Verordening Handhaving WWB 2012Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein. WWB: de Wet werk en bijstand; IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 35, lid 1 WWB; algemene bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan; bijstand: de algemene en bijzondere bijstand als bedoeld in de WWB; belanghebbende: de persoon die bijstand of een grondslag heeft aangevraagd dan wel ontvangt of heeft ontvangen; indien het een gezin betreft, wordt onder de belanghebbende elk van de gezinsleden verstaan. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoofdstuk2HANDHAVING Artikel2Handhavingsplan Het college stelt in verband met de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 een handhavingsplan op. Artikel3Inhoud handhavingsplan In het in artikel 2 genoemde handhavingsplan komt in ieder geval een gemeentelijke visie op handhaving tot uitdrukking. Hoofdstuk3TERUGVORDERING Artikel4Terugvordering van bijstand Terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand of inkomensvoorziening vindt plaats overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de “Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Wet werk en bijstand 2010 gemeente IJsselstein”. Artikel5Richtlijn fraude Het college verplicht zich om in het geval van geconstateerde fraude de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude te volgen. Hoofdstuk4SLOTBEPALINGEN Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van de openbare bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari
- Artikel7Overgangsbepaling De Handhavingverordening 2010 blijft van toepassing op handhavingszaken die betrekking hebben op een periode vóór de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel8Citeertitel De verordening kan worden aangehaald als: "Verordening handhaving WWB 2012”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 29 maart
- de griffier, de voorzitter, J.A.M. Kleene drs. P.C. van den Brink TOELICHTING VERORDENING HANDHAVING WWB 2012AlgemeenIn artikel 8a van de WWB is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de diverse wetten. De gemeente kan in het kader de WWB, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 zelf bepalen op welke wijze het handhavingsbeleid wordt gevoerd. Het college heeft hiermee de mogelijkheid om nadere invulling te geven aan de verordening in de vorm van een handhavingsplan. HandhavingHet handhavingsplan is reeds opgenomen in de ‘Beleidsvisie Hoogwaardige Handhaving WWB’. Deze beleidsvisie is in 2004 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie biedt de basis voor het uitvoeringsbeleid, zoals dit is beschreven in het Controleplan Hoogwaardige Handhaving gemeente IJsselstein. Dit plan biedt nog steeds een stevige basis voor de uitvoering. De visie luidt dat misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstand zoveel mogelijk moet worden voorkomen door de bereidheid tot (spontane) naleving van de wet en de gemeentelijke (spel)regels te optimaliseren. Door de combinatie van preventieve maatregelen, efficiënte en effectieve controle en repressieve besluiten wordt een consistent draagvlak gecreëerd om hoogwaardig handhavingsbeleid te kunnen uitvoeren. De visie van de raad is, dat alleen zij die daar recht op hebben een uitkering ontvangen. Dit beleid sluit aan bij de verantwoordelijkheid van de gemeente IJsselstein om een goed financieel beleid te voeren, immers de WWB IOAW, IOAZ en Bbz 2004 betekenen ondermeer voor de gemeente dat van een uitkering alleen gebruik kan worden gemaakt door hen, die een onbetwistbaar recht op uitkering hebben: handhaving stuurt het gebruik van de uitkering; preventie, controle en repressie hebben hun invloed op de aanspraak op het budget van het Inkomensdeel. TerugvorderingHet college heeft in april 2010 nieuwe Beleidsregels Terugvordering en Verhaal vastgesteld. Uitgangspunt voor voor de beleidsregels is dat in beginsel alle ten onrechte genoten bijstand wordt teruggevorderd. De gemeente had in haar beleid kunnen kiezen om niet van deze bevoegdheid tot terugvordering gebruik te maken. Aangezien de gemeente echter financieel verantwoordelijk is voor de bijstandsverlening, is er voor gekozen wel van deze bevoegdheid gebruik te maken. Alle gelden immers die als gevolg van terugvordering en het plegen van verhaal worden geïncasseerd dragen bij aan het betaalbaar houden van de uitkeringen. Artikelgewijze toelichtingArtikel 1 BegripsomschrijvingDe bestaande WWB begrippen worden zoveel mogelijk gehandhaafd en gelden ook als IOAW, IOAZ en Bbz 2004-begrippen. De Wet investeren in jongeren komt in deze verordening niet meer voor omdat deze per 1 januari 2012 is vervallen. Artikel 2 HandhavingsplanHet college heeft haar beleid met betrekking tot handhaving WWB reeds bepaald conform de door de gemeenteraad vastgestelde visie. Op basis hiervan is een handhavingsplan opgesteld, dat zonodig periodiek kan worden bijgesteld. Artikel 3 Inhoud handhavingsplanIn dit artikel is aangegeven welk onderwerpen in het gemeentelijk handhavingsplan op zijn minst aan bod moeten komen. In het handhavingsplan wordt, naast de gemeentelijke visie op handhaving, beschreven welke activiteiten door het college worden ontplooid om de rechtmatige uitkeringsverstrekkingen zoveel mogelijk te waarborgen. Artikel 4 Afstemming en terugvorderingIn dit artikel wordt verwezen naar de beleidsregels terugvordering en verhaal zoals deze in een separaat besluit door het college zijn vastgesteld. De geactualiseerde beleidsregels met betrekking tot terugvordering en verhaal zijn in april 2010 door het college vastgesteld. Artikel 5 Aangifte openbaar ministerieIn dit lid is geregeld wanneer er aangifte van fraude wordt gedaan bij het Openbaar Ministerie. Leidend hierbij is de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude van het Openbaar Ministerie. In de Wet Werk en Bijstand is de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervallen. Gemeenten hebben sindsdien de mogelijkheid de uitkering te korten of in te houden. Evenals onder de Algemene Bijstandswet is het uitgangspunt dat bij fraude tot € 10.000,- geen strafrechtelijk ingrijpen plaats zal vinden, maar dat bestuursrechtelijke maatregelen zullen worden opgelegd. Hiertoe bieden de Maatregelenverordeningen WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 het kader. Artikel 6 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 7 OvergangsbepalingVoor zaken die voor de vaststelling van deze nieuwe verordening zijn begaan is een overgangsbepaling in het leven geroepen. Hierbij dienen de bepalingen van de “oude “handhavingsverordening WWB en WIJ 2010 te worden gehanteerd. Artikel 8 CiteertitelDit artikel behoeft geen nadere toelichting.