← Nederland

Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek (Sittard-Geleen)

Nota Parkeernormen Sittard-Geleen ParkeernormensystematiekNota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek 1 Inleiding1.1 AanleidingDe huidige parkeernormen van gemeente Sittard-Geleen stamm

ook § 3.4, berekening parkeereis). Voor de berekening van het bezoekersaandeel wordt eveneens aangesloten bij de richtlijnen van het CROW. Aanwezigheidspercentages t.b.v. dubbelgebruikIn het geval verschillende functies in een ontwikkeling worden gerealiseerd, bijvoorbeeld wonen en winkelen, kan rekening worden gehouden met dubbelgebruik van de parkeerplaatsen. Voor het vertalen van de parkeernormen naar een parkeerbalans worden dan aanwezigheidspercentages voor maatgevende momenten gekoppeld aan de parkeernormen. Dit wordt verder behandeld in hoofdstuk 3, waar de toepassing van de normen centraal staat. 2.3 Vergelijking met huidige normenDe nieuwe normen voor woningen, bedrijven en voorzieningen zijn over het algemeen lager dan de normen die binnen het vigerende beleid van Sittard-Geleen worden gehanteerd. In het vigerende beleid is de gemiddelde norm conform CROW als minimumnorm gehanteerd. Dit om voldoende parkeergelegenheid te kunnen garanderen. In de praktijk is echter gebleken dat met name in centrumlocaties eerder sprake van een overschot aan parkeerplaatsen dan van een tekort. Door deze aanpassing van de normering hoeven per saldo minder parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Dit vergroot de financiële haalbaarheid van ontwikkelingen. Het vervallen van het onderscheid in parkeernormen voor dure, middendure en goedkope woningen vormt eveneens een afwijking van de huidige normen. Verder worden de categorieën in overeenstemming gebracht met CROW publicatie

  1. Dit betekent dat het onderscheid tussen “overdekte speeltuin/hal” met regionaal en lokaal verzorgingsgebied komen te vervallen, evenals de categorie “sociale werkplaats”. De categorieën “bouwmarkt/tuincentrum/kringloopwinkel” en “apotheek” wordt toegevoegd. Binnen het vigerende beleid worden voor de centra van Sittard en Geleen verschillende normen gehanteerd. Dit houdt verband met het ontwikkelingsbeleid van de gemeente. Sittard is vooral bedoeld als winkellocatie en een locatie voor hoger beroepsonderwijs, terwijl Geleen meer de boodschappenlocatie moet zijn, zonder hoger beroepsonderwijs. Dit leidt echter niet tot de noodzaak verschillende normen te hanteren. De schil/overloopgebieden en de rest van de bebouwde kom worden voor beide steden, overeenkomstig het vigerende beleid gelijk behandeld. De kern Born valt volledig in het gebied “rest van de bebouwde kom”.
  2. Toepassingskader3.1 Proces toepassing parkeernormen In het kader van het waarborgen van een duurzame parkeeroplossing bij nieuwe ontwikkelingen (nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie) dient de parkeercapaciteit op eigen terrein te worden gerealiseerd om te voorkomen dat de parkeervraag wordt afgewenteld op de openbare ruimte. Hiervoor moeten bouwplannen worden getoetst aan de parkeernormen. Die toetsing gebeurt stapsgewijs, zoals weergegeven in het nevenstaande stroomschema. De stappen zijn: bepalen parkeerbehoefte; bepalen parkeereis; bepalen parkeerbalans; bepalen parkeersaldo; vaststellen ontheffingsmogelijkheden; opstellen parkeerovereenkomst. De parkeerbalans hoeft alleen te worden opgemaakt als er sprake is van een functiewijziging (

§ 3.5).

Ontheffingsmogelijkheden hoeven niet te worden onderzocht als het parkeersaldo in evenwicht is (

§ 3.7).

In dit hoofdstuk worden de afzonderlijke stappen en de benodigde acties toegelicht. Een stroomschema per stap verduidelijkt het proces. De stroomschema’s zijn tevens opgenomen in bijlage

  1. In bijlage 5 zijn enkele rekenvoorbeelden opgenomen. 3.2 BouwinitiatiefHet proces van de toepassing van de parkeernormen begint bij het bouwinitiatief. De initiatiefnemer van een ontwikkeling dient aan te tonen welke parkeerbehoefte de ontwikkeling genereert, hoeveel parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd en hoe daarin wordt voorzien. De parkeerplaatsen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Over de interpretatie van het begrip ‘eigen terrein’ bestaan veel misverstanden. Het misverstand ontstaat doordat ‘eigen terrein’ veelal geïnterpreteerd wordt als privé terrein, zijnde niet openbaar gebied. In CROW publicatie 182 wordt met de bepaling van de parkeerkencijfers ervan uitgegaan dat de voor het aandeel bezoekers benodigde parkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn. Voor elke bouwontwikkeling wordt door de gemeente een gebiedsbegrenzing aangegeven. Het ‘eigen terrein’ betreft het gebied binnen deze begrenzing. Deze gebiedsbegrenzing betreft in principe de te ontwikkelen locatie (perceel). De gemeente heeft echter de mogelijkheid hier van af te wijken, door een ontheffing te verlenen. Dit kan bijvoorbeeld als het gaat om een herstructurering van een groter plangebied. 3.3 Berekening parkeerbehoefte De voor de gemeente Sittard-Geleen vereiste parkeernormen zijn opgenomen in bijlage
  2. Er is een minimumnorm en een maximumnorm1Voor de stedelijke zone “rest van de bebouwde kom” geldt geen maximumnorm gesteld. Het realiseren van minder parkeerplaatsen dan de minimumnorm wordt in principe niet toegestaan. Op basis van de minimumnorm wordt de parkeerbehoefte berekend. Dit wordt alleen gedaan voor de verandering ten opzichte van de huidige situatie. De parkeerbehoefte, is derhalve het aantal voor de ontwikkeling benodigde parkeerplaatsen volgens de huidige parkeernormen. In geval van functiewijziging en/of –uitbreiding komt dit overeen met het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de gehele voorziening (bestaande functie(s) plus nieuwe functie(s), verminderd met het aantal benodigde parkeerplaatsen volgens de parkeernormen in de situatie voorafgaande aan de functiewijziging en/of uitbreiding. 3.4 Berekening parkeereis Wanneer twee of meer functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorzieningen worden aanwezigheidspercentages toegepast. Deze percentages zijn door het CROW opgesteld om een optimaal aantal parkeerplaatsen bij meerdere ruimtelijke functies te waarborgen (gecombineerd gebruik van de parkeervoorzieningen). Hierbij is een uitsplitsing gemaakt naar diverse perioden in de week. Bij complexe bouwplannen dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheidspercentages conform tabel 3.
  3. Maatgevend voor de parkeereis is het moment met de hoogste gesommeerde parkeerbelasting op basis van de aanwezigheidspercentages. Het maatgevende moment voor het aandeel bezoekers (op basis waarvan het aantal openbaar toegankelijke parkeerplaatsen wordt bepaald) kan afwijken van het maatgevende moment voor de totale parkeereis. Bij monofunctionele bouwplannen zijn deze percentages niet van toepassing. Tabel 3.1: aanwezigheidspercentages voor dubbelgebruik (bron CROW publicatie 182) Op basis van deze berekening is de voorlopige parkeereis bekend. Als er sprake is van een functiewijziging kan er in de huidige situatie een parkeeroverschot bestaan. Er is dan op eigen terrein meer parkeercapaciteit aanwezig dan op grond van de parkeernormen in de huidige situatie nodig is. Dit overschot mag in mindering worden gebracht op de voorlopige parkeereis, resulterend in de definitieve parkeereis. Om het overschot te berekenen dient de parkeerbalans opgemaakt te worden (

§ 3.5).

