Verordening cliëntenraad Wet werk en bijstandDe Raad van de gemeente Wassenaar; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 juni 2009, Gelet op artikel 47 van de Wet werk en bijstand en artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Wet investeren in jongeren; Raadsvoorstel no. 09064; B e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening: Verordening cliëntenraad Wet werk en bijstand Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand (WWB) alsmede de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (Ioaz) en de Wet investeren in jongeren (WIJ); b. gemeente: de gemeente Wassenaar; c. college: het college van burgemeester en wethouders; d. wethouder: de wethouder van Sociale Zaken; e. afdeling: de afdeling Werk en Inkomen f. cliënt: de persoon die een periodieke of incidentele uitkering ingevolge de wet of de minimaregeling ontvangt en die behoort tot de personenkring als omschreven in artikel 7, eerste lid WWB dan wel de jongere als bedoeld in artikel 2 van de WIJ; g. de doelgroep: personen, wonende in de gemeente Wassenaar, die aanspraak maken op een uitkering, werkleeraanbod, inkomensvoorziening, regeling of voorziening in het kader van de wet, of die op grond van hun inkomens- en vermogenspositie behoren tot de doelgroep van het gemeentelijk minimabeleid; h. cliëntenraad: het adviesorgaan dat adviseert over onderwerpen met betrekking tot het minima-, inkomens- en re-integratiebeleid; i. minimabeleid: het beleid ten aanzien van het samenstel van regelingen en voorzieningen binnen de wet die minima ondersteunen om rond te komen; j. inkomensbeleid: het beleid ten aanzien van het verstrekken van uitkeringen en inkomensvoorzieningen, inclusief terugvordering, verhaal, handhaving en afstemming van de wet; k. re-integratiebeleid: het beleid ten aanzien van uitstroom en activering van cliënten, inclusief premiebeleid en gesubsidieerd werk op grond van de wet en het werkleeraanbod voor de jongere als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de WIJ; Artikel2Doelstelling 1.De cliëntenraad heeft tot doel te bewerkstelligen dat cliënten betrokken worden bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke minima-, inkomens-, en re-integratiebeleid. 2.De cliëntenraad heeft tot doel het behartigen van de collectieve belangen van de doelgroep voor zover dit binnen de gemeentelijke invloedsfeer valt. Artikel3Taken en bevoegdheden 1.De cliëntenraad geeft – gevraagd en ongevraagd – advies aan de gemeenteraad, het college, het hoofd van de afdeling en de instanties die te maken hebben met het minima-, inkomens- en re-integratiebeleid. De advisering heeft betrekking op de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het beleid. Over nieuwe regelingen dan wel voornemens daartoe (zowel landelijk als lokaal) en organisatorische veranderingen voor zover deze gevolgen hebben voor de cliënten brengt de cliëntenraad ook advies uit. 2.De cliëntenraad geeft advies over de kwaliteit van de dienstverlening van de afdeling. 3.De cliëntenraad verschaft zich inzicht in hetgeen er onder (potentiële) cliënten leeft om te komen tot een grotere inbreng van cliënten. 4.De cliëntenraad fungeert als contactpunt in de gemeente in relatie tot de doelgroep of individuen uit de doelgroep. 5.De cliëntenraad is alert op ontwikkelingen en knelpunten op het gebied van sociale zaken. De cliëntenraad geeft daarover signalen af en wisselt ervaringen uit met overheden en andere instanties. 6.Van de leden van de cliëntenraad wordt verwacht dat zij vergaderingen bijwonen, de belangen van cliënten vertegenwoordigen, zorgvuldig omgaan met de privacy van cliënten en medewerkers, klachten, vragen of suggesties van cliënten in de cliëntenraad naar voren brengen, cliënten informeren over zaken die in de cliëntenraad spelen en meedoen aan activiteiten van de cliëntenraad buiten de vergaderingen om. 7.De cliëntenraad is verantwoordelijk voor de werving van nieuwe leden en het bijhouden van een wachtlijst met kandidaat leden. 