterd, riet en donkere dakpannen (oranje komt in mindere maat voor), wit, donkergroen en donkerbruin (jaren '70) in het schilderwerk en hout zijn de gebruikelijke kleuren en materialen.In het gebied waar de beboste clusters dichter zijn, zijn de hoofdwoningen groter van opzet. De complexen staan tegen de bosrand met de schuren achter de gevellijn, gericht naar de weg maar terugliggend. De gebouwen zijn opgetrokken uit lichtrode tot donkerrode bakstenen, hebben een afgewolfd zadeldak met donkere pannen. De schuren zijn gedekt met lichte of donkere pannen of golfplaten. Ondanks de schaal van de complexen is het beeld ingetogen en rustig. Commerciële gebouwen staan langs de N303 ten hoogte van Veldhuizen. Ze zijn als blikvanger ontworpen maar hebben geen architectonische relatie met de omgevende bebouwing. In het oostelijke gedeelte staat landgoed Oldenaller, verscholen in het beboste domein maar desalniettemin een beeldbepalend element - zichtbaar vanaf de Nijkerstraat door een opening of zichtas in het bos en in het landschap. Dicht bij de kern Putten staat landgoed Bijstein.Het algemene beeld van dit gebied is dat in het open landschap de gebouwen laag op de bodem staan en bij de beboste gebieden de grote gebouwen tegen de bosrand staan. De natuurlijke omgeving bepaalt de schaal en kenmerken van de complexen. Ontwikkeling en beleid In het agrarische ontwikkelingsgebied moet rekening gehouden worden met een aanmerkelijke schaalvergroting, waardoor enerzijds bedrijven fors zullen groeien, anderzijds bedrijven zullen stoppen met hun bedrijfsvoering.In de landgoederenzone is een beperkt aantal bedrijven met kleinschalige activiteiten toegestaan. In het agrarisch ontwikkelingsgebied zal verplaatsing van verblijfsrecreatie bedrijven worden gestimuleerd (naar Krachtighuizen). Nieuwe voorzieningen worden niet toegestaan. Wonen is alleen toegestaan in bestaande bebouwing. Bij functiewijziging van een agrarisch of niet-agrarisch zal overtollige bebouwing moeten worden gesloopt.Er is geen aanleiding gevonden tot een verbijzondering van de loket- en objectcriteria voor de bebouwing in dit gebied. Om die reden wordt volstaan met het een algemeen criterium. Welstandscriteria Algemeen - De bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting. Artikel8.4Heideontginningslandschap Het heideontginningslandschap ten zuiden van de gemeente Putten en aangrenzend in de gemeente Nijkerk kent weinig bebouwing. Het gaat om de Kruishaarsche Heide en de Appelsche Heide. Het heideontginningslandschap (inclusief het Huinerbroek) bedekt het centraal gedeelte van de gemeente Putten tussen het polderlandschap, het kampenlandschap en de Veluwe. In dit gebied is landgoed Vanenburg aanwezig. Bebouwing In het algemeen staat de bebouwing langs wegen en stegen die vrijwel evenwijdig van elkaar in oost-west richting lopen (onder andere de Stenenkamerse Weg, de Hooiweg, de Hellerweg en de Oude Nijkerkerweg). De kavels zijn voor het merendeel langwerpig en rechthoekig.De grote bedrijven met markant hoofdgebouw (hallenhuis of jaren'50 tot '90 woning) zijn voorzien van lange schuren. De nieuwe schuren met een groene stalen bekleding zijn hoger en vallen op doordat de hoge kopse kanten tot aan de gootlijn gemetseld zijn waardoor een hoog geometrisch element dominant in het landschap staat. Ook een aaneenschakeling van verschillende vormen, aanbouwen even belangrijk als het hoofdgebouw en kleur- en materiaalgebruik kunnen een storende factor zijn (voorbeelden nabij Rozendaal).De kleinschalige bebouwing is discreter al treden ook afwijkende en recente bouwvormen op. Dit is het geval langs de Stenenkamerse Weg, de Hooiweg en de Arkemheense Weg. In de Hoeverveld is recentelijk een woning met de opzet van een hallenhuis gebouwd met een forse aanbouw die niet voor het hoofdgebouw onder doet met als oorzaak een verstoring van de hiërarchische opbouw en leesbaarheid van de bebouwing.In dit gebied bevindt zich landgoed Vanenburg. Deze is gesitueerd in het noordelijke gedeelte van het gebied en is opvallend door zijn uitstraling maar ook door de omringende bebouwing. In de directe omgeving van landgoed Vanenburg en langs de Vanenburger Allee staan historische en heel recente gebouwen met een landhuisachtige uitstraling. Bij de recentere bebouwing is veel gebruik gemaakt van staal, glas en zinken dakbedekking. Aan het gebied gesitueerd boven de N798 zijn meer ruimtelijke en architectonische kwaliteiten toe te kennen dan het zuidelijker gedeelte naar de Veluwe toe. Ontwikkeling en beleid In het agrarische ontwikkelingsgebied moet rekening gehouden worden met een aanmerkelijke schaalvergroting, waardoor enerzijds bedrijven fors zullen groeien, anderzijds bedrijven zullen stoppen met hun bedrijfsvoering.In de landgoederenzone is een beperkt aantal bedrijven met kleinschalige activiteiten toegestaan. In het agrarisch ontwikkelingsgebied zal verplaatsing van verblijfsrecreatie bedrijven worden gestimuleerd. Nieuwe voorzieningen worden niet toegestaan.Wonen