← Nederland

Planologisch beleid ‘kruimelgevallen’ Gemeente Delfzijl (Delfzijl)

Beleidsregels Artikel1Algemene afwegingscriteria Bij alle verzoeken om afwijking vindt een afweging plaats op milieukundig, functioneel en ruimtelijk gebied. Daarbij gelden de hierna volgende algemene

Artikel 4

, lid 1, onder a van bijlage II Bor: een bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom, komt in aanmerking voor afwijking van het bestemmingsplan als bedoelt in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo. Verder zijn geen beperkingen ten aanzien van bijvoorbeeld de toegestane hoogte of oppervlakte opgenomen. B. Gemeentelijk beleid In overeenstemming met de bebouwingsregels, zoals deze zijn opgenomen in de diverse bestemmingsplannen voor de kernen, worden de afwijkingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken beperkt: Voorwaarden: de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 m, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is; bijbehorende bouwwerken, indien gelegen aan een openbare weg, groen, of water, dienen op minimaal 1 meter uit de achterste perceelgrens te worden gebouwd, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande bijbehorend bouwwerk tot de achterste perceelsgrens indien deze minder dan 1 meter bedraagt; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 70 m2bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte groter is. De gezamelijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw,tenzij de noodzaak voor een groter bijbehorend bouwwerk wordt aangetoond; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). B1.Bepalingen mantelzorg Indien bovenstaande afwijkingsmogelijkheid voor bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor het realiseren van een voorziening ten behoeve van mantelzorg of aangepast wonen, gelden de volgende voorwaarden: de hier boven opgenomen bepalingen ten aanzien van de plaatsing en afmetingen gelden onverkort; er is een medische indicatie voor de noodzaak van mantelzorg en/of Wmo; mantelzorg of aangepast wonen ten behoeve van de bewoner mag, behalve in de vorm van inwoning, alleen plaatsvinden binnen een onzelfstandige woonruimte, zijnde binnen een bijbehorend bouwwerk; de mantelzorg/Wmo-voorziening dient in de nabijheid van het hoofdgebouw te zijn gelegen; er mag geen eigen opgang worden gemaakt; er worden geen extra uitritten toegestaan; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; gas-, water-, electriciteitsleiding en rioolafvoer worden aangetakt op de woning; er wordt geen apart huisnummer toegestaan; na beëindiging van de mantelzorgsituatie dienen de aangebrachte woonvoorzieningen te worden verwijderd, dan wel dient de woonunit verwijderd te worden en dient het maximale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken overeenkomstig datgene te zijn wat mogelijk is volgens het geldende bestemmingsplan, dan wel via een afwijking als hier boven beschreven mogelijk is; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). C.Toelichting De afwijkingsmogelijkheid voor bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom is onbeperkt. Vandaar dat aansluiting is gezocht met de regeling die in de bestemmingsplannen in Delfzijl is opgenomen. De vigerende bestemmingsplannen kennen een specifieke regeling voor bijbehorende bouwwerken die, naast het vergunningsvrije deel, bij recht of middels een binnenplanse afwijking ruimte geven om te voorzien in uitbreiding met een bijbehorend bouwwerk. In zeer uitzonderlijke gevallen kan gemotiveerd worden afgeweken van de beperking van de oppervlakte. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als er sprake is van een zeer klein hoofdgebouw. Omdat de totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken niet groter mag zijn dan de oppervlakte van het hoofdgebouw, kan dit tot onwenselijke situaties leiden. Bij een afwijking van het bestemmingsplan voor een bijbehorend bouwwerk t.b.v. een ander gebruik dan het bestemmingsplan toestaat (bijvoorbeeld bij mantelzorg) dient tevens een afwijking voor het gebruik van het bouwwerk te worden aangevraagd/verleend. Voor het mogelijk maken van mantelzorg in bijbehorende bouwwerken zijn extra bepalingen opgenomen, omdat er een groot risico is dat er een tweede woning ontstaat. De bepalingen gelden in beginsel altijd als er sprake is van mantelzorg, ook voor het buitengebied. Tenzij er sprake is van inwoning. Bij inwoning vindt de zorg plaats binnen het huishouden en er worden geen aanpassingen aan de woning verricht waardoor een tweede zelfstandige woonruimte kan ontstaan. Artikel5:Een bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom A.

