Beleidsregels Leidraad Invordering Amersfoort 2012 Burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort; gelet op de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, Besluit vast te stellen de in de bijlage opgenomen wijzigingen betrekking hebbend op Beleidsregels Leidraad Invordering Amersfoort 2012 1.De “Beleidsregels Leidraad Invordering Amersfoort 2011”, vastgesteld bij collebesluit van 19 april 2011, worden ingetrokken; Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking; Deze regeling kan worden aangehaald als:”Beleidsregels Leidraad Invordering Amersfoort 2012”. De geconsolideerde tekst van deze leidraad zal worden geplaatst op de website van de gemeente Amersfoort. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van: De secretaris, De burgemeester, Wijziging Leidraad invordering gemeentelijke belastingen per 1 juli 2011 ArtikelI A Artikel 14.2.9 wordt gewijzigd als volgt. De negende volzin wordt vervangen door: Het wegvoeren van zaken [, waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van een zogenoemde Automatic Number Plate Recognition-actie,] gebeurt niet door de belastingdeurwaarder dan na daartoe verkregen toestemming van de ontvanger van de gemeente. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de ontvanger [of van een andere door hem daartoe aangewezen functionaris]. B In artikel 14.2.14, laatste volzin, wordt ‘ten minste drie dagen van tevoren aangifte doen bij Waarborg Holland’ vervangen door: aangifte doen zoals artikel 46 van de Waarborgwet 1986 dat voorschrijft. C In artikel 16.1 wordt na de tweede volzin een volzin ingevoegd, luidende: Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor een beslag dat is gelegd op een in een of meer termijnen uit te betalen bedrag op grond van een voorschot, als bedoeld in artikel 22, zevende lid, van de Awir. D In artikel 22.8.7, vijfde volzin, vervalt ‘verzonden en’. E Artikel 25.1.15 wordt gewijzigd als volgt. na de eerste volzin wordt een volzin ingevoegd, luidende: Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger [na voorafgaande toestemming van het college] toch invorderingsmaatregelen treffen. De tweede volzin (oud) vervalt. F Artikel 25.2.2 wordt gewijzigd als volgt. ‘Een beroepschrift tegen de uitspraak van de inspecteur op het bezwaarschrift en een door de belastingschuldige ingesteld beroep tegen een rechterlijke uitspraak over de juistheid van een dergelijke uitspraak, gelden niet als een verzoek om uitstel van betaling. In die gevallen moet de belastingschuldige dus een afzonderlijk verzoek om uitstel van betaling indienen bij de ontvanger.’ wordt vervangen door: Een beroepschrift tegen de uitspraak van de inspecteur op het bezwaarschrift en een ingesteld hoger beroep of beroep in cassatie tegen een rechterlijke uitspraak over de juistheid van een dergelijke uitspraak, gelden niet als een verzoek om uitstel van betaling. G Artikel 26.1.9, elfde gedachtestreepje, wordt gewijzigd als volgt. ‘Tegelijkertijd met de afwijzing van het verzoek verleent de ontvanger’ wordt vervangen door: In gevallen dat het verzoek overigens zou moeten worden toegewezen, verleent de ontvanger tegelijkertijd. ‘In de uitstelbeschikking’ wordt vervangen door: In de eventuele uitstelbeschikking. H Artikel 26.1.11 wordt gewijzigd als volgt. de tweede volzin wordt vervangen door: Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger [na voorafgaande toestemming van het college] toch invorderingsmaatregelen treffen. de laatste volzin (oud) vervalt. I Aan artikel 26.2.11 worden na de laatste volzin twee volzinnen toegevoegd, luidende: Zo is bijvoorbeeld sprake van een lager percentage dan 7 in het geval de belastingschuldige een bijstandsuitkering geniet. In dat geval moet dus worden uitgegaan van het percentage genoemd in artikel 19, derde lid, van de Wwb. J In artikel 63b.2 wordt na de vierde volzin een volzin ingevoegd, luidende: [De opgelegde verzuimboete wordt niet verlaagd bij latere wijziging van het bedrag waarover die boete is berekend.] K In artikel 73 wordt in de opsomming ‘- insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering;’ vervangen door: insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door leden van de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (“NVVK”) of gemeenten insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten. L Artikel 73.5, opschrift, wordt vervangen door: 73.5 Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten M Artikel 73.5.1 wordt gewijzigd als volgt. In de eerste volzin, onder a, wordt ‘Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren’ vervangen door: NVVK. In de eerste volzin, onder b, wordt ‘Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren’ vervangen door: NVVK. N Na artikel 73.5.6 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 73.5.7 Na de toepassing van de MSNP Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin de minnelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging van die regeling, zal de ontvanger in beginsel, als de schuldenaar aan zijn verplichtingen uit die regeling heeft voldaan, afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat: de schuldhulpverlener de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen/teruggaven of voorschotten op voldoende juistheid heeft getoetst; en hij over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de ontvanger. O Na artikel 73.5.7 (nieuw) wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 73.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten 73.5a.1 Algemeen Verzoeken om een minnelijke schuldsaneringsregeling gedaan door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet, niet zijnde een NVVK-lid of een gemeente, worden in behandeling genomen met inachtneming van het volgende. De ontvanger zal een belangenafweging moeten maken en zich daarbij moeten afvragen of hij al dan niet tot instemming met de schuldregeling kan komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij de uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en het belang van de schuldenaar dat door die weigering wordt geschaad. Bij die belangenafweging zullen de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen: is het schikkingsvoorstel goed en betrouwbaar gedocumenteerd; is voldoende duidelijk gemaakt dat het aanbod het uiterste is waartoe de schuldenaar financieel in staat moet worden geacht; biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig uitzicht voor de schuldenaar; biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig uitzicht voor de ontvanger: hoe groot is de kans dat de weigerende ontvanger dan evenveel of meer zal ontvangen; bestaat er precedentwerking voor vergelijkbare gevallen; wat is de zwaarte van het financiële belang dat de ontvanger heeft bij volledige nakoming; hoe groot is het aandeel van de weigerende ontvanger in de totale schuldenlast; staat de weigerende ontvanger alleen naast de overige met de schuldregeling instemmende schuldeisers; is er eerder een minnelijke of een gedwongen schuldregeling geweest die niet naar behoren is nagekomen. Als uit de belangenafweging volgt dat kan worden ingestemd met een dergelijk verzoek dan verleent de ontvanger op het moment van het ingaan van de schuldregeling voor 36 maanden uitstel van betaling. Artikel 73.5 is zoveel als mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat niet van toepassing zijn de faciliteiten zoals die gelden in de aanloop voor verzoeken als bedoeld in artikel 73.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.