LANDSBESLUIT,HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 19de april 1961 ter uitvoering van artikel 79 lid 2 van de Onteigeningsverordening (P.B. I960, no. 161) Artikel1 1.De toelating van de in artikel 79 der Onteigeningsverordening bedoelde verenigingen, vennootschappen of stichtingen geschiedt, op verzoek van haar bestuur, het betrokken bestuurscollege gehoord,: hetzij bij het landsbesluit, waarbij de statuten der vereniging worden goedgekeurd; hetzij bij afzonderlijk landsbesluit, indien de toelating is gevraagd van een stichting of vennootschap of indien de toelating is gevraagd van een vereniging op wier statuten reeds vroeger goedkeuring is verleend. 2.Het bepaalde in dit artikel vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot een verzoek om handhaving van de toelating, gedaan naar aanleiding van wijziging of aanvulling van de statuten of van de akte van oprichting. 3.De in dit artikel bedoelde landsbesluiten worden in het Publicatieblad bekend gemaakt. Artikel2 1.Bij het verzoekschrift om toelating van een stichting moet worden overgelegd een authentiek afschrift of een afschrift of afdruk door alle bestuursleden getekend, van de notariële akte, waaruit van het bestaan der stichting blijkt en waarin de werkkring van de stichting is geregeld. 2.Indien de toelating wordt gevraagd van een vennootschap of van een vereniging, op wier statuten reeds vroeger goedkeuring verleend is, moet worden overgelegd: een authentiek afschrift of een afschrift of afdruk, door alle bestuursleden getekend, van de akte van oprichting of van de statuten; een afschrift van de ministeriële beschikking of het landsbesluit, blijkens welke bescheiden ten aanzien van die vennootschap de vereiste verklaring van geen bezwaar, onderscheidenlijk ten aanzien van die statuten de vereiste goedkeuring is verkregen, een en ander overeenkomstig de te dien aanzien geldende wettelijke voorschriften; een opgave van datum en nummer van de Curaçaosche Courant waaruit kan blijken, dat de statuten of de akte van oprichting zijn openbaar gemaakt op de wijze, bij wettelijke regeling voorgeschreven. 3.Het bepaalde in het eerste en het tweede lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot een verzoek om handhaving van de toelating naar aanleiding van wijziging of aanvulling van de statuten of van de akte van oprichting. Artikel3 1.De toelating wordt geweigerd: indien uit de overgelegde statuten of akte of op andere wijze blijkt, dat de vereniging, vennootschap of stichting niet uitsluitend ten doel heeft in het belang van verbetering der volkshuisvesting werkzaam te zijn; indien de overgelegde statuten of akte niet voldoen aan de eisen, bij de artikelen 4 en 5 gesteld; indien de verlening daarvan niet in het belang van de verbetering der volkshuisvesting is te achten. 2.Het bepaalde in het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot een verzoek om handhaving van de toelating naar aanleiding van wijziging of aanvulling van de statuten of van de akte van oprichting. 3.Het landsbesluit tot weigering van de toelating of van de handhaving van de toelating wordt met redenen omkleed en wordt in het Publicatieblad bekend gemaakt. Artikel4 1.Behalve hetgeen daarin overigens ter voldoening aan wettelijke voorschriften moet worden opgenomen, zullen de statuten of de akte moeten bevatten: een bepaling welke aan het bestuur de bevoegdheid geeft de verlangde toelating en de handhaving daarvan te verzoeken; voorschriften, waaruit blijkt, dat geldelijk voordeel voor de leden, aandeelhouders, bestuurders, commissarissen of bewindvoerders geheel is buitengesloten, met uitzondering van een billijke vergoeding voor verrichte werkzaamheden of bewezen diensten, alsmede een billijke rente — ter beoordeling van de Gouverneur, het betrokken bestuurscollege gehoord — over het bijeengebrachte stamkapitaal en de eventueel door lening van hen verkregen fondsen, en dat aan de winsten der vereniging, vennootschap of stichting geen andere bestemming kan worden gegeven dan ter bevordering van haar doel; het voorschrift, dat vervreemding of bezwaren van de onroerende goederen der vereniging, vennootschap of stichting niet anders zal kunnen geschieden dan met goedkeuring van het bestuurscollege van het eilandgebied, in hetwelk die goederen zijn gelegen en, indien de vereniging, vennootschap of stichting voorschot genoot van een ander eilandgebied dan wel van het Land, zolang dat voorschot niet is afgelost, mede met goedkeuring onderscheidenlijk van het bestuurscollege van laatstgenoemd eilandgebied of van de Gouverneur met dien verstande, dat bij weigering van een goedkeuring door het bestuurscollege die goedkeuring kan worden verleend door de betrokken eilandsraad; het voorschrift dat intrekking der toelating ontbinding of opheffing van de vereniging, vennootschap of stichting medebrengt; het voorschrift, dat bij ontbinding of opheffing der vereniging, vennootschap of stichting de volgende regelen in acht moeten worden genomen: het bestuur zal, alvorens tot vereffening over te gaan, alle bezittingen, met de daarop rustende lasten en verplichtingen en alle schulden der vereniging, vennootschap of stichting gezamenlijk aanbieden aan het bestuurscollege van het eilandgebied, in hetwelk de onroerende goederen der vereniging, vennootschap of stichting zijn gelegen, en wel tegen teruggave van het bijeengebracht, gestort of ter vestiging van de stichting afgezonderd kapitaal en uitkering van een billijk bedrag voor liquidatiekosten, en onder voorwaarde, dat die eigendommen de bestemming zullen behouden om te dienen in het belang van de verbetering der volkshuisvesting; voor zover enig ander eilandgebied dan dat, in hetwelk de onroerende goederen zijn gelegen, tot de verkrijging daarvan door voorschot- of bijdrageverlening medewerkte, zal het bestuur de aanbieding, onder 1o. omschreven, doen aan dat andere eilandgebied; bij ontstentenis van onroerende goederen zal de aanbieding, onder 1o. omschreven, geschieden aan het eilandgebied, in hetwelk de vereniging, vennootschap of stichting is gevestigd; indien in het geval, onder 2o. bedoeld, de eilandgebieden niet tot overeenstemming mochten geraken omtrent de verdeling van de bezittingen der vereniging, vennootschap of stichting, zal binnen een jaar na de ontbinding of opheffing de Gouverneur een regeling tot verdeling treffen. het voorschrift, dat bij ontbinding of opheffing der vereniging, vennootschap of stichting, en nadat wegens niet aanvaarden van enige aanbieding als onder e bedoeld tot vereffening is overgegaan, moet worden gehandeld naar de volgende regelen: voorhanden overschotten boven het bijeengebracht, gestort of ter vestiging van de stichting afgezonderd kapitaal, zullen ter beschikking komen van het eilandgebied, waarin de onroerende goederen der vereniging, vennootschap of stichting zijn gelegen, teneinde te worden aangewend ter verbetering van de volkshuisvesting; bij ontstentenis van onroerende goederen zullen de overschotten, onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.