Artikel 4

, lid 1 onder b, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking een bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m2, en het bouwen niet tot gevolg heeft dat het aansluitend terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd dan wel dat de oppervlakte die op grond van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor bebouwing in aanmerking komt voor meer dan 50% wordt overschreden. B.Gemeentelijk beleid Voorwaarden: het gaat niet om agrarische bedrijfsgebouwen; de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 150 m2 bedragen; het bouwen bij een (bedrijfs)woning in het buitengebied mag niet tot gevolg hebben dat de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing meer dan 300 m2 bedraagt; de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken zal per bedrijfswoning ten hoogste de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen; de bijbehorende bouwwerken zullen tenminste 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; de bijbehorende bouwwerken zullen geheel binnen een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd; voor bijbehorende bouwwerken geldt; een maximale goothoogte van 3,5 m, een maximale bouw hoogte van 5 m; een dakhelling van maximaal 60º; het bouwen mag niet tot gevolg hebben dat het aansluitend terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd dan wel dat de oppervlakte die op grond van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor bebouwing in aanmerking komt voor meer dan 50% wordt overschreden; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). C.Toelichting Voor wat betreft het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan buiten de bebouwde kom voor bijbehorende bouwwerken bestaat geen noodzaak voor extra ruimte voor agrarische bedrijfsbebouwing. Deze bedrijven hebben reeds een aanzienlijk bouwperceel verkregen bij recht of middels een binnenplanse afwijking. Voor de overige bestemmingen kent het bestemmingsplan een specifieke regeling voor bijbehorende bouwwerken die, naast het vergunningsvrije deel, bij recht of middels een binnenplanse afwijking ruimte geeft om te voorzien in uitbreiding met een bijbehorend bouwwerk. Middels voorliggend beleid kan, onder voorwaarden, meer ruimte worden geboden voor bijbehorende bouwwerken. Artikel6:Een gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen A.

Artikel 4

, lid 2, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking een gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, bijlage II Bor, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m²; B.Gemeentelijk beleid Voorwaarden: het gebouw dient niet hoger te zijn dan 5 m, en; de oppervlakte van het gebouw dient niet groter te zijn dan 50 m2; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). C.Toelichting De gemeente neemt de wettelijke mogelijkheden voor afwijking van het bestemmingsplan over. De gebouwen die onder de werking van dit artikel vallen dienen een algemeen belang. Belangen van derden zullen niet snel onevenredig worden geschaad bij het afwijken t.b.v. deze bouwwerken onder genoemde restrictieve wettelijke eisen. Er dient echter altijd getoetst te worden aan de algemene afwegingscriteria. Bouwwerken voor infrastructuur en openbare voorzieningen tot 3 m hoogte en 15 m² kunnen in veel gevallen vergunningvrij worden opgericht. Artikel7:Bouwwerk, geen gebouw zijnde A.

Artikel 4

, lid 3, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 10 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m²; B.Gemeentelijk beleid Voorwaarden algemeen: voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 m en buiten de bebouwde kom niet meer dan 5 m mag bedragen; met dien verstande dat de bouwhoogte van reclame-uitingen niet meer dan 6 meter mag bedragen; de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten niet meer dan 5 meter mag bedragen; de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt. de oppervlakte mag niet meer dan 50 m2 bedragen; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels); Voorwaarden voor overkappingen binnen de bebouwde kom: de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 m, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is; overkappingen, indien gelegen aan een openbare weg, groen, of water, dienen op minimaal 1 meter uit de achterste perceelgrens te worden gebouwd, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande bijbehorend bouwwerk tot de achterste perceelsgrens indien deze minder dan 1 meter bedraagt; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt; de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt; Voorwaarden voor overkappingen buiten de bebouwde kom: overkappingen zullen tenminste 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; overkappingen zullen geheel binnen een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd; de maximale goothoogte bedraagt 3,5 m, de maximale bouwhoogte 5 m; de dakhelling maximaal 60º; het bouwen mag niet tot gevolg hebben dat het aansluitend terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd dan wel dat de oppervlakte die op grond van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor bebouwing in aanmerking komt voor meer dan 50% wordt overschreden. C.Toelichting Bovenstaande bevoegdheid wordt veelal toegepast bij overkappingen bij woningen. Een overkapping dient te voldoen aan de voorschriften voor bijbehorende bouwwerken genoemd in artikel 2, of in voorkomend geval artikel 3 van deze beleidsregels. Vandaar dat hiervoor uitgebreidere regels zijn opgenomen. In zijn algemeenheid speelt de omgeving een belangrijke rol. Artikel8:Dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding A.

