LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 5de november 1970 ter uitvoering van artikel 9 lid 8 van de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14) Artikel1 1.Werkgevers als bedoeld in artikel 9 lid 8 van de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14) en degene te wiens laste tegemoetkomingen komen krachtens artikel 16 lid 3 van dezelfde landsverordening, kunnen de verplichting tot het vergoeden van periodieke uitkeringen met inachtneming van de volgende bepalingen, overdragen aan de Sociale Verzekeringsbank. 2.Werkgevers die van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik maken, zijn verplicht zowel alle lopende verplichtingen als alle verplichtingen die in de toekomst ontstaan over te dragen. Artikel2 1.Overdracht van de verplichting genoemd in artikel 1, heeft plaats door betaling aan de Sociale Verzekeringsbank van een afkoopsom gelijk aan de contante waarde van de betreffende periodieke uitkering. 2.Indien de uitkering verschuldigd is aan de arbeider aan wie een ongeval is overkomen, heeft de overdracht plaats na vaststelling van het naar verwachting blijvende percentage van arbeidsongeschiktheid, doch niet eerder dan nadat de arbeidsongeschiktheid 52 weken heeft bestaan. Artikel3 1.De afkoopsom wordt bepaald door vermenigvuldiging van het bedrag van de periodieke uitkering per jaar, eventueel nader vastgesteld door de Sociale Verzekeringsbank, met een factor welke wordt verkregen door interpolatie naar de leeftijd tussen de waarden vermeld in de tabellen opgenomen in de bij dit landsbesluit behorende bijlagen I tot en met VI. 2.Bij het bepalen van de leeftijd worden gedeelten van een maand voor een gehele maand gerekend. 3.Voor het bepalen van het bedrag van de periodieke uitkering vanaf de leeftijd van 60 jaar, wordt voor de vermindering, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Landsverordening Ongevallenverzekering rekening gehouden met het pensioenbedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83) alsmede met de toeslag, bedoeld in artikel 7a, van laatstgenoemde landsverordening. Artikel4 Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na die van zijn afkondiging en werkt terug tot en met 1 januari
- BIJLAGEI TABEL 1Leeftijd op het ogenblik van afkoop (man of vrouw) Afkoopsom per f 1,- levenslange ongevallengeld na 52 weken arbeids- ongeschiktheid. Leeftijd op het ogenblik van afkoop (man of vrouw) Afkoopsom per f 1,- levenslange ongevallengeld na 52 weken arbeidsongeschiktheid. 15 f 22,401 46 f 16,575 16 22,291 47 16,279 17 22,177 48 15,979 18 22,059 49 15,674 19 21,936 50 15,364 20 21,810 51 15,05 21 21,680 52 14,729 22 21,544 53 14,403 23 21,404 54 14,069 24 21,260 55 13,731 25 21,110 56 13,389 26 20,956 57 13,042 27 20,797 58 12,688 28 20,633 59 12,328 29 20,463 60 11,963 30 20,288 61 11,592 31 20,107 62 11,217 32 19,920 63 10,843 33 19,728 64 10,468 34 19,529 65 10,094 35 19,322 66 9,721 36 19,110 67 9,354 37 18,890 68 8,988 38 18,663 69 8,628 39 18,430 70 8,274 40 18,188 71 7,925 41 17,938 72 7,577 42 17,681 73 7,231 43 17,416 74 6,892 44 17,143 75 6,557 45 16,862 76 6,230 77 5,914 91 2,287 78 5,608 92 2,101 79 5,312 93 1,930 80 5,025 94 1,771 81 4,747 95 1,614 82 4,470 96 1,470 83 4,205 97 1,328 84 3,944 98 1,193 85 3,684 99 1,067 86 3,428 100 0,974 87 3,177 101 0,881 88 2,938 102 0,820 89 2,710 103 0,500 90 2,492 BIJLAGE II TABEL 2Leeftijd op het ogenblik van afkoop Afkoopsom per f 1,- ongevallengeld tot 65 jaar na 52 weken arbeidsongeschiktheid. Leeftijd op het ogenblik van afkoop Afkoopsom per f 1,- ongevallengeld tot 65 jaar na 52 weken arbeidsongeschiktheid. 15 f 21,289 40 f 15,131 16 21,134 41 14,751 17 20,973 42 14,359 18 20,806 43 13,952 19 20,632 44 13,530 20 20,452 45 13,092 21 20,267 46 12,641 22 20,073 47 12,173 23 19,873 48 11,691 24 19,667 49 11,193 25 19,451 50 10,679 26 19,229 51 10,149 27 18,999 52 9,600 28 18,761 53 9,031 29 18,514 54 8,439 30 18,258 55 7,826 31 17,993 56 7,191 32 17,719 57 6,530 33 17,435 58 5,841 34 17,141 59 5,121 35 16,834 60 4,369 36 16,518 61 3,582 37 16,189 62 2,755 38 15,849 63 1,887 39 15,497 64 0,970 BIJLAGE III: TABEL 3 (nagelaten betrekkingen)Leeftijd vrouw Afkoopsom per f 1,- levenslange uitkering krachtens P.B. 1966, no.
