← Nederland

Beleidsregels Bijzondere bijstand Stichtse Vecht (Stichtse Vecht)

Beleidsregels Bijzondere bijstand Stichtse VechtHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht; gelet op artikel 35 Wet werk en bijstand (WWB) en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); overwegende dat het college gehouden is aanvullende regels op te stellen inzake de verstrekking van bijzondere bijstand aan belanghebbenden; b e s l u i t vast te stellen de volgende: Beleidsregels Bijzondere bijstand Stichtse Vecht Richtlijnen Bijzondere bijstand Handboek WWB Schulinck (hoofdstuk 7) B062 – Moment aanvragen bijzondere bijstand (terugwerkende kracht) Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B137 – In aanmerking te nemen middelen voor draagkracht Vaststelling van het inkomen Het voor de draagkracht in aanmerking te nemen inkomen wordt bepaald aan de hand van het - meest waarschijnlijke - inkomen gedurende de draagkrachtperiode (zie B7.2.4). Daarbij wordt rekening gehouden met voorzienbare wijzigingen in het inkomen. Inkomen Voor de draagkrachtbepaling wordt uitgegaan van het in aanmerking te nemen inkomen. Inkomen uit arbeid van ten laste komende kinderen (artikel 31 lid 2 onder h WWB) worden vrijgelaten, ook als het een aanvraag bijzondere bijstand betreft ten behoeve van het minderjarig kind met inkomen uit arbeid. De eigen bijdrage in de kosten van de kinderopvang zoals bedoeld in de Wet kinderopvang (Wk) wordt in mindering gebracht op het in aanmerking te nemen inkomen. Vermogen Voor draagkrachtbepaling wordt uitgegaan van het gehele in aanmerking te nemen vermogen. B063 – Draagkrachtpercentages [vervallen] B064 – Draagkrachtperiode bijzondere bijstand [vervallen] B065 – Wijziging draagkracht tijdens draagkrachtperiode De draagkracht wordt vastgesteld op het moment van de aanvraag. Wanneer bij de vaststelling van de draagkracht al een inkomenswijziging kan worden voorzien, dient deze zoveel mogelijk te worden meegenomen (bijvoorbeeld: pensionering of beëindiging van studie). Een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt in beginsel niet meer aangepast. De draagkracht wordt binnen de vastgestelde periode van een jaar herzien, indien er zich wijzigingen in deze periode voordoen, die van zodanig belangrijke aard zijn, dat hieraan niet kan worden voorbijgegaan (bijvoorbeeld het wegvallen c.q. ontstaan van inkomstenbronnen, of een gemiddelde inkomensstijging van 10% of meer). Er vindt dan een tussentijdse herziening plaats over het resterende deel van het draagkrachtjaar. B066 – Drempelbedrag [vervallen] B067 – Stappenplan berekening bijzondere bijstand De berekening van de bijzondere bijstand verloopt als volgt: Bepaal de hoogte van de voor bijzondere bijstandsverlening in aanmerking komende kosten aan de hand van nota’s e.d.; Bepaal de draagkrachtperiode; Bepaal de draagkracht (uit inkomen, zie B7.2.3); Bereken als volgt: Kosten

(1)Draagkracht
(3)-/- Bijzondere bijstand B068 – Adresgegevens zorgverzekeraars Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B069 – Waar en wanneer medisch advies vragen [vervallen] B070 – Standaard aanvullende of collectieve zorgverzekering Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B072 – Premie particuliere ziektekostenverzekering (vervallen) Niet invullen (geen beleidsregel nodig) B073 – Brillen en contactlenzen Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B074 – Overig beleid inzake specifieke medische kosten Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B075 – Uitvaartkosten [vervallen] B076 – Kosten bewindvoering [vervallen] B077 – Kosten curatele [vervallen] B078 – Kosten rechtsbijstand Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B079 – Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen niet in inrichting [vervallen] B080 - Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen in inrichting [vervallen] B081 – Procedure verhaal bijzondere bijstand jongeren [vervallen] B082 – Indirecte schoolkosten schoolgaande kinderen (Ingetrokken 1-7-2015) B083 – LBIO-bijdrage residentiële opvang kinderen De door het LBIO bepaalde ouderbijdrage voor uit huis geplaatste kinderen. Het LBIO int deze bijdrage ook. Voorliggende voorziening De kinderbijslag op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW; zie V1.7) moet worden aangemerkt als een passende en toereikende voorziening in de zin van de (toenmalige) Abw. (Rb Leeuwarden, 17-03-1999, nr 97/1019, JABW 9-1999-nr.81) Recht op bijzondere bijstand De wijze waarop de ouderbijdrage wordt vastgesteld leidt ertoe dat de ouder de ouderbijdrage in principe dient te bekostigen uit eigen middelen (bv. AKW). Echter, omdat de onderhoudskosten in het betreffende kwartaal betaald moeten zijn om aanspraak te kunnen maken op kinderbijslag, kan in voorkomende gevallen eenmalig bijzondere bijstand worden verleend voor (de eigen bijdrage