8.De cliëntenraad is, in geval van een vacature, verantwoordelijk voor het opstellen van een oproep voor een nieuw lid. 9.De cliëntenraad is ervoor verantwoordelijk dat de uitgaven binnen het budget blijven. 10.De cliëntenraad spreekt zich niet uit over individuele zaken tenzij die zaken betrekking hebben op het functioneren van de afdeling in het algemeen. 11.De cliëntenraad is niet bevoegd te adviseren bij klachten, bezwaar- en beroepschriften en andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben. 12.De cliëntenraad adviseert niet over de uitvoering van wettelijke voorschriften als er voor die uitvoering geen ruimte voor gemeentelijk beleid is gelaten. 13.De cliëntenraad kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester mogen ook door één en dezelfde persoon worden uitgeoefend. 14.Tot de taken van de voorzitter behoren - in ieder geval - het agenderen van de vergaderingen en het samen met de secretaris opstellen van de agenda, het leiden van de vergaderingen, het ondertekenen van de uitgaande post en het vertegenwoordigen van de cliëntenraad naar buiten. Voorts bewaakt de voorzitter de zittingsduur van de leden en de rechtmatigheid van het lidmaatschap. 15.Tot de taken van de secretaris behoren - in ieder geval - het bijeenroepen voor de vergadering, het versturen van de relevante stukken, het opstellen van het verslag, het samen met de voorzitter opstellen van de agenda, het reserveren/organiseren van een vergaderlocatie, het bijhouden van de presentielijst, het ondertekenen van de uitgaande post en het zorgdragen dat een oproep voor nieuwe leden op de gemeentepagina en de website van de gemeente wordt geplaatst. 16.Tot de taken van de penningmeester behoren - in ieder geval - het op een verantwoorde wijze beheren van het door de gemeente beschikbaar gestelde budget ten behoeve van de cliëntenraad. De penningmeester levert de afdeling aan het eind van het jaar een door de cliëntenraad geaccordeerd overzicht van de uitgaven in het betreffende jaar en een raming voor de uitgaven van het komende jaar. 17.Indien het de cliëntenraad niet lukt een penningmeester of een secretaris te benoemen, kan de gemeente voor deze taken tijdelijk ambtelijke ondersteuning bieden. Deze ambtenaar heeft geen stemrecht en ondertekent geen namens de cliëntenraad uit te brengen adviezen. Artikel4Informatievoorziening 1.De gemeente is verplicht de cliëntenraad tijdig om advies te vragen en van die informatie te voorzien die nodig is om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen. 2.Het college kan voor een met name te noemen tijdsduur geheimhouding vragen bij het verstrekken van informatie en het vragen van advies. 3.Indien het college afwijkt van het uitgebrachte advies, dan wordt de cliëntenraad van de reden hiervoor op de hoogte gesteld. 4.De voorzitter en de secretaris zijn contactpersoon en aanspreekpunt voor de cliëntenraad. Artikel5Samenstelling en aanstelling 1.De cliëntenraad bestaat uit ten minste 3 (drie) en maximaal 7 (zeven) leden. Alleen personen die behoren tot de doelgroep of die afiniteit hebben met de doelgroep kunnen lid zijn van de cliëntenraad. 2.Bij voorkeur vormen personen die behoren tot de doelgroep de helft of meer van het totaal aantal leden van de cliëntenraad. 3.De voorzitter is lid van de cliëntenraad en heeft stemrecht. 4.Een lid is minimaal 18 jaar oud en mag niet uitgesloten van het kiesrecht zijn. Enige uitzondering hierop vormen 16- en 17jarigen die in aanmerking komen voor een werkleeraanbod van de gemeente. 