Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting voor de Oostdorperweg (ged.)De RAAD der gemeente WASSENAAR; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 maart 1988, raadsvoorstel no. 35 gelet op de artikelen 269 en volgende van de gemeentewet; b e s 1 u i t: vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting voor de Oostdorperweg (ged.). Artikel1.Aard der belasting. 1.In deze gemeente wordt ter verkrijging van een billijke bijdrage in de kosten van aanleg van een riolering in de Oostdorperweg (ged.), een directe belasting geheven wegens onroerende goederen, die door deze voorzieningen zijn gebaat. 2.De te belasten onroerende goederen zijn die goederen welke zijn gelegen binnen het gebate gebied, hetwelk op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart in rood omlijnd is aangeduid. Artikel2.Belastingplicht. Belastingplichtig is degene, die krachtens zakelijk recht het genot heeft van het onroerend goed, bedoeld in artikel 1 en die als zodanig bij het begin van het belastingjaar in de kadastrale perceelkaart is aangewezen, tenzij blijkt, dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens zakelijk recht was. Artikel3.Heffingsmaatstaf. 1.De belasting wordt berekend: voor een gebouwd onroerend goed naar de feitelijke oppervlakte, zoals die is of kan worden vastgesteld ingevolge de "Verordening op de heffing van onroerend-goedbelastingen 1984"; voor een ongebouwd onroerend goed naar de oppervlakte berekend naar de langs de weg gemeten lengte en een diepte van ten hoogste 20 meter, met dien verstande, dat voor de berekening van de belasting niet meer dan 1000 m2 in aanmerking wordt genomen. 2.Bij de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde oppervlakte wordt het totale aantal vierkante meters afgerond, waarbij minder dan een halve vierkante meter wordt verwaarloosd; een halve vierkante meter of meer wordt voor één vierkante meter gerekend. Artikel4.Tarief. De belasting bedraagt per jaar voor iedere vierkante meter van de in artikel 3 bedoelde oppervlakte: a. voor een gebouwd onroerend goed € 0,45 b. voor een ongebouwd onroerend goed € 0,11 Artikel5.Afkoop. 1.Op een bij de in artikel 231 , tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar in te dienen schriftelijk verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting met betrekking tot nog niet aangevangen belastingjaren ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar waarin het verzoek wordt gedaan - voor elk van die nog niet aangevangen belastingjaren. 2.De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rente van zeven en eenhalf procent 's-jaars. Artikel6.Belastingjaar. Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. De belasting wordt geheven over de belastingjaren 1989 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.