Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente OoststellingwerfDe raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. C.1 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 december 2011; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat, het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting van peuterspeelzalen b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING RUIMTE- EN INRICHTINGSEISEN PEUTERSPEELZALEN GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikel2Groepspeelruimte 1In een peuterspeelzaal is voor ieder kind bij voorkeur 4,5 m² maar minimaal 3,5 m² bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar. 2Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. Artikel3Buitenspeelruimte 1De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte. 2De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen: voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar; een oppervlakte van bij voorkeur 4,5 m² maar minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte speelruimte per aanwezig kind; ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen. Artikel4Aanwijzing toezichthouders 1Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze verordening gestelde regels. 2Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als toezichthouder. Artikel5Onderzoek door de toezichthouder 1De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen binnen 10 weken of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. 2Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. 3Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij deze verordening gestelde voorschriften. Artikel6Vastleggen onderzoeksresultaten 1De toezichthouder legt zijn oordeel, naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 5, schriftelijk vast in een inspectierapport. 2Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in een rapport. 3Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport. 4De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats. 5De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar. 6De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de vaststelling van het rapport. Artikel7Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel8Overgangsbepaling Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze verordening. Artikel9Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie, volgend op de dag na het genomen besluit door de gemeenteraad. Artikel10Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Ooststellingwerf. Besloten in de openbare vergadering van 21 februari 2012. , griffier. , voorzitter. Toelichting1Algemene toelichting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.