  1. in)de onderhoudskosten van uit huis geplaatste kinderen. Dit zal zich alleen voordoen bij gehuwden met een of meer kinderen of bij een alleenstaande ouder die naast de een of meer uit huis geplaatste kinderen nog de volledige zorg heeft over een andere ten laste komend kind. De als alleenstaande aan te merken ouder is namelijk vrijgesteld van de betaling van de ouderbijdrage. Andere van toepassing zijnde jurisprudentie: JABW 2000/173, Rechtbank Maastricht 9 augustus 2000. Hierin wordt opgemerkt dat er geen sprake is van een daadwerkelijke kostenbesparing en dat er dus bijzondere bijstand mogelijk is voor de bijdrage. JABW 2000/21, CRvB 7 december 1999. Ook hier wordt opgemerkt dat er geen sprake is van een daadwerkelijke kostenbesparing en dat er dus bijzondere bijstand mogelijk is voor de bijdrage. Hoogte van de bijzondere bijstand De hoogte van de eenmalige bijzondere bijstand wordt afgestemd op (de eigen bijdrage
  2. in)de te maken onderhoudskosten voor het uit huis geplaatste kind in het lopende kwartaal. B084 – Baby-uitzet [vervallen] B085 – Maaltijdvoorziening Ingetrokken (In de Beleidsregels WWB 2014 is een nieuwe bepaling B085 opgenomen). B086 – Verzorging en hulp Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B087 – Communicatie en signalering [vervallen] B088 – Stookkosten [vervallen] B089 – Reiskosten woon-werkverkeer (verwervingskosten) Het betreft de kosten die een belanghebbende moet maken om naar een werkplek te reizen. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor reiskosten woon-werkverkeer. Gaat het om een bestemming in het kader van een re-integratietraject, dan worden voor deze kosten re-integratiemiddelen ingezet. Uitzondering hierop vormt de groep inburgeraars: voor reiskosten naar de locatie van de inburgeringscursus kunnen geen re-integratiemiddelen worden ingezet, maar kan bijzondere bijstand worden verstrekt. B091 - Reiskosten bezoek zieke familieleden Het betreft de kosten die gemaakt moeten worden om het traject van thuis naar het verblijfadres van het zieke familielid (veelal ziekenhuis of verpleeginrichting) af te leggen. Voorliggende voorzieningen Afhankelijk van de afstand die afgelegd moet worden, kan de zorgverzekering een voorliggende voorziening zijn. De vergoeding van de zorgverzekeraar wordt betaald uit de aanvullende verzekering en geldt alleen voor degenen die medeverzekerden voor elkaar zijn. Recht op bijzondere bijstand Uitgangspunt is dat de kosten kunnen worden vergoed van bezoeken (in Nederland) aan naaste familieleden. Het aantal te vergoeden bezoeken (de frequentie) hangt onder meer af van de ernst van de situatie en de afstand tussen de woonplaats en het ziekenhuis. Een en ander zal individueel beoordeeld moeten worden. Hoogte bijzondere bijstand Voor bijstand komen in aanmerking de bijzondere noodzakelijke reiskosten in verband met het bezoeken van een zieke buiten de gemeente. De bijzondere bijstand wordt afgestemd op de kosten van openbaar vervoer of, indien het gebruik van de auto goedkoper is dan wel het openbaar vervoer geen reëel alternatief is vanwege de reistijd, een kilometervergoeding. De kilometervergoeding kan worden bepaald aan de hand van de NIBUD Prijzengids. B092 – Reiskosten bezoek Werkplein De kosten voor het vervoer van het woonadres van belanghebbende naar het Werkplein of een andere locatie waar de bijstandsaanvraag wordt gedaan. Voorliggende voorziening Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (artikel 15 WWB; zie ook B3.2). Voor zover bekend zijn er geen voorliggende voorzieningen. Recht op bijzondere bijstand Tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan behoren ook de kosten van vervoer voor deelname aan het maatschappelijk verkeer. Hieronder wordt ook begrepen het doen van aanvragen, het komen voor gesprekken e.d. op het Werkplein. Aangezien de algemene bijstand of een inkomen op bijstandsniveau voorziet in deze kosten kan er in beginsel geen bijstand worden verleend voor deze kosten. Frequente bezoeken in het kader van een traject kunnen als re-integratiekosten worden vergoed. B093 – Suppletie GKB-lening Suppletie is mogelijk voor leningen bij de gecontracteerde kredietbank die in het kader van de WWB als noodzakelijk kunnen worden aangemerkt en waarvan de maandelijkse termijnbetalingen (aflossing plus rente) hoger zijn dan de in de bijstandsnorm (inclusief
  3. vt)begrepen aflossingscapaciteit van 6% (NVVK-norm), waarbij wordt uitgegaan van een aflossingsduur van 3 jaar. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het verschil tussen maandelijkse termijnbetalingen (aflossing plus rente) en de in de bijstandsnorm (inclusief
  4. vt)begrepen aflossingscapaciteit van 6%. B094 – Kosten schuldhulpverlening De hoofdregel is, dat er geen bijstand mogelijk is voor schulden. Bij hoge uitzondering kan er een borgstelling worden verleend, maar dan moet het gaan om een uitzonderlijk uitzichtloze situatie, die alleen maar kan worden opgelost door een borgstelling voor een lening bij de kredietbank. Schuldhulpverlening Het college heeft schuldhulpverlening uitbesteed, maar de dienstverlening vindt in het gemeentekantoor plaats. Belanghebbenden met schulden kunnen op afspraak tijdens kantooruren bij deze contractpartner terecht voor schuldhulpverlening. De groep van de zelfstandigen wordt door de instantie, die de Bbz en de IOAZ uitvoert voor de gemeente, aangemeld bij een (andere) specifieke schuldhulpverleningsinstantie. B095 – Kosten van sociaal culturele en educatieve activiteiten Een sociaal-culturele activiteit is een maatschappelijke, sportieve of culturele activiteit die een sociaal isolement dient te voorkomen of te doorbreken. Bijvoorbeeld een lidmaatschap van een sportvereniging of toneelvereniging. Een lidmaatschap van een belangengroep, bijvoorbeeld een vakbond, is geen sociaal-culturele activiteit. Voorliggende voorziening Als voorliggende voorziening geldt de U-pas. Deze geeft een korting op contributies en lidmaatschappen van diverse instellingen en heeft als doel het bevorderen van maatschappelijke participatie. Recht op bijstand Het verstrekken van bijzondere bijstand voor de kosten van deelname aan sociaal-culturele activiteiten is in principe niet mogelijk, omdat deze niet voortkomen uit bijzondere omstandigheden. Dit betekent overigens niet dat voor deze kosten per definitie geen bijzondere bijstand kan worden verleend. Het recht op bijzondere bijstand zal volgens de hoofdregel individueel moeten worden vastgesteld. In tegenstelling tot een aantal ander kostensoorten kan daarbij echter geen beroep worden gedaan op specifieke richtlijnen. B096 – Bewassing en kledingslijtage [vervallen] B097 – Bijzondere bijstand voormalig alleenstaande ouders [vervallen] B098 – Kosten van scholing en opleiding Voor de kosten van noodzakelijk geachte scholing wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend. Indien nodig kan het college re-integratiemiddelen inzetten ter dekking van deze kosten. B099 – Verwervingskosten (algemeen) Onder algemene verwervingskosten moeten die kosten worden verstaan die belanghebbende moet maken om zijn beroep te kunnen uitoefenen, met uitzondering van reiskosten woon-werkverkeer en kinderopvang. Deze komen hierna aan de orde. Bij verwervingkosten zoals hier bedoeld kan worden gedacht aan kosten die het gevolg zijn van werkaanvaarding zoals de aanschaf van (persoonlijke) gereedschappen of kleding. Voor algemene verwervingskosten wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend. Indien nodig kan het college re-integratiemiddelen inzetten ter dekking van deze kosten. B100 – Kosten kinderopvang (verwervingskosten) Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B101 – Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten [vervallen] B102 – Verhuiskosten [vervallen] B103 – Eerste maand huur en administratiekosten [vervallen] B105 – Overbrugging scherpe