Verordening BIZ Ondernemersfonds Binnenstad VlissingenDe raad van de gemeente Vlissingen gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 oktober 2011; gelet op artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Experimentenwet Bedrijven Investeringszones (Bl zones) en artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet; en gelet op de tussen de gemeente Vlissingen en de Vereniging Vlissingse Ondernemers Centrale (hierna: Vereniging) gesloten Uitvoeringsovereenkomst. BESLUIT: Vast te stellen de navolgende verordening "Verordening BIZ Ondernemersfonds Binnenstad Vlissingen" Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: Bl-zone:de bij deze verordening aangewezen objecten gelegen binnen het gebied dat aangeduid wordt op de bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakende kaart (bijlage 1); de wet: de Experimentenwet Bl-zones; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Vlissingen (hierna: gemeente) en de vereniging Vlissingse Ondernemers Centrale (VOC) (hierna: vereniging) gesloten Uitvoeringsovereenkomst. Artikel2Aanwijzing vereniging De Vereniging wordt aangewezen als vereniging als bedoeld in artikel 7 van de wet. Hoofdstuk2Belastingbepalingen Artikel3Aard van de belasting Onder de naam 'BIZ-bijdrage' wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de Bl-zone. Artikel4Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt gedurende een periode van 3,5 jaren (van 1 januari 2012 tot 1 juli 2015) jaarlijks geheven ter zake van binnen de Bl-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Een concreet overzicht van de objecten ter zake waarvan de BIZ-bijdrage geheven zal worden, is opgenomen in de bijlage "Belastingobjecten voor de BIZ-bijdrage" (bijlage 2). In bijlage 2 staan vermeld de objecten zoals ze zijn opgenomen in de WOZ-administratie (qua objectcode en objectomschrijving). 2.De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de Bl-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. 3.Voor de toepassing van het tweede lid wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, wordt aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 4.Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel5Belastingobject 1.Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient. 2.Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel6Maatstaf van heffing 1.De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar
- 2.Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 3.De heffingsmaatstaf als bedoeld in het eerste lid geldt voor de gehele in artikel 4, eerste lid genoemde periode. 4.Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel7.Vrijstellingen 1.In afwijking van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewendwordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; een of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de natuur-schoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria; de objecten die vermeld staan in de bijlage "Vrijgestelde objecten voor de BIZ-bijdrage" (bijlage 3). In bijlage 3 staan vermeld de (vrijgestelde) objecten zoals ze zijn opgenomen in de WOZ-administratie (qua objectcode en objectomschrijving). Artikel8Belastingtarief Het BIZ-tarief per jaar bedraagt bij een WOZ-waarde van: in 2012 in 2013 in 2014 in 2015 a. € 0 - € 300.000,- € 350,- € 355,- € 360,- € 365,- b. € 300.001 – €500.000,- € 450,- € 455,- € 460,- € 465,- c. Meer dan € 500.000,- € 550,- € 555,- € 560,- € 565,- Artikel9Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Kwijtschelding Van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen minder is dan € 5.000,-, dat, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, de aanslagen worden geïnd in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel12Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk3Bepalingen over de BIZ-bijdrage Artikel13Algemeen Indien er iets gebeurt dat niet in deze verordening wordt geregeld of in wordt voorzien, zal het geschil ter finale beslechting worden voorgelegd aan een (na onderling overleg aan te wijzen) arbiter. Artikel14Vaststelling totale BIZ-bijdrage en wijze van betalen 1.De totale BIZ-bijdrage wordt verstrekt aan de Vereniging voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst. 2.Deze totale BIZ-bijdrage wordt vastgesteld op de in het betreffende jaar geraamde bedrag van de totaal te ontvangen BIZ-bijdragen van ondernemers. De eventuele minderopbrengsten (bijvoorbeeld als gevolg van bezwaar en beroep of oninbaarheid van de belastingbedragen) zijn voor rekening en risico van de Vereniging. Eventuele meeropbrengsten komen ten goede aan de Vereniging. 3.De bijdrage wordt in beginsel betaald in de vorm van voorschotten, bestaande uit twee delen van de verwachte netto opbrengst. De eerste termijn wordt betaald op 1 maart en het tweede deel op 1 september van elk jaar waarin de BIZ-bijdrage wordt geheven. 4.In de uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de wijze van verrekening van de meer- en minderopbrengsten van de geheven BIZ-bijdragen ten opzichte van de betaalde voorschotten. Artikel15Melding van relevante wijzigingen 1.De Vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie. 2.De Vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering of beëindiging van activiteiten. Artikel16delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen vaststelling BIZ-bijdrage Het college is bevoegd tot het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van de vaststelling van de BIZ-bijdrage bedoeld in artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht. HoofdstukIVSlotbepalingen Artikel17Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op een door het college te bepalen tijdstip, dat gelegen is op een datum nadat van voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de wet, is gebleken. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 3.Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening BlZ Ondernemersfonds Binnenstad Vlissingen'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december
- de griffier, de burgemeester, Mr. F. Vermeulen Drs. R.H. RoepBijlage 1: Kaart heffingsgebied Binnenstad Vlissingen, behorende bij artikel 1, lid a van de Verordening BIZ Ondernemersfonds Binnenstad Vlissingen Bijlage 2: Belastingobjecten voor de BIZ-bijdrage behorende bij artikel 4, lid 1, van Verordening BIZ Ondernemersfonds Binnenstad Vlissingen Objectcode objectomschrijving 2111 Woning-winkel 2121 Woning-cafetaria/snackbar 2122 Woning-cafe/bar/restaurant 2123 Woning-bar/dancing 2124 Woning-hotel/motel 3111 Winkel 3113 Toonzaal/showroom 3114 Kiosk 3119 Overig detailhandel 3121 Cafetaria / snackbar 3122 Cafe / bar / restaurant 3123 Bar / dancing 3124 Hotel / pension 3415 Bioscoop Bijlage 3: Vrijgestelde objecten voor de BIZ-bijdrage Behorende bij artikel 7, lid 1 onder I van Verordening BlZ Ondernemersfonds Binnenstad Vlissingen Objectcode Objectomschrijving 2141 Woning-kantoor 2162 Woning-praktijkruimte 2170 Woning-bedrijven 3141 Kantoor 3162 Praktijkruimte 3171 Werkplaats / garage 3173 Onderhoud / reparatie 3174 Productie (fabriek) 3175 Opslag / distributie 3176 Atelier / werkruimte 3312 Basisschool 3318 Dagverblijf 3319 School voor overig onderwijs 3331 Ziekenhuis 3334 Psychiatrisch ziekenhuis 3339 Medisch overig 3351 Verzorgings- / Bejaardentehuis 3353 Praktijkruimte tandarts/fysiotherapie 3356 Gevangenis 3359 Overig bijz. woonfunc. zonder woning 3376 Wijk- / buurtcentrum 3411 Schouwburg / concertgebouw 3412 Congresgebouw 3413 Museum 3419 Overig cultureel 3454 Kerk vrijgesteld WOZ 3512 Sportaccommodatie 3515 Clubhuis 3634 NS-station 3638 Benzinestation 3664 Telefooncentrale 4199 Overig ongebouwd