LANDSVERORDENING van de 23ste december 1976 betreffende verplichte verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen Algemene bepalingen Artikel1 Voor de toepassing van deze landsverordening worden verstaan onder: motorrijtuigen : alle rij- of voertuigen, bestemd om over de grond te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht; als een deel daarvan wordt aangemerkt al hetgeen aan het rij- of voertuig is gekoppeld of na koppeling daarvan is losgemaakt of losgeraakt, zolang het nog niet buiten het verkeer tot stilstand is gekomen; verzekerden : zij wier aansprakelijkheid overeenkomstig de bepalingen van deze landsverordening is gedekt; benadeelden : zij die schade hebben geleden welke grond oplevert voor toepassing van deze landsverordening, alsmede hun rechtverkrijgenden; vergunning : de vergunning die ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening Toezicht Verzekeringsbedrijf (P.B. 1990 no. 77) is vereist voor de schadegroep Motorrijtuigverzekering; verzekeraar : de verzekeringsonderneming, die in het bezit is van een vergunning; weg : voor het openbaar verkeer openstaand pad, verharde of onverharde rijbaan met inbegrip van de middenberm of middengeleiding, de parkeerstroken en parkeerhavens en vluchtstroken alsmede de in de weg gelegen bruggen en de naast de rijbaan gelegen paden, bermen en zijkanten. Artikel2 1.De wettelijke aansprakelijkheid waartoe een motorrijtuig in het verkeer aanleiding kan geven, moet zijn gedekt door een verzekeringsovereenkomst welke aan de bij en krachtens deze landsverordening gestelde bepalingen beantwoordt, indien dat motorrijtuig zich op de weg bevindt, of indien het daarbuiten deelneemt aan het verkeer op een terrein dat toegankelijk is voor het publiek of voor een zeker aantal personen die recht hebben daar te komen. 2.De verplichting tot verzekering rust op de bezitter van het motorrijtuig, tenzij dit in duurzaam gebruik is bij een houder; in dat geval rust de verplichting op deze houder. 3.De verzekering moet zijn gesloten bij een verzekeringsonderneming die in het bezit is van een vergunning. Artikel3 1.De verzekering moet de wettelijke aansprakelijkheid dekken van ieder bezitter, houder en bestuurder van het verzekerde motorrijtuig, alsmede van degenen die daarmede worden vervoerd. 2.De verzekering moet in elk geval de schade omvatten, welke wordt toegebracht door in de Nederlandse Antillen voorgevallen feiten. Hierin is begrepen de schade, toegebracht aan personen die onder welke titel ook, worden vervoerd door het motorrijtuig, dat de schade veroorzaakt; de zaken, door dat motorrijtuig vervoerd, kunnen van de verzekering worden uitgesloten. 3.De verzekering moet de wettelijke aansprakelijkheid voor de door het motorrijtuig veroorzaakte schade dekken zoals die aansprakelijkheid voortvloeit uit de toepasselijke wet. Artikel4 1.De verzekering behoeft niet te dekken de aansprakelijkheid voor schade, toegebracht aan: de verzekeringnemer, alsmede de bezitter, de houder en de bestuurder van het motorrijtuig dat het ongeval veroorzaakt; de echtgenoten van de hierboven bedoelde personen, alsmede hun bloed- en aanverwanten in de rechte linie, mits dezen bij hen inwonen en door hen worden onderhouden. 2.Van de verzekering kan worden uitgesloten de schade die voortvloeit uit het deelnemen van het motorrijtuig aan snelheids-, regelmatigheids- of behendigheidsritten en -wedstrijden, waarvoor door de Gezaghebber van een eilandgebied vergunning is verleend. Artikel5 1.Indien de overeenkomst een beding inhoudt dat de verzekerde persoonlijk voor een deel in de vergoeding van de schade zal bijdragen, blijft de verzekeraar niettemin jegens de benadeelde gehouden tot betaling van de schadeloosstelling die krachtens de overeenkomst ten laste van de verzekerde blijft. 