Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2008DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 oktober 2007; gelet op artikel 219, tweede lid en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de "Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2008". Artikel1Belastbaar feit 1.Onder de naam 'brandweerrechten' worden geheven: rechten voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van de gemeentelijke brandweer of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeentelijke brandweer in beheer of in onderhoud zijn; rechten voor het genot van door de gemeentelijke brandweer verstrekte diensten. 2.Geen rechten als bedoeld in het eerste lid worden geheven terzake van: het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; het beperken van brandgevaar; het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand; al hetgeen met de onderdelen a, b en c verband houdt; het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; de bestrijding en beperking van rampen, als bedoeld in artikel 1 van de Rampenwet. Artikel2Begripsomschrijvingen 1.Alle in de tarieventabel behorend bij deze verordening genoemde bedragen worden - voorzover van toepassing- berekend vanaf het moment dat het personeel en/of materieel de standplaats verlaat tot aan het moment dat het aldaar is teruggekeerd; 2.bij gebruik korter dan een uur, wordt een vol uur gerekend; 3.bij gebruik langer dan een uur worden gedeelten van een uur die een half uur of langer zijn voor een vol uur gerekend, en worden gedeelten korter dan een half uur voor een half uur gerekend. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is: degene die gebruik maakt van de bezittingen, werken of inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a; degene die een dienst aanvraagt, dan wel degene te wiens behoeve een dienst is verleend, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, dan wel degene aan wie de dienstverlening is opgelegd. Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar Voorzover in de bij deze verordening behorende tarieventabel tarieven zijn opgenomen die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De rechten waarop artikel 5 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in afwijking van artikel 4, tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor de dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 27,50
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.