DEELVERORDENING AMATEURKUNST SUBSIDIES 2013-2014-2015 INLEIDING In de Deelverordening Amateurkunst Subsidies wordt de subsidieverstrekking ten behoeve van de amateurkunst in Leiden geregeld. De amateurkunst subsidie is bestemd voor het in stand houden van Leidse amateurkunstinstellingen en het bevorderen van activiteiten door bij die instellingen aangesloten amateurkunstenaars. De inhoud van de deelverordening is als volgt: Hoofdstuk I, definities en algemene bepalingen Artikel 1, begrippen Artikel 2, toelating Artikel 3, nadere bepalingen omtrent toelating en subsidiëring Artikel 4, subsidiemogelijkheden van nog niet tot de deelverordening toegelaten instellingen Artikel 5, subsidieplafond Hoofdstuk II, instandhoudingssubsidie Artikel 6, bepalingen omtrent aanvraag en toekenning Hoofdstuk III, uitvoeringssubsidie Artikel 7, bepalingen omtrent de aanvraag Artikel 8, bepalingen omtrent de toekenning Artikel 9, bepalingen omtrent de te verantwoorden inkomsten Artikel 10, bepalingen omtrent de subsidiabele uitgaven Hoofdstuk IV, overgangsbepalingen, aanvullende- en slotbepalingen Artikel 11, aanvullende bepalingen Artikel 12, overgangsbepalingen Artikel 13, slotbepalingen HOOFDSTUKIDEFINITIES EN ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1:Begrippen Voor de toepassing van deze deelverordening wordt verstaan onder: amateurkunst: het beoefenen van kunst in zijn verschillende uitingsvormen, in groepsverband en op niet professionele basis; dit impliceert dat de deelnemers uit hoofde van deze activiteit geen presentiegeld of andere vergoedingen anders dan een onkostenvergoeding op declaratiebasis ontvangen; Werkgroep AmateurKunst (WAK): de Leidse koepelorganisatie ten dienste van de sector amateurkunst; instelling: een in Leiden gevestigde vereniging, stichting of groep personen die zich, blijkens de statuten en feitelijke werkzaamheden, de amateurkunst ten doel stelt; deelnemer: aan een instelling op het gebied van de amateurkunst, verbonden natuurlijk persoon, die door een contributiebijdrage en door deelname aan activiteiten zich aan de instelling verbindt; kunstcategorieën: de verschillende verschijningsvormen van de amateurkunst; Festival: een openbaar toegankelijk cultureel evenement dat onder één noemer wordt gepresenteerd, waarbij diverse presentaties worden gegeven op diverse binnen- en/of buitenlocaties, die met elkaar zijn verbonden of op loopafstand van elkaar zijn gesitueerd; Concours: een wedstrijd op het gebied van amateurkunst waarbij deelnemers strijden om te laten zien of horen dat ze het beste zijn in hun discipline; instandhoudingssubsidie: een per werkvorm vastgestelde algemene subsidie ter tegemoetkoming in de vaste lasten van een instelling; Jeugdledensubsidie: aanvullende instandhoudingssubsidie voor leden van instellingen, die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt; Uitvoeringssubsidie: subsidie in (een deel van) het nader gespecificeerde tekort van door de instellingen gehouden openbare optredens; Huurkostensubsidie: aanvullende uitvoeringssubsidie voor optredens in de Pieterskerk, de Hooglandse Kerk, de Leidse Schouwburg of de Stadsgehoorzaal; aanmoedigingssubsidie: een incidentele subsidie ter tegemoetkoming van de vaste lasten dan wel kosten voor een uitvoering van een instelling die nog niet tot de deelverordening is toegelaten; openbaar optreden: een optreden op Leids grondgebied dat al dan niet tegen betaling voor iedereen toegankelijk is en dat als zodanig van te voren publiekelijk wordt aangekondigd; richtbedrag: standaard subsidiebedrag waarop op grond van dreigende overschrijding van het