5.Het lidmaatschap van de cliëntenraad is onverenigbaar met de functie van lid van de gemeenteraad, lid van een raadscommissie, lid van de rekenkamercommissie, lid van het college, lid van het algemeen of dagelijks bestuur van dewerkorganisatie Duivennvoorde of ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur van de gemeenten Wassenaar, Voorschoten of Leidschendam-Voorburg of het bestuur van de werkorganisatie Duivenvoorde aangesteld of daaraan ondergeschikt. 6.Het college benoemt de leden van de cliëntenraad. Artikel6Voordracht en zittingsduur 1.De leden van de cliëntenraad worden door het college benoemd voor een periode van vier jaar. 2.Deze zittingsduur kan stilzwijgend verlengd worden met periodes van twee jaar, maar de totale zittingsduur is nooit langer dan acht jaar. 3.De verlenging met twee jaar vindt niet plaats als er geschikte kandidaten op de wachtlijst staan. 4.Het lidmaatschap eindigt: Op (schriftelijk) verzoek van het lid; Als de zittingsduur is verlopen en het lid niet voor verlenging in aanmerking komt; (vervallen) (vervallen) Als het lid een onverenigbare functie aanvaart zoals omschreven in artikel 5, vijfde lid; Als hiertoe een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de cliëntenraad wordt ontvangen. Het lid in kwestie wordt in de gelegenheid gesteld zijn/haar zienswijze kenbaar te maken. Het college kan besluiten het lid te schorsen in afwachting van een beslissing op het ingediende verzoek. 5.Het college kan, op grond van een gemotiveerd verzoek, in afwijking van lid 2 besluiten het lidmaatschap met een langere periode te verlengen. 6.Na de werving van nieuwe leden door de cliëntenraad worden de selectiegesprekken gevoerd door een selectiecommissie. 7.De selectiecommissie bestaat uit één vertegenwoordiger van of namens de cliëntenraad en één vertegenwoordiger van of namens de gemeente. Deze twee vertegenwoordigers kiezen samen een derde persoon die tevens voorzitter van de selectiecommissie wordt. 8.De cliëntenraad kan besluiten een profielschets te maken van de functie van lid van de cliëntenraad WWB. De selectiecommissie dient in dat geval deze te hanteren bij de selectie van nieuwe leden. 9.De benoeming in een – tussentijdse – vacature gebeurt bij voorkeur binnen drie maanden na het ontstaan ervan. 10.(vervallen) Artikel7Werkwijze en vergadering 1.De cliëntenraad vergadert in ieder geval vier keer per jaar en verder zo vaak als nodig is voor de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken met een maximum van één keer per maand of twaalf keer per jaar. 2.De noodzaak voor een extra vergadering dient in ieder geval door de helft van het aantal leden van de cliëntenraad, waaronder de voorzitter, ondersteund te worden. 3.Tenminste tweemaal per jaar is de wethouder, op uitnodiging van de cliëntenraad, aanwezig tijdens de vergadering. 4.De agenda en de relevante stukken worden uiterlijk één week voor de vergadering in het bezit van de leden gesteld. 5.Van de vergadering wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Het verslag wordt de eerstkomende vergadering ter goedkeuring voorgelegd. 6.Gevraagde adviezen worden door de cliëntenraad schriftelijk uitgebracht en ondertekend door de voorzitter of de secretaris. 7.Vergaderingen zijn openbaar, tenzij de cliëntenraad op grond van aspecten van geheimhouding anders beslist. 8.De cliëntenraad kan alleen dan geldige besluiten nemen indien minimaal de helft van de leden ter vergadering aanwezig is. 9.De cliëntenraad besluit tijdens de vergadering bij meerderheid van stemmen. Bij een gelijk aantal stemmen kan de voorzitter besluiten eenmalig opnieuw te stemmen. Staken de stemmen opnieuw, dan is het voorstel niet aangenomen, tenzij de cliëntenraad besluit een minderheidsadvies uit te brengen. Artikel8Faciliteiten 1.De gemeente stelt de volgende faciliteiten ter beschikking aan de cliëntenraad: een vergaderruimte met bijbehorende voorzieningen; de mogelijkheid gebruik te maken van kopieervoorzieningen en dergelijke en van de mogelijkheid post te verzenden; de mogelijkheid extern advies in te winnen of deskundigen te raadplegen. 