Er is sprake van een functiewijziging als bestaande functie(

  1. s)worden uitgebreid en / of nieuwe functie(
  2. s)worden toegevoegd. In alle andere gevallen is sprake van een nieuwe ontwikkeling. De definitieve parkeereis is dan gelijk aan de voorlopige parkeereis. Samengevat is de parkeereis als volgt opgebouwd: de parkeerbehoefte, voor de afzonderlijke nieuwe functies berekend aan de hand van de parkeernormen en gesommeerd; verrekening van eventueel dubbelgebruik bij meerdere functies aan de hand van aanwezigheidspercentages; dit resulteert in de voorlopige parkeereis; bij functie wijziging: Verrekening van eventueel parkeeroverschot aan de hand van de parkeerbalans; dit resulteert in de definitieve parkeereis. 3.5 Opstellen parkeerbalans Om een eventueel parkeeroverschot vast te stellen wordt de parkeerbalans opgemaakt. Dit is het verschil tussen de parkeerbehoefte van de bestaande functie(
  3. s)op grond van de parkeernormen en de bestaande parkeercapaciteit. Als de parkeercapaciteit groter is dan de parkeerbehoefte is er sprake van een overschot. Het betreffende aantal parkeerplaatsen mag in mindering worden gebracht op de parkeereis. Een eventueel bestaand tekort aan parkeerplaatsen hoeft binnen het bouwplan niet gecompenseerd te worden. De parkeercapaciteit is het aantal auto’s dat op eigen terrein een plaats kan vinden. De beschikbare parkeergelegenheid op eigen terrein bij woningen wordt in de praktijk niet altijd als zodanig gebruikt. Voor het berekenen van de parkeercapaciteit dient het aantal beschikbare parkeerplaatsen hierop gecorrigeerd te worden. Hiervoor wordt de door het CROW opgestelde tabel 3.2 toegepast. Tabel 3.2 Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen bij woningen (bron: CROW publicatie 182)parkeervoorziening Theoretisch aantal Berekeningsaantal opmerking Enkele oprit/carport zonder garage 1 0,8 Oprit min. 6,0 m diep en 2,5 m breed Lange oprit/carport zonder garage 2 1,0 Oprit min. 10,5 m diep en 2,5 m breed Dubbele oprit/carport zonder garage 2 1,7 Oprit min. 5,5 m breed Garage zonder oprit (bij woning) 1 0,4 Garagebox (niet bij woning) 1 0,5 Garage min. 5,0 m diep en 2,8 m breed Garage met enkele oprit 2 1,0 Oprit min. 5,5 m. diep Garage met lange oprit 3 1,3 Garage met dubbele oprit 3 1,8 Oprit min. 5,5 m. breed 3.6 Berekening parkeersaldo Het parkeeraanbod, het aantal parkeerplaatsen dat binnen het bouwplan op eigen terrein gerealiseerd wordt, dient gelijk te zijn aan de parkeereis. Het parkeeraanbod is het totaal aantal parkeerplaatsen op eigen terrein na realisatie van het bouwplan, verminderd met het aantal parkeerplaatsen in de bestaande situatie. Het parkeersaldo is dan in evenwicht. De berekeningsaantallen voor parkeervoorzieningen bij woningen, zoals die worden toegepast bij de bepaling van de parkeerbalans (

tabel 3.2), zijn eveneens van toepassing bij de bepaling van het parkeeraanbod. Als het parkeeraanbod niet overeenkomt met de parkeereis dient de initiatiefnemer het bouwplan te wijzigen. Dit kan ofwel door het aanpassen van bouwvolumes en/of functies, ofwel door het aanpassen van het parkeeraanbod. Zijn er redelijkerwijs geen aanpassingen van het bouwplan meer mogelijk, dan dient de initiatiefnemer met de gemeente in overleg te treden over de ontheffingsmogelijkheden, zoals die in § 3.7 zijn aangegeven. Is het parkeersaldo in evenwicht, dan kan een positief advies afgegeven worden. De afspraken dienen te worden vastgelegd in een parkeerovereenkomst (

§ 3.8).

3.7 Ontheffingsmogelijkheden Zoals hiervoor is gesteld moet bij bouwplannen of bij wijziging van functie voldaan worden aan de parkeereis op eigen terrein. Als aan de eis niet kan worden voldaan staan algemene ontheffingsmogelijkheden ter beschikking. De gemeente beoordeeld of van die mogelijkheden gebruik gemaakt kan worden. Daarnaast kan het college van B&W in specifieke gevallen besluiten om ontheffing te verlenen van de parkeereis, indien het algemeen belang van de realisering van het initiatief zwaarder weegt dan de nadelige gevolgen op gebied van parkeren en verkeer. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een initiatiefnemer de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet kan realiseren, zoals: De initiatiefnemer kan gemotiveerd aantonen dat het (financieel) niet mogelijk is om de vereiste parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Door de ligging c.q. situering van de bouwlocatie is het niet wenselijk om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Een voorbeeld hiervan is een locatie binnen een autovrije of autoluwe zone; parkeren op eigen terrein heeft tot gevolg dat er extra voertuigbewegingen in het desbetreffende gebied zijn, wat op zo´n locatie niet wenselijk is. Aan het verlenen van een ontheffing kan een financiële consequentie gekoppeld worden. In deze paragraaf wordt ingegaan op de voorwaarden waaronder van de parkeereis kan worden afgeweken. 3.7.1 Algemene ontheffing van de parkeereisMinder parkeerplaatsen dan de parkeereis (tekort)Wanneer niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, kan in de volgende drie gevallen ontheffing worden verleend voor het aantal op eigen terrein te realiseren parkeerplaatsen: De initiatiefnemer beschikt over voldoende parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand. Om redenen van eenvoud wordt, in afwijking van CROW publicatie 182, deze loopafstand voor alle functies gesteld op 150 meter. In de benodigde capaciteit kan op twee manieren worden voorzien: Parkeerplaatsen die de initiatiefnemer zelf in de nabijheid op particulier terrein realiseert. In deze situatie wordt in de parkeerovereenkomst die tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt afgesloten voor het vereiste aantal ontbrekende parkeerplaatsen de ligging vastgelegd, en het tijdstip waarop deze gerealiseerd dienen te worden. Parkeerplaatsen die worden gehuurd van derden, waarbij de initiatiefnemer dient aan te tonen (door middel van het overleggen van contracten) dat deze parkeerplaatsen voor de duur van tenminste 10 jaar voor zijn functie beschikbaar zijn. Indien deze huurovereenkomst komt te vervallen dan vervalt met terugwerkende kracht ook de vrijstelling van de parkeereis. Parkeerplaatsen kunnen worden opgevangen in het openbare aanbod. Deze parkeerplaatsen, behorende tot het openbare aanbod, dienen binnen een straal van 150 meter beschikbaar te zijn. Via een parkeerdrukmeting zal aangetoond moeten worden dat er binnen een straal van 250 meter voldoende parkeercapaciteit aanwezig is, waardoor zonodig enige verschuiving mogelijk is. De parkeerdruk binnen deze straal mag inclusief het tekort van de initiatiefnemer niet boven een bezettingsgraad van maximaal 85%2Een parkeerdruk van circa 85% betekent dat, meewegende dat er auto’s komen en gaan, het aanwezige aanbod aan parkeerplaatsen volledig wordt benut.. Uit de parkeerdrukmeting blijkt dat de parkeercapaciteit van het openbare aanbod binnen een straal van 150 meter onvoldoende is om de ontbrekende parkeerplaatsen te kunnen opvangen. De gemeente

t echter mogelijkheden om binnen een afstand van 150 meter het tekort aan parkeerplaatsen aan te leggen. De realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is, naar het oordeel van de gemeente, planologisch haalbaar. De verwachting is dat hierin voor de centra binnen een termijn van maximaal 10 jaar kan worden voorzien en voor schil/overloopgebied en rest bebouwde kom binnen een termijn van maximaal 2 jaar. Ook hierbij geldt de restrictie dat de parkeerdruk binnen een straal van 250 meter inclusief het tekort van de initiatiefnemer niet boven een bezettingsgraad van maximaal 85% mag uitkomen. In alle gevallen geldt dat deze parkeerplaatsen zoals omschreven onder a t/m c in mindering worden gebracht op het aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein van de initiatiefnemer. In de situaties b en c blijven de parkeerplaatsen te allen tijde openbaar toegankelijk. In alle situaties wordt tenminste voorzien in het benodigde aantal openbaar toegankelijke parkeerplaatsen conform het bezoekersaandeel. Het college zal in de gevallen b en c de initiatiefnemer verplichten een financiële bijdrage in een gemeentelijk parkeerfonds te storten, in de vorm van een afkoopsom. Op deze wijze wordt bereikt dat iedere ontwikkelaar geconfronteerd wordt met de kosten die gemoeid zijn met de aanleg van parkeergelegenheid. Het bedrag wordt bepaald door het verschil tussen het aantal parkeerplaatsen dat conform de parkeereis gerealiseerd zou moeten worden en het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd, vermenigvuldigd met het daarvoor geldende tarief binnen de betreffende stedelijke zone. Deze storting dient als compensatie voor het afwentelen van het eigen parkeervraagstuk op het openbare parkeeraanbod (Afkoopregeling,

§ 3.9 ).