Artikel 4

, lid 4, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw. B. Gemeentelijk beleid Voorwaarden: Er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). C. Toelichting De gemeente neemt de wettelijke mogelijkheden voor afwijking van het bestemmingsplan over. Van bovenstaande afwijkingsbevoegdheid wordt sporadisch gebruik gemaakt. De omgeving speelt een belangrijke rol. Er bestaat geen noodzaak om een nadere beleidsregel te formuleren. Artikel9:Antenne-installatie A.

Artikel 4

, lid 5, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking een antenne-installatie, mits wordt voldaan aan de eis: niet hoger dan 40 m. B.Gemeentelijk beleid Voorwaarden: nieuwe antenne-installaties moeten op bestaande masten worden geplaatst (site-sharing); indien site-sharing niet mogelijk is, dient dit door de aanvrager/operator te worden onderbouwd. In dat geval moet worden beoordeeld of de volgende situatie van toepassing is: kunnen de antenne-installaties op bestaande bouwwerken, zoals windmolens, hoogspanningsmasten, gebouwen worden geplaatst? Ook de bestaande sirenemasten bieden mogelijkheden; uitsluitend indien het voorgaande, door de aanvrager/operator nader gemotiveerd, niet mogelijk is, kan het plaatsen van een nieuwe antennemast worden overwogen. Hierbij gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: een antennemast mag niet hoger zijn dan 40 m; aangetoond moet worden dat de gevraagde locatie het meest effectief is in verband met dekking en capaciteit. Dit om te voorkomen dat het plaatsingsverzoek het gevolg is van een weigering in een aangrenzende gemeente; een antennemast dient in het stedelijk gebied te worden geplaatst. Daarbij gaat: de eerste voorkeur uit naar bedrijfsterreinen; de tweede voorkeur uit naar plaatsing nabij verticale elementen. In een beschermd dorpsgezicht is plaatsing van een antennemast uitgesloten; indien de aanvrager/operator aantoont dat plaatsing in het stedelijk gebied niet mogelijk is en uiteindelijk plaatsing van de antennemast toch in het landelijk gebied dient plaats te vinden, dan gelden de volgende voorwaarden: een antennemast mag niet in (grootschalig) open gebied of in natuurgebied worden opgericht; bij de plaatsing wordt aangesloten bij bestaande hoge elementen, zoals gebouwen, torens, torensilo’s of masten; een antennemast dient bij voorkeur te worden gesitueerd in de directe nabijheid van infrastructuur (bijvoorbeeld bij knooppunten van wegen, viaducten, bruggen en dergelijke); bij de plaatsing rekening wordt gehouden met een goede bereikbaarheid en landschappelijke inpasbaarheid; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). C.Toelichting Er wordt naar gestreefd om antennes te concentreren door middel van site-sharing op bestaande masten of bestaande hoge gebouwen. Pas als overduidelijk is aangetoond dan dit niet kan, kan over plaatsing van nieuwe antenne-installaties of antennedragers worden nagedacht. De omgeving speelt een belangrijke rol. Artikel10:Installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling A.

Artikel 4

, lid 6, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet

  1. B. Gemeentelijk beleid Er wordt niet meegewerkt aan een procedure voor afwijking van het bestemmingsplan vooreen installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet
  2. C. Toelichting Ingevolge het provinciaal beleid zijn glastuinbouwbedrijven niet toegestaan. Daarom is ook de afwijkingsmogelijkheid voor een installatie voor warmtekrachtkoppeling bij een glastuinbouwbedrijf overbodig. Artikel11:Installatie bij een agrarisch bedrijf voor productie duurzame energie A.

Artikel 4

, lid 7, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen. B. Gemeentelijk beleid Er wordt niet meegewerkt aan een procedure voor afwijking van het bestemmingsplan vooreen installatie bij een agrarisch bedrijf voor productie van duurzame energie door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen. C. Toelichting Aangezien de bestemmingsplannen voldoende mogelijkheden bieden voor installaties bij agrarische bedrijven voor productie voor duurzame energie, wordt er geen omgevingsvergunning voor een kruimelgeval verleend voor dergelijke installaties. Artikel12:Evenementen A.

