← Nederland

Toeslagenverordening WWB gemeente Borsele 2012 (Borsele)

Toeslagenverordening WWB gemeente Borsele 2012De raad van de gemeente Borsele ; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders 17 april 2012, met overneming van de daarin vermelde motieven; gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel c en artikel 30 van de Wet werk en bijstand; B E S L U I T : Vast te stellen: de volgende Toeslagenverordening WWB gemeente Borsele

  1. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begrippen 1Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 22 In deze verordening wordt verstaan onder: a de wet: de WWB b het college: het college van burgemeester en wethouders van Borsele. c de raad: de gemeenteraad van Borsele. d de gehuwdennorm: norm als bedoeld in artikel 21 onderdeel c WWB e woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 WWB; f woonkosten: I. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel d Wet op de huurtoeslag; II. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud. Artikel2Doelgroep Deze verordening is uitsluitend van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zijn. Hoofdstuk2Criteria voor het verhogen van de norm Artikel3Toeslag alleenstaande (ouder) 1De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25 WWB, bedraagt: a 20 procent van de gehuwdennorm voor een belanghebbende in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. b 10 procent van de gehuwdennorm voor belanghebbende die met één andere zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. c 0 procent van de gehuwdennorm voor belanghebbende die met twee of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 2Voor toepassing van dit artikel kunnen de noodzakelijke kosten van het bestaan in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk worden gedeeld met een thuisinwonend kind van 18 jaar en ouder, wiens inkomen niet meer bedraagt dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering
  2. 3In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 21 jaar: a 0 procent van de gehuwdennorm indien in zijn woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; b 0 procent van de gehuwdennorm indien hij met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 4In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 22 jaar: a 10 procent van de gehuwdennorm indien in zijn woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; b 0 procent van de gehuwdennorm indien hij met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 5In afwijking van de voorgaande leden bedraagt de toeslag 20 procent van de gezinsnorm voor de zorgbehoevende en voor de belanghebbende die de zorgbehoevende verzorgt. Hoofdstuk3Criteria voor het verlagen van de norm Artikel4Verlagen norm gezin 1De verlaging zoals bedoeld in artikel 26 WWB bedraagt a 10 procent van de gehuwdennorm voor een belanghebbende die met één andere zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. b 20 procent van de gehuwdennorm indien hij met twee of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft 2Voor toepassing van dit artikel kunnen de noodzakelijke kosten van het bestaan in ieder geval in het geheel niet worden gedeeld met een inwonend studerend kind zoals bedoeld in artikel 1 lid 2 sub h van deze verordening 3De vorige leden zijn niet van toepassing op de zorgbehoevende of de belanghebbende die de zorgbehoevende verzorgt. Artikel5Verlagen algemene bijstand wegens ontbreken woonkosten De verlaging in verband met de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 WWB bedraagt:
  3. 20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden;
  4. 10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning wordt bewoond;
  5. 10 procent van de gehuwdennorm indien de kosten worden gedeeld met een derde die niet het hoofdverblijf in de woning heeft. Artikel6Verlagen algemene bijstand schoolverlaters 1De verlaging voor de belanghebbende die schoolverlater is zoals bedoeld in artikel 28 WWB, bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm gedurende 6 maanden, gerekend vanaf het tijdstip van de beëindiging van de aanspraak op studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten. 2Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een belanghebbende op wie artikel 3 lid 3 of 4 van toepassing is. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel7Anti-cumulatiebepaling De toepassing van de artikelen 3 tot en met 6 van deze verordening geschiedt zodanig dat de toepasselijke bijstandsnorm ten minste bedraagt: a. 50 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande; b. 70 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder; c. 80 procent van de gehuwdennorm voor een gezin. Artikel8Hardheidsclausule 1Het college kan in bijzondere gevallen afwijken de bepalingen in deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid. 2In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel9Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli
  6. De verordening Toeslagen en Verlagingen gemeente Borsele 2004 wordt per 1 juli 2012 ingetrokken. Artikel10Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Toeslagenverordening WWB gemeente Borsele
  7. Artikel11Overgangsregeling Voor de belanghebbende die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening een hogere toeslag ontvangt of op wiens norm een lagere korting wordt toegepast dan de toeslag of verlaging die op grond van deze gewijzigde verordening zou gelden, wordt de huidige toeslag of verlaging nog tot drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening voortgezet, tenzij een wijziging in de omstandigheden een eerdere aanpassing mogelijk maakt. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 mei 2012.De raad voornoemd,De griffier, de voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.