is alleen toegestaan in bestaande bebouwing. Bij functiewijziging van een agrarisch of niet-agrarisch zal overtollige bebouwing moeten worden gesloopt.Er wordt geen aanleiding gevonden tot een verbijzondering van de loket- en objectcriteria voor de bebouwing in dit gebied. Om die reden wordt volstaan met een algemeen criterium. Welstandscriteria Algemeen - De bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting. Artikel8.5Boslandschap Het boslandschap in Putten bevindt zich in het oostelijke gedeelte van de gemeente. Het volgt een lijn van het noordelijke kruispunt spoorlijn/gemeentegrens onder Ermelo tot Veenhuizerveld en dwars door de kern Putten en Krachtighuizen. Behalve de nederzetting Koudhoorn en enkele bescheiden bebouwing (zoals in het noordwestelijke gedeelte bij Schoonderbeek/Oud-Groevenbeek) is er in het bosgebied nauwelijks gebouwd.Het recreatiegebied Krachtighuizen (vooral het gedeelte oostelijk van de N303) maakt deel uit van het overgangsgebied en verweving tussen kampenlandschap en boslandschap. Door de bosachtige omgeving kan het worden toegekend aan de het boslandschap. Bebouwing Koudhoorn is gesitueerd tussen Krachtighuizen en Garderen (gemeente Barneveld) onder de N
- De bebouwing ligt aan een V-achtige weg dat begint en eindigt bij de N797 en is kleinschalig. Het zijn voor grotendeels woningen met een diversiteit aan bouwperiodes, bouwstijlen, kleur- en materiaalgebruik. Kleine hallenhuizen, vaak wit geschilderd met latere (meestal jaren '50/'60) aanbouwen of bijgebouwen met dwarse verbinding staan naast of tegenover jaren '70 tot '00 woningen (deze zijn soms wat omvangrijker en groter). De lage bebouwing uit één laag met kap staat discreet in de beboste omgeving. De woningen zijn opgetrokken uit baksteen (grijsgeel, rood en donkerrood, wit geschilderd komt ook voor) en hebben een al dan niet afgewolfd zadeldak met lichte of donkere pannen. Het houtwerk (dakranden, windveren, kozijnen, houten delen in bijvoorbeeld topgevels) is wit, crèmegeel, donkergroen of donkerbruin. Doordat de woningen laag zijn en er veel aangeplante groen op de erven staat werkt de diversiteit niet storend. Krachtighuizen is voor een groot deel een recreatiegebied waar ook individuele vrijstaande woningen voorkomen (bij Huinerenk). Kleinschalige tot grootschalige bouwwerken, van bungalowtjes tot villa-achtige gebouwen staan in dit overgangsgebied naar de Veluwe. De dichtheid en de grote variatie in bouwstijl, bouwvolume, kleur- en materiaalgebruik is gecompenseerd door veel beplanting waardoor een gedeelte in de natuurlijke omgeving verdwijnt. Het beeld langs de N303 is dan ook meer dat van een losse lintbebouwing naar de ingang van de kern Putten. Ontwikkeling en beleid In het gebied tussen Krachtighuizen en de Voorthuizerstraat alsmede het gemengd gebied, zuidelijk van de kern Putten, is nieuwvestiging van agrarische bedrijven niet toegestaan. Bij Krachtighuizen is nieuwvestiging van verblijfsrecreatie mogelijk wanneer het uitplaatsing van bedrijven van elders in de gemeente betreft.Tussen Krachtighuizen en de Voorthuizerstraat zijn nieuwe landgoederen toegestaan ter versterking van natuur en landschap.In het bosgebied, dat deel uitmaakt van het Centraal Veluws Natuurgebied Natuureducatieve functies en kleinschalige milieuvriendelijke vormen van landbouw die het natuurbelang ten goede komen zijn inpasbaar.Ten aanzien van wonen en niet-agrarische bedrijvigheid is het beleid gericht op handhaving van de huidige situatie. Nieuwe woonsituaties en nieuwbouw van burgerwoningen zijn niet van toepassing.In Koudhoorn is het beleid gericht op handhaving van de bestaande agrarische bedrijvigheid hoewel functieverandering naar wonen (met beperkte toename) mogelijk is. Welstandscriteria Algemeen - De bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting. Hoofdstuk9Welstandscriteria van het dorp Putten Artikel9 De ruimtelijke ontwikkeling van Putten heeft ervoor gezorgd dat er in de loop van de jaren verschillende wijken zijn ontstaan. Iedere bouwperiode heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Op basis van deze kenmerken is een gebiedsindeling gemaakt.Door het dorp Putten lopen diverse linten waarlangs voornamelijk vrijstaande bebouwing staat. Het betreft de linten langs de Stationsstraat, Harderwijkerstraat, Garderenseweg en de Postweg/Drieseweg. Deze linten hebben zich in de loop van meerdere decennia ontwikkeld, waardoor de bebouwing zeer gevarieerd is. Het zijn de meer beeldbepalende routes door het dorp Putten. De specifieke kenmerken elk gebied zijn ontstaan door de stijl van de betreffende bouwperiode en veranderingen in de loop van de jaren. Elk gebied wordt beschreven aan de hand van een vast patroon. Eerst de ruimtelijke structuur, daarna de plaatsing van de bouwwerken in het gebied, vervolgens de soort bebouwing, waarna de details en het kleur- en materiaalgebruik volgen. De onderscheiden deelgebieden zijn (zie ook Bijlage C voor kaart deelgebieden kern Putten):
- Historische kern.