Om te komen tot een afgewogen en zorgvuldige keuze, betreffende het al of niet verlenen van een vrijstelling van de parkeernorm, zijn onderstaande criteria opgesteld. InspanningsverplichtingIndien onvoldoende parkeerplaatsen in het door de initiatiefnemer ingediende plan zijn opgenomen, zal in eerste instantie bepaald moeten worden of door een optimalisatie van het plan alsnog aan de parkeereis kan worden voldaan. Hierbij dient onderzocht te worden of het plan aangepast kan worden door de realisatie van meer parkeerplaatsen en/of minder bouwvolume. De initiatiefnemer dient aan te tonen dat door het realiseren van meer parkeerplaatsen of minder bouwvolume het bouwinitiatief niet haalbaar is. Wanneer het fysiek niet mogelijk is om de vereiste parkeerbehoefte op eigen terrein te realiseren, zal dit door de initiatiefnemer bij het indienen van de bouwaanvraag gemotiveerd moeten worden toegelicht. In geval van functiewijziging dient hij hiertoe een parkeerbalans op te stellen en te overleggen. ParkeerdrukmetingOm een indruk te verkrijgen van de mogelijkheden en consequenties van het verlenen van een vrijstelling van de parkeernorm, dient in een straal van 250 meter ten opzichte van de begrenzing van de (her-)ontwikkellocatie een meting naar de parkeerdruk uitgevoerd worden. Deze meting dient minimaal in twee perioden (werkdagen en zaterdag) te worden uitgevoerd, waarbij deze niet mogen plaatsvinden in vakantieperioden en/of feestdagen, om een representatief beeld te kunnen verkrijgen. Het exacte onderzoeksgebied en –periode worden in onderling overleg tussen ontwikkelaar en gemeente vastgesteld. De kosten voor het uitvoeren van een parkeerdrukmeting komen ten laste van de initiatiefnemer. In het te onderzoeken gebied mag de parkeerdruk maximaal 85% bedragen, inclusief het tekort aan parkeerplaatsen welke de initiatiefnemer niet op eigen terrein kan realiseren. Meer parkeerplaatsen dan parkeereis (overschot)Indien de initiatiefnemer meer parkeerplaatsen wil aanleggen dan de maximumnorm, kan het college hiervoor toestemming verlenen als daarmee tegelijk een algemeen belang kan worden gediend. Hierbij moet uit onderzoek blijken dat het extra te verwachten autoverkeer niet leidt tot (extra) doorstromingsproblemen op de drukke toegangswegen of leefbaarheidsproblemen in de omgeving van de ontwikkellocatie. De bewijslast berust bij de initiatiefnemer. Voor het eventueel compenseren van negatieve effecten van meer autoverkeer en het op peil houden van de bereikbaarheid en leefbaarheid kan een bijdrage worden gevraagd (bijdrageregeling;

§ 3.9). 3.7.2 Specifieke ontheffing van de parkeereis

Voor situaties waarbij voorzieningen gerealiseerd worden waaraan grote waarde wordt gehecht voor het algemeen belang van Sittard-Geleen kan het College van Burgemeester en Wethouders ontheffing verlenen van de parkeereis. Dat wil zeggen dat in zulke gevallen het conform de normering benodigde aantal parkeerplaatsen niet hoeft te worden gerealiseerd en geen afkoopsom hoeft te worden voldaan (afkoopregeling), dan wel geen bijdrage hoeft te worden gestort voor het aantal parkeerplaatsen dat bovennormatief gerealiseerd wordt (bijdrageregeling). Het verlenen van specifieke ontheffing van de parkeernorm dient altijd op zorgvuldige en controleerbare wijze te gebeuren. Een parkeerdrukmeting dient onverkort te worden uitgevoerd. Daarnaast dienen de volgende stappen te worden toegepast: uitputtend (laten) onderzoeken of de voorziening met toepassing van de parkeernorm succesvol kan worden gerealiseerd; gemotiveerd aanduiden waarom de voorziening voor Sittard-Geleen van uitzonderlijk belang is; de afwijking van de parkeernorm tot een minimum beperken; de consequenties voor de bestaande situatie in de omgeving van de nieuwe voorziening in kaart brengen; aangeven hoe de (negatieve) consequenties worden voorkomen en / of gecompenseerd. Specifieke ontheffingen kunnen per afzonderlijk (bouw)project worden verleend, of in een beleidsregel worden vastgesteld voor bepaalde of onbepaalde duur. Gelijktijdig met de vaststelling van deze Nota Parkeernormen worden de volgende specifieke ontheffingen per beleidsregel aan het college ter besluitvorming voorgelegd (

bijl. 7): studentenhuisvesting; wonen boven winkels; kleine bouwprojecten in de centra; huisgebonden beroepen en bedrijven. 3.8 ParkeerovereenkomstNadat de parkeereis voor een ontwikkeling en de wijze waarop die gerealiseerd zal worden zijn bepaald, is het van belang dat de afspraken daarover nauwkeurig worden vastgelegd, zodat de bouwende partij aan de voorgestelde parkeeroplossing kan worden gehouden. Als bijvoorbeeld is afgesproken om een deel van de parkeereis op eigen terrein te realiseren en voor de overige parkeerplaatsen gebruik te maken van een privaat parkeerterrein in de buurt, moet een overeenkomst / huurcontract tussen de ontwikkelaar en de beheerder van het private parkeerterrein aan de gemeente overlegd worden. In de vast te leggen afspraken wordt tenminste op papier gezet: welke ontwikkeling het betreft; een berekening van de parkeerbehoefte; de parkeereis, met eventueel een toelichting wanneer de parkeereis lager is vastgesteld dan de berekende parkeerbehoefte; bij de parkeereis wordt tevens een uitsplitsing gemaakt naar aantal openbaar toegankelijke parkeerplaatsen (op basis van het bezoekersaandeel) en de overige parkeerplaatsen; de wijze waarop aan de parkeereis zal worden voldaan door de bouwende partij; mogelijke consequenties voor de gebruiker van het pand; indien de initiatiefnemer niet op eigen terrein aan de parkeereis kan voldoen de wijze waarop in het tekort zal worden gecompenseerd; bij de compensatie wordt aangegeven: hoeveel parkeerplaatsen gecompenseerd moeten worden; welke partij in het tekort voorziet (initiatiefnemer of gemeente); hoe in het tekort wordt voorzien (realisatie, aankoop of huur private parkeerplaatsen elders binnen loopafstand, gebruik bestaand overschot op openbaar terrein, realisatie op openbaar terrein) de locatie(

