Financiële verordening gemeente Leudal 20101.Inleidende bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: eenheid: organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een rechtstreekse verantwoordelijkheid aan de gemeentesecretaris. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Leudal en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Leudal, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. financieel beheer: het uitoefenen van beheer over en toezicht op het beheer van middelen. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving. doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. significante afwijking: een afwijking van 10% of meer met een minimum van € 50.000,= op de raming van een product of investeringskrediet. programma: een planning voor de uitvoering van beleid op een bepaald gebied en de in dat kader te leveren prestaties en producten, met bijbehorende budgetten. Begroting en verantwoording Artikel 2 Programmabegroting 1.De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de komende raadsperiode vast. 2.De raad stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten. Wat willen we bereiken de te leveren goederen en diensten. Wat gaan we er voor doen de baten en lasten. Wat mag het kosten 3.De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode op basis van de door het college van Burgemeester en Wethouders aan de programma’s toegewezen producten de onderverdeling van de programma’s vast. 4.Het college van Burgemeester en Wethouders stelt per programma relevante indicatoren voor met betrekking tot het meten van en het afleggen van verantwoording over de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten. 5.De raad stelt, op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders, per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentebeleid. Artikel 2a Planning en Controlcyclus Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college van Burgemeester en Wethouders een overzicht aan met daarin in elk geval de data voor het aanbieden door het college van Burgemeester en Wethouders en het vaststellen door de raad van de jaarstukken, de kadernota, de tussentijdse rapportages en de programmabegroting met de meerjarenraming. Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken 1.Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten weergegeven. 2.Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3.In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. 4.De ramingen van onderhoudsbudgetten in de begroting worden gebaseerd op de meerjarige onderhoudsplannen, zoals die door de raad zijn vastgesteld. 5.In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten worden een aantal paragrafen genoemd waarover verplicht gerapporteerd dient te worden in begroting en jaarrekening: Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicomanagement Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Subsidies 6.De inhoud van de paragrafen is beschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. Rapportage kan geschieden door verwijzing naar actuele nota’s op dit gebied, aangevuld met op het moment relevante informatie. Artikel 4 Begroting en investeringskredieten. 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. 2.Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.Voor de vervanging van bedrijfsmiddelen wordt een vervangingsplan opgesteld, waarbij vervanging plaatsvindt zodra het bedrijfsmiddel economisch is afgeschreven. De raad stelt het vervangingsplan vast. Voor vervanging conform het vervangingsplan is geen aparte investeringsaanvraag noodzakelijk. 4.Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college van Burgemeester en Wethouders voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten en investeringskredieten en bijstelling van beleid. 5.Indien het college van Burgemeester en Wethouders voorziet, dat er op een geautoriseerd budget of investeringskrediet een significante afwijking dreigt op te treden, wordt dit door het college van Burgemeester en Wethouders tussentijds aan de raad gemeld. Het college van Burgemeester en Wethouders voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 6.Voor uitgaven in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen en hoger dan 50.000 euro, legt het college van Burgemeester en Wethouders vooraf aan het aangaan van verplichtingen aan de raad een investeringsvoorstel voor en een voorstel voor het autoriseren van een budget hiervoor. 7.Ter voorbereiding op in de meerjarenbegroting opgenomen investeringen kan het college van Burgemeester en Wethouders een voorbereidingskrediet toestaan tot maximaal 10 % van het investeringsbedrag. Dit bedrag blijft onderdeel van het totale investeringsbedrag. Indien de investering niet tot invulling komt, komen de kosten van het voorbereidingskrediet ten laste van de exploitatie. Artikel 5 Tussentijdse rapportage. 1.Het college van Burgemeester en Wethouders informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente conform de planning van de Planning en Controlcyclus. 2.De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht van baten en lasten met de bijgestelde raming van: de baten en lasten per programma. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. het resultaat voor bestemming volgende uit de onderdelen a en b de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d de stand van zaken met betrekking tot de investeringskredieten. 3.In de tussentijdse rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van: inkomsten uit de Algemene Uitkering resultaten uit de grondexploitatie 4.In de tussenrapportages worden afwijkingen groter of gelijk aan 10% én afwijkingen groter of gelijk aan € 25.000,= op de oorspronkelijke ramingen van baten en lasten van producten en investeringskredieten in de begroting toegelicht. 5.Onverwachte en significante afwijkingen in positieve of negatieve zin worden in de eerstvolgende raadsvergadering ter kennis en besluitvorming van de raad gebracht. 3.Financieel Beleid Artikel 6 Waardering en afschrijving vaste activa. 1.Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief, het saldo van agio en disagio kunnen lineair in 5 jaar afgeschreven worden. 2.Kosten voor het afsluiten van geldleningen komen direct ten laste van de exploitatie. 3.Overige zaken aangaande waardering en afschrijving vaste activa zijn opgenomen in de nota Activabeleid. Artikel 6a. Voorziening voor oninbare vorderingen 1.Voor openstaande vorderingen betreffende onroerende zaakbelasting gebruikers niet-woningen onroerend zaakbelasting eigenaren precariobelasting hondenbelasting baatbelasting rioolheffing toeristenbelasting diverse leges en afvalstoffenheffing, wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Hiervoor wordt een vast bedrag van € 25.000 in de voorziening dubieuze debiteuren opgenomen. Periodiek vindt ambtelijk een analyse plaats om de toereikendheid van dit bedrag te toetsen. 2.Voor oninbare vorderingen verband houdend met sociale uitkeringen wordt een voorziening wegens oninbaarheid aangehouden. 3.Voor overige openstaande vorderingen wordt een voorziening voor oninbare vorderingen in stand gehouden. 4.De hoogte van de voorzieningen voor oninbare vorderingen wordt minimaal 1x per jaar beoordeeld bij het opmaken van de jaarrekening. Artikel 6b. Reserves en voorzieningen 1.Jaarlijks worden de reserves en voorzieningen van de gemeente Leudal geactualiseerd bij de vaststelling van de jaarrekening 2.Het college van Burgemeester en Wethouders biedt de raad eenmaal in de raadsperiode een nota reserves en voorzieningen aan. De raad stelt de nota vast. De nota behandelt : de vorming en besteding van reserves de vorming en besteding voorzieningen de toerekening en verwerking van rente over de reserves en voorzieningen. 3.Instelling van reserves geschiedt onder de volgende voorwaarden: In het raadsbesluit waarbij de reserve wordt ingesteld zal aangegeven moeten worden: het doel voor de instelling van een reserve; het motief voor de instelling van een reserve; de wijze waarop de reserve wordt gevormd; de minimum hoogte van een reserve; de maximale hoogte van een reserve; de bestedingsraming voor de komende jaren van een reserve; de bestemming van de bespaarde rente inzake de reserves; 4.Overige voorwaarden en verplichtingen met betrekking tot reserves en voorzieningen zijn gedefinieerd in de nota Reserves en voorzieningen. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.