Handhavingsprotocol peuterspeelzaalwerkInleiding Op 1 januari 2005 is de Wet Kinderopvang in werking getreden. De kwaliteitseisen in deze wet en de beleidsregels kwaliteit kinderopvang zijn in de plaats gekomen van de gemeentelijke Verordening Kinderopvang. Het peuterspeelzaalwerk valt niet onder de Wet Kinderopvang (artikel 1, tweede lid, onderdeel b). Gemeenten zijn dan ook niet verplicht kwaliteitsregels te stellen voor het peuterspeelzaalwerk. De gemeenten Bergen, Echt-Susteren, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert en Venlo van de regio Noord- en Midden-Limburg kiezen er echter wel voor om kwaliteitsregels te stellen voor het peuterspeelzaalwerk. Deze zijn neergelegd in de Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk. De voorliggende notitie betreft de prioriteitsstelling handhaving kwaliteit peuterspeelzaalwerk gemeenten Bergen, Echt-Susteren, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert en Venlo in de regio Noord- en Midden-Limburg. Deze prioriteitsstelling vindt haar grondslag in de Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk. De prioriteitsstelling handhaving kwaliteit kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang zijn al eerder opgenomen in het protocol handhavingsbeleid kwaliteit kinderopvang gemeenten regio Noord- en Midden-Limburg. Deze prioriteitsstellingen vinden hun grondslag in de Wet Kinderopvang. Prioriteitsstelling handhaving kwaliteit peuterspeelzaalwerk in de gemeenten regio Noord- en Midden-Limburg De kwaliteitsregels voor het peuterspeelzaalwerk, zoals vastgelegd in de Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk, sluiten aan bij de kwaliteitsregels voor de kinderopvang zoals vastgelegd in de Wet Kinderopvang. In de verordening is gekozen voor algemene kwaliteitsregels die voor alle peuterspeelzalen in de gemeenten gelden, gekoppeld aan een stelsel van melding en registratie. In dit hoofdstuk beschrijven we de prioriteitsstelling handhaving van deze kwaliteitsregels. Samen met de inspecteurs van de GGD en een afvaardiging van de gemeenten is het volgende model voor prioriteitsstelling handhaving in het peuterspeelzaalwerk opgesteld. In tabel 1, 2 en 3 is het belang laag, gemiddeld of hoog toegekend aan de kwaliteitseisen die in de Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk vastgelegd zijn. Deze prioriteitsstelling is bepalend voor de sanctie-instrumenten die ingezet gaan worden. Uitgangspunt is: hoe hoger de prioriteit (het belang), hoe zwaarder het sanctie-instrument. Tabel 1: Prioriteitsstelling peuterspeelzaalwerk met ambitieniveau 0: ‘spelen en ontmoeten' (minimaal niveau): -onder begeleiding veilig spelen met andere kinderen. Domein Kwaliteitsaspect Indicator Belang 1.Ouders Overeenkomst houder en ouder 1.1 Schriftelijke overeenkomst tussen houder en ouder laag Informatie aan ouders 1.4 Informatie aan ouders over het gevoerde beleid laag 2.Personeel Verklaring omtrent gedrag 2.1 Uitvoering regels voor de verklaring omtrent het gedrag hoog Beroepskwalificatie 2.2 Passende beroepskwalificatie (CAO Welzijn en Maatschappelijke dienstverlening) hoog 3.Veiligheid en gezondheid Veiligheid 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid hoog 3.2 Beleid veiligheid hoog 3.3 Uitvoering beleid veiligheid hoog Gezondheid 3.4 Risico-inventarisatie gezondheid hoog 3.5 Beleid gezondheid hoog 3.6 Uitvoering beleid gezondheid hoog 4.Accommodatie en inrichting Binnenspeelruimte 4.1 Voorwaarden binnenspeelruimte gemiddeld Buitenspeelruimte 4.2 Bereikbaarheid en afmeting gemiddeld 5.Groepsgrootte en leidster-kind-ratio Groepsgrootte en leidster-kind-ratio 5.1 Opvang in groepen laag 5.2 Leidster-kind-ratio ambitieniveau 0 Hoog 6.Pedagogisch beleid en praktijk Pedagogisch beleid 6.1 Beschrijving pedagogische uitgangspunten laag 6.2 Relatie pedagogische uitgangspunten met de praktijk laag Leidster-kind-interactie 6.3 Overdracht van normen en waarden laag Tabel 2: Prioriteitsstelling peuterspeelzaalwerk met ambitieniveau 1: 'spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren': onder begeleiding veilig spelen met andere