Artikel 4

, lid 8, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komen in aanmerking het gebruiken van gronden of bouwwerken ten behoeve van evenementen met een maximum van drie per jaar en een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen. B. Gemeentelijk beleid Voorwaarden: het gebruik voor het evenement is in overeenstemming met de aard en schaal van het gebouw en/of de te benutten ruimte en de omgeving; er ontstaat geen onevenredige aantasting voor het woon- en leefklimaat in de directe omgeving; er wordt voorzien in een toereikende oplossing voor ontsluiting en parkeren; er wordt voldaan aan de voorwaarden uit het oogpunt van milieu, openbare orde en veiligheid; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). C. Toelichting Naast een evenementenvergunning op basis van de APV zijn bepaalde evenementen, vanwege het gebruik van gronden in strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan, ook omgevingsvergunningplichtig. Welke gevallen dit zijn blijkt vooral uit jurisprudentie, de begrippen kortdurend en incidenteel zijn hierbij leidend. Bij de beoordeling van het aspect geluidshinder wordt aangesloten bij het vigerende beleid dat de gemeente hanteert inzake evenementen. Artikel13:Gebruik veranderen van bouwwerken binnen de bebouwde kom, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten A.

Artikel 4

, lid 9, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking het gebruiken van bouwwerken, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: binnen de bebouwde kom, en de oppervlakte niet meer dan 1500 m² B. Gemeentelijk beleid Voorwaarden algemeen: binnen de bebouwde kom; de oppervlakte bedraagt niet meer dan 1500 m²; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). B.1Bepalingen aan huis verbonden beroep / bedrijf Voorwaarden: het gaat niet om een vrij beroep. de (woon)functie in overwegende mate wordt gehandhaafd. Dit betekent dat: - de (woon)functie in ruimtelijke en visuele zin primair moet blijven; - het gebruik van de gronden en bouwwerken blijft beperkt tot een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 30% van de totale gezamenlijke begane grondvloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op een bouwperceel tot een maximum van 45 m2: - de activiteiten ten behoeve van het bedrijf uitsluitend inpandig mogen worden verricht; - er vindt in beginsel geen opslag of uitstalling van goederen op het perceel plaats, en er is geen showroom; - degene die de gebruiker is van de woning (het pand) ook degene moet zijn die het bedrijf uitoefent; het gebruik geen ernstige hinder voor het (woon)milieu oplevert, dan wel geen afbreuk doet aan het karakter van de wijk of de buurt. Dit betekent dat: - de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar moet zijn met het karakter van de omringende omgeving; - de bedrijvigheid uitsluitend is toegestaan indien deze gelijk is of gelijk is te stellen aan een dienstverlenend bedrijf of een bedrijf uit categorie 1 zoals genoemd in de meest actuele VNG uitgave “bedrijven en zoneringen”; - er dient voldoende parkeergelegenheid in de omgeving aanwezig te zijn en bij voorkeur dient te worden geparkeerd op eigen terrein. Hierbij is de mate van intensiteit van het gebruik en het verwachte aantal bezoekers een belangrijke afweging; - reclame-uitingen dienen esthetisch te passen binnen de omgeving en bij het gebouw waar het geplaatst is. Ook mag de reclame geen hinderlijke vormen aannemen; - er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de verkeersveiligheid; de ruimtelijke uitstraling in de omgeving in acht wordt genomen. Dit betekent dat: - er dient voldoende ruimte rondom de bebouwing te zijn; - de naastgelegen bebouwing is op geruime afstand gelegen; - de verkeersaantrekkende werking zal niet veel invloed op de omgeving hebben. er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). B.2Bepalingen internetwinkels: Voorwaarden: De bepalingen voor aan huis verbonden beroep / bedrijf gelden onverkort voor een internetwinkel die beoogd vanuit een woning wordt uitgeoefend. B.3Bepalingen bed & breakfast: Voorwaarden: de (woon)functie in overwegende mate wordt gehandhaafd, de hoofdbewoner woont in het pand; er geen sprake is van hinder voor naastgelegen (woon)percelen; er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende bedrijven, in die zin dat bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; het eventuele bijbehorend bouwwerk in de directe nabijheid van het hoofdgebouw staat en een duidelijke relatie met het hoofdgebouw heeft; de bed & breakfast accommodatie beperkt blijft tot een omvang van maximaal 4 kamers en maximaal 8 personen; als de bed & breakfast accommodatie voor meer dan 3 personen is bestemd, advies wordt gevraagd bij de brandweer; de bed & breakfast accommodatie niet als zelfstandige wooneenheid functioneert; een keuken niet is toegestaan; het parkeren op eigen erf plaatsvindt; er sprake is van een verkeersontsluiting van voldoende omvang; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). B.4Bepalingen theeschenkerij: de (woon)functie in overwegende mate wordt gehandhaafd; er geen sprake is van hinder voor naastgelegen (woon)percelen (bijvoorbeeld door een terras); er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende bedrijven, in die zin dat bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; het parkeren op eigen erf plaatsvindt; er sprake is van een verkeersontsluiting van voldoende omvang; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). B.5Bepalingenmantelzorg: er is geen sprake van inwoning; de oppervlakte van de