subsidieplafond een korting kan worden toegepast; Artikel2:Toelating 1.Bij de inwerkingtreding van deze deelverordening worden geacht tot de regelingen voor instandhoudings- en/of uitvoeringssubsidie als bedoeld in deze deelverordening te zijn toegelaten: A. ORKESTEN Frits Landesbergen Big Band, Leiden Sinfonietta, Klarinetensemble Lignum, Toonkunstorkest Leiden, Blokfluitensemble Praetorius, Zigeunerorkest Csárdás. B. HARMONIE, BRASSBAND, (DRUM)FANFARES, SHOWKORPSEN EN TROMMELGROEPEN Show- en Marchingband Amigo Leiden, Con Fuoco, Muziekvereniging De Burcht, Franciscusband Leiden, Chr. Muziekvereniging Kunst en Genoegen, Leidse Harmonie Kapel, Muziekvereniging Nieuw Leven, Trommelgroep West-Nederland, Harmoniekapel Werkmans Wilskracht. C. KOREN Arnold Schönberg Kamerkoor, C.O.V. Con Amore, C.O.V. Ex Animo, Algemeen Kamerkoor Akkoord, Kamerkoor Capella Vocale, Eurokoor Nederland, Leids Kamerkoor, Leiden English Choir, Het Zingend Hart, Leidse Sleuteltjes, Lingua Musica, Leids Projectkoor, Klein Leids Liederen Koor, Toonkunstkoor Leiden e.o., Het Viswijvenkoor, R.C.M. Vox Humana, William Byrd Vocaal Ensemble, Stichting Wereldkoor Leiden, Klein Gemengd Koor Vocalei, Zangkoor PUIC, Sing in Tune, Leids Cantate Consort, Zeemanskoor Rumor di Mare. D. TONEELGEZELSCHAPPEN EN THEATERGROEPEN Theatergroep Paradox, Toneelgroep Imperium, Koninklijke Toneelvereniging Litteris Sacrum, Toneelvereniging Ploef, Toneelvereniging Tot Ieders Genoegen, De Toneelfabriek, Toneelvereniging Al Dente, Stichting Kindertheater Pats, Stichting PLOT, Stichting Toch Theater. E. OPERETTE- EN MUSICALGEZELSCHAPPEN Crescendo Muziektheater. F. VOLKSDANSVERENIGINGEN Stichting FETA, Volksdansgroep Oud Poelgeest. G. MAJORETTENVERENIGINGEN Heavy Metol. H. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN AUDIOVISUELE MEDIAKUNST Leidse Video en Smalfilm Liga, Leidse Amateurfotografen Vereniging. I. DIVERSE MUZIEKGROEPEN Stichting VTV-ZHN, Muziek- en Showgezelschap Sempre Avanti. J. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN LITERAIRE KUNST 2.Voor de werkingsduur van deze deelverordening hebben de volgende, niet in lid 1 van dit artikel opgenomen, instellingen de mogelijkheid om bij Burgemeester en Wethouders van Leiden uitvoeringssubsidie aan te vragen: Collegium Musicum en Stichting de Leidse Korendag. 3.Burgemeester en Wethouders van Leiden kunnen, wanneer zich een instelling aanmeldt voor toelating tot de deelverordening, onverlet de werkingsduur van de deelverordening, gehoord het advies van de WAK, besluiten de aanvrager tot de deelverordening toe te laten. Hierbij gelden de volgende criteria. De instelling dient: rechtspersoonlijkheid bezitten en als zodanig ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Leiden; de toegelaten verenigingen worden geacht aangesloten te zijn bij de WAK; 10 deelnemers voor toneelgezelschappen en theatergroepen; 16 deelnemers voor koren; 20 deelnemers voor harmoniekorpsen, brassbands en fanfares; 10 deelnemers voor drumbands en trommelgroepen; 15 deelnemers voor orkesten; 7 deelnemers voor zigeunerorkesten; 18 deelnemers voor operette- en musicalgezelschappen; 25 deelnemers voor volksdansverenigingen; 13 deelnemers voor majoretteverenigingen; 10 deelnemers voor verenigingen op het gebied van audiovisuele mediakunst; 10 deelnemers voor verenigingen op het gebied van literaire kunst; 10 deelnemers voor popmuzikantenverenigingen; haar oefenruimte binnen het grondgebied van de gemeente Leiden hebben; tenminste één maal per jaar in Leiden op te treden, door middel van een uit de werkvorm voortvloeiende wijze van uitvoeren; gedurende een periode van tenminste drie jaar door de uitvoering van activiteiten en het in stand houden van een organisatie haar bestaansrecht te hebben bewezen. Artikel3:Nadere bepalingen omtrent toelating en subsidiëring 1.Niet voor subsidiëring in het kader van de deelverordening komen in aanmerking: kerkkoren, onder studentenorganisaties vallende instellingen en instellingen waarvan de financiële ondersteuning behoort tot de zorg van overheden (waaronder de gemeente Leiden), de Universiteit Leiden en/of van het bedrijfsleven. 