  1. s)van de parkeerplaatsen, of als dit nog niet vastgesteld kan worden het gebied waarbinnen de parkeerplaatsen gerealiseerd zullen worden. de termijn waarbinnen de parkeerplaatsen gerealiseerd worden; de bijdrage die door de initiatiefnemer in het gemeente parkeerfonds gestort wordt. Het vastleggen van parkeerafspraken voor ontwikkelingen geeft de gemeente de mogelijkheid om te kunnen controleren of de parkeeroplossingen worden gebruikt zoals ze zijn afgesproken. Maar het vastleggen van de afspraken gebeurt ook om geen onduidelijkheid te laten bestaan over situaties die zich in de toekomst kunnen afspelen. In bijlage 8 zijn als voorbeeld concept parkeerovereenkomsten opgenomen voor het benutten van restcapaciteit in de openbare ruimte en voor het uitbreiden van capaciteit in de openbare ruimte. 3.9 ParkeerfondsOm ontwikkelaars zo veel mogelijk te stimuleren tot het realiseren van parkeercapaciteit op eigen terrein of tot het benutten van beschikbare (over)capaciteit, wordt het parkeerfonds ingesteld. Als de initiatiefnemer niet kan voldoen aan de parkeereis dient hij ter compensatie een bijdrage in het parkeerfonds te storten. Hierbij kunnen zich twee situaties voordoen: afkoopregeling: Het afkopen van parkeerplaatsen, die niet op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden, waarbij de gemeente deze parkeerplaatsen in de openbare ruimte gaat aanleggen of heeft aangelegd; bijdrageregeling: Een bijdrage leveren aan de gemeente voor het nemen van flankerende maatregelen om de negatieve effecten van de extra aangelegde parkeerplaatsen op de doorstroming of leefbaarheid te verminderen of compenseren. In bijlage 9 is de parkeerfondsverordening opgenomen. AfkoopregelingBij het bepalen van de tarieven voor de afkoopregeling is uitgegaan van de reële gemiddelde kosten voor het realiseren van parkeerplaatsen op de betreffende stedelijke zone. Hierbij wordt rekening gehouden met verschillen in grondprijs en aandeel parkeerplaatsen in gebouwde voorzieningen. De volgende bedragen gelden ten tijde van de samenstelling van dit rapport. De prijzen worden jaarlijks geïndexeerd (CBS consumentenindexcijfer). Tabel 3.4.3: Bedragen afkoopregelingLocatie Bedrag (excl. BTW) Centrum € 20.000,-- Schil / overloopgebied € 15.000,-- Rest bebouwde kom € 5.000,-- Ter vergelijking zijn in bijlage 10 de afkooptarieven in omliggende vergelijkbare gemeenten vermeld. BijdrageregelingEventueel toepassen van de bijdrageregeling zal per individueel geval bekeken worden. In beginsel wordt van de initiatiefnemer een bijdrage gevraagd in de kosten die de gemeente maakt voor flankerende maatregelen, om de doorstromings- of leefbaarheidsproblemen als gevolg van de ontwikkeling te compenseren. Op voorhand zijn dan ook geen bedragen aan te geven. 3.10 Gebiedsontwikkeling als bijzondere situatieIn het geval van herstructurering of totale gebiedsontwikkeling zal vaker van de normen afgeweken moeten worden om tot maatwerk te komen dan bij kleinschalige bouwplannen. In situaties waar gelijktijdig meerdere bouwplannen aan de orde zijn, kan er sprake zijn van schaalvoordelen. Zo biedt een gebiedsgerichte aanpak meer mogelijkheden om dubbelgebruik van parkeervoorzieningen te bewerkstelligen (minder ruimtebeslag, meer inkomsten). Daarnaast kan door de schaalgrootte een kostenvoordeel ontstaan voor de bouw en het beheer van een parkeervoorziening. Binnen het kader van een gebiedsontwikkeling is het mogelijk om in specifieke gevallen een aantal in de openbare ruimte aanwezige parkeerplaatsen toe te rekenen aan het nieuwe plan, indien door de initiatiefnemer is aangetoond dat er niet voldaan kan worden aan de vereiste parkeernorm. Het criterium om een uitzondering te kunnen maken op de parkeernorm wordt gevormd door de parkeerdruk in het gebied vóór de herstructurering of gebiedsontwikkeling. Op basis hiervan kan het aantal bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden bepaald, dat redelijkerwijs aan het nieuwe plan kan worden toegerekend. In dat geval wordt het “eigen terrein” opnieuw gedefinieerd. Uitgangspunt hierbij is dat de parkeerdruk in het gebied, na de nieuwe ontwikkelingen láger moet zijn dan daarvoor, met een maximum van 85%. De besluitvorming over het toerekenen van bestaande openbare parkeerplaatsen aan een bouwinitiatief, waarbij deze in mindering gebracht worden op de vereiste parkeernorm van te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein, ligt bij het college van B&W. Bijlagen Bijlage1: Begrippenlijst In de Nota Parkeernormen worden verschillende termen en begrippen gehanteerd die hieronder worden gedefinieerd. Aanwezigheidspercentage Aandeel aanwezigen per functie, op basis waarvan de mate van dubbelgebruik van parkeerplaatsen in geval van multifunctionele ontwikkelingen wordt bepaald Afkoopregeling Het afkopen van parkeerplaatsen, die niet op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden, waarbij de gemeente deze parkeerplaatsen in de openbare ruimte gaat aanleggen of heeft aangelegd Afwijken van de norm Volgens de systematiek in de nota Parkeernormen kan niet worden afgeweken van de norm, want die wordt hier slechts gezien als een hulpmiddel (richtlijn) om de Parkeereis te berekenen Algemene ontheffing Ontheffing van de parkeereis, die door het college van B&W wordt afgegeven als overtuigend wordt aangetoond dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan. De ontheffing gaat te allen tijde vergezeld van een parkeerovereenkomst Bezoekersaandeel Het aandeel bezoekers van voorzieningen, op basis waarvan het aantal te realiseren openbaar toegankelijk parkeerplaatsen wordt bepaald Bijdrageregeling Een bijdrage leveren aan de gemeente voor het nemen van flankerende maatregelen om de negatieve effecten van de extra aangelegde parkeerplaatsen op de doorstroming of leefbaarheid te verminderen of compenseren Bouwinitiatief Voornemen tot de realisatie van een nieuwe ontwikkeling of een functiewijziging Dubbelgebruik Gebruik van parkeerplaatsen door afzonderlijke doelgroepen op verschillende momenten van de dag of week Eigen terrein Gebied binnen de door de gemeente voor elke bouwontwikkeling aangegeven gebiedsbegrenzing Functiewijziging Ontwikkeling waarbij bestaande functie(
