← Nederland

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING NEDERWEERT 2010 (Nederweert)

Obsah (8)Artikel1Artikel2Artikel3Artikel4Artikel5Artikel6Artikel7Artikel8

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING NEDERWEERT 2010De raad van de Gemeente Nederweert, Overwegende dat het gewenst is om de algemene subsidieverordening, zoals die eind 2004 is vastgesteld te evalueren en de

Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.1Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. subsidie: hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.; b. activiteit: iedere vorm van menselijk handelen, voor zover het gemeentebestuur dit wil bevorderen; c. budgetsubsidie: een subsidie in de vorm van een vast bedrag of een vast bedrag per prestatie voor de uitvoering van activiteiten die het gemeentebestuur naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten wil beïnvloeden; d. projectsubsidie: een subsidie ter uitvoering van een project ter realisering van een specifieke gemeentelijke beleidsprioriteit; e. waarderingssubsidie: een subsidie als waardering voor activiteiten die de gemeente van belang acht, zonder deze – of slechts in beperkte mate – naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten te willen beïnvloeden; f. incidentele subsidie: een subsidie die voor een bepaalde activiteit wordt verleend; g. investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van aankoop, verbouw, uitbreiding van accommodaties en/of materiële aanschaffingen ten behoeve van die accommodaties die voor de uitvoering van activiteiten noodzakelijk zijn; h. subsidieplafond: hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 4:22 van de algemene wet bestuursrecht; i. uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst die tussen de ontvanger van een budgetsubsidie of een projectsubsidie wordt gesloten ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening; j. subsidieverlening: de beschikking met een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en waarin het subsidiebedrag wordt vermeld, dan wel de wijze wordt aangegeven waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen; k. subsidievaststelling: de beschikking waarin definitief wordt beslist dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag, hetgeen het gemeentebestuur tot uitbetaling verplicht; l. directe subsidievaststelling: het vaststellen van het subsidie voor de aanvang van het subsidietijdvak, zonder dat er voorafgaand een subsidieverlening plaatsvindt; m. subsidietijdvak: het in de subsidieverlening genoemde tijdvak waarvoor subsidie is verleend; n. boekjaar: kalenderjaar, tenzij met de subsidieontvanger een ander tijdvak is overeengekomen; o. uitvoeringsregeling: een door het college vastgestelde nadere regeling van subsidies voor bepaalde activiteiten, waarin subsidiegrondslagen en –criteria en verdeelregels zijn opgenomen; p. voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 2:374 Burgerlijk Wetboek q. reserve: een reserve als bedoeld in artikel 2:373 Burgerlijk Wetboek; r. egalisatiereserve: reserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb om de negatieve verschillen tussen de subsidie en de kosten van de gesubsidieerde activiteiten op te vangen;

Artikel1

.2Reikwijdte 1Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente te verstrekken subsidies. 2Burgemeester en wethouders stellen voor te onderscheiden subsidievormen uitvoeringsregelingen vast een omschrijving kunnen omvatten van de volgende zaken: a. de beleidsdoelen die op het beleidsterrein worden nagestreefd; b. de grondslag voor subsidiëring; c. de subsidiabele activiteiten of prestaties; d. de van toepassing zijnde subsidievorm(en).

Artikel1

.3Evaluatie Burgemeester en wethouders verrichten op grond van een door de raad geformuleerde opdracht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze verordening en de daarbij behorende uitvoeringsregelingen.

Artikel1

.4Subsidieplafond 1Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen voor het verstrekken van subsidies voor een cluster van activiteiten. 2Voor zover bij of krachtens een uitvoeringsregeling of bij de vaststelling van de gemeentebegroting niet is voorzien in de verdeling van de op grond van het subsidieplafond beschikbare gelden, stellen burgemeester en wethouders nadere regels vast voor de verdeling.

Artikel1

.5Modellen, formulieren Het college kan modellen en richtlijnen voor aanvragen tot subsidieverlening, directe subsidievaststelling en subsidievaststelling vaststellen.