voorziening is beperkt tot 70m2; er is een medische indicatie voor de noodzaak van mantelzorg en/of Wmo; mantelzorg of aangepast wonen ten behoeve van de bewoner mag, behalve in de vorm van inwoning, alleen plaatsvinden binnen een onzelfstandige woonruimte, zijnde binnen een bijbehorend bouwwerk; de mantelzorg/Wmo-voorziening dient in de nabijheid van het hoofdgebouw te zijn gelegen; er mag geen eigen opgang worden gemaakt; er worden geen extra uitritten toegestaan; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; gas-, water-, elektriciteitsleiding en rioolafvoer worden aangetakt op de woning; er wordt geen apart huisnummer toegestaan; na beëindiging van de mantelzorgsituatie dienen de aangebrachte woonvoorzieningen te worden verwijderd, dan wel dient de woonunit verwijderd te worden en dient het maximale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken overeenkomstig datgene te zijn wat mogelijk is volgens het geldende bestemmingsplan, dan wel via een afwijking mogelijk is; er dient te worden voldaan aan de algemene afwegingscriteria (artikel 1 van de beleidsregels). C.Toelichting Bovenstaande afwijkingsmogelijkheid is zeer verstrekkend en wordt binnen de bebouwde kom veelvuldig door gemeenten toegepast. Een aantal veel voorkomende onderwerpen die met deze afwijkingsmogelijkheid worden vergund, worden hierboven ingekaderd. Ad B1) aan huis verbonden beroep / bedrijf: Tegen het samengaan van kleinschalige economische activiteiten met de woonfunctie bestaan geen bezwaren. Deze vermenging van functies hoeft geen afbreuk te doen aan het karakter van een woongebied, mits de kleinschaligheid (ondergeschikt aan de woonfunctie, overlast omgeving) in de hand kan worden gehouden. De bedrijvigheid kan zelfs een bijdrage leveren aan de leefbaarheid in een woongebied. Echter, er moet voldaan worden aan het criterium dat de woonfunctie in alle gevallen in overwegende mate gehandhaafd wordt. Tenzij iemand echt een winkel wil beginnen. Dan moet een andere afweging plaatsvinden. In het algemeen zal dit in een omgeving waar uitsluitend gewoond wordt, niet gewenst zijn. Vrij beroep In de jurisprudentie is bepaald dat het vestigen van een vrij beroep (zie ook begripsbepaling) niet strijdig is met de woonbestemming, mits de woonbestemming in overwegende mate gehandhaafd blijft. Een praktijkruimte moet wel beperkt blijven tot maximaal 30 % van het totale bruto bebouwd oppervlak van de woning. Als het hier binnen blijft is dus geen afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voor de uitvoeringspraktijk voor de kamer van koophandel is de volgende lijst samengesteld van personen die als vrije beroepsbeoefenaar gelden. Dit zijn: advocaat medisch specialist accountant notaris administratieconsulent oefentherapeut Cesar/Mensendieck alternatieve genezer organisatieadviseur belastingconsulent orthopedagoog bouwkundig architect psycholoog dierenarts raadgevend adviseur fysiotherapeut redacteur gerechtsdeurwaarder registeraccountant huidtherapeut stedenbouwkundige huisarts tandarts interieurarchitect tandarts-specialist juridisch adviseur tolkvertaler kunstenaar tuin- en landschapsarchitect logopedist verloskundige Een beroep dat niet op deze lijst voorkomt, geldt in beginsel niet als ‘vrij beroep’ (en moet dus een afwijkingsprocedure doorlopen), tenzij de onderneming/beroepsbeoefenaar anders kan aantonen (bijvoorbeeld door jurisprudentie). Overige activiteiten, die niet vallen onder de aan huis verbonden beroepen, maar in bepaalde gevallen wel daarmee gelijk te stellen is, wordt aangemerkt als beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten. Ad B2) Internetwinkels In beginsel wijkt de afweging met betrekking tot internetwinkels niet af van die voor aan huis verbonden beroep / bedrijf. De ruimtelijke uitstraling (aard, omvang en intensiteit) van een internetwinkel bepaalt of dit gebruik op een perceel is toegestaan. De bestuursrechters kijken vooral hoe de internetwinkels hun activiteiten verrichten. Zodra er op een perceel sprake is van opslag of uitstallen van goederen, of er is een showroom aanwezig, dan luidt al gauw de conclusie dat er sprake is van detailhandel. Zijn deze fysieke aspecten niet aanwezig, dan is de internetwinkel vaak wel toegestaan. Ad B3) Bed & breakfast De regels zijn ruimer dan voorheen voor de kernen gebruikelijk was. In het vorige planologisch beleid werd aangesloten bij de regels voor aan huis verbonden beroep / bedrijf waardoor de oppervlakte werd beperkt tot maximaal 30% van de totale gezamenlijke begane grondvloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op een bouwperceel tot een maximum van 45 m2. Dit werd in de praktijk als te beperkt ervaren. Voor het buitengebied wordt in de bestemmingsplannen een regeling voor bed & breakfast accommodaties opgenomen. Ad B4) Theeschenkerij Voor het buitengebied wordt onderzocht of in de bestemmingsplannen een vergelijkbare binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan worden opgenomen. Ad B4) Mantelzorg Voor het mogelijk maken van mantelzorg in bijbehorende bouwwerken zijn extra bepalingen opgenomen, omdat er een groot risico is dat er een tweede woning ontstaat. De bepalingen gelden in beginsel altijd als er sprake is van mantelzorg, ook voor het buitengebied. Hier is de regeling in het bestemmingsplan opgenomen. Als er sprake is van inwoning, vindt de zorg plaats binnen het huishouden en er worden geen aanpassingen aan de woning verricht waardoor een tweede zelfstandige woonruimte kan ontstaan. Dit is altijd toegestaan. Artikel14:Gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning A.