2.De verzekeraar kan echter tegenover een benadeelde beroep doen op een beding, inhoudende dat hij slechts aansprakelijk is voor het bedrag waarmede de schade een bij landsbesluit houdende algemene maatregelen vast te stellen bedrag te boven gaat. Artikel6 1.De benadeelde heeft jegens de verzekeraar door wie de aansprakelijkheid volgens deze landsverordening is gedekt, een eigen recht op schadevergoeding. Het tenietgaan van zijn schuld aan de verzekerde bevrijdt de verzekeraar niet jegens de benadeelde, tenzij deze is schadeloosgesteld. Indien de benadeelde, als beledigde partij in een strafgeding tegen de aansprakelijke persoon, zijn vordering tegen deze beperkt tot het wettelijk maximum, is deze beperking niet van invloed op zijn vordering tegen de verzekeraar. 2.Indien er bij een ongeval meer dan een benadeelde is en het totaalbedrag van de verschuldigde schadeloosstelling de verzekerde som overschrijdt, worden de rechten van de benadeelden tegen de verzekeraar naar evenredigheid teruggebracht tot het beloop van die som. Niettemin blijft de verzekeraar die, onbekend met het bestaan van vorderingen van andere benadeelden, te goeder trouw aan een benadeelde een groter bedrag dan het aan deze toekomende deel heeft uitgekeerd, jegens die anderen slechts gehouden tot het beloop van het overblijvende gedeelte van de verzekerde som. Artikel7 De verzekerden moeten van ieder ongeval waarvan zij kennis dragen, mededeling doen aan de verzekeraar, indien bij dat ongeval het verzekerde motorrijtuig is betrokken en er schade is ontstaan tot welker dekking door verzekering deze landsverordening verplicht. De verzekeringnemer moet aan de verzekeraar alle door de verzekeringsovereenkomst voorgeschreven inlichtingen en bescheiden verschaffen. De overige verzekerden moeten aan de verzekeraar op zijn verzoek alle nodige inlichtingen en bescheiden verschaffen. Artikel8 1.Aan een vonnis gewezen in een geschil ter zake van door een motorrijtuig veroorzaakte schade, komt tegenover de verzekeraar, de verzekerde of de benadeelde gezag van gewijsde toe, indien zij in het geding de positie van een procespartij hebben gehad. 2.Voorts kan het vonnis dat is gewezen in een geschil tussen de benadeelde en de verzekerde, worden tegengeworpen aan de verzekeraar, indien is komen vast te staan dat de laatste in feite de leiding van het geding op zich heeft genomen; aan de verzekeraar staat alsdan geen tegenbewijs open tegen de bij gewijsde als bewezen aangenomen feiten. 3.De verzekeraar kan de verzekerde in het geding roepen, dat door de benadeelde tegenover hem wordt ingesteld. De oproeping dient te geschieden door middel van een deurwaardersexploot voor het nemen van de conclusie van antwoord. De in het geding geroepene heeft de positie van een procespartij. Artikel9 1.Iedere uit deze landsverordening voortvloeiende rechtsvordering van de benadeelde tegen de verzekeraar verjaart door verloop van drie jaar te rekenen vanaf de dag van het ontstaan van het feit waaruit de schade is ontstaan. 2.Handelingen die de verjaring van de rechtsvordering van een benadeelde tegen een verzekerde stuiten, stuiten tevens de verjaring van de rechtsvordering van die benadeelde tegen de verzekeraar. Handelingen die de verjaring van de rechtsvordering van een benadeelde tegen de verzekeraar stuiten, stuiten tevens de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen de verzekerden. 