Artikel1

.6Niet tijdige of onvolledige aanvraag tot subsidieverlening of directe subsidievaststelling 1Indien een aanvraag tot subsidieverlening of directe subsidievaststelling niet tijdig is ingediend, kan het college deze niet ontvankelijk verklaren. 2Indien een aanvraag niet volgens de geldende regels en voorschriften is ingediend, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen binnen vier weken nadat de aanvrager door het college van de onvolledige subsidieaanvraag op de hoogte is gesteld.

Artikel1

.7Weigeringsgronden De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat: a. de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zullen zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks aanwijsbaar ten goede zullen komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden aan de activiteit waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; c. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; d. de aanvrager ook zonder subsidietoekenning over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te dekken; e. de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente, dan wel de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteiten hebben;

Artikel1

.8Directe subsidievaststelling Directe subsidievaststelling kan uitsluitend plaats vinden in geval van waarderingssubsidies of incidentele subsidies.

Artikel1

.9Subsidievaststelling 1Wanneer een beschikking tot subsidieverlening is gegeven stellen burgemeester en wethouders de subsidie op basis een aanvraag met ingediende afrekening vast. 2De subsidievaststelling vindt plaats uiterlijk binnen drie maanden nadat de aanvraag daartoe op correcte wijze heeft plaatsgevonden. 3Met in achtneming van het bepaalde in artikel 4:46 lid 2 van de Awb kunnen burgemeester en wethouders de subsidie lager vaststellen indien: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet geheel hebben plaatsgevonden. b. de aanvrager heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen; c. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. 4Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.

Artikel1

.10Subsidievaststelling bij niet tijdige of onvolledige aanvraag 1Indien de aanvraag tot vaststelling niet tijdig of niet overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften is ingediend, wordt de aanvrager in staat gesteld om binnen 4 weken een correcte aanvraag in te dienen. 2Indien de aanvrager in gebreke blijft, kunnen burgemeester en wethouders de subsidie ambtshalve vaststellen.

Artikel1

.11Bevoorschotting Burgemeester en wethouders zijn bevoegd voorschotten te verstrekken op een nog vast te stellen subsidie nadat de subsidieverlening heeft plaatsgevonden, alsmede in geval van directe subsidievaststelling.

Artikel1

.12Betaling De subsidie wordt overeenkomstig de subsidievaststelling, onder verrekening van betaalde voorschotten, binnen zes weken na de subsidievaststelling betaald.

Hoofdstuk2VERPLICHTINGEN SUBSIDIEONTVANGER Artikel2.1Indienen aanvraag beschikking Een aanvraag om subsidieverlening, directe subsidievaststelling of subsidievaststelling wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders.

Artikel2

.2Eerste subsidieaanvraag Bij een eerste subsidieaanvraag dient de aanvrager die een rechtspersoon is, op verzoek van burgemeester en wethouders, een exemplaar van de statuten, een exemplaar van het huishoudelijk reglement, een opgave van de bestuurssamenstelling en een inzicht in de financiële situatie van de subsidieaanvrager voor zover noodzakelijk ter beoordeling van de subsidieaanvraag, over te leggen.

Artikel2

.3Administratie 1De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de financiële situatie en de vermogenspositie van de subsidieontvanger duidelijk is. 2Burgemeester en wethouders kunnen beleidsregels vaststellen met betrekking tot de inrichting van de administratie en de wijze waarop financiële verantwoording wordt afgelegd.

Artikel2

.4Informatieplicht 1De subsidieontvanger deelt wijzigingen van de statutaire doelstelling onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders mede. 2De subsidieontvanger brengt het voornemen tot ontbinding van de rechtspersoon of het aanvragen van faillissement of surséance van betaling respectievelijk van en voor de rechtspersoon, alsmede het geheel of gedeeltelijk staken van gesubsidieerde activiteiten onverwijld ter kennis van burgemeester en wethouders. 3Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde activiteiten tevens subsidie, respectievelijk een financiële bijdrage, heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, respectievelijk private organisaties, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag onder vermelding van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

Artikel2

.5Verzekering 1De subsidieontvanger is verplicht haar roerende en onroerende eigendommen en bezittingen te verzekeren tegen herbouw- of vervangingswaarde tegen de schade van brand, storm en inbraak en andere door burgemeester en wethouders verder eventueel aan te duiden risico’s waaronder wettelijke aansprakelijkheid. 2Indien de subsidieontvanger schade lijdt en zich daartegen niet heeft verzekerd, wordt geen financiële compensatie voor de geleden schade verstrekt.