2.Het college stelt jaarlijks een budget beschikbaar voor de uitoefening van de taken van de cliëntenraad. Dit budget is bestemd voor ondersteuning, deskundigheidsbevordering, externe adviezen en voor het vergoeden van extra onkosten van leden van de cliëntenraad. 3.Het budget bedraagt maximaal € 3.000,- per jaar. De definitieve hoogte ervan wordt jaarlijks bepaald door 1 + het aantal leden dat in het voorgaande kalenderjaar langer dan zes maanden lid is geweest te vermenigvuldigen met € 375,-. 4.De uitgaven worden door de penningmeester uitsluitend op declaratiebasis vergoed. Indien de cliëntenraad voornemens is een uitgave te doen van € 500,- of meer, dient vooraf schriftelijk toestemming van het hoofd van de afdeling verkregen te worden. 5.Alle vanuit het budget aangeschafte goederen blijven eigendom van de gemeente en dienen aan het einde van het lidmaatschap of op verzoek van de gemeente terstond teruggegeven te worden. 6.Een eventueel overschot op het budget vloeit jaarlijks terug naar de algemene middelen van de gemeente, tenzij de cliëntenraad het overschot wil reserveren voor een specifiek doel. Hiertoe dient de cliëntenraad uiterlijk 1 november van het jaar waarop het overschot betrekking heeft schriftelijk toestemming te vragen aan het hoofd van de afdeling. 7.Een gelabeld overschot kan slechts eenmalig naar een volgend kalenderjaar meegenomen worden. 8.Een lid van de cliëntenraad ontvangt een kostenvergoeding, zoals die geldt voor het doen van vrijwilligerswerk, zoals bedoeld in artikel 31, lid 2, onder k, van de Participatiewet per vergadering of een daarmee gelijkgestelde activiteit (met een maximum van 10 per kalenderjaar). Artikel9Slotbepalingen 1.De cliëntenraad publiceert uiterlijk 1 maart van het lopend kalenderjaar een verslag over zijn activiteiten en brengt dit ter kennis aan de doelgroep, het college, de gemeenteraad en het hoofd van de afdeling. 2.In ieder geval één keer per jaar evalueert de cliëntenraad zijn functioneren. Aan de hand hiervan wordt bepaald in welke vorm continuering van de werkzaamheden zal plaatsvinden. 3.Het lidmaatschap van de cliëntenraad is op geen enkele wijze van invloed op de behandeling van leden door medewerkers van de gemeente. 4.Leden van de cliëntenraad zijn zelf verantwoordelijk voor de aangifte/opgave van de in artikel 8, lid 8, genoemde vergoeding bij de belastingdienst en/of uitkeringsinstantie. 5.Ieder (nieuw) lid van de cliëntenraad neemt kennis van deze verordening en toelichting en ondertekent deze voor “gezien”. 6.Eventuele geschillen worden voor advies voorgelegd aan het hoofd van de afdeling. 7.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 8.De “Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand” wordt met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. 9.Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening cliëntenraad Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren”. Wassenaar, 22 juni 2009 De Raad voornoemd, de Griffierde VoorzitterToelichting op de Verordening cliëntenraad Wet werk en bijstand AlgemeenSinds 1999 worden in Wassenaar cliënten betrokken bij de uitvoering van de bijstandsverlening. Met de invoering van de Wet werk en bijstand op 1 januari 2004 werd cliëntenparticipatie in de wet opgenomen (artikel 47). Aan de gemeenteraad is de opdracht gegeven bij verordening regels op te stellen over de wijze waarop personen uit de doelgroep (zoals bepaald in de artikel 7, eerste lid WWB) en hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de uitvoering van de wet. In ieder geval wordt in deze verordening geregeld de wijze waarop: periodiek overleg wordt gevoerd; onderwerpen voor de agenda van dit overleg aangemeld kunnen worden; de informatieverstrekking plaatsvindt. In de Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.