Reïntegratieverordening Wet werk en bijstandReïntegratieverordening Wet werk en bijstand DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 mei 2004; gelet op de artikelen 8, 8a en 47 van de Wet werk en bijstand en de betreffende bepalingen in de Gemeentewet; overwegende dat de raad op grond van het bepaalde in artikel 8 eerste lid sub a van de Wet werk en bijstand verplicht is bij verordening regels te stellen aangaande de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling; b e s l u i t : vast te stellen de: Artikel1Begrippen 1.de belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden; 2.jongere: persoon onder de 23 jaar zonder uitkering van het UWV, niet schoolgaand, zonder arbeidsrelevante startkwalificatie en zonder werk 3.duurzame arbeid: algemeen geaccepteerde arbeid die over een periode van tenminste zes maanden wordt verricht en geen gesubsidieerde arbeid is; 4.vrijwilligerswerk: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie; 5.een traject: de inzet van een of meer reïntegratie-instrumenten; 6.reïntegratie-instrumenten: de instrumenten die het college ter beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Wet werk en bijstand; 7.ID: Besluit In- en Doorstroombanen; 8.WIW: Wet inschakeling werkzoekenden. 9.Alle (overige) begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht Artikel 2 Opdracht aan het college Het college biedt ondersteuning aan leden van de doelgroep; Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van reïntegratie-instrumenten. Het college houdt daarbij rekening met de aard en omvang van door het college te bepalen doelgroepen en de instrumenten die het meest geschikt zijn voor de leden van die doelgroepen; Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan reïntegratie-instrumenten prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen; Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor leden van de doelgroep, voor zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject of voor deelname aan een reïntegratie-instrument; Het college werkt bij de uitvoering van het tweede lid samen met het CWI en het UWV. Artikel 3 Doelgroep De doelgroep van deze verordening zijn de personen wonende in de gemeente, jonger dan 65 jaar en geregistreerd als werkzoekende bij het CWI en, a. die een uitkering ontvangen op grond van de IOAW of de IOAZ of algemene bijstand of; b. die een uitkering ontvangen op grond van de Algemene nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden of; c. die omschreven staan bij het eerste artikel van deze verordening bij het begrip ‘jongere'. Niet tot de doelgroep behoort: de persoon die geen uitkeringsgerechtigde is en die onderwijs of een beroepsopleiding volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en de persoon die een kind is als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene Kinderbijslagwet. de persoon die een uitkering ontvangt van het UWV onafhankelijk de aard van de uitkering en/of de hoogte. Het college en het UWV kunnen overeenkomen dat het genoemde in artikel 2, lid 1 en 2, wel van toepassing is op de persoon met een uitkering van het UWV. Artikel4Taak gemeente 1.Het college draagt zorg voor het aanbieden van voorzieningen aan personen behorende tot de doelgroep in het kader van ondersteuning bij arbeidsinschakeling gericht op de kortste weg naar duurzame arbeid. Het college stelt vast welke voorziening voor personen uit de doelgroep het meest geschikt is om het beoogde doel te behalen. 2.Ter uitvoering van de in het eerste lid genoemde zorgplicht, stelt het college beleidsregels vast waarin op basis van het beschikbare budget wordt aangegeven op welke wijze wordt voorzien in de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en welke voorzieningen in welke mate in het kader van arbeidsinschakeling zullen worden ingezet voor de doelgroepen van de WWB. 3.Het college bevordert de beschikbaarheid van flankerende voorzieningen die belemmeringen voor toetreding tot de arbeidsmarkt kunnen opheffen. 4.De voorzieningen die de gemeente in het kader van ondersteuning bij arbeidsinschakeling voor een persoon uit de doelgroep inzet, worden vastgelegd in een beschikking. Artikel5Rechten en plichten deelnemer 1.De persoon uit de doelgroep is verplicht naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en deze te aanvaarden. 2.De persoon uit de doelgroep kan aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling ten behoeve van het realiseren van de, naar het oordeel van het college, kortste weg naar duurzame arbeid. Het college bepaalt hoe deze aanspraak wordt ingevuld. 3.Een persoon uit de doelgroep aan wie een voorziening zoals bedoeld in artikel 7 van deze verordening wordt aangeboden, is verplicht gebruik te maken van deze voorziening. 4.Een persoon uit de doelgroep aan wie een keuring, bijvoorbeeld een medisch, arbeidskundig en/of psychologisch onderzoek, wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken. 5.Onverminderd andere verplichtingen, voortvloeiend uit wet- of regelgeving, geldt voor een persoon die deelneemt aan of deelgenomen heeft aan een voorziening de verplichting: a)zich als werkzoekende te laten registreren bij het CWI (art. 9 WWB); b)alle inlichtingen te verstrekken aan het college over de passendheid en de voortgang van de voorziening en wijzigingen in zijn persoonlijke situatie die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak op ondersteuning en de noodzaak van voortzetting van een voorziening, daaronder in ieder geval begrepen wijzigingen in woonplaats, wijzigingen met betrekking tot gezondheidssituatie of arbeidshandicaps en wijzigingen met betrekking tot nevenwerkzaamheden of neveninkomsten; c)zijn medewerking te verlenen aan onderzoeken over de inhoud, passendheid, voortgang en uitvoering van de voorziening; d)naar vermogen uitvoering te geven dan wel mee te werken aan de onderdelen van de voorziening; e)na te laten alles dat de realisatie van het doel van de voorziening belemmert. Artikel6Criteria ontheffing arbeidsplicht 1.Het college kan met inachtneming van artikel 9 tweede lid van de WWB, onderscheidenlijk artikel 37a van de IOAW en de IOAZ bepalen dat aan belanghebbende tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de in artikel 5 eerste lid en artikel 5 derde lid van deze verordening genoemde verplichtingen, onder meer: a)indien de combinatie van zorg en arbeid of de combinatie van zorg en voorziening niet mogelijk is voor alleenstaande ouders; b)indien belanghebbende om psychische en/of medische redenen niet in staat is om te werken. 