Hoofdstuk3BUDGETSUBSIDIES Artikel3.1Aanvraag budgetsubsidie 1Een aanvraag voor een budgetsubsidie wordt bij burgemeester en wethouders ingediend vóór 1 juni voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2Bij de aanvraag dient te worden overgelegd: a. een activiteitenplan met daarin een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en een aanduiding hoe de activiteiten aansluiten bij de gemeentelijke doelstellingen op het desbetreffende beleidsterrein; b. een begroting met een overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven per cluster van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en, voor zover van toepassing, een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende jaar. 3Burgemeester en wethouders kunnen tevens vragen bij de aanvraag de volgende bescheiden over te leggen: a. een plan, waarin aangegeven wordt welke voorzieningen en reserves de subsidieaanvrager meent te moeten treffen, voor welke doeleinden deze dienen en tot welk bedrag hij deze wenst te vormen; b de omvang van de egalisatiereserve; c. de balans van het voorafgaande jaar met toelichting; e. een opgave van met de instelling gelieerde rechtspersonen alsmede van de aard van de betrekking met die rechtspersonen; f. andere naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijke bescheiden.

Artikel3

.2Subsidieverlening 1De beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven binnen vier weken nadat het besluit terzake is genomen, bij voorkeur voor 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak. 2De beschikking tot subsidieverlening gaat vergezeld van een uitvoeringsovereenkomst

Artikel3

.3Tussentijdse rapportage 1Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieontvanger een tussentijdsverslag vragen over de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten in een bepaalde periode en een prognose voor de resterende periode in het boekjaar. Het verslag daartoe dient uiterlijk 1 maand na afloop van de bepaalde periode bij burgemeester en wethouders te worden ingediend. 2Burgemeester en wethouders kunnen per subsidieontvanger nadere regels stellen omtrent de aard en de inhoud van de tussentijdse rapportage. 3Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van de tussentijdse rapportage treden burgemeester en wethouders in overleg met de subsidieontvanger indien de rapportage daartoe aanleiding geeft dan wel indien de subsidieontvanger daartoe een verzoek indient.

Artikel3

.4Vaststelling budgetsubsidie 1De subsidieontvanger dient vóór 1 mei volgend op het boekjaar waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling bij in bij burgemeester en wethouders. 2De aanvraag gaat vergezeld van een jaarrekening met balans en een activiteitenverslag. 3De jaarrekening is zodanig opgesteld dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen, het exploitatiesaldo en de liquiditeit van de subsidieontvanger. 4De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer. 5De jaarrekening sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie is verleend. 6De jaarrekening gaat minimaal vergezeld van een samenstellingsverklaring op basis van een onderzoek naar de jaarrekening 7Burgemeester en wethouders kunnen een accountantsverklaring verlangen. De accountantsverklaring geeft aan of de jaarrekening voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar is. De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het financiële verslag. 8Binnen drie maanden na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling stellen burgemeester en wethouders de subsidie vast.

Artikel3

.5Egalisatiereserve 1De ontvanger van een budgetsubsidie mag een egalisatiereserve vormen als bedoeld in artikel 4:72 Awb. 2Burgemeester en wethouders kunnen beleidsregels vaststellen over de maximale omvang van de egalisatiereserve. 3Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve. 4De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. 5De subsidieontvanger is ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig – naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen - in de volgende gevallen: a. de gesubsidieerde activiteiten worden geheel of gedeel¬telijk beëindigd; b. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; c. de rechtspersoon wordt ontbonden.

Artikel3

.6Toestemming rechtshandelingen 1De subsidieontvanger behoeft toestemming van burgemeester en wethouders voor handelingen zoals bedoeld in artikel 4:71, eerste lid van de Awb; 2Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorschriften aan de toestemming verbinden. 3Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken omtrent de toestemming. 4De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. 5Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.