kinderen; aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling, taalontwikkeling, ontwikkeling van creativiteit, de zintuigen, de motoriek en de cognitieve ontwikkeling; signaleren van eventuele ontwikkelingsachterstanden. Domein Kwaliteitsaspect Indicator Belang 1.Ouders Overeenkomst houder en ouder 1.1 Schriftelijke overeenkomst tussen houder en ouder laag Informatie aan ouders 1.4 Informatie aan ouders over het gevoerde beleid gemiddeld 2.Personeel Verklaring omtrent gedrag 2.1 Uitvoering regels voor de verklaring omtrent het gedrag hoog Beroepskwalificatie 2.2 Passende beroepskwalificatie (CAO Welzijn en Maatschappelijke dienstverlening) hoog Nederlandse taal 2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal laag 3.Veiligheid en gezondheid Veiligheid 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid hoog 3.2 Beleid veiligheid hoog 3.3 Uitvoering beleid veiligheid hoog Gezondheid 3.4 Risico-inventarisatie gezondheid hoog 3.5 Beleid gezondheid hoog 3.6 Uitvoering beleid gezondheid hoog 4.Accommodatie en inrichting Binnenruimte 4.1 Voorwaarden binnenruimte gemiddeld Buitenruimte 4.2 Bereikbaarheid en afmeting gemiddeld 5.Groepsgrootte en leidster-kind-ratio Groepsgrootte en leidster-kind-ratio 5.1 Opvang in groepen gemiddeld 5.2 Leidster-kind-ratio ambitieniveau 1 hoog 6.Pedagogisch beleid en praktijk Pedagogisch beleid 6.1 Pedagogisch beleidsplan gemiddeld 6.2 Relatie pedagogisch beleidsplan met de praktijk gemiddeld Leidster-kind-interactie 6.3 Sociaal-emotionele veiligheid gemiddeld 6.4 Persoonlijke competentie gemiddeld 6.5 Sociale competentie gemiddeld 6.6 Overdracht van normen en waarden gemiddeld Tabel 3: Prioriteitsstelling peuterspeelzaalwerk met ambitieniveau 2: 'spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen': - onder begeleiding veilig spelen met andere kinderen; aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling, taalontwikkeling, ontwikkeling van creativiteit, de zintuigen, de motoriek en de cognitieve ontwikkeling; signaleren van eventuele ontwikkelingsachterstanden; ondersteunen en stimuleren van sociaal-emotionele ontwikkeling en de taal- en cognitieve ontwikkeling; ondersteunen van ouders met opvoedingsvragen; geven van effectieve aandacht aan peuters met een (dreigende ontwikkelingsachterstand. Domein Kwaliteitsaspect Indicator Belang 1.Ouders Overeenkomst houder en ouder 1.1 Schriftelijke overeenkomst tussen houder en ouder laag Informatie aan ouders 1.4 Informatie aan ouders over het gevoerde beleid Hoog 2.Personeel Verklaring omtrent gedrag 2.1 Uitvoering regels voor de verklaring omtrent het gedrag hoog Beroepskwalificatie 2.2 Passende beroepskwalificatie (CAO Welzijn en Maatschappelijke dienstverlening) hoog Nederlandse taal 2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal laag 3.Veiligheid en gezondheid Veiligheid 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid hoog 3.2 Beleid veiligheid hoog 3.3 Uitvoering beleid veiligheid hoog Gezondheid 3.4 Risico-inventarisatie gezondheid hoog 3.5 Beleid gezondheid hoog 3.6 Uitvoering beleid gezondheid hoog 4.Accommodatie en inrichting Binnenruimte 4.1 Voorwaarden binnenruimte gemiddeld Buitenruimte 4.2 Bereikbaarheid en afmeting gemiddeld 5.Groepsgrootte en leidster-kind-ratio Groepsgrootte en leidster-kind-ratio 5.1 Opvang in groepen hoog 5.2 Leidster-kind-ratio ambitieniveau 2 hoog 6.Pedagogisch beleid en praktijk Pedagogisch beleid 6.1 Pedagogisch beleidsplan hoog 6.2 Relatie pedagogisch beleidsplan met de praktijk hoog Leidster-kind-interactie 6.3 Sociaal-emotionele veiligheid hoog 6.4 Persoonlijke competentie hoog 6.5 Sociale competentie hoog 6.6 Overdracht van normen en waarden hoog Sanctieprotocol 3.2.Sanctieprotocol Het sanctieprotocol toont het juridische stappenplan indien een peuterspeelzaal bepaalde eisen uit de verordening overtreedt. Het protocol combineert de ernst (hoog/gemiddeld/laag) van een overtreding met een van de sanctiemiddelen. In bijlage 1 wordt dit schematisch uitgewerkt. Score: hoog/slechtIn geval van een acute situatie wordt een bevel gegeven. Het bevel kan, indien geconstateerde overtredingen niet binnen hersteltermijn opgelost zijn (fase 1), onder