- Stationsstraat.
- Postweg/Drieseweg.
- Noord.
- Zuidoost.
- Halvinkhuizerweg-west/Buiteneng.
- De oostzijde van de bosrand en het daarachter gelegen gebied.
- Husselerveld.
- Sprielderweg.
- Bedrijventerreinen. 10.1 Keizerswoert. 10.2 Ambachtstraat. 10.3 De Hoge Eng.
- Voorzieningen. Artikel9.1Historische kern Gebiedsbeschrijving De historische kern van Putten ligt binnen de Brinkstraat, Dorpsstraat, Engweg en Voorthuizerstraat. De kern is ontstaan op het kruispunt van de Achterstraat, Dorpsstraat, Molenweg, Bakkerstraat en Garderenseweg, waar het huidige (winkel)centrum is gevestigd. Het is een gebied waarin verschillende voorzieningen zijn geconcentreerd, zoals winkels, dienstverlening, horeca, enkele bedrijven en kantoren. Aan de randen van het gebied neemt het aandeel van de woonfunctie toe. De bebouwingsdichtheid is relatief hoog; in sommige delen zijn ook de achterterreinen helemaal volgebouwd. Een aantal binnenterreinen heeft nog een tamelijk open karakter. Als invulling tussen de oude bebouwing zijn enkele nieuwbouwprojecten geplaatst. De meeste bebouwing is direct aan de straat gelegen en staat in één rooilijn, waardoor het gebied een steenachtig karakter heeft. Alle bebouwing is op de weg georiënteerd en staat dicht op elkaar. De hoogte van de bebouwing varieert, evenals de breedte van de percelen en voorgevels. Voortuinen zijn hier niet of nauwelijks te vinden. Het gebied ademt de sfeer van een dorpscentrum. De bebouwing in het centrum is zeer gevarieerd, mede doordat in de loop van de jaren open plekken zijn opgevuld en woningen zijn vervangen. De hoofdvorm staat direct aan de straat, terwijl aanbouwen en bijgebouwen vrijwel allemaal aan de achterzijde gelegen zijn. Door de grote variatie in bouwstijlen is er geen eenduidig beeld in de kaprichting. Een groot deel van de winkelpanden aan de Dorpsstraat heeft aan de voorzijde een luifel die boven- en onderpui van elkaar scheidt. In de historische kern bevinden zich enkele monumenten en ook een aantal zeer waardevolle gebouwen. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik In het algemeen is voor de bebouwing bruine baksteen gebruikt, een enkele keer wit pleisterwerk. Er komen vooral dakpannen in donkere tinten voor. Omdat de bebouwing in dit deelgebied organisch gegroeid is, is er geen eenduidige detaillering te onderscheiden. Bovendien zijn veel panden vernieuwd en/of verbouwd. Moderne invullingen staan hier naast karakteristieke oude bebouwing. Ook wat het kleur- en materiaalgebruik betreft is er een grote verscheidenheid. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Het behoud van het karakter van het historische dorpsgebied, in een lange reeks van jaren opgebouwd, is van groot belang voor de identiteit van het dorp als geheel. De karakteristieke verschijningsvorm, samenhang en sfeer zijn waardevol. Ingrepen die tot een verstoring van dit beeld leiden dienen te worden vermeden. Het beleid is gericht op behoud en waar nodig, versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Deze komt vooral tot uitdrukking in de losse opstelling van de bebouwing, in het individuele en kleinschalige karakter van de panden enerzijds en in het samenhangende architectonisch karakter van de gevels anderzijds. Verdichting en schaalvergroting, door het dynamische karakter van de centrumfunctie, is slechts in beperkte mate mogelijk. De aanvragen daarvoor zullen met aandacht voor de specifieke ruimtelijke kenmerken van het historisch dorpsgebied zoals openheid, relatie met het landschap, doorzichten e.d. benaderd worden. Dit geldt voor de veranderingen in de openbare ruimte en die aan de panden. Nieuwe bebouwing zal wat betreft schaal en ook wat betreft kleur- en materiaalgebruik in harmonie met de bestaande bebouwing ontworpen moeten worden. Scherpe contrasten dienen te worden vermeden. Een zekere mate van terughoudendheid wordt betracht bij de toelating van reclame, luifels, puien, rolluiken e.d. Deze zal altijd ondergeschikt dienen te blijven aan het ruimtelijke en architectonische beeld van de omgeving. Het beleid is vooral gericht op het behoud van variatie binnen het samenhangende beeld van het historische dorpsgebied. Dit houdt in dat het individuele karakter van de panden voorop staat. Om de samenhang en harmonie in het historische dorpsbeeld te bewaren, is het bij nieuwbouw essentieel dat de gebiedskenmerken tot uitgangpunt worden genomen. Ingrepen als hekjes, luifels, reclame e.d. dienen ondergeschikt te blijven. Welstandscriteria Algemeen Aan de structuur, de opbouw en de breedte van de bebouwing is het oorspronkelijke ruimtelijke karakter, met als uitgangspunt kleinschaligheid, diversiteit en de historische ontwikkeling, afleesbaar. Plaatsing - Het ruimtelijke karakter is gebaseerd op de gegroeide kleinschaligheid, openheid en diversiteit. - Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving. - De parcellering, de positie en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing zijn richtinggevend bij nieuwbouw. - Bedrijfsbebouwing staat op het achtererf. (historische "deel" staat aan de straat). - Verspringingen in de rooilijn blijven binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing. - Het wisselende bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden wordt in