Artikel3

.7Vermogensvorming 1Indien het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger daarvoor een vergoeding verschuldigd in de volgende gevallen: a. de subsidieontvanger vervreemdt of wijzigt de bestemming van voor het verrich¬ten van de gesubsidieerde activiteiten gebruik¬te of bestemde goederen; b. de subsidieontvanger ontvangt een schadevergoeding voor ver¬lies of bescha¬di¬ging van voor het verrichten van de gesubsi¬dieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; c. de gesubsidieerde activiteiten worden geheel of gedeeltelijk beëindigd; d. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt inge¬trok¬ken of de subsi¬die wordt beëindigd; e. de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. 2Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel of in overwegende mate ontleent aan subsidie van de gemeente Nederweert, wordt de maximale vergoeding vereist. 3Indien het tweede lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de vergoeding bepaald naar evenredigheid van het aandeel van de subsidie van de gemeente Nederweert in de totale inkomsten. 4Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 5Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijk deskundige.

Hoofdstuk4PROJECTSUBSIDIES Artikel4.1Aanvraag projectsubsidie 1Een aanvraag voor een projectsubsidie wordt bij burgemeester en wethouders ingediend ten minste 12 weken voordat een start wordt gemaakt met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2De in het eerste lid genoemde termijn geldt niet indien de subsidieaanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingediend. 3Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in afwijking van het eerste lid, te bepalen dat de aanvraag vóór een bepaalde datum dienen te worden ingediend. 4De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een activiteitenplan met nader omschreven doelstellingen en een begroting met toelichting.

Artikel4

.2De subsidieverlening 1De beschikking tot subsidieverlening wordt door burgemeester en wethouders verleend binnen vier weken nadat de aanvraag daartoe is ingediend. 2De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal verlengd worden met vier weken. 3De beschikking tot subsidieverlening gaat vergezeld van een uitvoeringsovereenkomst.

Artikel4

.3Tussentijdse rapportage 1Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieontvanger de voorwaarde opleggen tot het verstrekken van (een) tussentijdse rapportage(s) over de voortgang van het project, mede in relatie tot de uitputting van de beschikbare middelen. 2Burgemeester en wethouders kunnen per project nadere regels stellen omtrent de aard en de inhoud van de tussentijdse rapportage 3Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van de tussentijdse rapportage treden burgemeester en wethouders in overleg met de subsidieontvanger indien de rapportage daartoe aanleiding geeft dan wel indien de subsidieontvanger daartoe een verzoek indient.

Artikel4

.4Vaststelling projectsubsidie 1Binnen twaalf weken nadat de activiteiten waarvoor projectsubsidie is verleend zijn afgerond dient de subsidieontvanger bij burgemeester en wethouders een aanvraag in tot subsidievaststelling. 2De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag. 3Burgemeester en wethouders kunnen per project nadere regels stellen omtrent de inhoudelijke en financiële verantwoording . 4Binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling stellen burgemeester en wethouders de subsidie vast.

Hoofdstuk5WAARDERINGSSUBSIDIE Artikel5.1Aanvraag waarderingssubsidie 1De aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt bij burgemeester en wethouders vóór 1 juni voorafgaand aan het boekjaar ingediend. 2De aanvraag gaat vergezeld van de bescheiden als genoemd in de van toepassing zijnde uitvoeringsregeling.

Artikel5

.2Directe subsidievaststelling 1Tenzij de omvang van de subsidie niet onmiddellijk bepaalbaar is, vindt directe subsidievaststelling plaats. 2De beschikking tot directe subsidievaststelling wordt door burgemeester en wethouders verstrekt binnen vier weken nadat het besluit terzake is genomen, doch uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand aan het boekjaar. 3In de beschikking wordt aangegeven welk bedrag voor welke activiteit(en) wordt verstrekt, voor welk tijdvak en met welke verplichtingen en op welke wijze tot uitbetaling van de subsidie zal worden overgegaan, dan wel voorschotten worden gegeven.

