← Nederland

Verordening langdurigheidstoeslag WWB Oostflakkee 2012 (Oostflakkee)

De raad van de gemeente Oostflakkee; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 januari 2012; gelet op artikel 149 eerste lid van de gemeentewet en de artikelen 8 en 36 van de Wet werk en bijstand; overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen omtrent de langdurigheidstoeslag voor wat betreft de hoogte van de langdurigheidstoeslag en invulling van de begrippen langdurig en laag inkomen; besluit: vast te stellen de verordening langdurigheidstoeslag WWB Oostflakkee 2012 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begrippen Deze verordening verstaat onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand; b. het college: het college van burgemeester en wethouders van Oostflakkee; c. referteperiode: een periode van 36 aaneengesloten maanden voorafgaand aan de peildatum; d. peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat; e. inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede "een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan" moet worden gelezen "de referteperiode". een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien; f. gezinsnorm: de norm van artikel 21, eerste lid, van de wet; g. Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; h. Wsf 2000: Wet studiefinanciering. Artikel2Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college. Hoofdstuk2Recht op langdurigheidstoeslag Artikel3Langdurig laag inkomen 1Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen per maand niet uitkomt boven 100 procent van de bijstandsnorm. 2Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de Wtos, dan wel een studie volgt als genoemd in de Wsf 2000. Artikel4Hoogte van de langdurigheidstoeslag 1De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: a. voor het gezin € 508,-; b. voor een alleenstaande ouder € 457,- en c. voor een alleenstaande € 358,-. 2Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. 3De in het eerste lid genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2012 telkens per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gezinsnorm per 1 januari van dat jaar en de gezinsnorm van het daar aan voorafgaande jaar. De nieuwe bedragen worden naar beneden afgerond op hele euro’s. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel5Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid van overwegende aard. Artikel6Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als de verordening langdurigheidstoeslag WWB Oostflakkee 2012. Artikel7Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oostflakkee, gehouden op 25 januari 2012. De voorzitter, w.g. J. Heijkoop. De griffier, w.g. J. van Eerten. Toelichting1Verordening langdurigheidstoeslag 2012

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.