  2. s)worden uitgebreid en/of nieuwe functies worden toegevoegd. Initiatiefnemer Privé of rechtspersoon, die het voornemen heeft een bouwplan (nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie) te realiseren Maximumnorm Het maximum aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein, nadelige gevolgen voor doorstroming of leefbaarheid ten gevolge van overmatige autobereikbaarheid te voorkomen Minimumnorm Het minimum aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein, om in de parkeerbehoefte ten gevolge van de ontwikkeling te voorzien Nieuwe ontwikkeling Ontwikkeling van een terrein of gebied waarop thans geen functies aanwezig zijn. Hieronder vallen terreinen of gebieden waarop bestaande voorzieningen volledig worden gesloopt voorafgaande aan de realisatie. Norm (definitie vlgs. Van Dale) De toestand die voor een categorie van personen of zaken gewoon is, of waarnaar zij zich kunnen of moeten richten. Synoniemen: Regel, Richtsnoer Openbaar toegankelijke parkeerplaats Parkeerplaats in openbare ruimte of op eigen terrein, die openbaar toegankelijk is Openbare parkeerplaats Parkeerplaats in de openbare ruimte, in eigendom en beheer bij de gemeente Overschot Het aanbod is groter dan de vraag. Een bestaand overschot aan parkeerplaatsen op eigen terrein mag in mindering gebracht worden op de parkeereis Parkeeraanbod Het aantal volgens bouwplan te realiseren parkeerplaatsen ten behoeve van de ontwikkeling (exclusief (vervanging van) bestaande parkeerplaatsen) Parkeerbalans De verhouding tussen het aantal in de huidige situatie volgens de parkeernormen benodigde parkeerplaatsen en de parkeercapaciteit Parkeerbehoefte Het aantal voor de ontwikkeling benodigde parkeerplaatsen volgens de huidige parkeernormen Parkeercapaciteit Het aantal in de huidige situatie op eigen terrein beschikbare parkeerplaatsen. Parkeerdruk Het aandeel bezette parkeerplaatsen in een gebied met een straal van 150 meter rond de ontwikkeling Parkeerdrukmeting Onderzoek waaruit de parkeerdruk kan worden bepaald Parkeereis Het aantal voor de ontwikkeling te realiseren parkeerplaatsen, zijnde de parkeerbehoefte met verrekening van eventueel dubbelgebruik en bestaand overschot Parkeernorm Richtlijn voor het berekenen van de parkeerbehoefte bij nieuw- en verbouwplannen. De Parkeernorm is met name afhankelijk van de functie, het oppervlak en de locatie van het object Parkeerovereenkomst Overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente, waarin de bij de ontwikkeling vastgestelde parkeereis wordt vastgelegd, alsmede de afspraken over de wijze waarop in de parkeereis wordt voorzien Parkeersaldo De verhouding tussen het aantal voor de ontwikkeling volgens de parkeereis te realiseren parkeerplaatsen en het parkeeraanbod Planwijziging Aanpassing van het bouwplan door wijziging van het aantal te realiseren parkeerplaatsen en/of van het bouwvolume. Speciale ontheffing Ontheffing van de parkeereis, die door het college van B&W wordt afgegeven als het algemeen belang van de ontwikkeling naar het oordeel van B&W overtuigend opweegt tegen de nadelen van de afwijking van de parkeereis Stedelijke zone Gebiedstype met zekere, gemiddelde parkeerdruk en daarmee samenhangende parkeernormen. Er worden 3 stedelijke zones onderscheiden: ·Centrum ·Schil/overloopgebied ·Rest van de bebouwde kom Stedelijkheidsgraad Mate van stedelijkheid van een gemeente, conform definitie CBS Tekort De vraag is groter dan het aanbod. Een bestaand tekort aan parkeerplaatsen op eigen terrein hoeft niet gecompenseerd te worden Bijlage2: Kaartencentrum en schil Sittard en Geleen Centrum en schil/overloopgebied Sittard Centrum en schil/overloopgebied Geleen N.B. Schil kan wijzigen ten gevolge van uitbreiding van het vergunningengebied. Bijlage3: Parkeernormen Sittard-Geleen Bijzonderheden: 1 onderscheid duur – middelduur - goedkoop vervallen 2 totale parkeervraag = collegezalen + leslokalen 3 gebeurtenis = gelijktijdige begrafenis / crematie Bijlage4: Stroomschema’s proces toepassing parkeernormen Bijlage5: Rekenvoorbeelden Rekenvoorbeeld 1.In een bestaande wijk in de schil van Sittard-Geleen wordt een nieuwe woning gebouwd. Berekening parkeerbehoefte:Het eigen terrein betreft de betreffende kavel exclusief de omliggende openbare ruimte. De parkeernorm bedraagt 1,5 De parkeerbehoefte bedraagt 1x1,5 = 1,5 parkeerplaatsen Berekening parkeereis:De parkeerbehoefte bedraagt 1,5 parkeerplaatsen. Er is geen sprake van meerdere functies, dus geen aanpassing i.v.m. dubbelgebruik. De parkeerbehoefte wordt niet aangepast, de parkeereis bedraagt 1,5 parkeerplaatsen Het bezoekersaandeel bedraagt 0,3 pp per woning Afronding conform de beleidsregels betekent dat de parkeereis 2 parkeerplaatsen op eigen terrein bedraagt en dat 0 parkeerplaatsen openbaar toegankelijk dienen te zijn. De 2 parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd door aanleg van een garage met dubbele oprit. Conform tabel 3.2 wordt deze voorziening geteld als 1,8 theoretische parkeerplaatsen, in dit geval dus afgerond 2 parkeerplaatsen. Rekenvoorbeeld 2.In een wijk in de schil wordt voor een locatie waar eerder een winkel gevestigd is geweest, een bouwaanvraag ingediend voor de vestiging van een restaurant (verbouwing van het bestaande pand). Bij de winkel waren er op eigen terrein geen parkeerplaatsen beschikbaar. Het totale oppervlak is 150 m² bvo groot. Berekening parkeerbehoefte:Het eigen terrein betreft de betreffende kavel exclusief de omliggende openbare ruimte. De parkeernorm voor het restaurant (nieuwe situatie) bedraagt 8 pp per 100 m2 bvo, de parkeerbehoefte voor het restaurant (nieuwe situatie) bedraagt 12 pp De parkeernorm voor winkel (oude situatie) bedraagt 2,5 pp per 100 m2 bvo, de parkeerbehoefte voor winkel (oude situatie) bedraagt 3,75 pp. Berekening parkeereis:Er is geen sprake van meerdere functies, dus geen aanpassing i.v.m. dubbelgebruik. De parkeereis voor de nieuwe ontwikkeling geldt alleen over de verandering ten opzichte van de huidige situatie en bedraagt dus 12 – 3,75 = 8,25 afgerond 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Rekenvoorbeeld 3.Op een locatie in het centrumgebied wordt een bestaand kantoorpand van 2000 m2 bvo met een ondergrondse parkeervoorziening van 10 parkeerplaatsen gesloopt. Op de locatie wordt een appartementencomplex met 10 appartementen en 1000m2 bvo winkelruimte gerealiseerd. Berekening parkeerbehoefte:Het eigen terrein betreft het betreffende perceel exclusief de omliggende openbare ruimte. De bestaande ontwikkeling wordt gesloopt, er is sprake van een nieuwe ontwikkeling. De parkeernorm voor de appartementen bedraagt 1,3 parkeerplaatsen De parkeernorm voor de winkelruimte bedraagt 2,8 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo De parkeerbehoefte bedraagt 13 (appartementen) + 28 (winkel) = 41 parkeerplaatsen. Berekening parkeereis:De parkeerbehoefte bedraagt 41 parkeerplaatsen Er is sprake van meerdere functies, er kan rekening worden gehouden met dubbelgebruik. Tabel 3.1 aanwezigheidspercentages kan worden toegepast:Huidige parkeerbehoefte Woningen Winkel Totaal (aandeel bezoekers) Totaal: Werkdag overdag 7,5 8,4 (7,14) 15,9 Werkdag middag 7,8 19,6 (16,6) 27,4 Werkdag avond 13 5,6 (4,76) 18,6 Koopavond 11,7 28 (23.8) 39,7 Zaterdag middag 7,8 28 (23,8) 35,8 Zaterdag avond 7,8 0