Hoofdstuk6INCIDENTELE SUBSIDIES Artikel6.1Aanvraag incidentele subsidie De aanvraag voor een incidentele subsidie wordt tijdig voorafgaande aan de start van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt gevraagd, bij burgemeester en wethouders ingediend.

Artikel6

.2Directe subsidievaststelling 1Tenzij de omvang van de subsidie niet onmiddellijk bepaalbaar is, vindt directe subsidievaststelling plaats. 2De beschikking tot directe subsidievaststelling wordt door burgemeester en wethouders gegeven binnen vier weken nadat het besluit terzake is genomen, doch uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak. 3In de beschikking wordt aangegeven welk bedrag voor welke activiteit(en) wordt verstrekt, voor welk tijdvak en met welke verplichtingen en op welke wijze tot uitbetaling van de subsidie zal worden overgegaan, dan wel voorschotten worden gegeven.

Hoofdstuk7INVESTERINGSSUBSIDIES Artikel7.1Begrenzing investeringssubsidies 1Burgemeester en wethouders kunnen in een afzonderlijke uitvoeringsregeling bepalen dat een investeringssubsidie niet wordt verstrekt indien het totale bedrag van de investering lager is dan een vast te stellen minimumbedrag. 2De te verlenen subsidie bedraagt niet meer dan een door burgemeester en wethouders bij uitvoeringsregeling vastgesteld percentage van de totale kosten van de investeringsactiviteiten.

Artikel7

.2Aanvraag investeringssubsidie 1Een aanvraag voor een investeringssubsidie wordt bij burgemeester en wethouders ingediend tenminste twaalf weken voordat met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een start wordt gemaakt. 2De subsidieaanvraag dient vergezeld gaan van: a. een omschrijving van de noodzaak van de investering; b. een activiteitenplan waaruit de meerwaarde van de accommodatie blijkt; c. een gespecificeerde kostenraming; d. een meerjarig financieringsplan vergezeld van een exploitatiebegroting waarin de lasten van de investering zijn verwerkt; e. andere naar het oordeel van het college noodzakelijke gegevens en bescheiden.

Artikel7

.3Subsidieverlening 1De beschikking tot subsidieverlening wordt verleend binnen 12 weken nadat de aanvraag daartoe is ingediend. 2De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal verlengd worden met vier weken. 3Indien voor de investering ook subsidie is aangevraagd bij een andere overheid en/of fondsen en/of bij bedrijven kan het gevraagde besluit worden aanhouden totdat zekerheid is verkregen over die andere aanvragen.

Artikel7

.4Vaststelling investeringssubsidie 1Binnen twaalf weken nadat de investering waarvoor subsidie is verleend zijn afgerond dient de subsidieontvanger bij burgemeester en wethouders een aanvraag in tot subsidievaststelling. 2De aanvraag gaat vergezeld van een financieel verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend hebben plaatsgevonden. 3Binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling stellen burgemeester en wethouders de subsidie vast.

Artikel7

.4Vermogensvorming Artikel 3.7 is van overeenkomstige toepassing

Artikel7

.5Wijziging bestemming 1Een wijziging van de bestemming van een accommodatie waarvoor een investeringssubsidie is verleend vindt slechts plaats na voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders. 2Indien een subsidieontvanger in strijd handelt met het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders de investeringssubsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Hoofdstuk8OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN Artikel8.1Overgangsbepaling Op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend blijven de bepalingen zoals opgenomen in de Algemene Subsidieverordening Nederweert en de daarop gebaseerde Uitvoeringsregelingen van toepassing, tot het moment waarop de subsidievaststelling heeft plaatsgevonden.

Artikel8

.2Hardheidsclausule Het college kan in individuele gevallen van een of meer bepalingen van deze verordening afwijken dan wel deze buiten toepassing laten, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel8

.3Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2010.

Artikel8

.4Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de “Algemene Subsidieverordening Nederweert 2010”. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Nederweert in de openbare vergadering van 24 november 2009.DE RAAD VOORNOEMDDe griffier, De voorzitter,E. Schrier H.F.M. Evers

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.