2.Ontheffing van de arbeidsplicht wordt slechts voor een door het college vast te stellen periode verleend. 3.Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen. Artikel7Voorzieningen 1.Het college kan een persoon behorende tot de doelgroep (laten) begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van arbeid, alsmede bij het wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling. In beleidsvoorstellen geeft het college verdere uitwerking aan de aard van de voorzieningen. Bij deze uitwerking worden in elk geval de doelgroep, de duur van de voorziening, het doel van de voorziening en de verplichtingen van de deelnemer betrokken. 2.De voorzieningen zijn onder te verdelen in de volgende onderdelen: - sociale activering naar werk - activering naar werk - tijdelijk gesubsidieerde arbeid - regulier werk en - overige instrumenten 3.Het doel van de inzet van deze voorzieningen is het vergroten van de vitaliteit en de zelfredzaamheid van de tot de doelgroep behorende personen. Onder andere door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van een werkritme, maatschappelijke participatie en het bevorderen van sociale zelfredzaamheid wordt arbeidsinschakeling bevorderd. Scholing kan onderdeel uitmaken van de voorzieningen zoals bedoeld in het tweede lid. Daarnaast kan het college ook scholing als zelfstandige voorziening aanbieden. 4.Het college maakt voor de uitvoering van voorzieningen overwegend afspraken met derden, waaronder werkgevers en reïntegratiebedrijven. Artikel8WIW en ID 1.Het college draagt zorg voor de uitvoering van de dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 4 van de Wiw, zoals dit luidde op 31-12-2003, en stimuleert de uitstroom. 2.Het college draagt zorg voor de subsidiëring van de dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit In- en Doorstroombanen, zoals dit besluit luidde op 31-12-2003, en voor de subsidiëring van de arbeidsovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 5 eerste lid van de Wiw, zoals dit luidde op 31-12-2003 en stimuleert de uitstroom. De hoogte van de subsidie wordt door het college vastgesteld. 3.De dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten genoemd in eerste en tweede lid zijn, vanaf het moment van inwerkingtreding van de WWB, voorzieningen in de zin van de WWB. Het college stelt nadere voorwaarden aan de subsidieverstrekking. Artikel 9 Inkomstenvrijlating De uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd aanvaardt, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, komt in aanmerking voor vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de WWB. Artikel 10 Overige vergoedingen Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die verband houden met arbeidsinschakeling. Artikel11Handhaving 1.Als een persoon die geen algemene bijstand ontvangt deelneemt aan of heeft deelgenomen aan een voorziening, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 van deze verordening niet nakomt of niet is nagekomen, kan het college de door hem in het kader van die voorziening ten behoeve van deze persoon gemaakte kosten terugvorderen. 2.Als een bijstandgerechtigde zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet is nagekomen of niet nakomt, kan het college de uitkering verlagen, conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening WWB. 3.Als een persoon die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW of de IOAZ, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet nakomt, kan het college de uitkering verlagen, conform hetgeen hierover is bepaald in artikel 20 van de IOAW en de IOAZ. Artikel12Beëindiging 1.Het college kan de voorziening beëindigen: a)als een persoon die deelneemt aan een voorziening, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 van deze verordening en/of zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van de WWB, niet nakomt; b)als een persoon die deelneemt aan een voorziening niet meer tot de doelgroep bedoeld in artikel 3 van deze verordening behoort; c)indien het college een andere voorziening aanbiedt; d)als een persoon die deelneemt aan een voorziening neveninkomsten heeft, die naar oordeel van het college betekenen dat hij in staat is zonder voorziening een plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt. 2.Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 8 eerste lid van deze verordening of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in artikel 8 tweede lid. 3.Wanneer een voorziening beëindigd is en niet het beoogde doel heeft gehad, kan het college besluiten al of niet tijdelijk geen nieuwe voorziening aan te bieden aan de betrokkene. Artikel13Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule 1.In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel14Slotbepalingen Deze verordening wordt aangehaald als Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand. Deze verordening treedt in werking op 1 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.