(0)7,8 Zondag middag 9.1 0
(0)9,1 Uit deze tabel volgt dat de parkeerbehoefte naar beneden kan worden bijgesteld naar 39,7 parkeerplaatsen. Het aandeel bezoekers voor de appartementen bedraagt 0,3 pp per woning = 3 pp. Het aandeel bezoekers van de winkel bedraagt 0,85% van het aantal pp volgens de norm. In bovenstaande tabel zijn de bezoekersaantallen voor de verschillende momenten bepaald. De parkeereis bedraagt de berekende piek conform bovenstaande tabel = 39,7 parkeerplaatsen. Het maximum aantal (openbare) bezoekersplaatsen bedraagt 23,8 + 3 = 26,8 pp. Afgerond dienen 40 parkeerplaatsen te worden aangelegd op eigen terrein waarvan er minimaal 27 openbaar dienen te zijn. Rekenvoorbeeld 4:In een wijk in de schil van Sittard-Geleen wordt een bestaande winkel van 1000 m2 bvo uitgebreid met 500 m2 bvo. De huidige winkel heeft een parkeerterrein voor 30 auto’s. Berekening parkeerbehoefte:Het eigen terrein betreft het betreffende perceel incl. parkeerplaats exclusief de omliggende openbare ruimte. De parkeernorm t.b.v. de uitbreiding bedraagt 2,5 pp per 100 m2 bvo winkelruimte De parkeerbehoefte bedraagt 0,025 x 500 = 12,5 parkeerplaatsen. Berekening parkeereis:De parkeerbehoefte voor de nieuwe ontwikkeling bedraagt 12,5 parkeerplaatsen Er is geen sprake van meerdere functies, dus geen aanpassing i.v.m. dubbelgebruik. Er is sprake van een uitbreiding of herontwikkeling, de bestaande situatie wordt mede in beschouwing genomen: Er wordt een parkeerbalans opgesteld voor de bestaande (feitelijk gerealiseerde) situatie. Functie 1000 m2 bvo winkel Parkeernorm 2,5 pp / 100 m2 bvo Parkeereis 25 pp Parkeeraanbod 30 pp Saldo +5 pp In de bestaande situatie is sprake van een overschot van 5 parkeerplaatsen. Conform de beleidsuitgangspunten kan van dit overschot gebruik worden gemaakt, waarbij de balans in de nieuwe situatie groter of gelijk aan 0 dient te zijn. De nieuwe parkeereis voor de uitbreiding wordt derhalve 12.5 – 5 = 7.5 parkeerplaatsen op eigen terrein. Hiervan dienen 85% van de parkeerplaatsen = 0,85 x 7.5 = 6.4 parkeerplaatsen openbaar toegankelijk te zijn Afronding groter of gelijk dan 0,5 betekend dat de nieuwe parkeereis 8 parkeerplaatsen op eigen terrein wordt, waarvan minimaal 6 parkeerplaatsen openbaar toegankelijk moeten zijn. Het bestaande parkeerterrein dient derhalve uitgebreid te worden tot in totaal 38 plaatsen. Bijlage6: Wijziging Bouwverordening Bijlage III Aangepast artikel 2.5.30 BouwverordeningDe parkeernormen worden opgenomen in de bouwverordening, artikel 2.5.
  1. Na vaststelling van deze gewijzigde bouwverordening door de gemeenteraad en publicatie ervan zijn de nieuwe parkeernormen ook voor nieuwe bouwplannen maatgevend. Bouwaanvragen die na de datum van publicatie binnen komen zullen aan de nieuwe normen worden getoetst. De minimum parkeernorm is, de voor de gemeente Sittard-Geleen gewenste parkeernorm. De gemeente kan een vrijstelling van deze minimumparkeernorm voor een bouwplan verlenen op basis van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening. Het verruimen van de normen is mogelijk tot aan een maximumparkeernorm. Wijziging in de bouwverordening: Huidige artikel 2.5.30:Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen Bij een gebouw moet ten behoeve van het parkeren en het stallen van auto’s in de juiste mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. De in het eerste lid genoemde “juiste mate” van ruimte wordt bepaald met behulp van parkeernormen, waarbij het volgende van toepassing is: indien in het vigerende bestemmingplan parkeernormen zijn opgenomen, dienen deze parkeernormen te worden toegepast; indien in het vigerende bestemmingsplan geen parkeernormen zijn opgenomen, dienen de parkeernormen uit de gemeentelijke parkeernormennota te worden toegepast; de te hanteren parkeernorm is de minimum-parkeernorm voor de betreffende functie en locatie; de parkeernorm is flexibel toepasbaar tot een maximum, in die gevallen waarvoor een maximum parkeernorm is opgenomen; De in het eerste lid bedoelde ruimten voor het parkeren van auto’s moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien: de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen; de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover deze ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst, ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten aanzienlijke behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien in, aan of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van: het bepaalde in het eerste en vierde lid voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, niet zijnde in de openbare ruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien; het bepaalde in het tweede lid, indien het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval worden gerekend: een te verwachten meer dan gemiddelde aantal gehandicapte gebruikers of bezoekers van het gebouw; een bestemming van het gebouw als parkeergarage, dan wel garagebedrijf; het bepaalde in het derde lid, sub b., indien ten behoeve van de bewoners en/of gebruikers en/of bezoekers van een gebouw meer dan 1 gereserveerde parkeerplaatsen voor gehandicapten benodigd zijn, onder de voorwaarde dat een deel van deze gereserveerde parkeerplaatsen, dat aantoonbaar ten minste van gelijke orde grootte is als het aandeel rolstoelgebonden bewoners en/of gebruikers en/of bezoekers van het gebouw, wel conform het bepaalde in het derde lid, sub b. wordt gerealiseerd. Voorgestelde gewijzigde artikel 2.5.30:Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen Bij een gebouw moet ten behoeve van het parkeren en het stallen van auto’s in de juiste mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, volgens de geldende vastgestelde Nota Parkeernormen Sittard-Geleen. De in het eerste lid bedoelde ruimten voor het parkeren van auto’s moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien: de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen; de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover deze ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst, ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten aanzienlijke behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien in, aan of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en het derde lid en in afwijking van deze leden de omgevingsvergunning verlenen: voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien (algemene ontheffing); of indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit (specifieke ontheffing). Bijlage7: Beleidsregels nota parkeernormen 2011 Burgemeester en Wethouders van Sittard-Geleen, overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen voor de uitvoering van het bepaalde in de door de gemeenteraad op dd-mmm-jjj vastgestelde parkeernormennota, gelet op het bepaalde in artikel 147 en 160 van de Gemeentewet, artikel 1:3 en 4:81 tot en met 4:84 van de Algemene Wet Bestuursrecht, artikel 2.5.30 van de Bouwverordening en de nota “Parkeernormen Sittard-Geleen”, b e s l u i t e n : vast te stellen de “Beleidsregels parkeernormensystematiek 2011” Artikel 1: Toepassing van de Parkeernormen1.1 ToepassingParkeernormen worden alleen voorschrijvend gehanteerd voor een nieuwbouw- en uitbreidingsontwikkeling en voor een functiewijziging, waar een bouwvergunning voor afgegeven moet worden of waarvoor een vrijstellingsprocedure moet worden gevolgd. Voor alle overige situaties kunnen de normen alleen ter indicatie van de parkeervraag worden gehanteerd. 1.2 ToegankelijkheidDe parkeerplaatsen voor bezoekers moeten openbaar toegankelijk zijn. Het aantal bezoekersplaatsen kan bepaald worden met de waarden in de kolom ‘aandeel bezoekers’. 1.3 Afronding Afronding van de parkeernormen vindt als volgt plaats: kleiner dan 0,5 = 0 en groter of gelijk aan 0,5 =
  2. De afronding vindt plaats in de allerlaatste fase bij de bepaling van de parkeereis. 1.4 AlgemeenDe nota parkeernormen kent een algemene strekking. Dit betekend dat de nota parkeernormen niet in alle gevallen direct toepasbaar is omdat in specifieke gevallen maatwerk noodzakelijk en wenselijk is. In deze gevallen zal in de geest van de nota gehandeld worden. Voorbeeld: indien er geen specifieke norm voor de ontwikkeling is beschreven (zowel in de parkeernormensystematiek als in de CROW) wordt gebruik gemaakt van de norm die qua functie het meest overeen komt. Artikel 2: Woningen voor specifieke doelgroepen2.1 Serviceflat/aanleunwoningAlleen die woningen die in of bij een zorginstelling gerealiseerd worden, en waarbij beperkte zorgvoorzieningen aangeboden worden, zijn qua parkeernormen ingedeeld bij de functie ‘serviceflat/aanleunwoning’. 2.2 Kamerverhuur (studentenhuisvesting)Onder kamerverhuur wordt verstaan: Een te huren ruimte met een gedeelde ingang welke deel uitmaakt van een (bestaand) object met woonbestemming. Artikel 3: Minder valide parkeerplaatsenConform CROW publicatie 182 dient er tenminste 1 mindervalide parkeerplaats gerealiseerd te worden bij openbare gebouwen, bij functies / voorzieningen die toegankelijk (moeten) zijn voor mindervaliden en bij aangepaste woningen. De te realiseren mindervalide parkeerplaatsen dienen maximaal op 150 meter afstand van de (hoofd)ingang te liggen. Bij publieke voorzieningen dient tenminste 5% van de parkeerplaatsen als mindervalide parkeerplaatsen ingericht te worden, waarbij de maximale afstand tot de ingang 100 meter is. Indien er sprake is van een groot openbaar parkeerterrein of parkeergarage wordt per 50 parkeerplaatsen 1 mindervalide parkeerplaats gerealiseerd. Artikel 4: Ontheffing van de parkeereisConform het gestelde in de parkeernormensystematiek en volgens artikel 2.5.30 lid 4b van de bouwverordening bestaat voor het college de mogelijkheid om in situaties waarbij ontwikkelingen vanuit maatschappelijk oogpunt wenselijk worden geacht, maar door toepassing van de parkeernormensystematiek deze ontwikkelingen financieel onhaalbaar worden, een ontheffing van de parkeereis te verlenen. In deze gevallen wordt het conform de normering benodigde aantal parkeerplaatsen niet te worden gerealiseerd en hoeft geen afkoopsom te worden voldaan. Vooropgesteld moet worden dat uiterst voorzichtig omgegaan moet worden met deze oplossing, teneinde de regulerende werking van de parkeernormensystematiek niet te verstoren. Een dergelijke verstoring zou er immers toe leiden dat de reeds bestaande parkeerdruk op het bestaande areaal aan parkeervoorzieningen verder toeneemt. Voor de volgende gevallen wordt