Artikel1Bereikbaarheid Brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen moeten zijn vrijgehouden en altijd bereikbaar zijn voor brandweervoertuigen. Artikel2Opstelplaats en gebruik van de barbecue 1Een barbecue moet om kans op schade te voorkomen, op een afstand van minstens 5 m van gebouwen, bouwwerken, beplanting en goederen zijn geplaatst. 2Een barbecue moet zodanig zijn opgesteld dat deze niet kan omvallen of omgestoten kan worden. 3Een barbecue mag uitsluitend onder voortdurend toezicht van een meerderjarige persoon worden gestookt. 4Voor het aanmaken van een barbecue mag nooit gebruik worden gemaakt van brandbare vloeistoffen. 5Ten einde hinder, overlast of brandgevaar tot een minimum te beperken, is het stoken van een barbecue alleen geoorloofd bij een gunstige windrichting en windsterkte. Bij windkracht 5 en hoger mag niet worden gestookt. 6Na afloop moeten de nog smeulende resten houtskool met water worden geblust of met een laag zand worden afgedekt. 7Asresten mogen uitsluitend in onbrandbare afvalemmers of containers e.d. worden gedeponeerd die in de buitenlucht staan. Artikel3Elektrische barbecues 1Aanleg, bevestiging en plaatsing van kabels, leidingen en snoeren moeten zodanig geschieden, dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen, en er niemand over kan struikelen of vallen. 2Kabels en snoeren moeten altijd volledig van de haspel zijn afgerold. Artikel4Gasflessen 1Gasflessen moeten zijn voorzien van een door Lloyds Register-Stoomwezen erkend geldig keurmerk of het Europese keurmerk PIE (p) volgens de Europese richtlijn 1999/36/EG. 2De aanwezigheid van gasflessen waarvan de goedkeuring volgens de ingeponste datum meer dan 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden, is verboden. Voor Shell-benegas en Primagas flessen is dit 15 jaar. 3Een gasslang moet voorzien zijn van het opschrift “butaangas of propaangas” en voldoen aan de eisen, gesteld in de normen NEN 5654 van juli 1980 of de NEN-EN 559 en niet ouder zijn dan twee jaar (de datum is op de slang aangegeven). De gasslang moet door middel van slangklemmen op de slangpilaren zijn bevestigd. 4Het gebruik van een reduceerventiel (drukregelaar) dat ouder is dan 5 jaar is verboden. Artikel5Blusmiddelen 1In de directe nabijheid van een barbecue moet een blusmiddel voor onmiddellijk gebruik beschikbaar en bereikbaar zijn. 2Bij een op houtskool gestookte barbecue moet minimaal een blusmiddel in de vorm van een emmer water of een op de waterleiding aangesloten tuinslang aanwezig zijn. 3Bij een gas gestookte barbecue, moet ten minste een draagbaar blustoestel aanwezig zijn met een inhoud van minstens 6 kg bluspoeder, 5 kg koolzuursneeuw of een gelijkwaardig ander blusmiddel, dat geschikt is voor het blussen van B-branden (vloeistoffen) en C-branden (gassen). 4Een draagbaar blustoestel moet: - voor iedereen duidelijk zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn aangebracht; - voor direct gebruik gereed zijn; - in goede staat van onderhoud verkeren; - zijn voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer; - ten minste eenmaal per twee jaar overeenkomstig de norm NEN 2559:2001 zijn onderhouden en zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is vermeld. Artikel6Inwerkingtreding en citeertitel 1Deze nadere regels treden in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 2Deze nadere regels wordt aangehaald als "Nadere regels voor het houden van (straat)barbecues 2010".
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.