- Leeftijd vrouw Afkoopsom per f 1,- levenslange uitkering krachtens P.B. 1966, no.
- 15 f 14,771 48 f 16,946 16 15,018 49 16,721 17 14,606 50 16,482 18 14,176 51 16,225 19 13,933 52 15,959 20 13,739 53 15,681 21 13,617 54 15,390 22 13,571 55 15,084 23 13,613 56 14,775 24 13,748 57 14,450 25 13,990 58 14,122 26 14,339 59 13,783 27 14,751 60 13,438 28 15,186 61 13,089 29 15,632 62 12,734 30 16,071 63 12,370 31 16,490 64 12,007 32 16,879 65 11,636 33 17,232 66 11,261 34 17,541 67 10,884 35 17,794 68 10,502 36 17,981 69 10,113 37 18,111 70 9,712 38 18,171 71 9,319 39 18,173 72 8,923 40 18,127 73 8,525 41 18,049 74 8,137 42 17,943 75 7,748 43 17,823 76 7,366 44 17,681 77 6,985 45 17,520 78 6,607 46 17,347 79 6,227 47 17,154 80 5,851 81 5,470 91 2,339 82 5,100 92 2,121 83 4,738 93 1,911 84 4,388 94 1,711 85 4,049 95 1,524 86 3,722 96 1,351 87 3,410 97 1,189 88 3,112 98 1,029 89 2,832 99 0,839 90 2,576 100 0,500 BIJLAGEIV TABEL 4 (nagelaten betrekkingen)Duur wezenpensioen Afkoopsom per f 1,- wezenpensioen krachtens P.B. 1966, no.
- 15 f 11,341 14 10,774 13 10,185 12 9,573 11 8,936 10 8,273 9 7,584 8 6,867 7 6,122 6 5,347 5 4,541 4 3,703 3 2,831 2 1,924 1 0,981 BIJLAGEV TABEL 5Leeftijd vrouw Contante waarde weduwenuitkeringen krachtens P.B. 1965 no. 194 en pensioen krachtens P.B. 1960 no.
- Leeftijd vrouw Contante waarde weduwenuitkeringen krachtens P.B. 1965 no. 194 en pensioen krachtens P.B. 1960 no.
- 15 f 3744,- 40 f 8874,- 16 3712,- 41 8978,- 17 3679,- 42 9074,- 18 3642,- 43 9169,- 19 3660,- 44 9262,- 20 3699,- 45 9352,- 21 3767,- 46 9380,- 22 3865,- 47 9404,- 23 4001,- 48 9426,- 24 4179,- 49 9445,- 25 4405,- 50 9461,- 26 4685,- 51 9413,- 27 5007,- 52 9363,- 28 5359,- 53 9312,- 29 5735,- 54 9257,- 30 6129,- 55 9200,- 31 6470,- 56 9086,- 32 6815,- 57 8963,- 33 7157,- 58 8843,- 34 7496,- 59 8721,- 35 7826,- 60 8599,- 36 8074,- 61 8416,- 37 8306,- 62 8232,- 38 8513,- 63 8046,- 39 8702,- 64 7863,- TABEL 6Leeftijd vrouw Contante waarde pensioen weduwe krachtens P.B. 1960 no. 83 Leeftijd vrouw Contante waarde pensioen weduwe krachtens P.B. 1960 no. 83 65 f 7676,- 83 f 3127,- 66 7428,- 84 2096,- 67 7100,- 85 2672,- 68 6929,- 86 2457,- 69 6673,- 87 2251,- 70 6409,- 88 2054,- 71 6149,- 89 1869,- 72 5888,- 90 1700,- 73 5626,- 91 1544,- 74 5370,- 92 1400,- 75 5113,- 93 1261,- 76 4661,- 94 1129,- 77 4610,- 95 1006,- 78 4561,- 96 892,- 79 4110,- 97 705,- 80 3362,- 98 679,- 81 3610,- 99 554,- 82 3366,- 100 330,- BIJLAGEVI TABEL7 TABEL 8 Duur wezen pensioen Contante waarde pensioen voor halve wezen krachtens P.B. 1965 no. 194 Duur wezenpensioen Contante waarde pensioen voor halve wezen krachtens P.B. 1965 no. 194 15 f 2225,- 15 f 2906,- 14 2131,- 14 2777,- 13 2032,- 13 2643,- 12 1930,- 12 2505,- 11 1824,- 11 2360,- 10 1713,- 10 2209,- 9 1598,- 9 2035,- 8 1478,- 8 1090,- 7 1354,- 7 1721,- 6 1224,- 6 1345,- 5 1090,- 5 1562,- 4 889,- 4 1111,- 3 679,- 3 849,- 2 462,- 2 577,- 1 235,- 1 294,-