stand gehouden. - Panden zijn gericht naar de openbare ruimte. - Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg zijn als voorgevel behandeld. Massa en vorm bebouwing - De inpassing van massa en vorm tussen de bestaande bebouwing is zorgvuldig. - De bouwhoogte is afgestemd op de bouwmassa en kapvorm van de belendende omgeving. Stedenbouwkundige accentuering kan een extra verdieping motiveren. - Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen, blijven toevoegingen per pand ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel. - De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijven gehandhaafd. - De vormgeving van het dak is afgestemd op het karakter van het betreffende pand. Gevels - Bij verbouw en renovatie worden de oorspronkelijke gevelopbouw, ornamentiek en het materiaal- en kleurgebruik gerespecteerd. - Originele puien in de panden respecteren, d.w.z. de aanwezige omlijstingen, kroonlijsten, penanten, tussenkolommen en borstweringen handhaven. - Oorspronkelijke plinten handhaven, bij nieuwe puien plinten in steenachtig materiaal aanbrengen. - Bij verbouw en renovatie worden de maat en schaal van de gevelindeling gerespecteerd. - Bij verbouw en renovatie zijn de geleding en ritmiek van de gevel verticaal gericht. - Pui ontwerpen in goede samenhang met de architectuur van het oorspronkelijke pand. Passend bij de schaal en de maat van de totale gevel. - Geheel of vrijwel geheel geblindeerde glaspartijen en geheel of vrijwel geheel gesloten gevelvlakken zijn op straatniveau niet toegestaan. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik -Het kleurgebruik is ondergeschikt en dient zodanig toegepast te worden dat deze de architectuur ondersteund. Voor de hoofdmaterialen worden aardkleuren toegepast, in combinatie met donkere of rode dakpannen. - De kleuren van stucwerk of geschilderde gevels zijn afgestemd op het kleurgebruik in de omgeving. - Kleuren van dakpannen en gevels zijn op elkaar afgestemd. - Geen felle, dominante of sterk contrasterende kleuren toepassen. - Het schilderen van schoon metselwerk is niet toegestaan. - Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke materiaal en kleurgebruik tot uitgangspunt nemen. - In hoofdzaak bakstenen voor gevels en dakpannen op de daken toepassen. - Glas, spiegelende oppervlakken, kunststof en volkern plaat worden niet toegepast bij beplating van gevels. Aanvullende informatie Welstandsniveau Bij de interpretatie van de welstandscriteria in dit deelgebied wordt een "reguliere toets" toegepast zoals deze staat beschreven in paragraaf 3.
- Artikel9.2Stationsstraat Gebiedsbeschrijving De Stationsstraat, inclusief de bebouwing aan de Husselsesteeg, is een van de beeldbepalende routes door het dorp. Langs dit lint is sprake van een organische structuur. Nieuwe invullingen zorgen voor verdichting van het bebouwingslint. De bebouwingsdichtheid neemt naar buiten toe af, waarbij ook de afstanden tot de straat in het algemeen groter worden. Daardoor is er meer ruimte voor voortuinen en erfbeplantingen. Dit geeft het geheel een groene uitstraling. Vrijwel elk pand is individueel ontworpen in verschillende bouwstijlen. Hierdoor zijn er binnen het lint grote verschillen in kapvorm en nokrichting ontstaan. De woningen dichtbij het centrum staan vaak op een smallere kavel dan de woningen in de uiteinden van het lint. Dit is ook te zien aan de breedte van de gevel. De bebouwing bestaat veelal uit één of twee lagen met kap. Door de smalle kavels in het centrum zijn de aan- en bijgebouwen vaak achter de woning gesitueerd. Op de grotere kavels verder van het centrum staan deze gebouwen vaker naast het hoofdgebouw. Achter het historische bebouwingslint aan de Stationsstraat zijn aan de Husselsesteeg in de loop van de jaren woningen gebouwd. Deze woningen zijn gerealiseerd in verschillende perioden, waardoor er een grote variatie in de bebouwing aanwezig is. Het gebied kenmerkt zich door woningbouw op ruime, vrije kavels van verschillende grootte. Alle woningen zijn georiënteerd op de Husselsesteeg, die onverhard is. Ook zijn er achter de woningen in het lint van de Stationsstraat bedrijfsgebouwen te vinden die groter zijn dan de bebouwing in het lint. Deze gebouwen zijn georiënteerd op de Stationsstraat, maar maken geen deel uit van het lint doordat zij op grotere afstand van de straat zijn geplaatst. In de loop van de jaren zijn de open plekken volgebouwd en zijn woningen vernieuwd of vervangen. De woningen zijn één à twee lagen hoog en hebben soms wel en soms geen kap. Bijgebouwen en aanbouwen zijn naast of achter het hoofdvolume geplaatst. Aan sommige woningen zijn later dakkapellen toegevoegd, die ondergeschikt zijn aan de bebouwing. Bij enkele woningen maken de dakkapellen deel uit van de oorspronkelijke bouw. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Doordat binnen het lint in verschillende perioden is gebouwd, is er geen sprake van een eenduidig detaillering en kleur- en materiaalgebruik. De bebouwing in het lint is veelal historisch, waardoor er vooral traditionele kleuren voorkomen zoals donkergroen, wit en crème. Het materiaal dat is gebruikt, is overwegend een baksteen in een donkere tint. Ook de dakpannen zijn voornamelijk donker van kleur. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Cultuurhistorische waarde: de ontwikkeling van het dorp vanuit de kern is zichtbaar en kenmerkend voor het bebouwingslint. Er is een veelheid en diversiteit aan bebouwingstypen. Nokrichting, kapvorm en materiaalgebruik zijn niet uniform en hangen vooral af van de bouwperiode. De natuurlijke uitstraling van het lint is kenmerkend voor dit gebied. Het beleid is erop gericht deze kwaliteiten te handhaven en eventueel te versterken. Er is ruimte voor beperkte aanpassingen. Nieuwe woonbebouwing langs de noordzijde van de Husselsesteeg is niet gewenst. De ontwikkelingsmogelijkheden zijn vastgelegd in het bestemmingsplan, dat consoliderend van aard is. Welstandscriteria Algemeen - De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Plaatsing - De hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte. - De hoofdgebouwen zijn op de weg georiënteerd. - Bestaande verspringende rooilijn wordt gerespecteerd. Massa en vorm bebouwing - De hoofdgebouwen zijn individueel herkenbaar. - Bijgebouwen en aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Aanvullende informatie Welstandsniveau Bij de interpretatie van de welstandscriteria in dit deelgebied wordt een "lichte welstandstoets" toegepast zoals deze staat beschreven in paragraaf 3.
- Een "reguliere welstandstoets" wordt toegepast bij de bebouwing langs de Linten die aangegeven staan op de kaart "deelgebieden kern Putten". Artikel9.3Postweg/Drieseweg Gebiedsbeschrijving Deze buurt ligt langs twee oude toegangswegen van Putten, de Postweg en de Drieseweg. Langs deze wegen is de oorspronkelijke lintbebouwing nog duidelijk aanwezig. De woningen zijn vrijstaand en hebben een individueel ontwerp. Omdat ze langs de toegangsweg van Putten staan is de uitstraling van deze woningen belangrijk. Door de aanwezigheid van verschillende ontwerpen en bouwstijlen is er geen eenduidige nokrichting, ook dakvorm, detaillering en kleur- en materiaalgebruik zijn verschillend. De bebouwing is gebouwd rond
- Ze heeft zich uitgebreid naar de straten achter het lint, waardoor er rond het lint een buurt is ontstaan. De bebouwing achter het lint bestaat uit rijenwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen. De kenmerkende bebouwing van de jaren '50 is nog duidelijk aanwezig in het westelijke deel van de Schoolstraat. Twee-onder-één-kapwoningen met rode daken, rode steen en dakkapellen aan de voorkant. De woningen in het oostelijke deel van de Schoolstraat zijn in de jaren '60 gebouwd. Hier staan rijenwoningen met flauwe dakhelling. Dakkapellen zijn in het westelijke deel in overvloed aanwezig en ontbreken aan de oostzijde volledig. De Driewegenweg valt ook binnen dit deelgebied en kan net als de Postweg en Drieseweg gezien worden als een historisch lint. De bebouwing aan deze weg is individueel en gebouwd in verschillende perioden. Hierdoor is ook hier de nokrichting en vorm van het dak niet eenduidig. In de loop van de jaren zijn tussen en achter de linten open plekken opgevuld met bebouwing en is de bestaande bebouwing veranderd of vervangen. Dit versterkt het karakter van de buurt waarbij de diversiteit in bebouwing een grote rol inneemt. Een voorbeeld is de eigentijdse inpassing aan de Leemkuul van
- Door zijn opzet heeft deze straat een heel eigen uitstraling gekregen. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Door een grote variatie aan bouwstijlen in deze buurt is er geen eenduidig kleur- of materiaalgebruik. De bebouwing in het lint kenmerkt zich door diversiteit in kleur en materiaalgebruik. In het algemeen zijn een donkere baksteen en kleur gebruikt. De woningen aan de Schoolstraat zijn afgewerkt met de kenmerkende details uit de jaren '
- Hierbij is aandacht besteed aan de afwerking van de dakgoot en ook de deuren en ramen zijn van enkele typerende details voorzien. De daken zijn afgewerkt met rode pannen en de woningen zijn uitgevoerd in een rode baksteen.De woningen in het oostelijk deel van de Schoolstraat zijn opgetrokken uit een bruine baksteen en dakpannen. Ook hier zijn details aangebracht rond de deur en bij de afwerking van de dakgoten. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De opzet en inrichting van de buurt zijn typerend voor de jaren '50 en begin van de jaren '
- Rijenwoningen en twee-onder-één-kap-woningen in een recht stratenpatroon domineren het beeld. De woningen in het lint zijn echter vrijstaand en zijn beeldbepalend voor de buurt. Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Welstandscriteria Algemeen - De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Plaatsing - De hoofdgebouwen zijn op de openbare ruimte georiënteerd. - De nokrichting van twee-onder-één-kap- en rijenwoningen is evenwijdig aan de weg. - Bij nieuwbouw en uitbreiding wordt de bestaande rooilijn van het hoofdgebouw gehanteerd.Massa en vorm bebouwing - De bebouwing in de linten hebben een individuele uitstraling. - De hoofdgebouwen hebben een enkelvoudige bouwmassa. - Bijgebouwen en aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. - Per rij of cluster eenheid in massaopbouw van de hoofdgebouwen. Aanvullende informatie Welstandsniveau Bij de interpretatie van de welstandscriteria in dit deelgebied wordt een "lichte welstandstoets" toegepast zoals deze staat beschreven in paragraaf 3.
