VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTANDDE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN (GR 12.3017401); gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Groningen van 20 maart 2012; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet werk en bijstand; Overwegende, dat de gemeenteraad op grond van de Wet werk en bijstand bij verordening regels dient te stellen over de verlening van categoriale bijzondere bijstand voor de kosten in verband met de maatschappelijke participatie van ten laste komende schoolgaande kinderen; dat de gemeenteraad het als zijn taak beschouwd om de maatschappelijke participatie te bevorderen van schoolgaande kinderen van ouders met een laag inkomen en daarmee het aantal kinderen dat wordt belemmerd in hun participatie door de financiële positie van hun ouders terug te dringen; HEEFT BESLOTEN: vast te stellen de volgende “Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand”. Artikel 1Begripsomschrijvingen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: wet : de WWB; college : het college van burgemeester en wethouders van Groningen; schoolgaand kind : het ten laste komend kind van een ouder met een laag inkomen, voor wie de leer- of kwalificatieplicht, bedoeld in artikel 4 van de Leerplichtwet, geldt; laag inkomen : een inkomen tot en met 110 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; voorziening : ondersteuning in natura of een vorm van financiële ondersteuning; maatschappelijke participatie : het deelnemen aan activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan wel cultureel karakter door schoolgaande kinderen van ouders met een laag inkomen. Artikel 2Voorzieningen met betrekking tot maatschappelijke participatie 1.Het college kan een voorziening treffen waardoor ouders van schoolgaande kinderen aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in de kosten die samenhangen met het feit dat basis- of voortgezet onderwijs gevolgd wordt. 2.Het college kan een voorziening treffen waardoor schoolgaande kinderen in het voortgezet onderwijs in staat worden gesteld om gebruik te maken van een computer voor het maken van hun huiswerk. 3.Het college kan, indien noodzakelijk, andere voorzieningen aanbieden die gericht zijn op maatschappelijke participatie zoals bedoeld in deze verordening en die voldoen aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 35, vijfde en negende lid en 48, vierde lid van de wet. Artikel 3Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2012. Artikel 4Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand. Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 25 april 2012. De griffier, De voorzitter, drs. A.G.M. (Toon) Dashorst. dr. J.P. (Peter) Rehwinkel.Algemene toelichting Algemene toelichting Artikelsgewijze toelichting Artikelsgewijze toelichting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.