andere gecombineerd worden met een exploitatieverbod, dwangsom en bestuursdwang (fase 2). Het bevel kent een wettelijke termijn van 7 dagen, verlenging door het college is mogelijk. Het bevel is een bevoegdheid van de GGD-toezichthouder zelf. In bijlage 2 is een voorbeeld van een bevel opgenomen. Heeft de ontstane situatie wel hoge prioriteit, maar is de situatie niet acuut gevaarlijk dan wordt een aanwijzing gegeven. De aanwijzing kan alleen door het college worden gegeven. In de aanwijzing wordt gewaarschuwd voor een dwangsom, bestuursdwang, exploitatieverbod of het verwijderen uit het register als men de aanwijzing niet opvolgt. Aangezien het hier om een hoge prioriteit gaat, wordt in principe gekozen voor een dwangsom (artikel 5:32 Algemene Wet Bestuursrecht (AWB)), bestuursdwang (artikel 5:21 AWB) of een exploitatieverbod. Gelet op de hoge prioritering ligt een korte hersteltermijn voor de hand. Eventuele dwangsom en de hoogte daarvan wordt bepaald afhankelijk van de aard van een overtreding en dient in redelijke verhouding te staan tot het geschonden belang. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald door het bestuursorgaan. Score: hoog/onvoldoendeIn geval van een acute situatie wordt een bevel gegeven. Het bevel kan onder andere gecombineerd worden met een exploitatieverbod, dwangsom en bestuursdwang. Het bevel kent een wettelijke termijn van 7 dagen, verlenging door het college is mogelijk. Het bevel kan door de GGD-toezichthouder zelf worden gegeven. Wanneer het gaat om een score onvoldoende (en dus niet slecht) zal van een acute situatie naar alle waarschijnlijkheid geen sprake zijn. Heeft de ontstane situatie wel hoge prioriteit, maar is de situatie niet een direct acuut gevaar dan wordt een aanwijzing gegeven. De aanwijzing behoort tot de bevoegdheden van het college. In de aanwijzing wordt gewaarschuwd voor een dwangsom, bestuursdwang, exploitatieverbod of het verwijderen uit het register als men de aanwijzing niet opvolgt. Aangezien het hier om een hoge prioriteit gaat, wordt in principe gekozen voor een dwangsom of bestuursdwang. Een exploitatieverbod bij een score onvoldoende is veelal een te zware maatregel, maar dit hangt natuurlijk van de omstandigheden af. De gestelde dwangsom ligt in principe lager dan wanneer de score slecht zou zijn geweest. Daarnaast worden er korte hersteltermijnen gehanteerd. Score: gemiddeld/slechtBij een geconstateerde overtreding wordt in principe een aanwijzing gegeven. De maatregelen zijn gericht op herstel. De aanwijzing gaat gepaard met een dwangsom, bestuursdwang of een verwijdering uit het register. Bij een dwangsom gaat het om lagere bedragen dan wanneer het zou gaan om een zaak die hoge prioriteit heeft. Daarnaast worden er ook langere hersteltermijnen gehanteerd. Score: gemiddeld/onvoldoendeBij een geconstateerde overtreding wordt in principe een aanwijzing gegeven. Echter mocht de overtreding relatief beperkt (de overtreding richt zich op bijvoorbeeld 1 aspect) zijn, kan ervoor worden gekozen om een aanwijzing te geven. Daarin kan worden aangegeven dat bij een volgende constatering het bestuursrechtelijke traject zal worden gevolgd. Score: laag/slechtBij zaken die een lage prioriteit hebben, wordt in principe een aanwijzing gegeven. De gemeente kan ervoor kiezen om bepaalde overtredingen, omdat ze bijvoorbeeld vaak voorkomen maar weliswaar geen prioriteit hebben (al dan niet tijdelijk), wat ‘harder’ aan te pakken door bestuursdwang of een dwangsom op te leggen. In principe liggen de hoogte van de bedragen van een dwangsom lager dan bij die zaken die een middelhoge prioriteit hebben. Score: laag/onvoldoendeBij zaken die een lage prioriteit hebben, wordt in principe een aanwijzing gegeven. De gemeente kan ervoor kiezen om bepaalde overtredingen, omdat ze bijvoorbeeld vaak voorkomen maar weliswaar geen prioriteit hebben (al dan niet tijdelijk), wat ‘harder’ aan te pakken door bestuursdwang of een dwangsom op te leggen. In principe liggen de hoogte van de bedragen van een dwangsom lager dan bij die zaken die een middelhoge prioriteit hebben. 3.2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.