- Een "reguliere welstandstoets" wordt toegepast bij de bebouwing langs de Linten die aangegeven staan op de kaart "deelgebieden kern Putten". Artikel9.4Noord Gebiedsbeschrijving De bebouwing in dit deel van Putten is in verschillende tijdsperioden gerealiseerd. Hierdoor komen er veel verschillende bouwstijlen voor, de oudste bebouwing stamt uit 1950 en de meest recente bebouwing is in 1990 gerealiseerd. Er komen vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen en rijenwoningen voor.In deze wijk lopen enkele oude lanen waarlangs vrijstaande woningen zijn geplaatst. De namen van de betreffende lanen zijn Parklaan, Eikenlaan, Waardenbrug, Klaarwaterboslaan en de Essenburgh. Ook de Van Haersma de Withstraat in het zuidwesten van het deelgebied Noord hoort bij de lanen. De woningen aan deze lanen hebben een individueel ontwerp en zijn in verschillende perioden gebouwd waardoor er veel verschillende bouwstijlen voorkomen. Daardoor is er geen uniformiteit in de detaillering. De woningen zijn in één rooilijn geplaatst op enige afstand van de weg zodat iedere woning de beschikking heeft over een voortuin. De kavels van de woningen zijn ruim, evenals de ruimte tussen de verschillende woningen. De woningen zijn centraal op de kavel geplaatst. Het straatprofiel wordt gekenmerkt door grote bomen en het ontbreken van een stoep. De woningen hebben een verschillende nokrichting en ook de vorm van het dak is zeer verschillend. Dakkapellen komen hier niet regelmatig voor, meestal maken zij deel uit van de oorspronkelijke bouw. Ten noordwesten van deze vrijstaande woningen staan de meer recente woningen. Ook hier is een grote variatie in typen bebouwing. Vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen en rijenwoningen komen hier naast elkaar voor. Delen van deze buurt zijn projectmatig ingericht. De inrichting is minder ruim dan in het voorgaande, maar er is voldoende open ruimte om het geheel een natuurlijke uitstraling te geven. De woningen staan in één rooilijn op enige afstand van de straat, waardoor iedere woning de beschikking heeft over een voortuin. Er komen vooral bij de rijenwoningen relatief gezien veel later toegevoegde dakkapellen voor, ook later toegevoegde dakopbouwen komen hier op enkele plaatsen voor. Dan rest nog het zuidelijk deel van de wijk. Hierin komen vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen en rijenwoningen naast elkaar voor. De hoogte van de woningen varieert van één laag met kap of plat dak tot twee lagen met kap. Dit gebied heeft een recht stratenpatroon. De woningen zijn in verschillende tijdsperioden gerealiseerd en dat kenmerkt zich in grote verschillen in bouwstijlen. Ook de detaillering is daardoor per woning zeer verschillend. Door de projectmatige opzet van delen van de buurt zijn clusters van woningen ontstaan die een zelfde ontwerp en karakteristieke uitstraling hebben. Als bijzondere elementen zijn aan te merken de drie belangrijke wegen die binnen dit gebied vallen, te weten de Oude Rijksweg, de Harderwijkerstraat en de Bosrand. Langs deze wegen staan vrijstaande woningen op ruime kavels die met de representatieve zijde naar de weg zijn geplaatst. De uitstraling, plaatsing en detaillering van de woningen is hetzelfde als bij de bebouwing in de lanen. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Door de grote variatie aan bebouwingstypen in dit woongebied is er geen eenheid in detaillering en kleur- of materiaalgebruik. De bebouwing langs de lanen zijn individueel ontworpen en hebben door de verschillende bouwstijlen grote verschillen in detaillering, kleur- en materiaalgebruik. In de andere twee buurten komt meer eenheid voor. Per bouwstrook zijn een zelfde detaillering, kleur- en materiaalgebruik toegepast. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid In deze wijk zijn veel verschillende bebouwingstypen aanwezig. De waarde van de wijk ligt dan ook vooral in de variatie van de bebouwing. Er is weinig plaats voor nieuwe ontwikkelingen. De noordelijke buurt is als laatste invulling toegevoegd. Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Welstandscriteria Algemeen - De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Plaatsing - De hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte. - Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Massa en vorm bebouwing - Bij de projectmatige bebouwing geldt: per rij of cluster eenheid in massaopbouw van het hoofdgebouw. - De nokrichting van twee-onder-één-kap- en rijenwoningen is evenwijdig aan de weg. - Bij de individuele bouw geldt: de hoofdgebouwen hebben een individuele uitstraling. Aanvullende informatie Welstandsniveau Bij de interpretatie van de welstandscriteria in dit deelgebied wordt een "lichte welstandstoets" toegepast zoals deze staat beschreven in paragraaf 3.