2.De in de hoofdstukken II, III en IV genoemde werkvormen en richtbedragen worden elke drie jaar geëvalueerd en, na overleg met de WAK, in al dan niet aangepaste vorm, opnieuw voor een periode van drie jaar vastgesteld. 3.Op grond van de jaarlijkse subsidieaanvragen en de inhoudelijke en financiële verantwoording van de toegelaten instellingen zal jaarlijks worden beoordeeld of deze instellingen hebben voldaan c.q. voldoen aan de bepalingen van deze deelverordening. Deze beoordeling vindt plaats door de Afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur en wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de WAK, vergezeld van een overzicht van verstrekte instandhoudings- en uitvoeringssubsidies. 4.Wanneer de gemeente aanleiding ziet om op grond van het niet of onvoldoende nakomen van de bepalingen uit deze deelverordening het subsidie voor een bepaalde instellingen te beëindigen of te verminderen, zal alvorens daartoe te besluiten, de WAK worden gehoord. 5.Instellingen die tot de deelverordening zijn toegelaten hebben recht op instandhoudingssubsidie (inclusief eventuele jeugdledensubsidie) en / of uitvoeringssubsidie (inclusief eventuele huurkostensubsidie) zoals omschreven in deze deelverordening. Artikel4:Subsidiemogelijkheden van nog niet tot de deelverordening toegelaten instellingen 1.Aan een instelling die zich heeft aangemeld voor toelating tot de deelverordening, maar die nog niet voldoet aan voorwaarden van artikel 2, lid 3e, f of g, kan door Burgemeester en Wethouders van Leiden, gehoord het advies van de WAK, binnen de in Hoofdstuk II opgenomen richtbedragen en subsidiebepalingen voor instandhoudingssubsidies, een aanmoedigingssubsidie worden toegekend. 2.Aan een niet tot de deelverordening toegelaten instelling die voor een eenmalige openbare activiteit een subsidie aanvraagt kan door Burgemeester en Wethouders van Leiden, gehoord het advies van de WAK - binnen de in hoofdstuk III opgenomen richtbedragen en subsidiebepalingen voor uitvoeringssubsidies - een aanmoedigingssubsidie in het tekort op de kosten van die activiteit worden verleend. 3.Voor het toekennen van de in lid 1 en lid 2 genoemde subsidies dient een instelling te voldoen aan het gestelde in artikel 2, lid 3a, b, c en d van de deelverordening. 4.Jeugd- en overige onderafdelingen van instellingen komen eerst dan voor zelfstandig instandhoudingssubsidie in aanmerking als zij als zelfstandig rechtspersoon ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Leiden. Artikel5:Subsidieplafond 1.De in deze deelverordening genoemde bedragen zijn richtbedragen. Het totale maximale subsidiebudget voor de amateurkunst wordt jaarlijks door de Gemeenteraad vastgesteld. 2.Het totale subsidiebudget zal jaarlijks verhoogd worden met een door de Gemeenteraad vast te stellen indexeringspercentage. 