3.De verjaring wordt ten opzichte van een verzekeraar gestuit door iedere onderhandeling tussen de verzekeraar en de benadeelde. Een nieuwe termijn van drie jaar begint te lopen te rekenen van het ogenblik waarop een van de partijen bij deurwaardersexploot of aangetekende brief aan de andere partij heeft kennisgegeven dat zij de onderhandelingen afbreekt. Artikel10 1.Geen uit de wettelijke bepalingen omtrent de verzekeringsovereenkomst of uit deze overeenkomst zelf voortvloeiende nietigheid, verweer of verval kan door een verzekeraar aan een benadeelde worden tegengeworpen. Het bepaalde in de vorige zin geldt niet met betrekking tot het bedrag, waarmede het van de verzekeraar gevorderde de krachtens artikel 14 vastgestelde som of sommen overschrijdt. 2.De verzekeraar die ingevolge deze landsverordening de schade van een benadeelde geheel of ten dele vergoedt, ofschoon de aansprakelijkheid voor die schade niet door een met hem gesloten overeenkomst was gedekt, heeft voor het bedrag der schadevergoeding verhaal op de aansprakelijke persoon, en indien daartoe grond bestaat, op de verzekeringnemer. 3.De in het vorige lid bedoelde schadevergoeding kan niet verhaald worden op degene die het motorrijtuig waarmede de schade is veroorzaakt in opdracht van zijn werkgever gebruikte, tenzij hij niet te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekeringsovereenkomst was gedekt. Tot verhaal van de schadevergoeding op de verzekeringnemer bestaat geen grond, indien deze aantoont dat de omstandigheden die geleid hebben tot de ten gevolge van een polisuitsluiting niet gedekte schade zich buiten zijn weten of tegen zijn wil hebben voorgedaan en dat hem terzake van die omstandigheden in redelijkheid geen verwijt treft. 4.De verzekeraar die ingevolge deze landsverordening de schade van een benadeelde geheel of ten dele vergoedt, heeft een recht van verhaal op degene die zich door diefstal of geweldpleging de macht over het motorrijtuig, waarmee de schade is veroorzaakt, heeft verschaft of van hem die dit wetende, dat motorrijtuig zonder geldige reden gebruikt heeft. Artikel11 1.De bestuurder van een motorrijtuig moet bij zich hebben een bewijs van verzekering. Met betrekking tot dit bewijs worden bij landsbesluit houdende algemene maatregelen nadere regels gesteld. 2.De bestuurder van een motorrijtuig die bij een ongeval is betrokken, is verplicht het in lid 1 bedoelde document desgevraagd behoorlijk ter inzage te verstrekken aan degenen die eveneens bij dat ongeval zijn betrokken. Artikel12 1.De houder van een bewijs als bedoeld in artikel 11, eerste lid, waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken, is verplicht dit binnen acht dagen nadat de verplichting tot verzekering met betrekking tot het motorrijtuig op een ander overgegaan is, bij de verzekeraar door wie het werd uitgereikt in te leveren. 2.De verzekering eindigt, wanneer de verplichting tot verzekering op een ander overgaat, met dien verstande dat de verplichtingen van de verzekeraar jegens een benadeelde blijven bestaan zolang het verzekeringsbewijs niet bij de verzekeraar is ingeleverd, behoudens het gestelde in het volgende lid. 3.De verplichtingen van de verzekeraar eindigen van rechtswege door het van kracht worden van een nieuwe verzekering welke met betrekking tot hetzelfde motorrijtuig het in artikel 3 bedoelde risico dekt. In ieder geval zullen de verplichtingen van de verzekeraar jegens de benadeelden geëindigd zijn na het verstrijken van zestien dagen nadat de verplichting tot verzekering op een ander overgegaan is. Artikel13 Van een bepaling van deze landsverordening kan slechts worden afgeweken, indien de bevoegdheid daartoe uit de bepaling zelve blijkt. Verzekerde sommen Artikel14 De som of sommen, waarvoor de in deze landsverordening bedoelde verzekering ten minste moet zijn gesloten, worden bij landsbesluit houdende algemene maatregelen bepaald. Waarborgfonds Motorverkeer Artikel15 1.Er is een Waarborgfonds Motorverkeer dat bestemd is om in de gevallen, in artikel 17 genoemd, aan de benadeelden hun schade te vergoeden overeenkomstig het bepaalde in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.