- Een "reguliere welstandstoets" wordt toegepast bij de bebouwing langs de Linten die aangegeven staan op de kaart "deelgebieden kern Putten". Artikel9.5Zuidoost Gebiedsbeschrijving De woningen in deze buurten, in het oosten van Putten, zijn gerealiseerd vanaf de jaren '60 waarin een grote vraag naar woningen was. Er is in zeer korte tijd veel gebouwd en de woningen lijken veel op elkaar. In deze buurten staat veel sociale woningbouw. De wijk is op te delen in twee deelgebieden: ten noorden van de Garderenseweg bevindt zich een combinatie van verschillende woonmilieus, terwijl ten zuiden van de Garderenseweg veel dezelfde woningbouw voorkomt. De woonwijken met een traditionele blokverkaveling liggen achter de bebouwingslinten, Voorthuizerstraat en Garderenseweg. In de linten bevinden zich vooral vrijstaande woningen, terwijl erachter meer twee-onder-één-kapwoningen en rijenwoningen voorkomen. De woningen in de linten zijn veelal individueel ontworpen en staan met de representatieve zijde naar de openbare ruimte. Deze ruimte is tevens de doorgaande weg van en naar het centrum. De woningen zijn centraal op de kavels geplaatst. Doordat de woningen in verschillende tijdsperioden zijn gebouwd zijn er grote verschillen in de nokrichting, dakvorm, detaillering en kleur- en materiaalgebruik. Ten noorden van de Garderenseweg In dit gebied is in verschillende perioden gebouwd, deels voor 1950, deels tussen 1950 en 1954 en deels in de periode tussen 1954 en
- Hierdoor zijn er verschillende karakteristieken ontstaan, rijenwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande. De variatie in de bebouwingstypen is groot, evenals de dakvorm, nokrichting en kavelafmeting. Er is veel groen aanwezig. De afstand van de woningen tot de straat varieert. In het algemeen staan de woningen met de representatieve zijde naar de openbare ruimte. Ten zuiden van de Garderenseweg Kenmerkend voor de jaren '60 zijn het strookvormig stratenpatroon en het straatgericht wonen. Door de eenvoudige hoofdmassa's en kapvormen ontstaat rust in het bebouwingsbeeld. De herhaling van gelijkvormige koppen van bouwblokken geven een karakteristiek beeld naar de zijstraten. De opzet is ruim en er is veel ruimte voor groen. Een aantal woningen wordt ontsloten door middel van woonpaden (Jacq Perkpad en Tollenspad).De gebouwen en gebouwcomplexen bestaan uit eenvoudige stroken van één à twee lagen en een lage kap evenwijdig aan de straat. De afstand van de bebouwing tot de straat is niet in alle gevallen gelijk. Vaak staan de bijgebouwen los van het hoofdgebouw.Er zijn maar enkele woningen waar een later toegevoegde dakkapel op is geplaatst en heel sporadisch komt een dakopbouw voor. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De samenhang in het straatbeeld ontstaat onder meer door een ingetogen kleur- en materiaalgebruik. In dit gebied is veel roodbruine baksteen gebruikt en dakpannen in een oranje, bruine of zwarte tint. De bebouwing uit het begin van de jaren '60 heeft meer detaillering dan de latere bebouwing. Dit komt tot uiting bij de voordeur en andere gevelopeningen. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De bebouwing in deze wijk is typerend voor de jaren '
- Er zijn veel rijenwoningen en twee-onder-één-kapwoningen vrijstaande woningen komen vooral voor langs de verbindingswegen. Doordat ten noorden van de Garderenseweg een gevarieerd woonmilieu voorkomt is het daar goed mogelijk om enkele openstaande percelen met bebouwing op te vullen. Deze percelen kunnen worden gezien als ontwikkelingsgebieden. Ten zuiden van de Garderenseweg is geen ruimte voor verdere ontwikkeling, de open ruimte heeft als bestemming groenvoorziening. Welstandscriteria Algemeen - De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Plaatsing - De hoofdgebouwen zijn op de weg georiënteerd. - Bestaande rooilijn worden gerespecteerd. Massa en vorm bebouwing - De hoofdgebouwen hebben een enkelvoudige bouwmassa. - Per rij of cluster eenheid in massaopbouw van het hoofdgebouw. - Bijgebouwen en aan-/uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. - De nokrichting van twee-onder-één-kap- en rijenwoningen is evenwijdig aan de weg. Aanvullende informatie Welstandsniveau Bij de interpretatie van de welstandscriteria in dit deelgebied wordt een "lichte welstandstoets" toegepast zoals deze staat beschreven in paragraaf 3.