standaard een ontheffing verleend: de realisatie van studentenhuisvesting/kamerverhuur in de centra van Sittard en Geleen, de realisatie van ontwikkelingen in de centra van Sittard en Geleen, die passen binnen het kader van het project Wonen boven Winkels, specifieke kleinere verbouwplannen in de centra. de realisatie van ontwikkelingen voor en door huisgebonden beroepen en bedrijven. Ad a: Voor studentenhuisvesting/kamerverhuur binnen de centra bestaat vanwege de ontheffing geen verplichting voor de aanleg van parkeervoorzieningen. Het toekennen van een ontheffing zal naar verwachting slechts een beperkt effect op de parkeerdruk van de huidige parkeervoorzieningen opleveren. Ad b: Met het project Wonen boven Winkels wordt beoogd om de leefbaarheid van de centra van Sittard en Geleen te vergroten. De toepassing van de parkeernormensystematiek wordt ondergeschikt geacht aan deze doelstelling. Het betreft hier woonfuncties boven winkels en overige categorieën. Ad c: In de centra van Sittard en Geleen loopt het winkelaanbod gestaag terug. Deze ontwikkeling is ongewenst, met het oog op vergroting van de leefbaarheid en economische vitaliteit van de centra. Tevens blijken kleinschalige verbouwingplannen en/of uitbreidingen waarbij conform de systematiek voldaan moet worden aan de parkeereis regelmatig financiële onuitvoerbaar te worden. Bij verbouw- en/of uitbreidingsontwikkelingen in het centrumgebied, die een parkeerbehoefte van maximaal 10 parkeerplaatsen hebben, hoeft voor de ontheffingverlening niet te worden voldaan aan de parkeereis. Dit betreft zowel de ontwikkeling van winkels als van andere functies. Bij ontwikkelingen, die een parkeerbehoefte van meer dan 10 parkeerplaatsen hebben, dient voor de ontheffingverlening alleen voldaan te worden aan de parkeereis, voor zover die het aantal van 10 parkeerplaatsen overstijgt. Ad d: Ter stimulering van (het opstarten van) zelfstandige ondernemingen worden woninggebonden ontwikkelingen ten behoeve van de onderneming tot een grootte van maximaal 30 m2 BVO vrijgesteld van de parkeereis. Dit geldt alleen voor ontwikkelingen, waarbij in de huidige situatie het object uitsluitend de functie ‘wonen’ heeft. Er dient wel voorzien te worden in de huidige parkeerbehoefte, tenzij daarin in de huidige situatie al niet voorzien wordt. De gemeente zal periodiek parkeerdrukmetingen uitvoeren in de centra en de schilgebieden. De resultaten van deze metingen kunnen aanleiding zijn tot het wijzigen van de specifieke ontheffingen. Als uit de metingen blijkt dat de parkeerdruk in (delen van) de centra of de schillen boven de 80% komt, dan is dat aanleiding om bestaande ontheffingen opnieuw in overweging te nemen. Artikel 5 HardheidsclausuleIn die gevallen waarin toepassing van deze beleidsregels tot een bijzondere hardheid leidt, kan ten gunste van de aanvrager afgeweken worden van deze beleidsregels. Bijlage8: Voorbeeld parkeerovereenkomsten Concept parkeerovereenkomst in het geval van afkoopregeling: Gebruik restcapaciteit openbare weg.
  3. Gericht op het scheppen van voorwaarden, waaronder de gemeente Sittard-Geleen ontheffing kan verlenen van de parkeereis als bedoeld in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening, zulks in verband met de bouw/verbouwing/ uitbreiding van het _______________; hierna te noemen: ________________-
  4. De gemeente Sittard-Geleen, ten deze in gevolge van artikel 171 van de Gemeentewet vertegenwoordigd door de burgemeester, drs. G.J.M. Cox hierna te noemen: de gemeente- overwegende, Dat ___aanvraag voor het verlenen van een vergunning voor het bouwen, verbouwen en/of uitbreiden van ___, plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend ___, sectie ___I , nr .___heeft ingediend; Dat op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening in voldoende mate aan de te verwachten behoefte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen op meer dan twee wielen - indien de omvang of de bestemming van een gebouw daar toe aanleiding geeft - moet zijn voorzien in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende onbebouwd blijvende terrein; Dat toepassing van de gehanteerde parkeernorm op het door ___ ingediende bouwplan leidt tot de eis van een te scheppen parkeergelegenheid ter grootte van __ parkeerplaatsen; Dat door het ontbreken aan mogelijkheden ___niet aan die eis kan voldoen; - Dat de gemeente op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening van de Bouwverordening echter van die eis ontheffing kan verlenen; Dat de gemeente bereid is die ontheffing te verlenen mits er omstandigheden worden geschapen waaronder die ontheffing zonder schade aan de door de gemeente te behartigen belangen kan worden verleend; Dat immers het verlenen van ontheffing zonder voorwaarden - waarvan het gevolg zal zijn dat door ___ geen of ontoereikende voorzieningen getroffen zullen worden, op of onder het eigen gebouw dan wel op of onder het daarbij behorende onbebouwd blijvende terrein en ___niet bijdraagt in voorzieningen van andere aard - niet in aanmerking komt, omdat een toename van de behoefte aan parkeergelegenheid niet aanvaardbaar is voor de gemeente, tenzij de mogelijkheid wordt geopend de parkeerproblemen te ondervangen die het te verwachten gevolg zijn van de uitbreiding van de bebouwing volgens het ingediende bouwplan, dat niet voldoet aan de parkeereis gesteld in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening; komen overeen als volgt: Artikel 1___verplicht zich de gemeente in staat te stellen in de door de bouw/verbouwing/uitbreiding van ___, plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend ___, sectie ___I, nr. ___ te verwachten parkeerbehoefte te voorzien door betaling van een bedrag ter groot te van € …, zijnde het verschuldigde bedrag voor het gebruik van …. . openbare parkeerplaatsen. Artikel 2De gemeente aanvaardt de in artikel 1 genoemde geldsom en verplicht zich om het bedrag in te zetten voor het beheer en onderhoud van de openbare parkeerplaatsen, dat toeneemt doordat de parkeerbehoefte van ___ wordt afgewenteld in de openbare ruimte. Artikel 3Aan de in artikel 2 genoemde verplichting is voldaan als de openbare weg is opgenomen in het wegbeheerprogramma van de gemeente Sittard-Geleen. Vervolgens kan ___ geen aanspraak maken op terugvordering (van een deel) van de betaalde geldsom. Artikel 4Door de betaling van de in artikel 1 vermelde geldsom door ___ en aanvaarding van dat bedrag door de gemeente met het oogmerk deze geldsom te besteden op de wijze als in artikel 2 omschreven, zijn de omstandigheden geschapen waaronder het daartoe bevoegde orgaan van de gemeente ontheffing kan verlenen als bedoeld in artikel 2.5.30 lid 4 van de Bouwverordening met betrekking tot het plan voor het verbouwen en uitbreiden van ___, plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend kern ___, sectie ___I, nr . ___. Artikel 5___doet voor nu en voor de toekomst afstand van iedere aanspraak op het uitsluitend gebruik van de door de gemeente aangelegde parkeerplaatsen dan wel reeds aanwezige (openbare) parkeerplaatsen. Artikel 6De in artikel 1 genoemde geldsom moet door ___binnen ___ dagen na de datum van ondertekening van deze overeenkomst worden gestort op bankrekeningnummer *** ten name van de gemeente Sittard-Geleen. Artikel 7Deze overeenkomst wordt als ontbonden beschouwd indien de in artikel 4 bedoelde vergunning om wat voor reden dan ook door de gemeente niet wordt verleend. In dat geval zal het reeds ontvangen bedrag, als bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst, aan ___worden gerestitueerd. Artikel 8Partijen doen over een weer afstand van het recht om zich op de in het Burgerlijk Wetboek opgenomen gronden ontbinding van de koop en levering te beroepen. Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Sittard-Geleen op _________ Gemeente Sittard-Geleen naam/organisatie drs. G.J.M. Cox dhr/mevr ………………. Burgemeester functie ………………….. Concept parkeerovereenkomst in het geval van afkoopregeling: Uitbreiding capaciteit openbare weg.
  5. Gericht op het scheppen van voorwaarden, waaronder de gemeente Sittard-Geleen ontheffing kan verlenen van de parkeereis als bedoeld in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening, zulks in verband met de bouw/verbouwing/ uitbreiding van het _______________; hierna te noemen: ________________-
  6. De gemeente Sittard-Geleen, ten deze in gevolge van artikel 171 van de Gemeentewet vertegenwoordigd door de burgemeester, drs. G.J.M. Cox hierna te noemen: de gemeente- overwegende, Dat ___aanvraag voor het verlenen van een vergunning voor het verbouwen en uitbreiden van ___, plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend ___, sectie ___I , nr .___heeft ingediend; Dat op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening in voldoende mate aan de te verwachten behoefte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen op meer dan twee wielen - indien de omvang of de bestemming van een gebouw daar toe aanleiding geeft - moet zijn voorzien in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende onbebouwd blijvende terrein; Dat toepassing van de gehanteerde parkeernorm op het door ___ ingediende bouwplan leidt tot de eis van een te scheppen parkeergelegenheid ter grootte van __ parkeerplaatsen; Dat door het ontbreken aan mogelijkheden ___niet aan die eis kan voldoen; - Dat de gemeente op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening van de Bouwverordening echter van die eis ontheffing kan verlenen; Dat de gemeente bereid is die ontheffing te verlenen mits er omstandigheden worden geschapen waaronder die ontheffing zonder schade aan de door de gemeente te behartigen belangen kan worden verleend; Dat immers het verlenen van ontheffing zonder voorwaarden - waarvan het gevolg zal zijn dat door ___ geen of ontoereikende voorzieningen getroffen zullen worden, op of onder het eigen gebouw dan wel op of onder het daarbij behorende onbebouwd blijvende terrein en ___niet bijdraagt in voorzieningen van andere aard - niet in aanmerking komt, omdat een toename van de behoefte aan parkeergelegenheid niet aanvaardbaar is voor de gemeente, tenzij de mogelijkheid wordt geopend de parkeerproblemen te ondervangen die het te verwachten gevolg zijn van de uitbreiding van de bebouwing volgens het ingediende bouwplan, dat niet voldoet aan de parkeereis gesteld in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening; komen overeen als volgt: Artikel 1___verplicht zich de gemeente in staat te