3.Indien het totaal aan subsidiebedragen op basis van deze deelverordening meer bedraagt dan het in lid 1 bedoelde subsidieplafond zullen de beschikbaar te stellen subsidiebedragen in het betreffende jaar naar rato worden aangepast. HOOFDSTUKIIINSTANDHOUDINGSSUBSIDIE Artikel6:Bepalingen omtrent aanvraag en toekenning 1.De in hoofdstuk I genoemde instellingen dienen hun instandhoudingssubsidie elk jaar opnieuw aan te vragen. Daartoe wordt hen voor of uiterlijk op 1 januari het betreffende formulier door de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur toegezonden. Met dien verstande dat wanneer het bedoelde formulier om welke reden dan ook niet wordt ontvangen, de verenigingen desondanks gehouden zijn het formulier, verkrijgbaar bij de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur voor of uiterlijk 1 maart van het betreffende jaar bij de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur in te leveren. Met het aanvraagformulier voor instandhoudingssubsidie en jeugd(leden)subsidie moet ook de ledenlijst van de instelling, met als peildatum 1 januari van het betreffende jaar, worden meegezonden. De ledenlijst dient de NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en de geboortedata te bevatten. 2.De instandhoudingssubsidie wordt binnen 13 weken na de sluitingsdatum als genoemd in lid 1 van dit artikel aan de betreffende instelling verleend. 3.Indien aan het gestelde in lid 1 van dit artikel zonder overleg met de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur van de gemeente Leiden niet is voldaan, vervalt in het betreffende jaar het recht op instandhoudingssubsidie. 4.De richtbedragen voor instandhoudingssubsidies voor de verschillende kunstcategorieën zijn als volgt: A. ORKESTEN: Een jaarlijkse bijdrage van € 987,= voor reguliere volwassenenorkesten, € 1.973,= voor jeugdorkesten en een percentage van € 987,=, berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar, voor projectorkesten. B. HARMONIE- EN FANFARE, BRASSBANDS EN SHOWKORPSEN Voor muziekverenigingen een jaarlijkse bijdrage van € 987,=, vermeerderd met een bijdrage van € 14,= per lid. Onder lid wordt verstaan een spelend lid en/of een lid van de bij de muziekvereniging behorende majorettegroep. C. KOREN Een jaarlijkse bijdrage van € 880,= voor reguliere koren en een percentage van € 880,=, berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar, voor projectkoren. D. TONEELGEZELSCHAPPEN EN THEATERGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=. E. OPERETTE- EN MUSICALGEZELSCHAPPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 2.005,=. F. VOLKSDANSVERENIGINGEN Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=. G. MAJORETTENVERENIGINGEN Een basissubsidie van € 346,= per jaar, vermeerderd met € 14,= per lid per jaar. H.DIVERSE MUZIEKGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 1.093,=. I. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN AUDIOVISUELE MEDIAKUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=. J. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN LITERAIRE KUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 880,= . 5.Voor jeugdleden van instellingen wordt een aanvullende instandhoudingssubsidie beschikbaar gesteld van € 27,= per actief jeugdlid per jaar. De jeugdsubsidie dient te worden gebruikt voor extra activiteiten ten behoeve van de jeugdleden. Jeugdorkesten in categorie A kunnen geen gebruik maken van de aanvullende instandhoudingssubsidie. HOOFDSTUKIIIUITVOERINGSSUBSIDIE Artikel7:Bepalingen omtrent de aanvraag 1.Gelijktijdig met het beschikbaar stellen van instandhoudingssubsidie zal jaarlijks een voorschot van 50% op het richtbedrag van de per werkvorm maximaal beschikbare uitvoeringssubsidie beschikbaar worden gesteld. 2.De uitvoeringssubsidie bedraagt 80% van het tekort van de activiteit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.