REÏNTEGRATIEVERORDENING 2004De Raad van de gemeente Oostzaan, Gelezen het voorstel van de werkgroep WWB Gelet op artikel10B, eerste lid en 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7 en B en 10 tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, Besluit: vast te stellen de volgende regeling: REÏNTEGRATIEVERORDENING 2004 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel1:begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: Belanghebbenden: personen met een uitkering ingevolge de Wet Werk en Bijstand, de IOAW of de IOAl; Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het CWI; de wet: de Wet werk en bijstand; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; het college: het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan; de raad: de gemeenteraad van Oostzaan; Hoofdstuk 2 Beleid en financiën Artikel2:opdracht college 1.Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 2.Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit en kwaliteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen die belemmeringen voor toetreding tot de arbeismarkt kunnen opheffen. Daarbij heeft het college aandacht voor een evenwichtige verdeling.Het college kan daarbij prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en met maatschappelijke, economische en conjucturele ontwikkelingen. Artikel3:beleid Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleid vast, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering van de in te zetten voorzieningen en regels waaraan deze voorzieningen moeten voldoen. Artikel 4 verplichtingen belanghebbende Indien een belanghebbende die deelneemt aan een voorziening en niet voldoet aan verplichtingen genoemd in de wet en artikel 3, kan het college: de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de maatregelenverordening; de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen, zonodig vermeerderd met de kosten van de invordering. HOOFDSTUK 3 Voorzieningen Artikel5:nadere voorwaarden Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, deze verordening en het beleid als bedoeld in artikel 3 aan een voorziening nadere regels en verplichtingen verbinden, die gelden voor iedere voorziening afzonderlijk. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanbieden voor voorzieningen; de intrekking of wijziging van hde subsidieverlening of - vaststelling; de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op: de aanvraag van en de besluitvorming over scholing of opleiding; de aanvraag, de hoogte en de besluitvorming over subsidies en premies. Artikel6:eigen bijdrage en lening 1.Het college kan in het beleid als bedoeld in artikel 3 besluiten voor bepaalde voorzieningen een - al dan niet voorwaardelijke - eigen bijdrage vast te stellen. 2.Het college kan in het beleid als bedoeld in artikel 3 besluiten een voorziening in de vorm van een subsidie als renteloze lening te verlenen. Artikel7:algemene weigeringsgronden Het college weigert of beëindigt een voorziening als: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, 17 en 44a van de wet niet ol onvoldoende nakomt; indien de persoon die de voorziening krijgt aangeboden ol eraan deelneemt aangeeft de krachtens artikel 6 vastgestelde eigen bijdrage niet (meer) te willen voldoen; indien de persoon die deelneemt niet meer als belanghebbende wordt aangemerkt; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. indien de gevraagde voorziening niet of niet meer deel uitmaakt van het beleid als bedoeld in artikel 3. indien de persoon die de voorziening aanvraagt of hieraan deelneemt de krachtens artikel 5 en 6 gestelde regels en voorwaarden niet of onvoldoende nakomt. HOOFDSTUK4Slotbepalingen Artikel8:citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als 'Reïntegratieverordening 2004" Artikel9:inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 december 2004 Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 25 oktober 2004 Griffier, Voorzitter,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.