terugval in inkomen [vervallen] B106 – Overige kosten Hiervoor is geen richtlijn geformuleerd. B138 – Aangewezen groepen voor categoriale bijzondere bijstand Het college kan groepen belanghebbenden benoemen die voor categoriale bijzondere bijstand in aanmerking komen. Deze groep/groepen wordt/worden nader toegelicht in de beleidsregels die hiervoor zijn opgesteld. De beleidsregels zijn opgenomen in de gemeentelijke bijlagen bij dit Handboek WWB. B145 – Berekening woonkostentoeslag huurders [vervallen] B146 – Berekening woonkostentoeslag eigenaren Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B148 – Extra kosten chronisch zieken, gehandicapten en ouderen Het college verstrekt categoriale bijzondere bijstand aan ouderen, chronisch zieken en gehandicapten voor de hogere algemene bestaanskosten als gevolg van ouderdom, ziekte of handicap. De beleidsregels zijn opgenomen in de gemeentelijke bijlagen bij dit Handboek WWB. B151 – Dieetkosten [vervallen] B152 – Zelfzorgmiddelen bij een chronische aandoening Zelfzorgmiddelen zijn middelen die bij de apotheek en drogist vrij te verkrijgen zijn. Deze middelen worden niet (meer) door de zorgverzekeraar vergoed. Het college verleent in beginsel geen bijzondere bijstand voor de kosten van zelfzorggeneesmiddelen, omdat het geen uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke bestaanskosten zijn. Hierop wordt echter een uitzondering gemaakt wanneer het kosten van een chronisch gebruiker betreft en deze hiervoor geen beroep kan doen op de Zvw. Van chronisch gebruik is sprake als iemand aantoonbaar zes maanden of langer gebruik moet maken van bepaalde zelfzorgmiddelen. Chronisch gebruik moet worden aangetoond middels een verklaring van bijvoorbeeld huisarts of specialist. Bij het vaststellen van het recht dient een individuele afweging te worden gemaakt op grond van de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende. B153 – Tandheelkundige hulp (ingetrokken) B154 – Psychotherapie Vervallen, per 1-1-2014 is beleid gewijzigd, Zie Beleidsregels WWB 2014 B155 – Fysiotherapie en oefentherapie [vervallen] B160 – Eigen risico Het verplicht eigen risico binnen de Zorgverzekeringswet behoort tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm en de zorgtoeslag. Bij invoering van het verplicht eigen risico is de zorgtoeslag verhoogd. Daarom kan geen bijzondere bijstand voor deze kosten verleend worden. Kosten van een eigen risico hoger dan het verplicht eigen risico zijn het gevolg van een vrijwillige keuze van de belanghebbende en komen derhalve niet voor bijstandverlening in aanmerking. Citeertitel; inwerkingtreding Deze regeling kan worden aangehaald als: Beleidsregels Bijzondere bijstand Stichtse Vecht. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. Het Reglement bijzondere bijstand gemeente Maarssen, zoals vastgesteld bij collegebesluit d.d. 25 september 2007, gelijktijdig intrekken; Het collegebesluit met betrekking tot de beleidsregels Wet werk en bijstand van de gemeente Maarssen, zoals vastgesteld op 20 november 2007, intrekken op de punten die betrekking hebben op de bijzondere bijstand, te weten de richtlijnen B069, B087, B089, B093, B152; Het collegebesluit met betrekking tot de beleidsregels Wet werk en bijstand van de gemeenten Breukelen en Loenen, zoals vastgesteld op 19 december 2006, intrekken op de punten die betrekking hebben op de bijzondere bijstand, dat zijn alle gemeentelijke richtlijnen in Hoofdstuk 7 van het Handboek WWB Schulinck (van Woerden) vanaf 1 januari 2007; Het collegebesluit met betrekking tot de aanpassing van enkele beleidsregels IASZ, zoals vastgesteld door de colleges van Breukelen en Loenen op 20 juli 2010, intrekken op de punten die betrekking hebben op de bijzondere bijstand, te weten B137, B063, B082, B101, B106, B160; Het collegebesluit inzake de Beleidsregel Toeslag voormalig alleenstaande ouders d.d. 4 januari 2011 en het collegebesluit met bijbehorende Uitvoeringsregels Toeslag voormalig alleenstaande ouders d.d. 24 mei 2011 intrekken per 1 januari 2012, met toepassing van overgangsrecht tot 1 juli 2012. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 27 maart 2012. De secretaris, De burgemeester

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.