stellen in de door de bouw/verbouwing/uitbreiding van ___, plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend ___, sectie ___I, nr. ___ te verwachten parkeerbehoefte te voorzien door betaling van een bedrag ter groot te van € … inclusief BTW, zijnde het verschuldigde bedrag voor het aanleggen van …. . openbare parkeerplaatsen. Artikel 2De gemeente aanvaardt de in artikel 1 genoemde geldsom en verplicht zich om voor het centrumgebied binnen 10 jaar na dagtekening van deze overeenkomst en voor schil/overloopgebied en rest bebouwde kom binnen 2 jaar na dagtekening van deze overeenkomst, binnen een straal van 150 m, met genoemd perceel als middelpunt, het in artikel 1 genoemde aantal openbare parkeerplaatsen aan te leggen. Indien de gemeente deze openbare parkeerplaatsen, of een gedeelte daarvan, niet binnen de hierboven gestelde termijn na dagtekening van deze overeenkomst heeft gerealiseerd, is ___ gerechtigd een evenredig deel van de betaalde geldsom terug te vorderen met verrekening van de wettelijke rente per jaar over het teruggevorderde bedrag. Artikel 3Door de betaling van de in artikel 1 vermelde geldsom door ___ en aanvaarding van dat bedrag door de gemeente met het oogmerk deze geldsom te besteden op de wijze als in artikel 2 omschreven, zijn de omstandigheden geschapen waaronder het daartoe bevoegde orgaan van de gemeente ontheffing kan verlenen als bedoeld in artikel 2.5.30 lid 4 van de Bouwverordening met betrekking tot het plan voor het verbouwen en uitbreiden van ___, plaatselijk bekend ___, kadastraal bekend kern ___, sectie ___I, nr . ___. Artikel 4___doet voor nu en voor de toekomst afstand van iedere aanspraak op het uitsluitend gebruik van de door de gemeente aangelegde parkeerplaatsen dan wel reeds aanwezige (openbare) parkeerplaatsen. Artikel 5De in artikel 1 genoemde geldsom moet door ___binnen ___ dagen na de datum van ondertekening van deze overeenkomst worden gestort op bankrekeningnummer *** ten name van de gemeente Sittard-Geleen. Artikel 6Deze overeenkomst wordt als ontbonden beschouwd indien de in artikel 4 bedoelde vergunning om wat voor reden dan ook door de gemeente niet wordt verleend. In dat geval zal het reeds ontvangen bedrag, als bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst, aan ___worden gerestitueerd. Artikel 7Partijen doen over een weer afstand van het recht om zich op de in het Burgerlijk Wetboek opgenomen gronden ontbinding van de koop en levering te beroepen. Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Sittard-Geleen op _________ Gemeente Sittard-Geleen naam/organisatie drs. G.J.M. Cox dhr/mevr ………………. Burgemeester functie ………………….. Bijlage9: Parkeerfondsverordening Concept Parkeerfondsverordening gemeente Sittard-GeleenArtikel
  7. AlgemeenDoor de gemeente Sittard-Geleen wordt een voorziening geadministreerd onder de naam Parkeerfonds. Uitgangspunt van het parkeerbeleid van de gemeente Sittard-Geleen is dat nieuwe ontwikkelingen in de eigen parkeerbehoefte dienen te voorzien. Het Parkeerfonds is het instrument hiertoe en heeft tot doel om te zorgen voor voldoende parkeerplaatsen, ook als dit binnen een bouwplan niet past. Bij bouwplannen of wijzigingen van de bestemming worden initiatiefnemers geacht om op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen te realiseren. Indien hieraan niet kan worden voldaan, kan onder voorwaarden een algemene ontheffing worden verleend. Aan deze algemene ontheffing is een financiële verplichting gekoppeld, de zogenaamde afkoopregeling. Met deze financiële verplichting wordt de gemeente Sittard-Geleen in staat gesteld alsnog het benodigde aantal parkeerplaatsen op een alternatieve locatie te realiseren dan wel in stand houden. Artikel
  8. Toepassingsbereik ParkeerfondsHet Parkeerfonds geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Sittard-Geleen. Artikel
  9. Beheer van het ParkeerfondsDe gelden van het Parkeerfonds worden door het College beheerd. Het is uitsluitend aan het College om besluiten te nemen over het doen van uitgaven uit het Parkeerfonds in het kader van: Het nakomen van op de gemeente Sittard-Geleen rustende verplichtingen welke voortvloeien uit de met de gemeente Sittard-Geleen gesloten overeenkomsten met betrekking tot het voorzien in parkeergelegenheid zoals bedoeld in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Sittard-Geleen; Het College neemt bij de te nemen beslissingen de in de volgende artikelen geformuleerde regels in acht. Artikel
  10. Inkomsten van het ParkeerfondsHet Parkeerfonds bevat de volgende gelden en inkomsten: Gelden welke zijn betaald op grond van een met de gemeente Sittard-Geleen gesloten afkoopovereenkomst parkeerplaatsen met betrekking tot het voorzien in parkeergelegenheid zoals bedoeld in artikel 2.5.30 (lid 4a) van de Bouwverordening gemeente Sittard-Geleen. Overige gelden die bij besluit van het College uitdrukkelijk zijn of worden bestemd voor storting in het Parkeerfonds, zoals civieltechnische maatregelen die zijn bedoeld om de negatieve effecten, van de extra (boven de min. norm) aangelegde parkeerplaatsen, op de doorstroming of leefbaarheid te verminderen of te compenseren. Artikel
  11. Bijdragen aan het ParkeerfondsHet College kan bij openbaar te maken besluit, nadere regels vaststellen omtrent de berekening van het aantal parkeerplaatsen, waarvoor een storting in het Parkeerfonds verschuldigd. De tarieven voor de stortingen in het Parkeerfonds bedragen per parkeerplaats (prijspeil 2012): Zone: Type bijdrage: Centrumgebied: Schilgebied: Rest van de gemeente: Afkoopovereenkomst € 20.000,- € 15.000,- € 5.000,- Het College draagt zorg voor de jaarlijkse indexering op basis van CBS consumentenindexcijfer van de onder het tweede lid van dit artikel opgenomen tarieven, met ingang van 1 januari
  12. Artikel
  13. Uitgaven ten laste van het ParkeerfondsTen laste van het Parkeerfonds kunnen uitgaven worden gedaan ten behoeve van de nakoming van de op de gemeente Sittard-Geleen rustende verplichtingen welke voortvloeien uit de onder artikel 4, sub 1 bedoelde overeenkomsten. Hiervoor geldt de beperking dat hiervoor alleen gelden mogen worden ingezet welke zijn ingebracht in het Parkeerfonds op basis van artikel 4 sub
  14. Ten laste van het Parkeerfonds kunnen uitgaven worden gedaan welke kunnen bijdragen aan het optimaliseren van de benutting van de openbare parkeercapaciteit. Hiervoor geldt de beperking dat hiervoor alleen gelden mogen worden ingezet welke zijn ingebracht in het Parkeerfonds op basis van artikel 4 sub
  15. Ten laste van het Parkeerfonds kunnen uitgaven worden gedaan welke kunnen bijdragen aan het terugdringen van negatieve effecten als gevolg van de realisatie van grotere parkeercapaciteit dan vereist volgens de minimale norm. Hiervoor geldt de beperking dat hiervoor alleen gelden mogen worden ingezet welke zijn ingebracht in het Parkeerfonds op basis van artikel 4 sub
  16. Artikel
  17. Administratieve bepalingenHet team Vergunningen van de afdeling Dienstverlening van de gemeente Sittard-Geleen draagt zorg voor een zorgvuldig beheer van de in het Parkeerfonds gestorte gelden. Het team Vergunningen houdt een overzicht bij van alle ontvangsten en uitgaven van het Parkeerfonds. Elke uitgave van het overzicht bevat de mutaties die hebben plaatsgevonden sinds het opmaken en verstrekken van het voorgaande overzicht. Verantwoording zal plaatsvinden via de reguliere P&C cyclus. Artikel
  18. Wijzigen of opheffen van het ParkeerfondsAlleen de gemeenteraad kan besluiten tot het wijzigen of opheffen van het Parkeerfonds en de daarvan integraal deel uitmakende onderdelen. De gemeenteraad kan slechts tot opheffing overgaan indien alle verplichtingen uit de gesloten overeenkomsten zijn nagekomen. Indien artikel 8, lid 2 niet het geval is, vindt afwikkeling van de gelden plaats op voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders. Indien na afwikkeling van de verplichtingen uit de gesloten overeenkomsten nog enig batig saldo mocht resteren, zal dit worden overgeboekt naar de algemene middelen van de gemeente Sittard-Geleen. Artikel
  19. Inwerkingtreding en citeertitelDeze verordening treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking. Deze verordening kan worden aangehaald als “Parkeerfondsverordening”. Bijlage10: Tarieven afkoopregelingen vergelijkbare gemeenten Tarieven afkoopregelingen andere gemeentenVerzameling voorhanden gegevens Valkenburg: Centrum: 20.000,- bij aanleggen door gemeente 10.000,- bij gebruik restcapaciteit Buiten Centrum 1.750,- bij gebruik restcapaciteit 3.500,- bij aanleg door gemeente Venray: Het in te vullen bedrag is afhankelijk van de ligging van het project. Hiervoor gelden de volgende gebieden en bedragen: centrumgebied € 10.000,- gebieden rondom het centrum € 5.000,- locaties in het overige gebieden € 2.500,- Eindhoven: Artikel
  20. Hoogte bijdrage afkoopsommen niet op eigen terrein gerealiseerde voorzieningen aan het parkeerfonds: Het aantal parkeerplaatsen waarvoor een storting in het parkeerfonds (voorziening parkeren) verschuldigd is wordt bepaald door het aantal op eigen terrein gerealiseerde of nog te realiseren parkeerplaatsen in mindering te brengen op de volgens de geldende parkeernormen vastgestelde totale hoeveelheid voor het bouwplan te realiseren parkeerplaatsen (de parkeereis). Voor de storting in het parkeerfonds kan alleen in bijzondere gevallen vrijstelling worden verleend door het College van Burgemeester en Wethouders. In de onderstaande tabel zijn de tarieven voor de stortingen in het parkeerfonds opgenomen (prijspeil 2008). Gebruikersdeel Bezoekersdeel Centrum € 20.000,- € 10.000,- Schilwijk € 15.000,- € 10.000,- Rest € 10.000,- € 10.000,- Kosten parkeerplaatsenDe hoogte van de afkoopsom is gebaseerd op de feitelijke realisatiekosten van parkeerplaatsen. Die hangen onder andere samen met het soort voorziening: Parkeerplaats op straat / maaiveld € 2.500,-- à € 3.000,-- Parkeerplaats in gebouw met natuurlijke ventilatie € 20.000,-- à € 25.000,-- Parkeerplaats in gebouw met mechanische ventilatie ca € 35.000,-- De hoogte van de afkoopsom per stedelijkheidszone (centra, schil, rest bebouwde kom) hangt samen met het gemiddelde aandeel van de parkeerplaatsen per soort voorzieningen en de grondprijs: in het centrum dienen relatief veel parkeerplaatsen in parkeerkelders (gebouw met mechanische ventilatie) gerealiseerd te worden en is tevens de grondprijs hoger dan elders in de gemeente.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.