Artikel 4

, lid 10, bijlage II Bor: Voor toepassing van een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo) komt in aanmerking het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen; de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden, de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was. B. Gemeentelijk beleid De gemeente werkt niet mee aan een afwijking van het bestemmingsplan om een recreatiewoning om te zetten in een reguliere woning. C.Toelichting Delfzijl is een krimpgemeente. Prioriteit heeft de komende jaren, dat de aantallen woningen afnemen. Artikel15:Planschadeovereenkomst Bij het verlenen van toestemming voor het afwijken van het bestemmingsplan, overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 12 van deze beleidsregel, moet beoordeeld worden of het noodzakelijk is om een planschadeovereenkomst overeenkomstig artikel 6.1 Wro af te sluiten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Als er geen planschadeovereenkomst is afgesloten en er wordt een planschadeverzoek gehonoreerd, zijn de kosten voor de gemeente. Artikel16:Hardheidsclausule Er wordt alleen een afwijking van het bestemmingsplan verleend in de te onderscheiden categorieën indien strikte toepassing van de onder artikel 2 tot en met 12 genoemde beleidsregels leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. De dringende noodzaak om van deze hardheidsclausule gebruik te kunnen maken, dient te zijn aangetoond. Artikel17:Slotbepalingen 1.Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Planologisch beleid ‘kruimelgevallen’ Gemeente Delfzijl en treedt in werking op 24 mei 2012. 2.Het Planologisch beleid van de gemeente Delfzijl zoals vastgesteld op 23 december 2008 wordt ingetrokken. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Delfzijl op 15 mei 2012. burgemeester. (de heer E.A. Groot) secretaris. (de heer K.J. Havinga)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.