- Een "reguliere welstandstoets" wordt toegepast bij de bebouwing langs de Linten die aangegeven staan op de kaart "deelgebieden kern Putten". Artikel9.6Halvinkhuizerweg-west/Buiteneng Gebiedsbeschrijving In de periode vanaf de jaren '70 is er ten zuiden van de begraafplaats aan de Engweg en ten westen van de Halvinkhuizerweg een wijk gerealiseerd met de voor die tijd kenmerkende woonerven en met de daarbij behorende kenmerkende uitstraling. De buurt wordt doorsneden door een park, De Groene Scheg. Ten oosten van de Groene Scheg Het woongebied ten oosten van De Groene Scheg heeft een gevarieerd, slingerend stratenpatroon met weinig doorgaande wegen. Door dit wegenpatroon is hier en daar een open ruimte tussen de bouwblokken ontstaan. De woningen zijn van allerlei typen, veelal per woonerf verschillend. De bebouwing staat meestal geclusterd rondom woonerven. Deze staan in één rooilijn op bepaalde afstand van de straat. Doordat aan de voorkant van de woningen vaak een carport en bijgebouw zijn geplaatst, is het niet altijd even duidelijk wat de voor- of achterkant van de woning is. De buurten zijn sterk naar binnen gekeerd. De bebouwing heeft eenvoudige hoofd- en kapvormen als kenmerk. Er wordt een type woonblokken toegepast van twee lagen met doorgetrokken kap. In het oostelijke deel van de wijk komt ook gestapelde bouw voor in twee lagen. De gestapelde bouw staat in twee stroken evenwijdig aan elkaar met een woonpad ertussen. de gestapelde bouw heeft een lessenaarsdak. Aan beide zijde komen balkons voor. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De opzet van dit deelgebied is typerend voor de woonerven. De bebouwing is gevarieerd en staat in clusters. Binnen het gebied zijn geen percelen beschikbaar voor nieuwbouw van woningen. Er kunnen alleen veranderingen aan bestaande bebouwing plaatsvinden, mits dit past binnen de bestaande situatie. Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Ten westen van de Groene Scheg, de BuitenengDit deel van de woonerven is in jaren '80 gerealiseerd. Het is ruimer en overzichtelijker dan het deelgebied ten oosten van de Groene Scheg. De wegenstructuur is meer lineair met enkele lussen in het oostelijk deel en dubbele lussen in het westelijk deel. Het woningaanbod is erg gevarieerd; zowel vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen als geschakelde en rijenwoningen komen in dit gebied voor. Door de variatie in de bebouwing is er ook een verschil in rooilijn. De woningen staan per bouwstrook in een rooilijn. Per bouwstrook kan de afstand tot de weg verschillen. De woningen staan met de voorgevel naar de straat gericht en hebben meestal een voortuin.De woonbebouwing bestaat uit een of twee bouwlagen met kap. De meest voorkomende kapvorm is het zadelzak, waarvan de nokrichting overwegend evenwijdig is aan de straat. In de buurt komen regelmatig dakkapellen voor die later zijn toegevoegd aan de oorspronkelijke bouw. Aan de Engweg ligt bejaardencentrum "De Schouw". Dit gebouw bestaat uit drie en gedeeltelijk vier bouwlagen. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Alle woningen zijn opgetrokken uit lichte, zandkleurige of gele bakstenen met donkere daken. De gevelgeleding is overwegend horizontaal en van een bijzondere detaillering aan de woningen is geen sprake. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Ook hier geldt dat de opzet van het gebied typerend is voor woonerven. Grote veranderingen of ontwikkelingen in dit deelgebied zijn niet te verwachten. Het handhaven van de bestaande situatie staat voorop. Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Welstandscriteria Algemeen - De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Plaatsing - De bestaande rooilijn wordt gerespecteerd.Massa en vorm bebouwing - De hoofdgebouwen hebben een enkelvoudige bouwmassa. - Per rij of cluster eenheid in massaopbouw van het hoofdgebouw. - Bijgebouwen en aan-/uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. - De nokrichting van twee-onder-één-kap- en rijenwoningen is evenwijdig aan de weg. Aanvullende informatie Welstandsniveau Bij de interpretatie van de welstandscriteria in dit deelgebied wordt een "lichte welstandstoets" toegepast zoals deze staat beschreven in paragraaf 3.
- Een "reguliere welstandstoets" wordt toegepast bij de bebouwing langs de Linten die aangegeven staan op de kaart "deelgebieden kern Putten". Artikel9.7De oostzijde van de Bosrand en het daarachter gelegen gebied Ruimtelijke structuur Putten heeft vier woongebieden die in het bos zijn gesitueerd. Deze liggen aan de oostkant van het dorp, net buiten de rondweg (de Bosrand-Calcariaweg). Hierbij was het bospatroon uitgangspunt bij de inrichting van het gebied. Er lopen maar enkele wegen door, waarvan sommige onverhard zijn. De vier gebieden zijn in de loop van meerdere decennia ontstaan. In eerste instantie stonden er slechts enkele woningen in het bos. De open ruimte tussen deze verschillende woningen werd opgevuld met